Welk belang krijgt land- en tuinbouw in toekomstig beleidsplan Ruimte Vlaanderen?
Aangemaakt op
Momenteel loopt een publieke consultatie over de conceptnota van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). In dit artikel geven we meer achtergrond bij dit dossier, en ook duiding bij de belangrijkste knelpunten.
Eerste stappen zijn gezet
Het BRV is de opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) en bepaalt de krijtlijnen voor het ruimtelijk beleid in Vlaanderen voor de komende decennia. Ook de provincies en gemeenten zijn sinds enkele jaren aan de slag om ruimtelijke beleidsplannen op te maken die hun ruimtelijke structuurplannen vervangen.
Ruimtelijke beleidsplannen bestaan enerzijds uit een strategische visie met een ruimtelijke visie op lange termijn en anderzijds uit beleidskaders met operationele beleidskeuzes die vaak gaan over een bepaald thema zoals economie, wonen of open ruimte.
De Vlaamse regering keurde op 14 juli een conceptnota goed, een eerste stap richting de goedkeuring van het BRV. Deze nota bouwt verder op een Strategische Visie die de Vlaamse regering in 2018 al heeft goedgekeurd waarin de zogenaamde ‘betonstop’ werd opgenomen. De conceptnota herbevestigt een aantal van deze principes van wat men nu de ‘bouwshift’ noemt.
De goedkeuring van de conceptnota is voor de Vlaamse regering een doorstart van het proces. Het is de eerste stap in de formele procedure om tot een definitief BRV te komen, wat in 2027 verwacht wordt. Na deze publieke consultatie zullen de beleidskaders verder worden uitgewerkt. Nadien komt er nog een nieuw openbaar onderzoek alvorens het BRV definitief wordt. Tot dan blijft het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen van kracht.
Ruimtelijk kompas
De conceptnota introduceert vooreerst een “ruimtelijk kompas”, als toetsingskader voor het ruimtelijk handelen. Dit bestaat uit de volgende zes “ruimtelijke ontwikkelingsprincipes”, die moeten zorgen dat de juiste ruimtelijke keuzes worden gemaakt :
Zorgvuldig ruimtegebruik: Zorgvuldig ruimtegebruik wordt bereikt door een hoog ruimtelijk rendement na te streven en door in te zetten op gedeeld en meervoudig (tijdelijk) gebruik. Ruimtelijk uitbreiden moet de uitzondering zijn.
(Potentiële) knooppuntwaarde en voorzieningenniveau zijn sturend: Goed gelegen locaties vangen bijkomende woonvragen, nieuwe voorzieningen en (verweven) werklocaties op.
Verweven wat kan, scheiden wat moet: Ook in de open ruimte is dit principe van toepassing. De groenblauwe dooradering is ook een vorm van verweving die versterkt dient te worden. Daarom zal er, naast een sterkere groenblauwe dooradering doorheen het hele landschap, ook concreet gewerkt worden aan de verdere realisatie van natuurverweving.
Het fysisch systeem is sturend: Het fysisch systeem omvat de natuurlijke elementen zoals water, lucht, bodem en de interacties daartussen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zullen we bewuster moeten omgaan met het ingrijpen op de lagen (bodem, atmosfeer,..), de voorraden (koolstof, water,…) en de stromen daartussen. Elke vorm van ruimtelijke ontwikkeling moet maximaal rekening houden met het fysisch systeem. Dit principe houdt o.m. in dat er nog meer dient ingezet te worden op ontharding om de sponswerking te verbeteren en op ecologische verbindingen.
Geïntegreerde aanpak over sectoren heen: Mede omdat de ruimte schaars en begrensd is, kunnen ruimtevragen niet los van elkaar worden bekeken. Ze worden tegen elkaar afgewogen, op elkaar afgestemd en hun impact op andere aspecten in overweging genomen.
Kwaliteitssprong: Kwaliteit moet steeds voorop staan, of het nu gaat om de transformatie van het bestaand ruimtebeslag, de open ruimte buiten het ruimtebeslag, of het – bij uitzondering – uitbreiden. Ruimtelijke ontwikkelingen worden daarom op maat van de omgeving ontworpen, rekening houdend met de eigenheid van een locatie, buurt en regio.
De zes ruimtelijke ontwikkelingsprincipes zouden doorwerken in de motivering van overheidsbeslissingen. Daarbij moeten die principes steeds samen bekeken worden. Bijvoorbeeld: woningbouw op onbebouwde gronden in een kern die goed scoort volgens knooppuntwaarde en voorzieningenniveau, kan toch ongewenst zijn omdat de gronden watergevoelig zijn of het enige wijkgroen uitmaken in de omgeving (fysisch systeem).
