Boerenbond viert dit jaar zijn 135ste verjaardag. Vandaag zijn landbouwers in de minderheid, bij de stichting van Boerenbond in 1890 draaide op het platteland alles rond de landbouw. Wie zelf niet boer was, leefde van de landbouw. Ook toen al was het een beroep met veel uitdagingen.
Droogte, problemen met bodem, lage prijzen. Het klinkt als een samenvatting van de uitdagingen waar landbouwers vandaag mee kampen. Maar verrassend genoeg zijn het ook de zorgen van boeren in 1890. Toch is er in die 135 jaar heel wat veranderd, en tegelijk ook niet.
Katholieke wortels
De wortels van de Belgische Boerenbond liggen in de Kempen. Jacob-Ferdinand Mellaerts was er enkele jaren voordien pastoor geworden van de nieuwe parochie Sint-Alfons-Goor, een gehucht bij Heist-op-den-Berg met amper 1680 zielen. Naast het aanwakkeren van het godsdienstige leven had hij vooral oog voor de vele kleine boeren die amper konden leven van de opbrengst van hun boerderij. De Kempische zandbodem was hooguit geschikt voor het telen van rogge en aardappelen. De meesten hadden wel enkele koeien, maar die huurden ze vaak tegen woekerprijzen. Mellaerts, zelf afkomstig uit een boerenfamilie, had oog voor hun problemen en ging op zoek naar oplossingen. Al als student had hij al belangstelling voor plantkunde. Eenmaal priester pachtte hij een paar lapjes grond naast de pastorij om er te experimenteren met kunstmeststoffen. Zo won hij het vertrouwen van de boeren. In 1887 richtte hij de ‘Christene Gildebond der Landbouwers’ op. Essentieel waren de materiële voordelen van het lidmaatschap: samenaankoop van goedkope meststoffen, krediet aan lage intresten via de spaarkas en onderlinge bijstand. Hij dacht ook aan vorming, proefvelden en een vakbibliotheek van boeren. Heel wat van die pijlers houden tot op de dag van vandaag stand!
Het aartsbisdom vond dat Mellaerts te veel met de boeren bezig was en te weinig met het geloof. In 1888 moest hij zijn parochie verlaten en verhuisde hij naar Leuven. Intussen had hij ook al de aandacht getrokken van de Leuvense professor Joris Helleputte.
Voedselvoorziening vanuit het buitenland
De situatie van de boeren in de Kempen was typerend voor de crisis waarin de Belgische landbouw tussen 1880 en 1895 verzeild geraakte. Onder druk van de snel groeiende bevolking zocht men naar middelen om de opbrengsten te verhogen. Ons land werd steeds meer afhankelijk van het buitenland voor zijn voedselvoorziening. Intussen schoot de landbouw in eigen land tekort. In 1890 werd West-Europa overspoeld door kolossale hoeveelheden voedsel uit onder meer de VS, Canada en Rusland. Stroomschepen en -treinen maakten dat dit voedsel goedkoop naar het oude continent kon worden vervoerd. Antwerpen werd zelfs de belangrijkste haven waarlangs tonnen graan, vlees, mais, rijst, suiker, tabak, koffie … West-Europa binnenkwamen. De gevolgen lieten niet lang op zich wachten: de Belgische landbouwprijzen zakten naar een dieptepunt. De boeren zagen hun inkomsten drastisch dalen. Vooral kleine boeren en landarbeiders werden het slachtoffer. Het was de start van de plattelandsvlucht.
Tegen deze achtergrond werd in 1890 de Boerenbond opgericht. Joris Hellputte, de professor waarvan eerder sprake, werd een jaar eerder volksvertegenwoordiger voor de katholieke partij en bracht Mellaerts in contact met zijn schoonbroer Franz Schollaert, die ook volksvertegenwoordiger was. Samen richtten ze in 1890 in het Huis van Ambachten en Neringen in Leuven ‘Den Boerenbond’ op. Vooral pastoors, provincieraadsleden, burgemeesters en kleinere landsadel waren aanwezig op de stichtingsvergadering. Zij hadden het meest voeling met de noden van de boerenstand.
Ambitieus project
Boerenbond was een ambitieus project op papier, maar middelen waren er in het begin niet. De meeste taken kwamen op de schouders van pastoor Mellaerts terecht. Geld voor personeel was er niet. Voor WO I wist de organisatie niet echt door te breken. Ook elders waren er landbouworganisaties opgestaan. De concurrentie was dus groot. Intussen werd volop ingezet op verruiming. Zo kwam er een beweging voor boerinnen, verruimde de focus naar tuinders en werd begin jaren 20 een boerenjeugdbond opgericht. Rond 1930 telde de Boerenbond al 128.000 leden. Maar de euforie was van korte duur. De beurscrash van 1929 en de internationale crisis die daarop volgde trof ook de landbouw zwaar. De economische afdelingen van Boerenbond kregen het moeilijk. Voor de bank van Boerenbond nam deze crisis dramatische proporties aan. De Middenkredietkas ging in een uiterst turbulent politiek klimaat ten onder. Spaarders terugbetalen en het geschokte vertrouwen herstellen, namen vele jaren in beslag.
Schaalvergroting en het GLB
Na de Tweede Wereldoorlog was de modernisering en de internationalisering van de landbouwmarkt niet meer te stoppen. Na een initieel verzet tegen de Benelux werd de oprichting van de EEG (de voorloper van de EU) als een nieuwe kans gezien. Maar er waren ook grote uitdagingen. Een grote mijlpaal was de invoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) in 1962 met voedselzekerheid, een eerlijke levensstandaard voor boeren, stabiele markten en redelijke prijzen voor consumenten als voornaamste doelstellingen.
