“Boer of bankier, iedereen moet zichzelf kunnen zijn”
Aangemaakt op
Eind augustus wordt Mister Gay Belgium 2026 verkozen. Eén van de kandidaten is Ben Scheelen (32), een boerenzoon in Pelt die nu in Antwerpen woont en daar filiaalmanager is bij een bank. Alle 12 finalisten moeten een thema kiezen waarvoor ze aandacht willen vragen, en bij Ben is dat plattelandsdiversiteit. Als jonge twintiger die op het platteland zijn coming out beleefde, voelde hij zich niet altijd even zelfzeker. En twijfelen aan jezelf is net iets wat je op zo’n moment niet nodig hebt.
Ben Scheelen verhuisde van Limburg naar Antwerpen. “In de stad is diversiteit veel zichtbaarder aanwezig dan op het platteland.”
“Ik groeide op als vierde kind - een nakomertje - op een melkveebedrijf in Pelt en had altijd veel interesse in de sector”, begint Ben. “Ik studeerde landbouw aan het Biotechnicum en ging daarna agro- en biotechnologie in Geel studeren. De component chemie in de richting voedingsmiddelentechnologie bleek toch niks voor mij, dus heroriënteerde ik mij naar bedrijfsmanagement.”
“Toen ik begon te werken was dat eerst bij mijn broer die rundersperma verkocht. Toen leerde ik mijn - intussen ex - man kennen, verhuisden we naar Mechelen en sinds begin dit jaar woon ik alleen in Antwerpen. Dicht bij mijn werk als filiaalmanager bij een bank in Merksem en Schoten. Intussen hebben mijn ouders het melkveebedrijf niet meer, maar ze bewerken nog wel het land en ik help af en toe met het papierwerk. De band met de sector heb ik nooit helemaal verbroken en stilaan kriebelt het toch weer om er dichter bij te staan.”
Thema
Ben had zich voor Mister Gay Belgium ingeschreven ‘voor de fun’, maar werd uitgenodigd voor een castinggesprek dat goed verliep. Enkele rondes later behoort hij tot de 12 finalisten. Die kiezen allemaal een thema waarvoor ze zich extra willen engageren. “Dit is geen verkiezing omwille van looks. Het gaat om het ambassadeurschap voor de regenbooggemeenschap. Daarin krijg je de kans om een thema aan te kaarten waarvan je zelf voelt dat het nodig is.” En dat werd dus diversiteit op het platteland. Ben woont nu in de stad, waar diversiteit heel zichtbaar is. Op de buiten is dat veel minder zo.
“Ik outte mij thuis toen ik 21 was. Dat is niet bijzonder vroeg of laat, maar ik wist zelf al wel langer dat ik op jongens viel. Alleen werd daar bij ons thuis niet over gesproken. Op zich hebben mijn ouders het goed opgevat, dus dat was geen probleem. Maar ik ben mijzelf wel gaan afvragen waarom het zo moeilijk was om die drempel over te gaan en over dat topic te spreken. Ook na mijn coming out. Eigenlijk praten wij pas nu met de verkiezing, 12 jaar later dus, echt over de zaken waar ik toen mee zat.”
“Dat is ook wat ik hoop dat ik hiermee kan bereiken. Of je nu op het platteland woont of op de buiten, of je nu boer bent of bankier, iedereen moet zichzelf kunnen zijn. Ik zou het fantastisch vinden dat er aan keukentafels op het platteland over gesproken wordt, zodat kinderen weten dat ze het hierover kunnen hebben met hun ouders. Nu ik in Antwerpen woon, zie ik elke dag heel diverse mensen in het straatbeeld. En dat is heel leuk! Op de buiten zie je dat veel minder, dat maakt dat mensen er minder mee bezig zijn. Of dat is althans mijn perceptie. Want ik ben nooit slecht behandeld op het platteland, maar ik voelde het wel altijd aan of de drempel groter was. En dat gevoel is voor een jongere (of minder jongere) die uit de kast komt echt wel moeilijk.”
Nog altijd nodig
“Zelfs nu nog. Mensen die mij persoonlijk helemaal aanvaarden, staan niet te springen om mijn flyers te verspreiden omdat ze niet willen dat er aan de toog over gezeverd wordt. Bij een interview in de krant Belang van Limburg poseerde ik met mijn lint in de koestal, en dan kreeg ik de vraag ‘is dat nu nodig?’. En dat is precies mijn punt. Zolang we die vraag stellen, is het heel erg nodig. Hoe verder we in de wedstrijd komen, hoe competitiever ik word. Nu wil ik natuurlijk graag winnen! Maar zelfs als ik niet win, ga ik niet stoppen om mij in te zetten voor aanvaarding en diversiteit zowel in de stad als op het platteland.”
En wie weet brengt Ben later die twee werelden nog dichter bij mekaar. “Ik heb nooit helemaal afscheid genomen van de sector, en de laatste maanden begint het echt wel te kriebelen. Mijn ouders hebben hun melk altijd geleverd aan de melkerij. Zelf zag ik wel wat in verwerking. Het bedrijf hebben zij intussen niet meer dus die piste kan ik niet inslaan. Maar in samenwerking met een landbouwer melk verwerken tot hoeve-ijs en die verkopen in de stad, is misschien wel een toekomstdroom.”
Libramont viert 100 jaar en vraagt Belgische landbouwers hun stem te geven in een Grote Raadpleging over klimaat-, energie- en toekomstuitdagingen voor de landbouw.
Wie denkt aan landbouw in Portugal denkt waarschijnlijk spontaan aan olijven en kurkeiken, sinaasappels en wijndruiven. Dat klopt, maar ook de veehouderij heeft voet aan grond. We gingen op bezoek bij een Nederlandse Limousin-fokker en een melkveebedrijf dat zelf yoghurt produceert.
Tijdens de eerste dag van onze reis in Italië kwamen twee sterk gespecialiseerde melkveebedrijven in beeld. Buffels en koeien melken wordt er gecombineerd met energieproductie.
We zijn nog maar halfweg de zomer, maar de hittedagen hebben zich al volop aangediend. Voor runderen, die moeite hebben om hun lichaamstemperatuur onder controle te houden, zijn dat zware periodes. Ook vleesveehouders staan voor een uitdaging en moeten soms creatief uit de hoek komen om hun dieren verkoeling te bieden.
VitiTyp bundelt pcfruit en ILVO in een Vlaams wijnbouwproject dat fenologie, rijping en teeltmaatregelen opvolgt om wijnbouwers met praktijkgericht onderzoek slimmer en rendabeler te laten telen.