Zelf is ze niet van boerenafkomst, maar Deborah (37) had wel nuttige ervaring toen ze samen met Niels (36) in zijn ouderlijk bedrijf instapte. De jaren ervoor werkte ze in een boekhoud kantoor dat veel landbouwklanten kende, met veel kennis binnen de landbouw. “Ik leerde er van dichtbij de administratie ach ter een landbouwbedrijf kennen en wist zo aan welke verplichtingen je als landbouwer moet voldoen. Het zijn er veel en er komen er nog altijd bij”, aldus Deborah. Wat nog? “Dat je op het vlak van administratie alles consequent moet bijhouden. Nog steeds hou ik mijn bureau graag proper. Al heb ik de details van het papierwerk wel een beetje losgelaten. De focus ligt nu op de hoevewinkel.”
Energie krijgen
Dat Deborah iets in de korte keten wou doen, stond immers al vrij vlug vast. “Ik werkte vroeger vaak mee in de horecazaak van mijn neef. Ik merkte er dat ik energie kreeg van het bedienen van klanten, meer dan van het invullen van papier.” Schoon ouders Ria Decapmaker (59) en Hendrik Legrand (61) zijn nog steeds actief in het bedrijf. Toen Deborah nog voltijds bij het boek houdkantoor werkte, startte Ria al met het opstarten van de hoeveverkoop. Eerst ging het om aardappelen en spruiten uit de schuur, later kwamen er ook automaten bij. In 2022 nam Deborah vervolgens ontslag om zich helemaal te richten op de voorbereiding van de hoevewinkel, die in 2023 openging. Niels werkte toen al tien jaar mee op het landbouwbedrijf. De winkel is ruim en sfeervol ingericht, met aandacht voor elk detail. “We willen dat klanten hier hun wekelijkse boodschappen kunnen doen.”
Niet voor de hypes
De winkel is elke dag open, behalve de dinsdag. Dan gaat Deborah langs bij collega-landbouwers in de buurt om appels, peren, aardbeien, sla, tomaat, venkel, boontjes, bessen, courgetten … te halen om zo het eigen aanbod te verrijken. “Onze leuze is vers van ’t veld. Mensen komen hier niet voor de hypes, maar voor kwalitatieve producten met een verhaal. Mensen kopen van mensen. Er zit handenarbeid in de producten die we aanbieden; boeren steken hun hart erin.”
De hoevewinkel blijft een logisch verlengde van het landbouwbedrijf. De eigen producten zijn de basis van de hoevewinkel. “We hebben zelf de aardappelen, de spruiten, het varkensvlees en de eieren. Van onze eieren maken we advocaat en binnenkort hebben we ook pasta, gemaakt met onze eieren. Hoe authentieker, hoe leuker dat ik het vind.” De komst van de twee mobiele kippenstallen was dan voor Niels en Deborah een logische aanvulling. “Eieren rapen bij de scharrelende kippen op de weide, da’s een romantisch beeld. Maar als het regent of koud is, staan we er natuurlijk ook.”
Tijd brengt raad
De hoevewinkel is op korte tijd een belangrijke tak geworden op het landbouwbedrijf van Deborah en Niels, maar het landbouwbedrijf blijft de centrale spil. “Wat er nu is, willen we verder doen, maar met de nodige aanpassingen. We doen nog heel veel zelf. We rooien onze eigen aardappelen, doen al het sproeiwerk zelf, net als het onderhoud van de machines. Hendrik en Ria werken nog veel mee op het bedrijf, maar dat zal in de toekomst wellicht verminderen. We moeten het werk nog allemaal gedaan krijgen. Nu werken we al in de winkel met twee vaste halftijdse krachten. Mogelijk moeten we in de toekomst nog meer een beroep doen op externen. Tijd brengt raad.”
Niets gewaagder
De zeugenstal voor zo’n 250 zeugen uit 2008 kan nog een tijdje mee, maar de vleesvarkensstal zal sneller aan vervanging toe zijn. “De onzekerheid boven de sector is echter groot. Als boer wordt er veel boven je hoofd beslist.” Dat gebeurt in een sector waarin risico sowieso een onderdeel van de stiel is. “Boeren is risico’s nemen. Als je een uitdagende job wil met veel werk zonder te weten of je op het einde veel zal overhouden, moet je landbouwer worden”, typeert Deborah de sector met een knipoog.
“Mensen komen niet voor hypes maar voor kwalitatieve producten van het veld.”
Effect van de wereld op de spruit
Wat er gebeurt op het wereldniveau beïnvloedt de landbouw, en ook het klimaat speelt mee. Dat bevestigt ook Niels met het voorbeeld van de spruitenteelt, een van de belangrijkste teelten op het bedrijf. “Vandaag zijn er bij de afnemers zorgen over handelstarieven. Vorig jaar bleef de opbrengst achter door de late planttijdstippen als gevolg van de regen. In 2023 waren er de overstromingen. De jaren daarvoor waren de opbrengsten niet in verhouding met de inflatie, die nog eens verergerde door de oorlog in Oekraïne”, illustreert Niels.
Altijd bereikbaar
Ook in de korte keten komt niets vanzelf. “Je moet om te beginnen al een goede ligging hebben en er de persoonlijkheid voor hebben. Het moet je ook liggen: als land- en tuinbouwer leef en werk je soms op een eiland. Maar met een hoevewinkel is het het tegenovergestelde: je moet altijd klaarstaan. Ik krijg er energie van als het gezellig druk is in de winkel en vind het oké om altijd bereikbaar te zijn, maar ik kan me gerust inbeelden dat anderen daar anders over denken”, vertelt Deborah.
Betrokkenheid vergroten
Zowel in de winkel als op het bedrijf staan Niels en Deborah er niet alleen voor. In de winkel zijn er de medewerkers en op het veld de seizoenarbeiders. In de varkensstallen nemen Ria en Hendrik het gros van het werk voor hun rekening. Ook op de Dag van de Landbouw krijgen Niels en Deborah heel wat steun, maar dan van vrijwilligers van de lokale landelijke gilde en Ferm. “Schrijf maar gerust op dat het zonder hun steun niet mogelijk zou zijn om de Dag van de Landbouw op ons bedrijf te organiseren. Met onze deelname willen we de band tussen producent en consument sterker maken. Mensen vinden de herkomst van hun voedsel best wel belangrijk; dat merken we in onze winkel. Door ons open te stellen voor het publiek vergroten we de betrokkenheid en waardering voor de inspanningen die wij, en ook onze collega’s dagelijks leveren. Daar werken we graag aan mee.”