Boerenbond pleit voor een blijvende juridische verankering van de ruimtebalans.
Ruimtelijke transformatieopgaves
Daarnaast formuleert de conceptnota ook drie “ruimtelijke transformatieopgaves” die samen de principes van de “bouwshift” uitmaken zijnde :
Transformatie van het bestaande ruimtebeslag : In het bestaande ruimtebeslag binnen de harde bestemmingen wordt er gestreefd naar een kwalitatieve verhoging van het ruimtelijk rendement. De verhardingsgraad van het ruimtebeslag is ten laatste tegen 2050 opnieuw op het niveau van 2015. Binnen het zonevreemd ruimtebeslag in de bestemmingen landbouw, natuur en bos is de ambitie om de verharding met minstens 20% terug te dringen ten opzichte van 2015.
Het bijkomend ruimtebeslag doen dalen tot 0 ha/dagtegen 2040 : Ten laatste in 2040 is ruimtelijk compenseren ook een gangbare praktijk geworden.
Transformatie naar een robuuste open ruimte : De open ruimte buiten het ruimtebeslag moet verder evolueren naar een robuust en samenhangend landschap dat welvaart creëert en Vlaanderen wapent tegen klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. In deze open ruimte moeten alle functies in samenhang goed functioneren en zijn bodemzorg, natuurherstel, wateren landschapsbeheer de verantwoordelijkheid van alle openruimtegebruikers. In een robuuste en samenhangende open ruimte ligt de nadruk zowel op de producerende (voedsel, grondstoffen, …) en culturele (recreatie, educatie, …) ecosysteemdiensten, als op het behoud en herstel van de regulerende diensten (waterzuivering, denitrificatie, klimaatregulatie, bestuiving, …)
De principes zullen verder worden doorvertaald in zes thematische beleidskaders (wonen, bedrijvigheid, biodiversiteit, water, economie en land- en tuinbouw) die in de loop van de komende maanden verder zullen worden uitgewerkt.
Belangrijkste knelpunten voor onze sector
Boerenbond kan de opmaak van een conceptnota om te komen tot een Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) principieel ondersteunen. Het is positief dat in deze conceptnota land- en tuinbouw en de voedselnijverheid worden erkend als belangrijke economische actoren van Vlaanderen, dat ze de economische motor voor het platteland zijn en het fundament vormen van de Vlaamse agrovoedingsketen. Het is tevens positief dat een aantal streefdoelen worden erkend: de verdere verduurzaming van de landbouw, voldoende, betaalbare en langdurige toegang tot landbouwgrond voor (toekomstige generaties) land- en tuinbouwers én het feit dat de toekomstige landbouw uit vele verschillende vormen zal bestaan. Toch zijn er heel wat bezorgdheden:
Het huidige Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) verankert de planologische afbakening van 750.000 ha agrarisch gebied als een bindende doelstelling. Deze bindende doelstelling is weliswaar niet zaligmakend vermits er vandaag maar in totaal zo’n 620.000 ha feitelijk (en dus los van de planologische bestemming) in landbouwgebruik is, maar ze is wel belangrijk. De conceptnota van het BRV doet evenwel afstand van de bindende oppervlaktedoelstellingen, van de ruimtebalans en van de ruimteboekhouding, waardoor de zekerheid over het agrarisch gebied in het gedrang komt. Boerenbond pleit daarom voor een blijvende juridische verankering van een ruimtebalans, en dit minstens in de strategische visie van het BRV.
Volgens de conceptnota zal er worden ingezet op het behoud van 765.000 ha planologisch bestemd agrarisch gebied, wat op zich positief is. Anderzijds zal er worden gestreefd naar een groter aandeel professioneel gebruik van landbouwgrond ten opzichte van 2015 - Dit is 610.000 ha volgens de gegevens van Statbel. Er zit dus een grote discrepantie tussen enerzijds de doelstelling van 765.000 ha planologisch bestemd agrarisch gebied en 610.000 ha feitelijk agrarisch gebruik (2015). Dit verschil van 155.000 ha planologisch bestemd agrarisch gebied dat niet in agrarisch gebruik is, is erg problematisch. Kennelijk is het de bedoeling om in het agrarisch gebied ook een ‘transformatieopgave’ naar een robuuste open ruimte te realiseren waarbij allerhande doelstellingen inzake natuur en biodiversiteit, water, klimaat en energie ... worden gerealiseerd. De land- en tuinbouwsector is zich uiteraard bewust van de toekomstige uitdagingen en wil de handschoen in deze opnemen, maar dringt erop aan dat in het agrarisch gebied land- en tuinbouw de hoofdbestemming blijft en dat ook de teeltvrijheid in het agrarisch gebied behouden blijft.
