Samenwerking versterkt telers én sector

Aangemaakt op

Exclusief voor leden
Krijg toegang tot diepgaande analyses, historieken en seizoensinvloeden voor jouw sector. Deze informatie is enkel beschikbaar voor ingelogde leden van Boerenbond.

“Ge kunt zo hard gaan als ge wilt, alleen tesamen keert het tij”, zo rapt de Brusselse Zwangere Guy in zijn recente lied ‘Loin d’ici.’ Of wat verder: ‘Alleen ga je altijd sneller, maar samen ga je veel verder.’ Oude clichés, maar telersvereniging Ingro brengt ze al twintig jaar elke dag in de praktijk. Vandaag groepeert Ingro zo’n duizend diepvriesgroentetelers, samen goed voor een omzet van 155 miljoen euro. Die...

Joris Snaet

“Ge kunt zo hard gaan als ge wilt, alleen tesamen keert het tij”, zo rapt de Brusselse Zwangere Guy in zijn recente lied ‘Loin d’ici.’ Of wat verder: ‘Alleen ga je altijd sneller, maar samen ga je veel verder.’ Oude clichés, maar telersvereniging Ingro brengt ze al twintig jaar elke dag in de praktijk. Vandaag groepeert Ingro zo’n duizend diepvriesgroentetelers, samen goed voor een omzet van 155 miljoen euro. Die kracht door vereniging gebruikt de coöperatie om correcte prijzen met de verwerking te onderhandelen, maar ook om het voortouw te nemen in het aanpakken van de uitdagingen die op de sector afkomen.

De oprichting van producentenorganisties zoals Ingro in 2005 is een logische invulling van de Europese Gemeenschappelijke Marktordening (GMO), onderdeel van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Doorheen de jaren werd die gemeenschappelijke marktordening meerdere keren hervormd, weg van het opvangnet van inkomensondersteunende subsidies en meer richting marktgericht produceren. Om de positie van de individuele boer in die vrijer wordende markt te versterken, voorzag Europa middelen om producentenorganisaties op te richten. Dat was zeker voor de diepvriesgroentesector geen overbodige luxe, gezien de zwakkere marktpositie van de vele kleine telers ten opzichte van het beperkt aantal grote verwerkers.

Gewicht in de schaal

Diepvriesgroenteverwerkende bedrijven waren het gewend om rechtstreeks met telers te communiceren over hun noden en zagen er geen meerwaarde in om een derde partij erbij te betrekken. Prijsonderhandelingen verliepen (en verlopen nog altijd) per fabriek. Landbouworganisaties ondersteunden in die onderhandelingen, maar toch lukte het vaak niet om genoeg gewicht in de schaal te werpen. Telers werden uit elkaar gespeeld. “Vóór de oprichting van Ingro in 2005 waren de prijsonderhandelingen meer eenrichtingsverkeer. De fabriek deed een voorstel en dat was te nemen of te laten”, getuigt Johan Vanneste. Hij is vandaag voorzitter van Ingro en was er twintig jaar geleden ook al bij. 

Producenten kwamen er om de positie van de individuele boer te versterken.

West-Vlaamse stilte

Zonder producentenorganisaties zagen de telers van diepvriesgroenten de middelen uit de GMO door de neus geboord. Enkel in het oosten van het land ontstond in 1997 in de schoot van Noliko (nu Greenyard) telersvereniging BND, met klemtoon op verwerking in groenteconserven. In West-Vlaanderen bleef het echter lang stil op dat vlak. Telers leverden doorgaans ook aan meerdere fabrieken, waardoor het onmogelijk was om lid te worden van één fabrieksgebonden producentenorganistie. Lid worden van meer dan één producentenorganistie voor industriegroenten is immers wettelijk niet mogelijk.

Koudwatervrees

In 2005 namen Boerenbond, ABS en REO het voortouw om de ‘coöperatieve vennootschap industriegroenten’, of Ingro op te richten. Enkele jaren van erg moeilijke prijsonderhandelingen, waarbij prijzen gelijk bleven of naar beneden gingen, maakten de noodzaak duidelijk om het over een andere boeg te gooien. Telers en verwerkers moesten echter samen in bad en dat was niet evident. Een aantal telers was meteen enthousiast; anderen stonden weigerachtig tegenover het onbekende. Verwerkers waren aanvankelijk ronduit tegen, en sommigen schrokken er niet voor terug om dat de individuele telers in duidelijke bewoordingen te laten weten.

Geen quantité négligeable maar incontournable

In het voorjaar van 2005 richtten Boerenbond, ABS en REO een aantal vergaderingen in om telers het toekomstbeeld van een producentenorganisatie te schetsen. “Een spannende periode”, herinnert Patrick Meulemeester zich, die toen bij Boerenbond de belangen van de telers verdedigde. “Zonder voldoende telers van bij de start dreigde de telersvereniging een slag in het water te zijn.” Maar die vrees bleek gelukkig onterecht. De steun was massaal. Nog de avond zelf en in de eerste weken erna zetten een paar honderd telers hun handtekening. Daarmee was de telersvereniging onmiddellijk incontournable geworden. “Zonder die moedige instappers van bij de start was er van Ingro geen sprake geweest”, looft Patrick hen. Het eerste jaar bedroeg de omzet al ruim veertig miljoen euro. De trend was gezet. Doorheen de jaren sloten steeds meer telers zich aan.

“Zonder die moedige instappers van bij de start was er van Ingro geen sprake geweest.”

Logische oplossing

Ook aan de verwerkerskant rijpten de geesten. Ardo had vrijwel op hetzelfde moment telersvereniging Vegras opgericht voor de telers die exclusief aan Ardo leverden. Voor zij die niet-exclusief leverden aan Ardo was Ingro een logische oplossing. Masseerwerk vanuit het kabinet van toenmalig Vlaams minister van Landbouw Yves Leterme kon de verwerkers over de streep trekken om de telersvereniging een kans te geven. Dat ook zij via deze producentenorganisatie ondersteuning konden krijgen voor bepaalde investeringen zal zeker meegespeeld hebben.

Plaats aan tafel

Ingro moest groeien in zijn rol. Hoewel de telersvereniging op papier eigenaar/verkoper werd van alle groenten, was de rol in het begin eerder administratief. “We hebben onze plaats aan de tafel moeten verdienen”, vertelt Luc De Waele, key accountmanager bij Ingro. “In het begin waren we bijna louter een administratief doorgeefluik. Gaandeweg konden we een sterke partij worden in de onderhandelingen en zijn we gegroeid in onze rol als actieve coöperatie.”

Samen in dezelfde boot

Luc is als commerciële man van Ingro nauw betrokken bij de prijsonderhandelingen, nog steeds de kernopdracht van de telersvereniging. Het onderhandelen van de prijs gaat nog altijd gepaard met pittige discussies, maar wel meer op basis van gelijkwaardigheid. “Afnemers en telers beseffen dat ze elkaar nodig hebben en dat ze samen in dezelfde boot zitten. We staan voor onze telers, maar als de aanvoer wat moeilijker loopt, of als er zorgen zijn rond kwaliteit, communiceren wij ook richting de telers. We adviseren onze telers ook altijd om de volumes te telen volgens contract. Wat er meer geteeld wordt, geeft prijsdruk op de markt die op het einde van de rit sowieso op het bord van de teler terechtkomt”, legt Luc uit.

Joris Snaet
Meelezende blik

Voorzitter Johan Vanneste heeft de contractbesprekingen zien evolueren. “De onderhandelingen zijn nu meer een dialoog. Vroeger stonden telers en producenten meer tegenover elkaar. De sector is ook verder geprofessionaliseerd. Jonge telers kennen beter hun kostprijs en zijn meer managers geworden. Ze zullen sneller nee zeggen als de opbrengstprijzen niet meer kostendekkend zijn.” 
Bestuurslid Stephan Obin is een van die jonge teler-managers en het jongste bestuurslid van Ingro. Hij kent zijn kostprijs, maar is toch nog altijd blij met de meelezende blik van Ingro in de contracten. “Als individuele teler is het logisch dat je teelt volgens de verwachtingen van de verwerker. Maar er zijn grenzen aan wat de basisnorm mag zijn. Als er daarboven extra verwachtingen zijn – ik denk bijvoorbeeld aan strengere fyto-eisen voor babyvoeding – is het normaal dat daar een extra vergoeding tegenover staat. De telersvereniging helpt daar mee over waken.” 

