Droogte kent geen grenzen: wat Vlaanderen kan leren van Wallonië, Frankrijk en Nederland
Aangemaakt op
Droogte vormt een steeds grotere uitdaging voor het waterbeheer in Europa. Langdurige neerslagtekorten, hoge temperaturen en toenemende verdamping leiden niet alleen tot lagere grondwaterstanden, maar doen ook de debieten in waterlopen sterk dalen. De vier belangrijkste rivieren van Europa, de Loire, de Po, de Rijn en de Donau, bereikten in augustus 2026 historisch lage waterstanden. Drinkwatervoorziening, landbouw, energieproductie, scheepvaart en ecosystemen staan onder toenemende druk.
In Vlaanderen werkt men aan structurele aanpak van droogte en wateroverlast via de Blue Deal. Het afwegingskader droogte is de leidraad voor een reactieve aanpak tijdens droogteperiodes. Droogte stopt echter niet aan de landgrenzen. Daarom vergelijken we hoe Wallonië, Nederland en Frankrijk zich wapenen tegen langdurige droogte en welke gevolgen die maatregelen hebben voor de land- en tuinbouw.
Vlaanderen: reactief afwegingskader droogte
In Vlaanderen wordt droogte opgevolgd aan de hand van verschillende indicatoren zoals waterpeilen, debieten, neerslagtekorten en grondwaterstanden. Bij het beheer van droogte zijn er vier beheerniveaus: groen (normaal beheer), geel (preventieve maatregelen door beheerder), oranje (maatregelen afgestemd door de droogtecommissie) en rood (crisiscoördinatie door de provinciale of federale crisiscel). De Vlaamse droogtecommissie treedt in werking tijdens langdurige droogteperiodes en zorgt voor een afgestemd reactief droogtebeheer. De droogtecommissie beslist over nodige maatregelen om water te besparen en watervoorraden optimaal te benutten. Op provinciaal niveau wordt het droogteoverleg geleid door de provinciegouverneurs. Zij coördineren de lokale aanpak van waterschaarste en droogte en kunnen tijdelijke onttrekkingsverboden uitvaardigen voor de onbevaarbare waterlopen en publieke grachten om onherstelbare schade aan de ecologische toestand van waterlopen te voorkomen.
Het reactief afwegingskader droogte dient als beslissingsondersteunend instrument voor maatregelen tijdens droogteperiodes. Het uitgangspunt van het afwegingskader is dat onomkeerbare schade aan kwetsbare natuur moet worden vermeden. Daardoor wordt landbouw vaak al vroeg geconfronteerd met beperkingen op wateronttrekking uit onbevaarbare waterlopen. Op de bevaarbare waterlopen komen captatieverboden pas later in beeld. Hier kijkt men eerst naar het instellen van hogere peilen, beperkingen op pleziervaart, diepgangbeperkingen en schutbeperkingen.
Landbouwers in Wallonië die eigenaar zijn van percelen langs een onbevaarbare waterloop kunnen gebruikmaken van het zogenaamde oeverrecht. Dat laat toe water gratis te onttrekken voor aangrenzende percelen zonder vergunning, zolang de hoeveelheid en kwaliteit van het water niet substantieel worden gewijzigd. Tijdens droogte moet er nagegaan worden of de onttrekking geen schade toebrengt aan de ecologische toestand van de waterloop. Aangelanden moeten daarom informatie inwinnen bij de waterbeheerder. Voor niet-aanpalende percelen bestaat er geen uitgewerkt wettelijk systeem en moet de waterbeheerder toestemmingen geven, maar die toestemming wordt slechts uitzonderlijk verleend.
Het oeverrecht is niet van toepassing op de bevaarbare waterlopen. Het is wel mogelijk om bij de waterbeheerder (Direction des Voies Hydrauliques) een aanvraag voor wateronttrekking in te dienen.
Voor tijdelijke mobiele wateronttrekkingen kan een tijdelijke, uitzonderlijke vergunning worden verleend voor een periode van minder dan drie maanden, op voorwaarde dat de captatie niet gedurende drie maanden ononderbroken plaatsvindt. Er zijn geen kosten verbonden aan de aanvraag of vergunning.
Voor permanente mobiele wateronttrekkingen moet 30 dagen voor de gewenste onttrekking een schriftelijke aanvraag worden ingediend bij de waterbeheerder. Aan de aanvraag zijn dossierkosten verbonden.
Voor permanente vaste wateronttrekkingen moet 60 dagen voor de gewenste onttrekking een schriftelijke aanvraag worden ingediend bij de waterbeheerder. Er zijn zowel dossierkosten als een jaarlijkse vergoeding verschuldigd
Momenteel is tijdens deze droogteperiode elke seizoensgebonden wateronttrekking vanop de openbare weg verboden. Elke seizoensgebonden wateronttrekking uit een waterloop, mits het oeverrecht wordt gerespecteerd, moet vooraf worden gemeld bij de beheerder van de waterloop.