Ook de aanpak van vrijkomende agrarische sites is belangrijk: landbouwbedrijven worden steeds vaker omgezet naar zonevreemde hoeves en fermettes, waardoor landbouwgrond verdwijnt en omliggende activiteiten onder druk komen te staan (door onder meer bezwaren van buren). Boerenbond vraagt een actief beleid om deze sites te vrijwaren voor landbouwactiviteiten en roept lokale besturen op om een actieve rol te spelen in het beleid rond zonevreemde functiewijzigingen en publieke landbouwgronden.
De zes ruimtelijke ontwikkelingsprincipes als ‘beleidsmatig gewenste ontwikkeling’ kunnen leiden tot onzekerheid en onduidelijkheid in vergunningsprocedures. Boerenbond vraagt dat deze principes niet worden meegenomen in de beoordeling van vergunningen voor landbouwactiviteiten.
De conceptnota zegt dat binnen de gebieden bestemd voor natuur en bos, het landgebruik in overeenstemming moet komen met de bestemming. De zonevreemde functies, waaronder 20.000 ha landbouwgebruik, moeten in eerste instantie uitdoven of onder passend beheer te komen. Pas in tweede instantie kijkt men naar planologische ruil. Deze uitgangspunten zijn een harde klap voor de sector. Boerenbond dringt aan op afwijkingsmogelijkheden voor bedrijven met een bedrijfszetel, huiskavel of een belangrijk aandeel van hun areaal gelegen in een groene bestemming. Tevens zou maximaal moeten worden ingezet op een planologische ruil met percelen in het agrarisch gebied waarop natuur aanwezig is.
Bij herbestemming van bedrijvenzones naar open ruimte dreigt landbouwgrond verloren te gaan door de invoering van een compensatieplicht ten behoeve van industrie.
De conceptnota formuleert tevens een nieuwe doelstelling voor natuur- en bosrealisatie: de oppervlakte aan natuurbestemmingen vanuit het RSV wordt hernomen en verhoogd met 15.000 ha aan planologisch harde bestemmingen die moet worden herbestemd, wat een openstaand saldo van 41.700 ha betekent. Boerenbond is bezorgd: heel wat van deze harde bestemmingen is momenteel in landbouwgebruik. Daarenboven vragen we een grondige evaluatie (van haalbaarheid en socio-economische impact) van de Natura 2000-doelstellingen én afbakening van de VEN-gebieden vooraleer verder te borduren op de ingeslagen ecologische weg.
Hitte drukt de volumes van vruchtgroenten en stuwt prijzen op de groentemarkt. Tomaten, paprika, bloemkool en sla kennen prijsstijgingen, terwijl courgettes onder druk staan door een ruim aanbod.
Ecorobotix ARA 620 combineert AI, camera’s en individuele dopaansturing voor ultralokale onkruidbestrijding. Zo spuit de machine alleen waar nodig en beperkt ze drift en middelengebruik.
Warme en natte maanden zorgden voor snelle gewasgroei, maar hitte, onweersbuien en hagel zetten de opbrengst van granen, aardappelen, maïs en suikerbieten onder druk.
Landbouwers kunnen tot 18 september 2026 subsidie aanvragen voor boslandbouw: tot 75% van de aanplantkosten, mits voldaan wordt aan strikte voorwaarden rond perceel, boomdichtheid en behoud.
Leer stap voor stap hoe je een arbeidskaart aanvraagt voor niet-Europeanen, volledig online via het Uniek Loket. Ontdek wat je nodig hebt en hoe je de aanvraag snel in orde brengt.
Tijdelijk onttrekkingsverbod in bijna heel Antwerpen door aanhoudende droogte. Vanaf 17 juli mag water niet meer uit onbevaarbare waterlopen en grachten worden gepompt, met enkele uitzonderingen.
Ecorobotix ARA 620 combineert AI, camera’s en individuele dopaansturing voor ultralokale onkruidbestrijding. Zo spuit de machine alleen waar nodig en beperkt ze drift en middelengebruik.
Warme en natte maanden zorgden voor snelle gewasgroei, maar hitte, onweersbuien en hagel zetten de opbrengst van granen, aardappelen, maïs en suikerbieten onder druk.
Landbouwers kunnen tot 18 september 2026 subsidie aanvragen voor boslandbouw: tot 75% van de aanplantkosten, mits voldaan wordt aan strikte voorwaarden rond perceel, boomdichtheid en behoud.
Tijdelijk onttrekkingsverbod in bijna heel Antwerpen door aanhoudende droogte. Vanaf 17 juli mag water niet meer uit onbevaarbare waterlopen en grachten worden gepompt, met enkele uitzonderingen.