Kleine gemengde landbouwbedrijven waren niet opgewassen tegen de hoge eisen van de marktvergroting. Wie wilde blijven boeren, moest investeren, moderniseren en specialiseren. De economische afdelingen van Boerenbond – Aveve, ABB en Cera – hadden in de naoorlogse jaren hun doelpubliek en activiteitenpakket gevoelig uitgebreid. Die economische expansie maakte uiteindelijk ook de uitbreiding van de beroepsorganisatie en de sociaal-culturele werking mogelijk.
Naar een andere structuur
Vanaf de jaren 70 begon het aantal boeren en tuinders in snel tempo te dalen. Boerenbond moest zich aanpassen aan de veranderende realiteit op het platteland. Tussen 1964 en 1971 was het aantal niet-boeren in het ledenbestand verdrievoudigd. In 1971 kwam er een ontdubbeling van de ledenstructuur in een landelijke beweging en een beroepsorganisatie. De Landelijke Beweging groepeerde KVLV, KLJ en de pas opgestarte plattelandsvereniging Landelijke Gilden. Die waren op lokaal vlak de opvolgers van de parochiale boerengilden maar stonden vanaf dan open voor iedereen. De bedrijfsgilden namen de beroepsgerichte werking over.
Intussen werd de trend naar schaalvergroting van agrarische bedrijven verdergezet. Nieuwe technologieën deden hun intrede. De landbouwsector kreeg te maken met een groeiende maatschappelijke bevraging rond het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, zorg voor de kwaliteit van water en bodem, dierenwelzijn, productieoverschotten, Europese subsidies ... Herkenbaar!
Syndicale werking
Vanaf de jaren 90 moest Boerenbond syndicaal vaak een tandje bijsteken. De maatschappij ging zich steeds vaker met de landbouw bemoeien. Het imago van de sector was niet erg goed en ook binnen de organisatie groeide het besef dat er nood was aan een landbouw die zowel op economisch, ecologisch als sociaal vlak duurzaam moet zijn. Vooral de mestoverschotten dwongen de overheid – onder druk van milieu- en natuurverenigingen – tot ingrijpende maatregelen. Een ander aandachtspunt was de hervorming van het Europees landbouwbeleid dat nog steeds in transitie is.
De afgelopen 25 jaar stonden voor Boerenbond in het teken van balanceren tussen belangenbehartiging en het managen van een steeds complexer landbouwlandschap. Boerenprotesten tegen stikstofmaatregelen, mestwetgeving en handelsverdragen brachten de organisatie regelmatig op de barricades. Tegelijk groeide de frustratie onder landbouwers over de zogenaamde ‘administratieve lasagne’: een opeenstapeling van regels, formulieren en controles die de bedrijfsvoering bemoeilijkten. Boerenbond trachtte via overleg met overheden, campagnes en juridische stappen de druk op de sector te verlichten, maar kreeg ook kritiek van leden die meer daadkracht verwachten. In een tijdperk van klimaatambities, digitalisering en maatschappelijke polarisatie blijft Boerenbond zoeken naar evenwicht tussen duurzaamheid en leefbaarheid voor de boer. De wereld is niet meer die van 1890 – gelukkig maar. Er is veel ten goede veranderd, maar ook na 135 jaar blijven de uitdagingen groot.
Landbouwers-vermeerderaars zijn essentieel in het innovatieproces van zaaizaden. Goede contractuele praktijken en sluitende afspraken staan garant voor een goede samenwerking tussen de vermeerderaars en de handelaars-bereiders
Extreme droogte en hitte hebben de Belgische aardappeloogst zwaar getroffen. Belpotato.be en Boerenbond roepen telers en afnemers op om snel in overleg te gaan over volumes, kwaliteit en contracten van aardappelen.
Nieuwe regels maken fiscale compensatie voor seizoenwerknemers opnieuw mogelijk vanaf 1 januari 2026. Ontdek hoe de gedeeltelijke niet-doorstorting van bedrijfsvoorheffing werkt en wat je nu moet doen.
Kom naar de Netwerkdag 'Techniek in bio tuinbouw' en ontdek de wondere wereld van bio-regerenatieve landbouw: een beurs- en demonstratiedag rond mechanisatie voor biologische tuinbouw op kleine en middelgrote schaal. Zet jij verschillende teelten op een beperkte oppervlakte of ben je benieuwd naar hoe dit in de praktijk kan? Ontdek innovatieve mechanisatie op maat, gedemonstreerd in het veld!
Landbouweducatie laat kinderen de sector van dichtbij beleven en vergroot begrip en draagvlak voor de landbouw van morgen. Ontdek hoe boeren hun verhaal kunnen delen met scholen en jongeren.
Jonge boeren lopen vast op de complexe NER-regels in Vlaanderen. Groene Kring vraagt snelle hervorming, zodat bedrijfsovernames haalbaar blijven en de sector toekomst krijgt.
Nieuwe regels maken fiscale compensatie voor seizoenwerknemers opnieuw mogelijk vanaf 1 januari 2026. Ontdek hoe de gedeeltelijke niet-doorstorting van bedrijfsvoorheffing werkt en wat je nu moet doen.
Tijdens de Uiendag in Nederland draaide alles om technieken die de uienteelt vooruit moeten helpen: van rassenkeuze en rooien tot onkruidbestrijding en irrigatie.
Het project StrawCool wil een toekomstbestendig koudemodel voor aardbeiplanten ontwikkelen. Ervaar jij problemen bij de aardbeiplantenbewaring? Vul dan zeker de enquête in.