Geur blijft de grootste uitdaging voor de pluimveesector
Aangemaakt op
Op vrijdag 24 oktober stond de tweejaarlijkse trefdag Pluimveehouderij in het teken van de actuele uitdagingen die de sector vandaag de dag het hoofd moet bieden. Gewapend met ontsmettingsmatten voor elke ingang en heel wat flesjes handontsmettingsgel, verwelkomde het onderzoekscentrum Inagro, te Rumbeke, toch heel wat pluimveehouders om de interessante voordrachten bij te wonen.
Ondanks de actuele dreiging van de vogelgriep, waren de meeste ingeschreven pluimveehouders present op de tweejaarlijkse trefdag Pluimveehouderij die ingericht wordt in opdracht van de provincie West-Vlaanderen. Het is een samenwerking van Inagro, Boerenbond, DGZ, het pluimveeloket van het ILVO, Landsbond pluimvee, het proefbedrijf pluimveehouderij in Geel, praktijkcentrum pluimvee en het agentschap voor landbouw en zeevisserij. Deze trefdag is een unieke gelegenheid om te netwerken, bij te leren en inzichten te delen met collega’s én experts.
In de voormiddag waren keuzesessies ingericht, ofwel koos je voor de module leghennen en opfok; ofwel voor de module braadkippen. Na de broodjeslunch werd iedereen gezamenlijk ondergedompeld in het Europese handelsbeleid en de impact daarvan op de landbouw. Daarna zou minister Brouns ons komen vergezellen om over het Vlaamse beleid te vertellen, maar door omstandigheden kon hij niet aanwezig zijn. De organisatie flanste last minute een alternatief programma in elkaar, waarbij Wouter Wytinck, adviseur studiedienst van Boerenbond, een stand van zaken gaf over de vogelgriep. Daarna werd een interessant panelgesprek ingericht met als hot topic: vaccinatie tegen de vogelgriep: waar lopen we tegenaan?
Het oog en oor van de meester zijn cruciaal voor een goeie productie
In de module voor de leghennen en opfok besprak Dr. Sebastiaan Van Hoorebeke, zaakvoerder van Premium Poeljen België, waar je moet opletten bij de opzet van nieuwe leghennen. Alles start met de voorbereiding, een goede transparantie met het opfokbedrijf en het verkrijgen van een afleverrapport zorgen voor een goeie start. Daarnaast moet je ook zorgen voor een gereinigde en ontsmette stal, waarbij je zeker ook de drinklijnen niet mag vergeten. Controleer deze ook voor de opzet, dat verborgen lekken niet kunnen zorgen voor een drukval. Zorg dat de temperatuur optimaal is in de stal en ga zeker te rade bij adviseurs omtrent de stalinrichting. Hoeveel daglicht moet je voorzien en zorg je voor open of gesloten legnesten? Zet de leghennen bij voorkeur in de voormiddag op, en maak goede afspraken omtrent de planning met het transport.
Om hennen goed in de leg te krijgen is licht zo belangrijk. De lichtduur dient gradueel toe te nemen van 10 tot 16u, maar is afhankelijk van de evolutie van het lichaamsgewicht en de water- en voederopname. Denk ook aan de lichtintensiteit, en speel met de hoofd- en nachtverlichting. Het uiteindelijke doel is om alle kippen op stok te krijgen, en geen afwijkend gedrag te stimuleren. De lichtintensiteit in een legstal, mag dezelfde zijn als in de opfokstal en bedraagt slechts 10 lux. Denk er aan om dimbare verlichting te installeren, zodat je kan spelen met die lichtverdeling. Ook de lichtkleur is van belang, kippen ervaren licht anders dan mensen. Te kil licht kan ongewenst gedrag in de hand werken.
Om de voederopname te stimuleren, is het belangrijk dat de voedergoten gevuld zijn bij aankomst in de stal. De eerste dagen wordt er beter niet automatisch gevoederd, maar wordt goed gecontroleerd of alle kippen voldoende voer kunnen opnemen, dit zowel aan het begin als aan het einde van de voederlijn. Als de voedergoot leeg komt, wat maximaal 1u mag gebeuren, stel je vast dat de voederopname toeneemt.
Mien van Olmen, technisch begeleider opfok legkippen bij Vepymo ging dieper in op de zaken waar je op moet letten tijdens de opfokperiode. Ook hier is het klimaat, de bezettingsdichtheid, het voer(schema) en water erg belangrijk. Ook ging ze nog wat dieper in op het licht, de kleur, intensiteit en het schema in de opfok. Maar daarnaast focuste zij zich vooral op de rui. De rui van primaire en secundaire vleugelveren is een belangrijke parameter om de ontwikkeling van hennen te bekijken. Wist je dat hennen reeds vier keer ruien, alvorens ze in productie komen? De ruisnelheid hangt af van de genetische achtergrond, de gezondheidsstatus, de nutriëntenopname (vooral de eiwitten) en de leeftijd van het koppel. Een snelle rui tijdens de opfok, die blijft doorgaan na 16w leeftijd is een goed teken en leidt tot een beter verenkleed tijdens de productie.
In de sessie voor braadkippen, sprak Wouter Vanrolleghem, technisch-commercieel vertegenwoordiger braad- en vermeerdering voor broeierij Ghekiere over de inspanningen die geleverd worden bij opfokkers en vermeerderaars om een optimale kuikenkwaliteit te garanderen. Ook hier is het management, het dagelijkse nazicht, de bioveiligheid en het vaccinatieschema de rode draad om tot een goede uniformiteit van de toom te komen. Het eigewicht wordt tenslotte bepaald door het gewicht van de hen en het kuikengewicht betreft 67% van het eigewicht. Het is dus belangrijk dat het lichaamsgewicht goed gemonitord wordt in de opfok, dat alle kippen evenveel moeten kunnen eten, dat er geen overschrijding mag zijn van de maximale bezettingsgraad en dat sub-optimale dieren moeten worden uitgeselecteerd. Daarnaast is het ook belangrijk om de eieren te verzamelen en de hygiëne te optimaliseren. Vuile en beschadigde eieren moeten zoiezo verwijderd worden. Maar ook haarscheurtjes moeten worden voorkomen. Dit kan door de transportband en de nestmatjes goed te controleren en frequent en traag te rapen.
(Om de hatch window van de broedeieren zo uniform mogelijk te houden, moet de temperatuur van de eieren zo goed mogelijk gemonitord worden. Na het rapen mogen deze eieren niet meer opwarmen boven de 22°C en transport en stockage dient te gebeuren tussen 16 en 18°C. In de broeierij zelf worden alle eieren ontsmet om eventuele ziektekiemen op de eieren af te doden.)
Dierenarts Filip Boel, Technisch-veterinair verantwoordelijke voor broeierijen Belgabroed, Vervaeke-Belavi en l’Oeuf d’Or, duidde eveneens nog eens het belang van een optimaal management tijdens de opstart. Licht, klimaat, voeder zijn sterk gelijklopend met bovenstaande adviezen. Drinkwater moet proper en warm zijn. Let op de kwaliteit en de hygiëne van de drinkwaterleidingen. Ook voegde hij nog toe rond de staltemperatuur dat de vloertemperatuur op dag 0 idealiter rond 28-29°C ligt en de strooiseltemperatuur 29-30°C heeft. Bij te lage temperaturen is er een groter risico op een E. coli besmetting en bij te hoge temperaturen komt het risico van Enterococcen om de hoek. De tip die hij meegaf was om bij een 20 tal eendagskuikens de eerste drie dagen de cloacatemperatuur (optimaal: 39.5 - 40.5°C) te meten om in de gaten te kunnen houden of de luchttemperatuur in de stal optimaal is. De relatieve vochtigheid in de stal is idealiter tussen 30 en 60%, te laag kan zorgen voor dehydratatie en een negatief effect op de uniformiteit van het koppel. Te hoog zorgt voor een hogere bacteriële druk en een moeilijkere warmte-afgifte met stress tot gevolg. Hoe rustiger de kuikens verspreid liggen door de stal, hoe beter. Je wil niet streven naar rondlopende en piepende kuikens.
De slagzin “meten is weten” geldt voor alle pluimveehouders, of het nu om opfok, leghennen, moederdieren of braadkippen gaat. Enkel door regelmatig de gegevens bij te houden, het voeder- en waterverbruik bij te houden, het sterftepercentage te noteren, de lichaams- of eigewichten te noteren en het verenkleed te evalueren, kan je de productie optimaliseren. Het oog en het oor van de meester tijdens dagelijkse controles door de stal zorgen ervoor dat je kort op de bal kan spelen, mochten er problemen opduiken.
