Boerenbond vertolkt twee jaar de Europese stem in de World Farmers Organisation
Aangemaakt op
Pieter Verhelst, die als lid van het Hoofdbestuur van Boerenbond het internationaal beleid opvolgt, werd begin juni verkozen als bestuurslid binnen de World Farmers’ Organisation (WFO). Dat gebeurde op de jaarlijkse algemene vergadering in Nairobi, Kenia. Elk werelddeel heeft recht op één zitje in de ‘board’ van deze wereldwijde koepelorganisatie voor landbouworganisaties. Voor Europa zal Pieter nu de volgende twee jaar de belangen van de landbouwers met vuur en vlam verdedigen.
Pieter Verhelst, voorzitter van de WFO Mwendah M'Mailutha en Boerenbond-voorzitter Lode Ceyssens.
Pieter, wat ishet belang van zo’n wereldwijde organisatie?
We vinden het belangrijk om niet alleen op lokaal en Vlaams niveau onze stem te laten horen, maar ook op het Europese en zelfs het wereldniveau. Daarvoor moeten we ons goed organiseren. Net zoals bij onze Europese koepel Copa-Cogeca stonden we met Boerenbond mee aan de wieg van de WFO, die intussen zo’n tien jaar geleden werd opgericht, alsook bij haar voorganger FIPA (Fédération Internationale des Producteurs Agricoles). De vraag om deze rol vanuit Boerenbond op te nemen binnen het bestuur van de WFO komt trouwens van onze Europese collega's. Dat toont aan dat we, via Copa-Cogeca, een sterke rol spelen in de internationale belangenbehartiging. De WFO is een groeiende organisatie die momenteel 80 leden uit 55 landen telt.
Dat zijn veel verschillende meningen aan tafel?
De uitdagingen waar de sector voor staat, zijn wereldwijd gelijklopend. Waar ook ter wereld, landbouwers willen een goede prijs krijgen voor hun product. Daarnaast hebben de huidige vraagstukken en regelgeving rond klimaat en milieu in alle landen gevolgen voor onze sector. En de druk van andere spelers en belangengroepen, onder andere wat grondgebruik betreft, komt ook steeds terug.
De WFO richt zich op deze gedeelde wereldwijde uitdagingen zoals markttoegang, klimaatverandering en biodiversiteit waarbij gestreefd wordt naar een eerlijke handelsstructuur die functioneert op basis van vastgelegde, afgesproken en bindende regels.
Wat zijn de punten die we vanuit Europa, en zelfs Boerenbond, op de globale agenda willen zetten?
Een belangrijk focuspunt voor Europa binnen de WFO is de klimaatdiscussie, en alle gevolgen die het beleid daarrond heeft voor de landbouw. De WFO probeert het "zwart-wit beeld" rond landbouw te nuanceren, waarbij de sector vaak als aanjager van klimaatverandering wordt aangewezen. We zijn er alvast in geslaagd, door een gezamenlijk gedragen standpunt uit te werken, om het belang van voedselzekerheid en voedselproductie ook in het Klimaatakkoord van Parijs te laten opnemen. De milieuparameters moeten verbeteren maar wel zonder dat de voedselzekerheid in het gedrang komt. Dergelijke schijnbaar kleine toevoegingen zijn zeer belangrijk bij de verdere evenwichtige invulling van milieu- en klimaatbeleid. We werken graag mee aan een beleid dat ons klimaat en milieu beschermt, maar de wereldbevolking moet ook eten.
Hoe verloopt die standpuntinname?
Dat gebeurt zeer democratisch. In de verschillende werkgroepen worden standpunten voorbereid met input van alle leden. Het hoofdbestuur komt ongeveer zes keer per jaar samen, om praktische redenen gebeurt dat meestal digitaal. Op de algemene vergadering, die jaarlijks plaatsvindt, worden dan de uitgewerkte beleidsdocumenten finaal besproken en goedgekeurd. Op de laatste bijeenkomst in Nairobi ging het onder meer over grondrechten en de problematiek van "land grabbing". Belangrijk is dat alle standpunten vanuit de landbouworganisaties, dus de boeren zelf, komen.
Met Boerenbond beseffen we al heel lang het belang van allianties te sluiten en met andere organisaties het gesprek aan te gaan om elkaar te kunnen versterken. Daar worden we zelf ook sterker van.