Menu

Trekt de melkprijs aan dit najaar?

Terug naar Actualiteit
Sector: 
De voorbije maanden zijn de zuivelmarkten relatief stabiel gebleven. Enkel de boterprijzen zijn sinds begin 2019 dalende. De boterprijzen zijn gedaald tot onder 3500 euro/ton, maar de laatste weken trekken ze terug wat aan. Hiermee is de rendabiliteit op de melkveebedrijven gedaald, zoals blijkt uit onze melkveebarometer.

De vraag is of de aantrekkende boterprijzen een voorbode zijn van licht stijgende melkprijzen de volgende maanden? Maar anderzijds kunnen politieke beslissingen (bv. Brexit) en verstoorde handelsrelaties de markten en prijzen snel doen kantelen.

Rendabiliteit gedaald

De melkveebarometer, gebaseerd op de bedrijfseconomische boekhoudingen van Boerenbond, geeft aan dat de rendabiliteit op een gemiddeld melkveebedrijf in het derde kwartaal van 2019 licht gedaald is tot 96,7% van de gemiddelde rendabiliteit van de laatste 5 jaar (referentieperiode). De gedaalde boterprijzen waren de drijvende kracht voor de daling in melkprijzen en de daling van de barometer. In de periode januari-juli 2019 werd een gemiddeld melkprijs van 33,70 euro/100 liter uitbetaald, 1 euro/100 liter lager dan in het eerste kwartaal 2019. De reëel uitbetaalde BCZ-melkprijs bedroeg in juli 32,1 euro/100 liter.  Ondertussen lijken de boterprijzen terug wat aan te trekken. Ook de melkpoederprijzen en kaasprijzen vertonen een licht positieve trend. Hopelijk vertaalt dit zich in een aantrekkende melkprijs de volgende maanden.  Toch blijft de Brexit een zeer onzekere factor. Een no-deal scenario kan zeer zware gevolgen hebben voor de Belgische zuivelexport. Momenteel gaat 7% van de Belgische export naar het Verenigd Koninkrijk. Dit heeft een waarde van 321 miljoen euro. Vooral kaas (mozarella en smeltkaas) gevolgd door ijs en melkdranken worden verscheept. Importtarieven en controles kunnen een vlotte export belemmeren. 

Daarnaast blijven de krachtvoerkosten sinds begin 2019 stabiel, maar wel op een relatief hoog niveau. Heel wat bedrijven hebben moeten corrigeren met samengesteld krachtvoer en bijproducten om de slechte kwaliteit en krapte van het ruwvoer als gevolg van de droogte op te vangen. Dit weerspiegelt zich in een gestegen kostprijs voor de melkveebedrijven.

Melkproductie trekt aan in België

De melkleveringen in België liggen midden 2019 nog steeds hoger dan de voorbije jaren. Maar de toename in melkproductie is de voorbije maanden wel afgezwakt. De effecten van de droogte op de ruwvoervoorraden en kuilkwaliteit komen tot uiting in de productie. De leveringen van juli 2019 bedroegen 346 miljoen liter, een stijging van 2,2 ten opzichte van juli 2018. Cumulatief zijn de leveringen van de periode januari-juli 2019 1,8% hoger dan in dezelfde periode 2018.

Regionaal bekeken blijven de verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië duidelijk. In Vlaanderen is de melkaanvoer in de eerste helft van 2019 met 2,5% gestegen, in Wallonië was dit slechts 0,7%. 

Wereldwijd is de melkproductie relatief stabiel. In Europa en de VS is er in de eerste helft van 2019 nagenoeg een status quo ten opzichte van deze periode in 2018. Ook Australië blijft stabiel. Het nieuwe melkseizoen in Nieuw-Zeeland is ondertussen gestart. Hier is wel een verhoogde melkproductie (+8,7% in juni-juli 2019 tov 2018).

Melkprijs Milcobel blijft achter

Uit de Europese melkprijsvergelijking van LTO Nederland en de European Dairy Farmers van juli blijkt dat bij ons en in onze omringende landen de melkprijs stabiliseert of terug afneemt. De vergelijking gebeurt op basis van 100 kg standaardmelk (4,2% vet en 3,4% eiwit) voor een levering van 1.000.000 liter op jaarbasis en die voldoet aan de basiskwaliteitsnormering. In 2018 zat de Belgische melkprijs (prijs Milcobel) duidelijk lager dan de gemiddelde prijzen in Nederland en Duitsland. In 2019 is het verschil met de melkprijzen in Duitsland weggewerkt en draait Milcobel met de gemiddelde prijs van de landen in de vergelijking.  Ondanks dat de Nederlandse melkprijs (FrieslandCampina) in dalende lijn is, blijft het verschil evenwel bijna 3 euro/100 liter. Ook het verschil met de Franse melkprijzen (A-prijzen) is groot. Deze zijn zelfs stijgend. De melkprijsvorming hier gebeurt op basis van onderhandelingen tussen de producenten en de kopers en is moeilijk te vergelijken met onze prijsvorming.

Uit deze Europese melkprijsvergelijking kan je concluderen dat de melkprijsvorming van Milcobel meedraait met het Europese gemiddelde. Maar is dit voldoende? Uit onze interne melkprijsvergelijking van de melkerijen actief in België blijkt dat de Milcobel melkprijs aan de staart van het peleton bengelt. De verschillen met de concurrenten lopen op tot meer dan 1,5 euro/100 liter in juli. Maar ook bekeken over het laatste jaar en zelfs over het gemiddelde van de laatste 3 jaar ligt hun melkprijs lager. Nochtans heeft Milcobel de voorbije jaren geïnvesteerd in een hoogwaardige productiecapaciteit en focussen ze meer op de productie van o.a. kaas. Positief is dat dat deze investeringen voldoende ontwikkelingsmogelijkheden voor de individuele leden bieden, in tegenstelling tot bij enkele andere kopers. Gezien de marktvraag naar de producten waar ze op in zetten, zijn dit ook geen verkeerde keuzes. Maar dit wordt vooralsnog niet vertaald in de melkprijs. En hier knelt het schoentje. Het is duidelijk dat Milcobel beter zal moeten presteren. Dit verwachten haar leden op de eerste plaats. Inzetten op efficiëntiewinst en een betere verwaarding van hun producten is de boodschap. De concurrenten slagen hier blijkbaar wel in. Het streefdoel moet alleszins zijn om concurrentieel te zijn met vergelijkbare spelers in onze buurlanden, maar ook met de spelers op de Belgische markt.

Constructief overleg

Niet alleen binnen Milcobel maar ook bij andere kopers zijn er interne discussies met de leden of leveraars. Melkerijen maken keuzes in functie van hun afzet en strategie en dat is hun goed recht, maar er moet wel gewaakt worden dat deze keuzes de ontwikkelingskansen van individuele bedrijven niet blokkeren. Het is dan ook cruciaal dat beslissingen met een grote impact voor de melkveehouders zoals bijvoorbeeld het introduceren van volumebeperkingen of het introduceren van een 2de koper voorafgaandelijk met de leden of leveraars worden bediscussieerd. Zeker indien er een producentenorganisatie actief is, is dit de aangewezen gesprekspartner. En laat het duidelijk zijn, in een constructief overlegmodel moet er voldoende ruimte zijn voor discussie met wederzijds respect. Met een individuele benadering van melkveehouders of éénzijdig opgedrongen beslissingen creëert men geen draagvlak bij de melkveehouders. Dit is nochtans noodzakelijk is een in duurzame relatie. Zo niet dreigen we te evolueren naar een conflictmodel, waar uiteindelijk niemand baat bij heeft. 

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Sector: