Barema's
In juni 2025 bereikten de landbouworganisaties Boerenbond en ABS voor Vlaanderen en FJA en FWA voor Wallonië een akkoord met de fiscale administratie over de barema’s voor de sectoren akkerbouw, rundvee en varkens.
Het jaar 2024 was zelfs voor de ouderen onder ons een jaar zoals we het nooit eerder gezien hebben. Na een extreem natte winter en aanhoudende regenbuien, konden de voorjaarswerkzaamheden pas echt van start gaan in de tweede helft van mei. Moeilijke veldomstandigheden zorgden ervoor dat veel gewassen pas in juni gezaaid geraakten. Dankzij een erg groeizame zomer viel de opbrengst van de aardappelen en suikerbieten uiteindelijk nog wel mee. Voor de graangewassen was de opbrengst aan de erg lage kant. Ondanks de aanslepende oorlog in Oekraïne daalden de energie-, voederen bemestingskosten terug tot het normale niveau.

In de dierlijke sectoren begonnen de prijzen in de tweede jaarhelft aan een stijgende tendens, die tot op vandaag stand houdt. Voor het akkerbouwbarema werd een akkoord bereikt over een daling van 21,74%. Voor de melkveehouderij werd een forse stijging genoteerd van 23,29%. Hiermee was de stijging minder groot dan de daling van 35% die vorig jaar werd bereikt, zodat de semibrutowinst (SBW) nog ruim 10% lager is dan inkomstenjaar 2022, wat een historisch goed melkveejaar was.
De krapte op de rundvleesmarkt zorgde voor stijgende verkoopprijzen. Gecombineerd met een daling van de kosten resulteren die in een beperkte stijging van het rundvleesbarema van +2,69%.
Omdat de varkensprijzen redelijk stand hielden en de daling van de voederkosten zich doorzette, werden ook in de varkenssector gunstige cijfers genoteerd. Voor de zeugen werd het barema afgeklopt op 420 euro. Voor vleesvarkens werd een akkoord bereikt op 19 euro per vleesvarken.
Het maximaal aftrekbaar bedrag voor loonwerken wordt behouden op 640 euro per ha. Als gevolg van de afspraken die gemaakt werden met de fiscus om in de barema’s meer rekening te houden met de toenemende specialisatie en diversiteit binnen de sectoren, moet er voor melk, varkens en aardappelen een progressietoeslag toegevoegd worden aan het basisbarema. De uiterste indieningsdatum voor de dossiers werd vastgelegd op 15 januari 2026.
Wat is het barema voor de akkerbouwteelten?
Voor de akkerbouwteelten wordt gekeken naar de samenstelling van het specifieke teeltplan in de leemstreek. In de besprekingen wordt rekening gehouden met de evolutie van opbrengsten, verkoopsprijzen en kosten van granen, suikerbieten, aardappelen, vlas, peulvruchten en koolzaad.
Door de beperkte inzaai van wintergranen daalde dit areaal tot 54,34% van de oppervlakte, gevolgd door aardappelen met 18,75% en suikerbieten met 16,97%. De gemiddelde opbrengst van de granen daalde fors met ruim 15%. De prijsnoteringen van de granen kenden een bescheiden stijging van 11,14%.
Voor aardappelen werden opbrengsten genoteerd van net geen 40 ton. Er werd rekening gehouden met een toenemend areaal contractaardappelen. De gemiddelde vrije marktprijs voor het afgelopen seizoen werd vastgesteld op 169 euro/ton, wat betekent dat er een toeslag van 750 euro per ha moet worden toegevoegd aan het basisbarema op het aardappelareaal boven de vijf hectare (zie ook voorbeeld).
