Menu

Nieuwe ondervoorzitter wil link vormen tussen praktijk en Boerenbondleiding

Terug naar Actualiteit
Sector: 
Regio: 

Eind maart werd de 59-jarige pluimveehouder Eric Van Meervenne, sinds 2002 voorzitter van de sectorvakgroep Pluimvee en Kleinvee, bij de samenstelling van het nieuwe Hoofdbestuur verkozen tot eerste ondervoorzitter van Boerenbond. In zijn nieuwe functie wil Eric graag de rol van de ‘boerende boer’ opnemen en de stem uit de praktijk luider doen klinken.

Bedrijfssituatie

Eric ontvangt me in het bureau van zijn huis, in het Vlaams-Brabantse Merchtem. Hij volgde de technische richting Elektronica tot zijn achttiende en ging daarna uit werken op een tekenbureau. Eerst in onderaanneming als arbeider in scheepselektriciteit op de toenmalige Boel-scheepswerf in Temse, daarna als technisch tekenaar voor onder meer de plannen van de elektriciteit in de kerncentrale Doel 3. Bij een werkongeval in Hoboken raakte zijn knieschijf verbrijzeld, waardoor hij een half jaar moest thuisblijven. “Toen kreeg ik de smaak te pakken om zelfstandige te worden”, vertelt hij. “Bij ons thuis in Temse runden mijn ouders een gemengd bedrijf met vooral leghennen en verder wat varkens en melkvee.”

Je ouders hadden leghennen, maar jij startte een bedrijf met vleeskippen. Vanwaar die keuze?

“Toen ik jong was en thuis moest helpen, had ik al het idee dat het gespecialiseerd zou zijn als ik iets deed in de landbouw. Met meerdere sectoren op een bedrijf kon ik me te weinig specialiseren en zou ik te weinig volume halen. Aanvankelijk wilden we een leghennenbedrijf opstarten, maar we vonden geen geschikt bedrijf om over te kopen. Via een tip huurden we in 1981 een bedrijf met 130.000 vleeskippen van de familie Destrooper in Merchtem. Later kochten we dat en in 2000 bouwden we een nieuw bedrijf, eveneens in Merchtem. Mijn echtgenote Myriam komt ook uit een landbouwersfamilie. Zij hadden in Elversele een gemengd bedrijf met varkens en melkvee. Myriam was iets minder geneigd om met een pluimveebedrijf te starten. We hadden immers allebei vast werk: ik als (elektrisch) tekenaar en zij als secretaresse bij een computerfirma in Sint-Niklaas. In het begin kregen we advies van broeierij Destrooper (het huidige Belgabroed) en van veevoederfirma’s. We hebben daarbij wel wat leergeld betaald. We hebben nog steeds ons oorspronkelijke bedrijf, maar van de 9 stallen zitten er nog maar 6 vol. Met de 2 locaties komen we aan bijna 160.000 kippen. Ik heb geen opvolger, maar we houden ons bedrijf up-to-date, zodat het later interessant is voor een overnemer. Die kan het bedrijf dan verder uitbaten of eventueel omvormen voor de opfok van moederdieren of leghennen.”

Je woont niet zo ver van Brussel. Is de oprukkende verstedelijking in Vlaams-Brabant een andere problematiek dan in West-Vlaanderen?

“Er zijn toch gelijkenissen. In geheel Vlaanderen rukt de verstedelijking verder op en steeds meer veehouders worden hiermee geconfronteerd. Een pluimveehouder uit Geluwe (een deelgemeente van Wervik) vertelde me onlangs dat ook een van zijn collega’s uit de buurt met dat probleem af te rekenen krijgt. Tegenwoordig worden die antibewegingen semiprofessioneel geleid. We botsen nu op de fout gelopen urbanisatie van vijftig jaar geleden. Daarbij komt dat de bedrijven alsmaar groter en intensiever worden. Daar moeten technische oplossingen voor komen, maar die moeten betaalbaar blijven. Intussen gaat het draagvlak voor de intensieve veeteelt achteruit, zeker al in Nederland. Hopelijk zal de volgende regering op de juiste manier samengesteld zijn, anders zouden we met de landbouw wel eens echt in het zand kunnen bijten.”

Carrière in Boerenbond

Eric is al lang actief in de pluimveestructuren van Boerenbond. Voor 2013 was er geen rechtstreekse vertegenwoordiging van de pluimveesector in het Hoofdbestuur, die werd toen vertegenwoordigd via de dierlijke veredeling. Varkenshouder Koen Bernaerts zetelde toen in het Hoofdbestuur voor de intensieve teelten varkens én pluimvee. In 2002 werd Eric voorzitter van de sectorvakgroep Pluimvee en Kleinvee. Vanuit dat engagement werd hij in 2013 ook afgevaardigd in het Hoofdbestuur. Daardoor ging hij de andere sectoren mee opvolgen en leerde hij de problemen in die sectoren beter kennen. Intussen is dit al zijn derde ambtstermijn als voorzitter van die sectorvakgroep. Afgelopen maart werd hij door het Hoofdbestuur verkozen tot eerste ondervoorzitter van Boerenbond.

