Menu

Nieuwe cijfers ammoniak

Terug naar Actualiteit
Het jaarrapport Lucht van VMM dat de Vlaamse emissies en de luchtkwaliteit in het Vlaams gewest beschrijft, is uitgebracht. Hierin worden per sector de emissies van de belangrijkste luchtverontreinigende stoffen besproken en worden ze getoetst aan de Europese doelstelling vanuit de NEC-richtlijn (National Emission Ceilings Directive). Vlaanderen zit nog steeds op schema.

Caroline Van der Heyden, adviseur Milieubeleid Studiedienst

Bronnen van ammoniakemissies

Voor de land- en tuinbouwsector is de emissie van ammoniak de belangrijkste met een bijdrage van 95%. De ammoniakemissie naar de lucht gebeurt voornamelijk uit veestallen en mestopslagplaatsen, bij mestuitspreiding en mestverwerking, weiden en grazen en bij het gebruik van kunstmeststoffen. De mate van ammoniakvervluchtiging vanuit dierlijke mest wordt onder andere beïnvloed door de samenstelling van de mest, de toedieningswijze op het land en de weersomstandigheden tijdens het uitrijden.

Update van het berekeningsmodel EMAV

Het berekenen van de ammoniakemissie door de veeteelt in Vlaanderen gebeurt aan de hand van het ‘EmissieModel Ammoniak Vlaanderen’ (EMAV), een model ontwikkeld en geactualiseerd door het Instituut voor Landbouw, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Het model berekent de ammoniakemissie in de verschillende emissiestadia: stal, mestopslag, mestuitspreiding, weiden, grazen en mestverwerking, waarbij ook rekening wordt gehouden met de hoeveelheid stikstof die uit een vorig stadium overblijft. De meststroom of stikstofstroom wordt als het ware gevolgd van productie tot plaats van afzet (land, verwerking, export). Er wordt een beroep gedaan op de gegevens die beschikbaar zijn bij de Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) om het model te voeden.

Dit jaar heeft het ILVO, in opdracht van VMM, EMAV2.0 geactualiseerd. Dat resulteerde in een versie 2.1. Vanuit nieuwe wetenschappelijke kennis en vanuit een beter inzicht in de inputdata en rekenfactoren werd de actualisatie doorgevoerd. Deze laatste bracht meer helderheid rond de begrippen bezettingsgraad en leegstand in correlatie met inputdata en gehanteerde rekenfactoren. Dit resulteerde in een grote impact op de emissiecijfers vanuit varkens- en pluimveestallen.

Herrekening van de volledige historische tijdreeks

Men zal er misschien op wijzen dat de emissiecijfers gestegen zijn, want er zit een verschil tussen de gerapporteerde ammoniakemissiewaarden in het ‘Jaarrapport Lucht’ van 2018 en nu. Maar niets is minder waar. Er is nog steeds een duidelijke daling op te tekenen. Enkel de manier van berekenen is aangepast. De landbouwsector produceert in realiteit niet meer ammoniak. Omdat de nieuwe berekeningen sterk afwijken van de vorige, werd de volledige historische tijdsreeks vanaf 1990 herrekend op basis van deze nieuwe inzichten. Met de geactualiseerde versie EMAV2.1 ligt het totale ammoniakemissiecijfer 2016 voor veeteelt, kunstmest en mestverwerking samen, bijna 5 kton hoger dan berekend met versie 2.0. Het is belangrijk op te merken dat de algemene trend over de jaren – een emissiedaling – wel behouden blijft.

De totale ammoniakemissie over alle sectoren heen bedroeg in 2017 43,0 kton. Dit was vooral te wijten aan de landbouw (95%), waarbij het grootste deel afkomstig is van de veeteelt (85%). Het totale ammoniakemissiecijfer voor de land- en tuinbouwsector (veeteelt, kunstmest, mestverwerking en offroad) bedroeg in 2017 41,0 kton.

Evolutie van de ammoniakemissies

De totale ammoniakemissie in Vlaanderen nam met 28% af in de periode 2000-2017. Dit was vooral te danken aan een emissiedaling in de veeteelt in de periode 2000-2007 door de verhoogde voederefficiëntie, een dalend aantal dieren, de invoering van emissiearme stallen en de emissiearme aanwending van dierlijke mest (mestinjectie en onmiddellijk inwerken). Na 2007 verminderde de daling in ammoniakemissies omdat het effect van emissiereducerende maatregelen gecompenseerd werd door een toename van de veestapel. Er blijft wel nog steeds een dalende trend te noteren in de periode van 2007-2017 van 3% of 1,5 kton in absolute cijfers. Tussen 2017 en 2016 noteerde men bijvoorbeeld een betekenisvolle daling van 0,5 kton.

Bij de veeteelt kwamen de emissies vooral van stallen van rundvee en varkens. Bij de varkens kon een grote daling van de emissies worden genoteerd tussen 2000 en 2017. Dit is voornamelijk toe te schrijven aan het toepassen van ammoniakemissiearme stalsystemen, sinds september 2003 verplicht voor nieuw gebouwde varkens- en pluimveestallen. Ook voor pluimvee en rundvee is er een daling, maar die is minder uitgesproken vanaf 2010.

Vlaanderen respecteert NEC-doelstelling nog steeds

De NEC-doelstelling voor ammoniak, die geldt van 2010 tot en met 2019, bedraagt voor België 74,0 kton. Deze doelstelling wordt verder verdeeld over de gewesten. Vlaanderen mag hierdoor 45,0 kton uitstoten. Ondanks de stijging in de gerapporteerde ammoniakemissies door het geactualiseerde EMAV2.1-model, lagen ook in 2017 de ammoniakemissies nog steeds ruim onder deze doelstelling. In 2020 moet België een reductie van 2% halen tegenover het referentiejaar 2005. Een procentuele reductiedoelstelling heeft als voordeel dat indien het absolute emissiecijfer voor 2005 (referentiejaar) wijzigt, ook het absolute plafond voor 2020 of 2030 kan worden herrekend. Met andere woorden, door de aanpassing van de historische tijdreeks stijgt de ammoniakemissie van het referentiejaar 2005, waardoor het ammoniakemissieplafond 2020 terug kan herberekend worden. In 2030 moet België een reductie van 13% halen tegenover 2005. Volgens het ontwerp van luchtbeleidsplan 2030 geldt voor Vlaanderen een ammoniakemissieplafond van 38,3 kton, maar met de huidige emissiecijfers zal dit ook herberekend worden. De doelstelling is dus nog steeds haalbaar. We verwachten op dat vlak geen problemen want de ammoniakemissies van de Vlaamse land- en tuinbouwsector dalen nog steeds. De sector blijft hier ook op inzetten.

Deel deze pagina: 

Meer informatie