Voor de teelten was er een daling van de bemestingskosten (-11%) en energiekosten (-14%). Bij de berekening van de SBW werd bovendien rekening gehouden met een stijging van alle andere kosten met minimaal de waarde van de indexstijging. Vergoedingen uitgekeerd door een brede weersverzekering of rampenfonds zijn inbegrepen in de SBW. Nieuw voor dit jaar is dat ook de opbrengst van koolstof in de bodem globaal verrekend wordt in de SBW. Tot vandaag blijven dit beperkte initiatieven. Bovendien moeten koolstofboeren vaak extra kosten maken of hun teelt - plan aanpassen zodat dit zeker niet allemaal netto extra winsten zijn. Een extra taxatie van die opbrengsten uit koolstofcertificaten zou helemaal niet stimulerend zijn voor landbouwers die als bedrijf bijdragen aan de aanpak van de klimaatopwarming.
Wat is de toeslag voor aardappelen?
Sinds inkomstenjaar 2020 wordt in de akkerbouwsector een extra winst toegepast op het areaal aardappelen in functie van de notering van de vrije aardappelen. Hiermee wordt ingespeeld op de toenemende diversiteit in het teeltplan van akkerbouwbedrijven en op de toenemende specialisatie. Omdat de vrije aardappelprijs in 2024 vastgesteld werd op 169 euro/ton, wordt een toeslag toegevoegd aan de berekende SBW van 750 euro. Deze toeslag is van toepassing op het areaal aardappelen aangegeven in de verzamelaanvraag van 2024. Voor de eerste 5 ha aardappelen wordt de toeslag niet toegepast.
| Prijs vrije aardappelen | Verschil vrije-contract (euro/ton) | Toeslag per ha aardappelen > 5 ha |
|---|---|---|
| 125 | 0 | |
| 125 - 135 | 10 | 150 |
| 135 - 145 | 20 | 300 |
| 145 - 155 | 30 | 450 |
| 155 - 165 | 40 | 600 |
| >165 | 50 | 750 |
Voorbeeld akkerbouwbedrijf in de Leemstreek
Bedrijf met 100 ha akkerbouw leem, barema leem 2024 = 900 euro/ha, notering vrije aardappelen 2024 = 169 euro/ton, dus toe te passen progressie = 750 euro/ha Bedrijf zonder aardappelen SBW = 100 ha x 900 euro/ha = 90.000 Bedrijf met 30 ha aardappelen SBW = (100 ha x 900 euro/ha ) + ((30 ha-5) x750 ))= 108.750 euro Door de toeslag aardappelen stijgt de SBW op bedrijfsniveau in dit voorbeeld voor een bedrijf met aardappelen met 18.750 euro
Wat is het barema voor melkvee?
Met 47,79 euro/100 liter noteerde de melkprijs in 2024 opnieuw hoger ten opzicht van 2023 (+9,18%), maar nog duidelijk lager dan de recordprijs van 2022 die 54,8 euro/100 liter bedroeg. Aangezien de melkprijs meer dan 35 euro noteert, blijft de toe te passen progressiecoëfficiënt behouden op 5. De verhoging van het basisbarema moet toegepast worden voor een oppervlakte melk vanaf 35 ha en loopt tot 115 ha.
Voor melkvee werd door de problemen met blauwtong geen productiviteitsstijging toegepast inzake melkproductie. De schade die aangericht werd door blauwtong kan bovenop de voorkomende sterfte in rekening gebracht worden op basis van een attest van de dierenarts.
Bij de vleesopbrengsten werd een beperkte stijging van de noteringen van koeien en kalveren in rekening gebracht. De krachtvoederprijzen per ton noteerden in 2024 dalend (-13%). Ondanks de lagere aankoopprijzen per ton werd de krachtvoederkost per koe constant gehouden. Heel wat rantsoenen moesten immers gecorrigeerd worden met de aankoop van extra kilo’s krachtvoeder om de slechte kwaliteit van gras- en maïskuil te compenseren.
Bij de ruwvoeders werd rekening gehouden met extra aankopen wat resulteerde in een stijging van 10% ruwvoederkosten. Onder de streep resulteert dit in een stijging van het melkveebarema met 23,29%, wat nog steeds een stuk lager is dan het beste zuiveljaar 2022.
Wat is de toeslag voor melkvee?
