Europese Commissie houdt halsstarrig vast aan 30 jaar oude Nitraatrichtlijn
Aangemaakt op
Na drie jaar evaluatie heeft de Europese Commissie haar langverwachte beoordeling van de Nitraatrichtlijn gepubliceerd. De conclusie daarvan is dat deze meer dan 30 jaar oude wetgeving nog steeds ‘doeltreffend’ zou zijn in het bereiken van haar milieudoelstellingen. Tekortkomingen worden voornamelijk toegeschreven aan een gebrekkige uitvoering door de lidstaten. Boerenbond reageert met onbegrip.
Vandaag verplicht de regelgeving landbouwers in Europa nog te vaak om te grijpen naar kunstmest, terwijl op onze eigen bedrijven een waardevolle grondstof beschikbaar is. Dierlijke mest, inherent verbonden met onze landbouw, wordt nog te weinig benut. Niet omdat ze tekortschiet, maar omdat het beleid haar potentieel niet volwaardig erkent. Samen met de andere Europese landbouworganisaties pleiten we al langer voor een fundamentele herwaardering van dierlijke mest als volwaardig alternatief voor kunstmest, bijvoorbeeld op graslanden.
In de recente evaluatie van de nitraatrichtlijn stelt DG ENV (dat is het directoraat-generaal van de Europese Commissie dat verantwoordelijk is voor het EU-milieubeleid) dat er geen nood is om de nitraatrichtlijn bij te sturen. Dat is onbegrijpelijk. Circulariteit op landbouwbedrijven wordt beknot terwijl de Europese Commissie in recente actieplannen net het strategisch belang van veeteelt en mest als grondstof bestempelde. Waar is de consistentie?
De argumenten zijn nochtans helder. Er is de economische realiteit. Kunstmest is duur, en de prijzen zijn bovendien bijzonder volatiel. Geopolitieke spanningen en energieprijzen duwen de kosten de hoogte in, met directe gevolgen voor de rendabiliteit van landbouwbedrijven en uiteindelijk ook voor de voedselprijzen. Dierlijke mest daarentegen is lokaal beschikbaar. Het gebruik ervan vraagt geen import, geen afhankelijkheid van internationale markten, en geen blootstelling aan geopolitieke schokken. Meer inzetten op dierlijke mest betekent dus meer stabiliteit en voorspelbaarheid voor onze landbouwsector.
Maar het is niet alleen een kwestie van kostprijs. Het is ook een kwestie van duurzaamheid. Kunstmest is in veel gevallen een fossielintensief product en is minder klimaatvriendelijk. De productie ervan vergt grote hoeveelheden aardgas en gaat gepaard met aanzienlijke CO₂-uitstoot. Dierlijke mest past in een circulair model: nutriënten die op het bedrijf aanwezig zijn, worden opnieuw ingezet.
Daarbovenop komt een strategisch argument dat in de huidige context niet te onderschatten is: autonomie. Vandaag wordt een aanzienlijk deel van de kunstmest in Europa ingevoerd. Dat maakt onze landbouw kwetsbaar. Door meer dierlijke mest te benutten, versterken we onze eigen voedselzekerheid en verminderen we onze afhankelijkheid van externe leveranciers.
Dankzij meer rechtstreeks gebruik van dierlijke mest op grasland kunnen we ook meer instaan voor eigen veevoer, waardoor de nood aan ingevoerde voeders zoals sojaschroot afneemt.
Tegen deze achtergrond valt het te betreuren dat deze evaluatie geen concrete voorstellen bevat om het wetgevend kader te moderniseren of te vereenvoudigen.
De Commissie erkent zelf dat verdere verbetering nodig is
Hoewel de Europese Commissie besluit dat de Nitraatrichtlijn "algemeen doeltreffend" is gebleven, geeft ze tegelijk toe dat belangrijke uitdagingen blijven bestaan. De Commissie erkent dat de uitvoering van de richtlijn niet altijd efficiënt verloopt en dat er mogelijkheden zijn om de administratieve lasten voor landbouwers te verminderen en de maatregelen beter af te stemmen op lokale omstandigheden.