EU legt quotum op aan Oekraïne: tot 3x minder eieren mogen nog worden ingevoerd
Dhr. Pieter Lietaer, attaché landbouw en permanente vertegenwoordiger van België in de EU schetste hoe het handelsbeleid in de EU tot stand gekomen is en hoeveel het veranderd is naar aanleiding van een zekere oranje man in de Verenigde Staten. De export van pluimveevlees vanuit de EU naar derde landen is met 3% gestegen tgo vorig jaar, terwijl de import met 5% is gestegen! In vergelijking, in Vlaanderen blijf de uitvoer, respectievelijk 435 855 ton vlees en 110 500 ton eieren, wel nog steeds veel groter dan de invoer, respectievelijk 198 717 ton vlees (met 12,6% buiten de EU, voornamelijk uit het Verenigd Koninkrijk) en 93 900 ton eieren (met slechts 2.2% buiten de EU). Spreken we over invoer van eieren, dan denken we uiteraard allemaal meteen aan Oekraïne. Hoe zit het daar nu mee? En mogen zij echt zoveel invoeren? Hiervoor moeten we even terug in de tijd. Oekraïne had een handelsakkoord met Europa, waarin beschreven stond dat ze een quotum hadden van 20 000 kipfilets invoer... om toch meer van hun kippenvlees te kunnen afzetten, voerden ze kipfilets inclusief de vleugeltjes uit. In 2022 brak dan de oorlog uit en wilde Europa de economie in Oekraïne steunen. Uiteraard leidde dit tot een oneerlijk handelsbeleid en besloot men de quota terug aan te passen. Toch mag Oekraïne nog 120 000 ton vlees en 18 000 ton eieren invoeren. Dit lijkt veel, maar in 2024 was dit veel meer (een derde vlees meer en meer dan drie keer zoveel eieren!). Bedoeling is om eind 2028 met een level playing field te werken. Want vanuit het publiek werd wel de vraag gesteld hoe dat zomaar kan, dat Europa hoge eisen oplegt aan de pluimveehouders qua dierenwelzijn en voedselveiligheid, maar dan wel vrolijk vlees uit Oekraïne invoert die aan veel minder hoge eisen wordt gekweekt. Toch wordt alles die binnenkomt in Europa aan de grens gecontroleerd, maar dit is enkel op voedselveiligheid. Hoe het vlees geproduceerd werd en de dierenwelzijnseisen is een punt van discussie en komt heel vaak terug.
Een ander heikel punt is het Mercosur akkoord. Al sinds 1995 wordt er gepalaverd over deze handelsstrategie. In 2025 zou er een finaal akkoord zijn, maar dit is nog steeds niet goedgekeurd door alle lidstaten in de EU. Het blijft voor veel bezorgdheden zorgen en is zeer controversieel. Ook hier wordt een quotum opgelegd van 180 000 ton pluimveevlees die vooral vanuit Brazilië mag worden ingevoerd. Dit betekent zowat 40% minder dan wat ze nu invoeren. Christophe Hanssen, Europees commissaris voor agriculture and food verzekerde in een nota dat de EU er alles aan zal doen om de Europese producenten te beschermen en kort op de bal te spelen. “Onze producenten moeten in het voordeel zijn met dit akkoord, net als onze volledige economie. Ze mogen zich niet bedreigd voelen.”, klinkt het.
Onderschat maatschappelijke impact van vogelgriepvaccinatie niet
Wouter Wytinck schetste de wereldwijde trekroutes van de watervogels waar het vogelgriepseizoen aan onderhevig is. Zo zien we dit jaar dat de vogelgriep al hevig optrekt in Spanje, waar dit andere jaren pas later of weinig aanwezig is. Dat het een zwaar seizoen wordt, staat als een paal boven water, dus hoe zit het nu juist met de vaccinatie? Wouter, Martijn Chombaere van de Landsbond, Filip Boel, dierenarts bij Belgabroed en Inge Vankeirsbilk, werkzaam bij het slachthuis Van-O-Bel, voerden een interessant panelgesprek. Daaruit kwam al gauw dat de kostprijs van vaccinatie eigenlijk niet opweegt tegen de voordelen. Vaccinerende bedrijven moeten aan grootschalige monitoring doen om zeker te zijn dat vogelgriep niet in hun stallen zit. Ook die kosten tikken door. Blijken ze dan toch positief te zijn, moeten deze bedrijven alsnog geruimd worden. Als we zien hoe Animal Rights nu al via drones beelden naar buiten brengt van het ruimen van kippen tgv. vogelgriep, mogen we de maatschappelijke impact niet onderschatten van gevaccineerde bedrijven die zouden worden geruimd.
