Landbouw zonder water is onmogelijk. Onze bedrijven zetten daarom maximaal in op duurzaam watergebruik. Tegelijk groeit de vraag naar oplossingen op maat: wie water kan hergebruiken, doet dat ook. Op voorwaarde dat de investering en de gebruikskost in verhouding blijven tot wat het eindproduct kan dragen. In het kader van deze uitdagingen bevroegen we ons ledenpanel over hun watergebruik, hergebruik, opslag en de drempels die ze ervaren, bijvoorbeeld in periodes van droogte.
Een kwart is regenwater
De resultaten van de bevraging tonen aan dat onze leden bij voorkeur kiezen voor grondwater en regenwater, en daarna aanvullen met andere waterbronnen. Ongeveer een kwart van het gebruikte water is regenwater. Leidingwater blijft eerder beperkt in gebruik en vertegenwoordigt circa 15% in de steekproef. We moeten daarbij de kanttekening maken dat er nog altijd heel wat bedrijven zijn die niet zijn aangesloten op leidingwater.
In de resultaten zien we een duidelijk verschil tussen de sectoren wanneer het gaat om het gebruik van regenwater versus diep grondwater. In de praktijk maakt diep grondwater de hoofdmoot uit in de dierlijke sectoren. Daar wordt het vaak ingezet als drinkwater voor de dieren. Bij de plantaardige sectoren helt de balans zwaarder over naar regenwater, vooral gebruikt voor irrigatie.
Welke bron wordt waarvoor gebruikt?
Landbouwers kiezen doorgaans verschillende bronnen per toepassing:
Regenwater is de eerste keuze waar het kan, en wordt vooral ingezet voor reiniging van stallen, werktuigen en machines en voor irrigatie - waar infrastructuur en beschikbaarheid dit toelaten.
Diep grondwater wordt vooral ingezet voor drinkwater voor dieren (binnen de vergunningsvoorwaarden, met debietmeting).
Leidingwater (stadswater) wordt vooral ingezet voor: huishoudelijk gebruik op het bedrijf en toepassingen waar constante kwaliteit vereist is (en bij voorkeur niet voor reiniging, om kosten te beperken).
Oppervlaktewater wordt vooral ingezet voor irrigatie. Meer dan de helft van de respondenten gebruikt het hiervoor.
Eén op drie boeren hergebruikt water, met merkbare besparing
Ongeveer een derde van de respondenten hergebruikt water. Hiermee bedoelen we dat je water een tweede keer inzet voor eenzelfde of andere toepassing. Dat kan gaan van het opvangen en opnieuw gebruiken van spoelwater tot het recupereren van proceswater. De redenen zijn duidelijk: om kosten te besparen en omdat het beter is voor het milieu.
Hergebruik gebeurt vooral voor:
Reinigen van stallen
Reinigen van werktuigen en machines
Specifieke processen op het bedrijf (bijvoorbeeld koelwater dat nadien elders wordt benut)
Bij de bedrijven die hergebruiken, loopt de gerapporteerde besparing op tot ongeveer een kwart van het watergebruik. Uiteraard blijft niet elk water herbruikbaar, onder meer door vervuilingsgraad en kwaliteitsvereisten.
De belangrijkste drempels zijn:
Investeringskost en terugverdientijd (installaties, buffers, leidingen, pompen, filtering)
Kwaliteitsvereisten (o.a. lastenboeken en voedselveiligheid)
Praktische/technische haalbaarheid op het bedrijf (ruimte, bestaande infrastructuur)
Landbouwers hierin ondersteunen kan dus voor nog veel meer hergebruik zorgen. Dat kan op verschillende manieren: bijvoorbeeld door de regelgeving te vereenvoudigen, door investeringen te ondersteunen of door verder onderzoek uit te voeren naar eenvoudig toepasbare technieken.
Wateropslag: vooral regenwater, maar niet overal haalbaar
Ongeveer de helft van de respondenten geeft aan een wateropslagsysteem te hebben.
Waar er opslag is, gaat het overwegend om regenwater: 93% van de opslag betreft regenwater (en dus niet oppervlakte- of grondwater). Het gaat vooral over ondergrondse putten. Daarnaast gebruikt een deel ook een waterbassin.
Deze resultaten tonen tegelijk het potentieel én de realiteit: opslag is een belangrijke hefboom, maar niet elk bedrijf kan eenvoudig uitbreiden door ruimte, vergunningen, kost of technische randvoorwaarden.
Captatieverboden: begrip voor het doel, zorgen over impact en timing
Tijdens periodes van droogte wordt er soms een beperking of verbod opgelegd voor captatie uit onbevaarbare waterlopen of publieke grachten. Leden geven aan dat ze het algemene doel begrijpen en dat de communicatie vaak correct verloopt.
Tegelijk leven er duidelijke bezorgdheden:
Landbouw wordt bij schaarste snel geviseerd, terwijl water nodig is om gewassen te laten groeien en om dieren drinken te geven.
De economische impact wordt volgens respondenten niet altijd voldoende meegenomen. Vooral het tijdig en correct opheffen van maatregelen blijkt in de praktijk een terugkerend knelpunt.
Jonge boeren lopen vast op de complexe NER-regels in Vlaanderen. Groene Kring vraagt snelle hervorming, zodat bedrijfsovernames haalbaar blijven en de sector toekomst krijgt.
De Vlaamse uienteelt groeit snel, maar telers worstelen met gewasbescherming en rassenkeuze. Jonas Bodyn van Viaverda pleit voor een scherpere blik op opbrengst, kwaliteit en afzet.
Landschapspark Vlaamse Ardennen lanceert een gidsencursus die landbouw, natuur en landschap verbindt. Cursisten leren het volledige verhaal van de streek vertellen tijdens gidsbeurten. Inschrijven voor de gidsenopleiding kan tot en met 29 september.
Hoe breng je de milieu-impact van een product op een betrouwbare en vergelijkbare manier in kaart? Ontdek op 8 september hoe LCA en PEF daarbij helpen. Tijdens dit webinar krijg je praktische inzichten, voorbeelden en concrete handvaten voor de voedingsketen.
Boerenbond plaatst nieuwe infobordjes langs bufferstroken in Schelde-Leie om voorbijgangers te informeren over de inspanningen die de landbouwers leveren.
Tijdens de Uiendag in Nederland draaide alles om technieken die de uienteelt vooruit moeten helpen: van rassenkeuze en rooien tot onkruidbestrijding en irrigatie.