Elk contract nalezen

“Alle bepalingen rondom de teelt zijn soms nog belangrijker dan de prijs zelf”, bevestigt Hilde Dhuyvetter. Zij is al meer dan tien jaar directeur bij Ingro. “Elk contract wordt hier nog altijd van voren tot achteren nagelezen. Dat zorgt ervoor dat leden met een gerust hart hun contracten kunnen ondertekenen. Zo hebben we onder meer afgesproken dat telers de voornaamste wijzigingen op één plek in hun contract kunnen nalezen.”

Voortrekkersrol

De telersvereniging neemt ook op andere vlakken het voortouw. Zo heeft ze op vier plaatsen in West-Vlaanderen een machinepool waar telers tegen een kleine vergoeding gebruik van kunnen maken. Denk daarbij aan een klepelmaaier, greppelfrees, houthakselaar of diepgronder. Ook investeerde de telersvereniging in innovatieve machines om mechanisch of heel plaatsspecifiek onkruid te bestrijden. Hilde D’huyvetter: “Hier kunnen we als telersvereniging een voortrekkersrol spelen. Om diezelfde reden doen we in samenwerking met de proefcentra ook onderzoek naar nieuwe rassen of teelttechnieken. Ook voorziet Ingro in een hagelverzekering. Zo werken we mee aan de ontwikkeling van de sector.” Met de aankoop van een Agriplanter, een automatische plantmachine voor bloemkool en spruiten, verkent Ingro ook de mogelijkheden van automatisatie voor een sector die nog veel handenarbeid vraagt.

“Elk contract wordt hier nog altijd van voren tot achteren nagelezen."

Verder doen

Hoe moet Ingro verder? Teler Stefan Obin houdt het eenvoudig: “Verder doen zoals het nu loopt. De belangen van de telers blijven centraal stellen en de telers ondersteunen. Technisch zie ik nog wel wat uitdagingen voor onze telers zoals het wegvallen van veel fytomiddelen.” Hilde bevestigt: “De teelt van boontjes is bijvoorbeeld moeilijk zonder fyto. Schoffelen kan, maar vergt anders zaaien, wat meer tijd kost. Ik weet niet of de markt klaar is om hiervoor te betalen.”
Maar eind maart volgt eerst het jubilieumfeest. Ingro heeft breed uitgenodigd: niet alleen telers, maar ook verwerkers en andere telersverenigingen. Meer dan ooit wil Ingro samen verder. Luc koestert de droom om de sector nog meer gezamenlijk vorm te geven. Waarbij de verrekening van de inflatie jaarlijks kan gebeuren en geen voortdurende strijd hoeft te zijn. “Prijzen die jaren hetzelfde blijven zorgen voor een scheeftrekking en telers die de handdoek gooien. Daarna volgt een noodzakelijke inhaalbeweging, die dan weer moeilijker verteerbaar is voor de markt. Gestage prijsaanpassingen zorgen voor een voorspelbare evolutie. Dat is uiteindelijk beter voor iedereen.” 

En Boerenbond? Bedrijfseconomische kennis van Boerenbond is meerwaarde

Boerenbond heeft als stichtend lid van Ingro een zetel in het bestuursorgaan van de grootste coöperatie van industriegroenten in Vlaanderen. We brengen kennis over naar het bestuursorgaan om de juiste strategische afwegingen te kunnen maken. Gegroepeerde data van bedrijfseconomische boekhoudingen helpt de coöperatie in de argumentatie voor contractonderhandelingen. Naast de markt moeten ook de cijfers spreken en is het de rol van Ingro om ervoor te zorgen dat ieder lid iets kan verdienen aan zijn teelten. Als de onderhandelingen moeilijk lopen kan Boerenbond zijn rol spelen als landbouworganisatie in het opzetten van syndicale acties om de onderhandelingen kracht bij te zetten. Daarnaast brengt Boerenbond ook actuele beleidsinformatie in, zoals over de impact van beperkingen op het vlak van irrigatie en drainage. We suggereren ook onderzoeksthema’s over bemesting en gewasbescherming om in te spelen op het huidige Vlaamse beleid. 

Pieter Van Oost
adviseur Plantaardige Productie