Sommige gemeenten vaardigen, om het gebruik van leidingwater te beperken, politiebevelen uit met de volgende verboden:
Het wassen van alle voertuigen met een tuinslang, tenzij dit wordt gedaan door een professioneel voertuigreinigingsbedrijf;
Het vullen van bassins, zwembaden en vijvers of andere individuele opslagvoorzieningen (bijv. een stortbak);
Het reinigen van gevels, terrassen, trottoirs, paden, straten en goten;
Het besproeien van binnenplaatsen, gazons of sportvelden en siertuinen (het besproeien van moestuinen blijft toegestaan als dit op een andere manier dan met een slang of hogedrukspuit gebeurt);
Het besproeien van gebouwen, tenzij dit gebeurt als onderdeel van werkzaamheden die deze handeling essentieel maken of ingrijpen noodzakelijk is voor de openbare veiligheid/gezondheid;
Nederland heeft net als Vlaanderen vier droogteniveaus, namelijk groen (normaal beheer), geel (dreigende watertekorten), oranje (feitelijke watertekorten) en rood (crisis watertekort). Opschaling gebeurt bij overschrijding van parameters zoals het afvoerdebiet van de Rijn en Maas.
Opschalingsniveaus en criteria bij watertekort in Nederland (Landelijk Draaiboek Waterverdeling en Droogte)
Bij code oranje en code rood moeten keuzes worden gemaakt over de verdeling van het beschikbare water. Het kader daarvoor is de verdringingsreeks. De verdringingsreeks gaat enkel over de verdeling van oppervlaktewater. De Omgevingswet biedt ook de mogelijkheid de categorie 3 en 4 van de verdringingsreeks van toepassing te verklaren op grondwater. Binnen de categorieën 1 en 2 is sprake van een prioriteitsvolgorde. Binnen de categorieën 3 en 4 vindt onderlinge prioritering plaats op basis van minimalisatie van de economische maatschappelijke schade. Ook kan de provincie regionale belangen toevoegen.
Verdringingsreeks bij watertekorten
De hoogste prioriteit gaat naar veiligheid en voorkomen van onomkeerbare schade. Langdurige droogte kan de stabiliteit en veiligheid van waterkeringen onder druk zetten, waardoor in ernstige gevallen scheurvorming, verzakkingen of zelfs het bezwijken van waterkeringen kunnen optreden. Daarna volgen de drinkwater- en energievoorziening. In de derde categorie komen proceswater en “kleinschalig hoogwaardig gebruik” aan bod. De overige landbouwtoepassingen vallen in categorie vier, samen met onder meer scheepvaart en recreatie.
Opvallend is dat Nederland ruimte laat om bepaalde ’kapitaalintensieve gewassen’ te beschermen. Het gaat om gewassen waarbij een totale mislukking van de oogst dreigt door watertekorten of situaties waarin relatief weinig water grote schade kan voorkomen. In de handleiding van de verdringingsreeks staat dat hierbij gedacht kan worden aan volgende type gewassen:
Glastuinbouw, bollenteelt, bomenteelt/sierplantenteelt, fruitteelt, bloementeelt, groenteteelt etc. (relatief hoge economische waarde in €/ha en/of relatief veel werkgelegenheid in arbeidseenheden/ha).
Bijzondere gewassen: bijvoorbeeld onderzoeks-, veredeling- en zaadvermeerderingsgewassen, diverse medicinale gewassen, gewassen met cultuurhistorische waarde en gewassen die van belang zijn voor het borgen van genetische diversiteit et cetera.
Frankrijk: van captatieverboden naar waterbudgetten
Het droogtebeheer in Frankrijk wordt decentraal georganiseerd via autonome beslissingen door de préfets van de departementen. Ook hier werken ze met vier droogteniveaus. Niveau 1 (waakzaamheid) is bedoeld om de bevolking en de privésector tijdig te waarschuwen en bewust te maken van een dreigend watertekort. Niveau 2 (alertheid) treedt in werking zodra vastgelegde drempelwaarden voor waterloopdebieten en freatische grondwaterstanden worden bereikt. Vanaf dan gelden de eerste maatregelen om wateronttrekking te beperken. Wanneer de waterbeschikbaarheid verder afneemt, gaat niveau 3 (verhoogde alertheid) van start. De beperkingen op wateronttrekking worden dan strenger en kunnen uitmonden in een volledig verbod, om een crisissituatie te voorkomen. Niveau 4 (crisis) is het crisisniveau. Dit treedt in werking wanneer de drinkwatervoorziening, volksgezondheid, veiligheid, voedselvoorziening of het ecologisch leven in en rond waterlopen in gevaar komt. In dat geval wordt elk niet-essentieel watergebruik verboden.