De evaluatie wijst er ook op dat klimaatverandering een steeds grotere invloed heeft op de waterkwaliteit en dat lidstaten meer flexibiliteit moeten krijgen om maatregelen aan te passen aan veranderende weersomstandigheden. Ook de nood aan innovatie, kennisuitwisseling en nieuwe technieken wordt expliciet benadrukt.
Positief is dat de Europese Commissie zelf aangeeft dat er ruimte is voor vereenvoudiging. Samen met de lidstaten wil zij bekijken hoe regels werkbaarder kunnen worden gemaakt, administratieve lasten kunnen dalen en meer rekening kan worden gehouden met lokale omstandigheden. Het is nu belangrijk dat deze intenties ook worden omgezet in concrete vereenvoudigingen op het terrein.
Erken de voortrekkersrol vanveedenseregio’s in duurzaam nutriëntenbeheer
De Europese Commissie erkent in haar evaluatie dat de kosten van de uitvoering van de Nitraatrichtlijn zich vooral concentreren in regio’s met een hoge veedichtheid, zoals Vlaanderen. Tegelijk concludeert zij dat deze kosten de concurrentiekracht van de sector in het algemeen niet wezenlijk aantasten. Voor veel Vlaamse landbouwers is dat een moeilijk te plaatsen conclusie. Zij hebben de voorbije decennia immers fors geïnvesteerd in mestverwerking, emissiereducerende technieken, precisiebemesting, bijkomende administratieve verplichtingen en een steeds strenger regelgevend kader. Tegelijk stelt de Commissie dat de uitdagingen in veedense regio’s nog altijd groot blijven en dat daar verdere inspanningen nodig zijn. Net daarom zou de focus niet alleen mogen liggen op bijkomende maatregelen, maar ook op het erkennen van de inspanningen en de kennis die in deze regio’s reeds werden opgebouwd. Regio’s zoals Vlaanderen kunnen net een belangrijke rol spelen als voorbeeld van hoe landbouw, circulariteit en milieudoelstellingen steeds beter met elkaar kunnen worden verzoend.
Wat bracht Boerenbond aan tijdens de evaluatie?
Boerenbond heeft tijdens de openbare raadpleging gewezen op het feit dat de context vandaag sterk verschilt van die van 1991, toen de Nitraatrichtlijn werd opgesteld. Land- en tuinbouwers gebruiken meststoffen vandaag veel gerichter en efficiënter dan dertig jaar geleden. Dierlijke mest moet daarbij niet alleen bekeken worden als een potentieel probleem, maar ook als een waardevolle circulaire grondstof die kunstmest kan vervangen.
Daarnaast vroeg Boerenbond aandacht voor de specifieke situatie van Vlaanderen. Het Vlaamse meetnet is bijzonder dicht uitgebouwd en meetpunten worden soms beïnvloed door andere bronnen zoals huishoudens, riooloverstorten, waterzuiveringsinstallaties of historische nitraatvoorraden in bodem en grondwater. Daardoor weerspiegelen resultaten niet altijd uitsluitend de huidige landbouwpraktijk. Boerenbond vroeg daarom een eerlijkere beoordeling van de landbouwinspanningen en meer uniformiteit in monitoring tussen de Europese lidstaten.
Boerenbond stelde tijdens de evaluatie ook de vraag of een cyclus van vier jaar voor de mestactieplannen nog wel logisch is. Waterkwaliteit reageert vaak traag op maatregelen en de Europese Commissie erkent zelf dat effecten in bepaalde gebieden pas na vele jaren zichtbaar worden. Toch worden actieprogramma’s om de vier jaar opnieuw geëvalueerd en vaak verder verstrengd. Boerenbond vroeg daarom om de looptijd te verlengen naar acht jaar, zodat maatregelen voldoende tijd krijgen om effect te hebben en beleid kan worden gebaseerd op gemeten resultaten in plaats van steeds nieuwe verstrengingen.