(Een uitbraak van vogelgriep en het instellen van transportverbod in de 3 en 10km zone heeft ook grote gevolgen voor de planning van slachthuizen en broeierijen. Een dom voorbeeld is bvb de ronde stempel die producten krijgen bestemd voor de buitenlandse markt, bedrijven binnen de 3km zone mogen enkel aan de binnenlandse markt verkocht worden, maar deze stempel is vierkant. Deze logistieke aanpassing zorgt al voor veel problemen bij de afnemers.)
Om de dag af te sluiten nam ook gedeputeerde van West-Vlaanderen dhr. Bart Naeyaert het woord. Hij had graag ingespeeld op de speech van minister Brouns, maar kon slechts enkel voortgaan op wat hij op papier had doorgekregen. Hij stelde vol trots toch vast dat de pluimvee academie, zoals de trefdag vroeger genoemd werd, waarbij kennis gedeeld wordt en vooral informeel veel ervaringen worden uitgewisseld toch telkens een schot in de roos is. Hij ziet ook aan het aantal vergunningsaanvragen die binnenkomen dat de pluimveesector wel degelijk een toekomst heeft in ons land. De grootste uitdaging ligt evenwel, naast het ganse stikstofverhaal, voor onze bedrijven in het geurkader. Dat de politiek zich daarvan bewust is, is al een kleine geruststelling. Als het beleid zich daar nu ook aan aanpast, ziet de toekomst voor onze sector er inderdaad zo slecht nog niet uit.
Ondanks de vele voorzorgen die werden genomen om het draaglijker te maken voor de dieren, heeft de combinatie van hitte en hoge luchtvochtigheid voor oversterfte gezorgd op heel wat veehouderijen. Rendac heeft een achterstand, maar belooft er alles aan te doen om de achterstand zo snel mogelijk weg te werken.
Boerenbond bracht landbouwers in Ronse en Wetteren samen rond slim energiebeheer, met praktische inzichten over zonnepanelen, batterijen en kosten op het erf.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Landbouwcentrum voor Voedergewassen publiceerde nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
ILVO-onderzoekster Sarah Garré gaat op zoek naar mogelijkheden voor onze boeren om ook in de toekomst nog goed te kunnen blijven telen, ongeacht of het nu veel of weinig regent; Willem Rombaut vertelt over het Steunpunt Groene Zorg; en we maken kennis met Harvestis, de nieuwe naam van de fusie van het Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver en Proefcentrum Hoogstraten.
Boerenbond lanceert twee brochures die veehouders helpen hun toekomst na 2030 uit te tekenen met een helder stappenplan en een uitgewerkte case rond het stikstofbeleid.
Levenscyclusanalyse toont waar de grootste milieu-impact zit in de export van Belgische Conference-peren naar China, en waarom voedselverliezen in bewaring vaak zwaarder wegen dan de keuze tussen CA en DCA.
Boeren in Kortrijk, Deerlijk en Zwevegem delen op 7 juli hun praktijkervaring tijdens 'Boerenbabbels - Van Erf tot Ervaring', een interactieve infoavond over demomaatregelen voor een weerbare landbouw.
Boerenbond bracht in Brussel de Vlaamse zorgen over vergunningen en investeringszekerheid in de veehouderij onder de aandacht, met een sterke tussenkomst van Lut D’Hondt in het Europese debat.
Sofie Lietaer en Sander Soetemans toonden in Geel aan de pers hoe melkveehouders hun zorg voor de koeien naadloos integreren met een goede bodemzorg. Klimaatscans en duurzaamheidsmonitoring onderbouwen dergelijke sectorinspanningen ook cijfermatig.
Kuijpers Kloeke Kip toont hoe innovatie, dierenwelzijn en energie-efficiëntie samenkomen in een vooruitstrevende pluimveehouderij met ambitieuze toekomstplannen.