Voor de landbouw kunnen, afhankelijk van het departement, beperkingen gelden op de uren waarop irrigatie is toegestaan of op het toegelaten onttrekkingsvolume. Bij niveau 2 kan bijvoorbeeld een sproeiverbod gelden tussen 9 en 20 uur, of twee dagen per week een onttrekkingsverbod.
Wat vooral opvalt, is de evolutie naar volumetrisch irrigatiebeheer beschreven in het interdepartementaal kader van Nord en Pas-de-Calais. In de departementen Nord en Pas-de-Calais krijgt elke landbouwer vooraf een jaarlijks watervolume toegewezen op basis van zijn teeltplan. Het volumetrisch irrigatiebeheer geldt voor zowel oppervlaktewater als grondwater. De landbouwers moeten ieder jaar voor 31 maart via de online tool “Irrig’Eau” hun teeltplan en bijhorende oppervlakten doorgeven. Op basis van de aangifte en forfaitaire irrigatievolumes per gewas wijst de overheid aan iedere landbouwer volumes voor het lopende jaar toe.
De landbouwers moeten voor 31 mei de aan hen toegewezen volumes verdelen over de voorjaarsperiode, over de zes periodes van twee weken (‘quinzaines’) van 1 juni tot en met 31 augustus en over de periode van 1 september tot en met 31 oktober. Afhankelijk van het droogteniveau vermindert men de 2-wekelijks toegestane volumes met een bepaald percentage:
Waakzaamheid: vermindering met 5 % van de toegewezen volumes
Alertheid: vermindering met 10%
Verhoogde alertheid: vermindering met 20%
Crisis: irrigatie verboden, behalve bij gebruik van alternatieve waterbronnen (hergebruik van gezuiverd afvalwater, regenwater, winterwater, etc)
Aan het einde van elke ‘quinzaine’ moet de landbouwer via Irrig’Eau het verbruikte volume doorgeven op basis van de meterstand van het onttrekkingspunt. De aangifte moet worden gedaan binnen 48 uur na afloop van de periode van twee weken. Ongebruikte volumes kunnen worden meegenomen naar de volgende ‘quinzaine’, maar tijdens droogte worden die afgewaardeerd (met 5, 10 of 20%).
Frankrijk maakt ook een onderscheid naargelang de irrigatiemethode, druppelirrigatie blijft bijvoorbeeld toegelaten tenzij het droogteniveau crisis is.
Alle landen monitoren de droogte aan de hand van verschillende parameters, veelal op basis van debiet en grondwaterstanden. Vlaanderen, Frankrijk en Nederland onderscheiden verschillende droogteniveaus waaraan maatregelen gekoppeld zijn. Wallonië definieert geen droogteniveaus.
Nederland werkt met een verdringingsreeks waarbij irrigatiewater voor kapitaalintensieve gewassen voorrang krijgen op andere gewassen. De keuze wat onder kapitaalintensieve gewassen valt ligt bij de provincies en kan gevoelig liggen. Bovendien bevat categorie 4 nog een groot aantal watergebruik, wat nog veel ruimte geeft aan de provincies.
Frankrijk zet in op vooraf toegewezen watervolumes (voor grond- en oppervlaktewater) die tijdens de droogte worden afgebouwd. Dit zorgt voor meer voorspelbaarheid voor landbouwers en zorgt dat er pas in de fase van crisis een volledig irrigatieverbod is. Het systeem betekent wel bijkomende administratieve lasten tijdens drukke veldwerkzaamheden.
In Wallonië moet er tijdens droogte nagegaan worden of de ecologische toestand van de waterloop geen schade ondervindt door de onttrekking. De waterbeheerders hebben een rol in het al dan niet goedkeuren van de onttrekkingen.
De impact van droogte verschilt sterk van regio tot regio. Daarom zijn gebiedsgerichte maatregelen en oplossingen noodzakelijk. Land- en tuinbouwers werken met levende materie en kunnen hun productieprocessen niet zomaar stilleggen. De beschikbaarheid van voldoende water van goede kwaliteit is daarom essentieel. In tijden van droogte is er nood aan een afwegingskader waarin alle maatschappelijke belangen evenwaardig worden afgewogen. In Vlaanderen zijn structurele oplossingen nodig, waarbij snellere vergunningen voor wateropslag en samenwerkingen tussen bedrijven een belangrijke rol spelen.