Rol als ondervoorzitter

Wie heeft je overtuigd om je kandidaat te stellen?

“Dat is een lang proces geweest. In het Hoofdbestuur werd gevraagd wie er kandidaat was. Ik word dit jaar 60. Ik heb al iets afgebouwd in mijn bedrijf en dacht dat het een mooie fin de carrière kon zijn. Uiteraard heb ik de beslissing om mij kandidaat te stellen samen met Myriam genomen. Omdat ik meer uithuizig zal zijn voor Boerenbond, neemt zij nu meer taken in het bedrijf op zich, namelijk de controle en zorg voor de vleeskippen. We schakelen nu ook vaker Werkers (in aannemingen) in om werk op te vangen, zoals de stallen uitmesten en reinigen, al blijft kippen kweken wel iets wat je ‘in de vingers’ moet hebben. Je moet kunnen zien of ze het goed doen. Mijn engagement in de wekelijkse Prijzencommissie van Deinze, elke woensdagvoormiddag, heb ik overgedragen aan een jonge en gedreven kracht. De agenda van de vergaderingen wordt voor ons ingevuld. Die omvat onder meer vergaderingen met de SALV (Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij), DGZ, een bezoek van de Nederlandse collega’s van ZLTO, een algemene vergadering van Milcobel, BTV … Zo bouwen we geleidelijk ons netwerk uit.”

Wat waren je ambities om je kandidaat te stellen?

“Ik zie de taak van ondervoorzitter vooral als de link tussen de praktijk en de leiding van Boerenbond. Het feit dat Georges Van Keerberghen als tweede ondervoorzitter verkozen kon worden, gaf voor mij de doorslag om me kandidaat te stellen. Dat was een goede beslissing van het Hoofdbestuur. Een organisatie als Boerenbond heeft iemand nodig die taken van de voorzitter kan overnemen. Stel dat voorzitter Sonja De Becker uitvalt door ziekte, dan zie ik mezelf niet al haar taken overnemen. Ik ben immers niet elke dag op Boerenbond, ik ben in feite maar halftijds ondervoorzitter. Het is goed als je weet dat er mensen achter je staan en dat je gesteund wordt. Boerenbond heeft een erg goede Studiedienst, met medewerkers die de vaak moeilijke technische dossiers beheersen. Daar hoef ik me niet mee bezig te houden. Als boer tussen de boeren wil ik proberen om zo veel mogelijk vakgroepen te volgen en te voelen wat en welke ondertoon er leeft bij de vakgroepleden. Zo krijg je voeling met de praktijk. De kennis die ik daar opdoe, kan ik aanwenden om bepaalde beslissingen mee te sturen.”

Ik wil de rol van de boerende boer in het Hoofdbestuur opnemen en daarbij de stem uit de praktijk vertolken.


Wat zijn je sterktes en zwaktes? Wat mogen de leden verwachten van jou als ondervoorzitter?

“Dat is een moeilijke vraag. Ik ben geen grote prater en zeker geen tafelspringer. Maar ik zit wel allerhande vergaderingen voor. Men zegt dat ik goed kan luisteren en een goede synthese kan maken van een lang gesprek, of van een discussie die uit de hand zou kunnen lopen. Als voorzitter van de sectorvakgroep Pluimvee en Kleinvee moet ik uiteraard vaak standpunten innemen en pleiten voor een beslissing. In het Hoofdbestuur zal ik uiteraard ook mijn mening verkondigen. Daar wil ik mijn rol als ‘boerende boer’ ten volle opnemen, zodat de ‘stem uit de praktijk’ zo veel mogelijk naar voren kan komen. Dat vind ik mijn grootste uitdaging. Maar als de meerderheid in het Hoofdbestuur ergens voor is waar ik tegen zou zijn, dan zal ik me daar sportief bij neerleggen. We zijn tenslotte een democratische organisatie.”

Wat verandert er nu je ondervoorzitter bent? Welke deuren gaan er open?

“Het is nog vrij recent. Uiteraard gaan er meer deuren open, maar als syndicale organisatie kon ik via de sectorvakgroepen en het Hoofdbestuur ook al mijn ding doen. Ik zal meer vergaderingen en overlegstructuren bijwonen, bijvoorbeeld met onze Nederlandse sectorgenoten of de leidende ambtenaren van het Vlaams kabinet-Landbouw. Ik speel dus een klasse hoger, maar het belangrijkste vind ik dat ik daarbij mijn steentje kan bijdragen door de stem of de insteek uit de praktijk te vertolken.”

Heb je ook voorzitter Sonja De Becker nog beter leren kennen en de manier waarop ze Boerenbond leidt?

“Ik heb al ervaren dat ze heel hard werkt en over een uitstekende dossierkennis beschikt. Net als Georges Van Keerberghen heeft ze ook een erg goed geheugen voor details. Ik bewonder haar gedrevenheid. Ze is ook zeer bereikbaar. Ik kan haar altijd bellen, maar probeer daar geen misbruik van te maken.”

Zijn er specifieke dossiers waarop jij je stempel wilt drukken als ondervoorzitter? Milieubeleid, gelijk speelveld in Europa, dierenwelzijn …

“Natuurlijk wil ik proberen zo veel mogelijk mijn stempel te drukken op dossiers, maar mijn rol als ondervoorzitter blijft daar toch wel beperkt. Veel mensen onderschatten vaak de syndicale rol die Boerenbond speelt in al die dossiers, maar hij is van levensbelang voor de landbouw. De problematiek van de jonge boeren houdt mij wel bezig. We moeten er absoluut voor zorgen dat meer jongeren instromen. Het landbouwonderwijs kan misschien nog meer praktijkgericht worden, maar als ik zie hoe weinig jonge boeren nog een vriendin vinden, is er iets fout met ons beroep. Het is voor heel wat mensen niet sexy genoeg. De investeringen die jonge boeren moeten doen, zijn vaak enorm.

Ook het sociale leven houdt me bezig. Als je pakweg zestien uur per dag werkt, heb je daar geen tijd voor en dreig je in een ‘tunnel’ terecht te komen. Initiatieven zoals Boeren op een Kruispunt en Zot van ’t Boeren draag ik dan ook een warm hart toe. We moeten die blijven ondersteunen. Dat laatste project is Europees en het loopt af in januari 2019. Ik heb al eens geïnformeerd of het toch geen vervolg kan krijgen. Onze landbouw is op dertig jaar tijd gigantisch geëvolueerd en helaas heeft niet iedereen de skills om in dit helse tempo overal in ‘mee’ te zijn – professionele boer, milieu-inspecteur, boekhouder en fiscalist ... Niet iedereen kan ‘de beste boer’ zijn. Sommigen hebben ook gewoon op een verkeerd moment geïnvesteerd.

De problematiek van de moeilijke instroom van jonge boeren houdt mij bezig.

Voor dat sociale aspect moet er zeker meer aandacht komen. Veel te veel boeren komen in de problemen of moeten hun bedrijf overlaten, bijvoorbeeld aan de veevoederindustrie. Veehouderijsectoren als pluimvee en varkens zijn veel internationaler geworden en hebben al lang last van het vaak ongelijke speelveld in Europa. Helaas zijn de controles niet overal gelijk. Landen die niet of veel minder controleren, worden dan soms als ‘volledig in orde’ beschouwd. Ook de macht van de retail speelt een rol in de problemen waarin landbouwers kunnen terechtkomen. Maar als boer of boerin moet je uiteindelijk doen waar je hart ligt, want dat ga je goed doen. Je moet ook niet altijd de markt achternalopen, want dan kom je vaak te laat.”

Wat wil je bereiken? Welke steen wil je verleggen in Boerenbond? Of in de landbouw in het algemeen?

“Als ondervoorzitter denk ik dat ik helaas weinig stenen zal kunnen verleggen. Om het met wat beeldspraak te zeggen: ik zit mee in de cockpit, maar kan het vliegtuig niet van richting veranderen. Mijn invloed blijft beperkt. Dat betekent niet dat ik me niet 200% zal inzetten. Mijn interesses liggen vooral op het sociale vlak: instroom van jonge, nieuwe boeren, inzetten op het verenigingsleven, het draagvlak van de landbouw vergroten …”

Moet Boerenbond zich nog beter verkopen en meer inzetten op proactieve communicatie?

“We moeten vooral de jeugd aantrekken en dus nog meer inzetten op Groene Kring. Verder zien onze leden niet altijd genoeg wat Boerenbond voor hen doet. Dat kan zeker nog beter. Alle onderdelen in de organisatie moeten proberen om elkaar te versterken. Denk bijvoorbeeld aan een artikel in Kader, het blad van de bestuursleden van Landelijke Gilden, over wat Boerenbond voor de actieve boeren verkregen heeft. Verder zijn onderlinge samenwerkingen en partnerschappen met bevriende organisaties en verenigingen zeker een must om onze sector beter bekend te maken en zo de kloof met de burgers te verkleinen.”

Eric Van Meervenne

  • Eerste ondervoorzitter van Boerenbond
  • Voorzitter sectorvakgroep Pluimvee en Kleinvee
  • 59 jaar
  • Geboren in Temse
  • Gehuwd met Myriam Oelbrandt
  • Vader van Katrijn (34 jaar), Michiel (32 jaar) en Anneleen (29 jaar)
  • Pluimveebedrijf in Merchtem met 160.000 vleeskippen
Deel deze pagina: