Menu

Oplossing voor diervriendelijke huisvesting van konijnen

Terug naar Boer in de kijker
Sector: 
Regio: 

Walter Segers en Yves De Bie

Minderhout
Walter (60) en zijn schoonzoon Yves (38) baten een konijnenhouderij uit, dankzij forse investeringen is het bedrijf een van de modernste in ons land.

In 2014 won Yves De Bie de innovatiecampagne met de ontwikkeling van een nieuwe konijnenkooi. Zit jij al een tijdje te broeden op een nieuw product, een moderne technologie of een betere bedrijfsorganisatie? Wil je je idee net als Yves De Bie uitwerken? Schrijf je dan in voor de innovatiecampagne.

 

 

Diervriendelijke huisvesting

Konijnenhouders Walter Segers en zijn schoonzoon Yves De Bie uit Minderhout deden grote investeringen om hun bedrijf Konzo, wat staat voor Konijnen Zondereigen, uit te bouwen tot een van de modernste konijnenhouderijen in de sector.

“Nadat GAIA hier in 2009 de rust is komen verstoren besloten we op zoek te gaan naar een diervriendelijkere huisvesting die ook economisch duurzaam is. In 2011 stapten we over naar groepshuisvesting voor de vleeskonijnen. Daarna zijn we gaan nadenken over een combikooi voor zowel voedsters als vleeskonijnen. Met de nieuwe stallen, die uitgerust zijn met deze nieuwe combikooien, heeft ons bedrijf een nieuwe grote stap gezet.” De nieuwbouw bestaat uit 4 compartimenten. "In elk compartiment is er plaats voor ongeveer 4400 vleeskonijnen of 576 voedsters met hun jongen. Daarnaast hebben we ook nog productie in onze oude stal en op een tweede locatie in Zondereigen. De arbeidsorganisatie moeten we nog verder op punt stellen. We werken volgens vaste protocollen bij al onze werkzaamheden.” Lieve, de vrouw van Walter, en Nele, de vrouw van Yves, en ook een familielid springen bij op de piekmomenten en helpen waar het kan.

Uitvinder

Het dak en de muren van de nieuwe stal zijn goed geïsoleerd en aan de ventilatie werd veel aandacht besteed. Het neusje van de zalm is de binneninrichting en het ontwerp van de nieuwe combikooi, een uitvinding van Yves. “Het project liep niet van een leien dakje”, vertelt hij. “Na de ontwerpen in 3D, maakten we een proefkooi. De uitdaging was een modulaire, diervriendelijke en arbeidsvriendelijke kooi te bedenken waar én de voedsters hun jongen konden werpen én waar de vleeskonijnen tot hun vertrek in een park konden verblijven. Met dien verstande dat de voedsters met hun jongen apart moeten kunnen zitten en de vleeskonijnen in groep. Voorwaarde was ook dat het systeem van ‘all-in, all-out’ kon toegepast worden, waarbij heel de inrichting grondig kan gereinigd worden en de voedsters altijd in een propere afdeling terechtkomen.”

De kooien zijn uitgerust met kunststofroosters (zoals die ook in biggenstallen worden gebruikt), met een voederpan en drinknippels, een nestruimte die gevuld is met vlasklodde, een opklapbaar platform, knaagmateriaal, hokverrijkingsmateriaal (holle buis) en een hooiruif. Via een schuif kan het nest van de kooi worden afgescheiden. Je kan het nest vlot controlen. In elk van de 4 compartimenten zijn er 8 rijen van 18 ‘parken’ voor de vleeskonijnen. Daarom spreekt men van parkkonijnen. Ieder park is 188 cm breed en 100 cm diep en ieder park is voorzien voor 31 vleeskonijnen. Dat voldoet aan de wettelijke norm van 800 cm² per vleeskonijn. In totaal kunnen er ongeveer 4400 vleeskonijnen in één compartiment worden opgefokt. Elk van deze parken kan je via tussenschotten opdelen in 4 kooien van 47 x 100 cm voor de huisvesting van de voedsters met hun jongen. In ieder compartiment kunnen 576 voedsters met hun jongen.


“Deze kooien zal je niet in de handel vinden. Voor ieder onderdeel zijn we op zoek gegaan naar de fabrikant die dat kon maken en alles is hier door ons ineen geknutseld. De kooien moeten praktisch zijn in het werk. We hadden nogal wat eisen gesteld. De tussenschotten moeten vlot geplaatst en weggenomen kunnen worden. Wij stockeren die in een speciale kar. Het platform mag niet in de weg zitten. De ruiven zijn praktisch. De mazen zijn zo bestudeerd dat de konijnen genoeg hooi kunnen nemen, maar zonder het risico op verspilling. Het knaagmateriaal moet precies geplaatst worden. De roosters moeten tegelijk vriendelijk zijn voor de poten van de konijnen en sterk en gemakkelijk te reinigen. En de mest moet er mooi door vallen. Onder de kooien ligt een doek waar de urine doorsijpelt en de mest op blijft liggen. Dat doek wordt machinaal opgerold waarbij de mest wordt verwijderd. De mest gaat voor een klein deel op eigen grond en voor het grootste deel op langeafstandstransport.”

De stal moet altijd goed vol zitten. Dat is een belangrijk aspect van een goed management.

Walter Segers en Yves De Bie

Vaste protocollen

Eén week voor het werpen worden de voedsters van hun jongen weggenomen en verhuizen ze naar een nieuwe, propere afdeling. Tien dagen na het werpen worden ze opnieuw kunstmatig geïnsemineerd. Walter: “Door te spelen met de lichtintensiteit wordt de bronst gestimuleerd. We insemineren 120 konijnen in een uur. De gemiddelde worpgrootte is 10 jongen. De dag van het werpen tellen we de jongen en leggen we de nesten gelijk naar 10 of 11. Dode jongen worden weggenomen. Twee dagen nadien controleren we de moeder en de jongen opnieuw en tellen de jongen nog eens. Een week later doen we dit nog eens over. Dat minutieus tellen is nodig omdat het anders kan gebeuren dat dode jongen verscholen blijven in het nestmateriaal en dat willen we zeker vermijden.
We geven 3 soorten voeder afhankelijk van de doelgroep: een voedsterkorrel, een speenkorrel of een afmestkorrel. Konijnen zijn gevoelig aan coccidiose. Zij worden ingeënt tegen mixomatose. Het is zaak om de dieren gezond te houden en op tijd in te schatten als er iets fout dreigt te gaan. Hygiëne in de stal is essentieel. Als de kooien leeg zijn worden ze grondig gereinigd. De stal moet altijd goed vol zitten. Dat is een belangrijk aspect van een goed management”, benadrukken Walter en Yves. “Alleen zo kan je ook leveren volgens de contractuele afspraken met de slachterij over het aantal dieren dat je zal afleveren en houd je de inkomsten op niveau."

Afzet

Na ongeveer 75 dagen zijn de parkkonijnen slachtrijp. Ze wegen dan zo'n 2,5 kg. "Parkkonijnen wegen doorgaans een goede 100 g minder dan kooikonijnen. Dat komt omdat ze meer kunnen bewegen. Ze gaan naar slachterij Lonki. Voor de parkkonijnen wordt een meerprijs betaald. Supermarkten maken er veel reclame voor. Hopelijk blijft die meerprijs ook als het aanbod van parkkonijnen groter wordt."

Konijnenbedrijf Konzo krijgt veel bezoek, zowel vanuit Vlaanderen als uit Europa en de rest van de wereld. Europese landen zoals Duitsland waar dierenwelzijn veel aandacht krijgt, zijn heel benieuwd naar de oplossingen die dit bedrijf heeft gevonden voor een diervriendelijke huisvesting van konijnen. Maar er komen ook delegaties uit Polen, Hongarije, China, Japan … en die kijken daar met heel andere ogen naar.

  • In de combikooi zitten de voedsters met hun jongen apart.

  • De roosters moeten tegelijk vriendelijk zijn voor de poten van de konijnen en sterk en gemakkelijk te reinigen.

  • Als de voedsters verhuizen worden de schotten weggenomen en komen er 31 konijnen samen in een groot park.

Meer boeren in de kijker

Met een beredeneerde gewasbescherming en de inzet van wkk’s, dubbele energieschermen en diffuus glas, proberen...
Het gemengd bedrijf van Dirk en Lut Devreese uit Zevekote ligt echt wel op de grens. Het ligt vlak bij de dorpskern, op...
Op de vraag naar de sterke punten van de bedrijfsvoering van schapenmelkerij Bosschelle, geeft Laurens De Middeleer een...