Voor melkvee bestaat er al sinds jaar en dag een progressie. Sinds 2015 is de progressie variabel gemaakt en wordt ze gekoppeld aan de melkprijs. Vanaf inkomstenjaar 2020 wordt het areaal waarop de progressie van toepassing is verruimd tot 115 ha, wat ongeveer overeenstemt met 1 miljoen liter melkproductie.
Voorbeeld melkveebedrijf in de Polders
Barema melk Polders = 1625 euro
Coëfficiënt melk = 9800 liter/ha - Progressie = 5.
Melkproductie 1.176.000 liter
Oppervlakte voedergewassen aangewend voor de melk - productie = 120 ha.
Berekening SBW inkomsten 2024 = (35 x 1625) + (85 x (1625 + (80x5))= 229.000 euro. Door de toepassing van de progressie stijgt de SBW op bedrijfsniveau met 34.000 euro.
Wat is het barema voor vleesvee?
Vleesvee is sinds 2024 begonnen aan een opmars inzake verkoopsprijzen, hoewel de grootste prijsstijging zich pas liet voelen rond de recentste jaarwisseling.
Voor de kalveren werd een prijsstijging van 20 euro weerhouden. Voor de verschillende categorieën van kwaliteitsvee werd een beperkte prijsstijging genoteerd.
De prijzen van koeien stegen met 3,2%, bij de stieren kwam er ruim 2,2% bij in 2024. Met een stabiel niveau aan de opbrengstenzijde en dalende kosten resulteert dit onderaan de streep in een stijging van het rundvleesbarema met 2,69%.
Vruchtbaarheidskosten werden in vleesvee en melkvee verhoogd met 20%.
Door de extreem natte zomer werd er ook in de vleesveesector gerekend met 10 % hogere ruwvoederkosten. De cijfers die gehanteerd worden inzake veebezetting bleven onveranderd. Net zoals bij melkvee kunnen buitengewone verliezen door blauwtong in 2024, afgetrokken worden met een attest opgemaakt door de veearts.
Wat is het barema voor varkens?
In de varkenssector werd het herstel van de markten in 2023 verder bestendigd. Bij de verkoopsprijzen van biggen werd een beperkte daling van 6,5 euro/ big vastgesteld tot 56,5 euro/stuk. In combinatie met een daling van de voederkosten (-13% voor zeugenmeel) werd een semibrutowinst vastgesteld van 420 euro/zeug.
In de afmestbedrijven werden de lagere opzetprijzen voor biggen, ruimschoots gecompenseerd door licht dalende varkensprijsnoteringen. Door een dalend aanbod is de Europese varkensmarkt beter in evenwicht waardoor de prijsdaling van de vleesvarkens beperkt blijft (-0,15 euro/ kg). In combinatie met lagere voederkosten zorgt dit voor stabiele marges op de afmestbedrijven. Het basisaantal biggen per zeug werd behouden op 26 stuks.
Bij de vleesvarkens werd een SBW vastgesteld van 19 euro per verkocht vleesvarken. Per vetgemest varken onder contract werd de SBW verhoogd tot 10 euro (+1) per afgeleverd varken. Hou er rekening mee dat naast de verliezen van 2024 ook de verliezen uit sterfte met betrekking tot de varkensstapel die zich voordeden in de jaren 2021 en 2022 nog kunnen ingebracht worden, voor zover dit voorgaande jaren nog niet gebeurde. Er moet geen rekening gehouden worden met fictieve zeugen in geval van hogere productiviteit vermits er, naar analogie met de andere sectoren, ook in de varkenssector een hogere SBW toegepast wordt bij grotere bedrijven door toevoeging van een progressie. In de bijgevoegde voorbeelden vind je hierover alle details.
Wat is de toeslag bij varkens?
Voor het barema zeugen en vleesvarkens wordt een progressie ingevoerd voor bedrijven met meer dan 200 zeugen en 5000 verkochte vleesvarkens. Vanaf die drempel wordt een hogere SBW gehanteerd op basis van volgende rekenregels.
Zeugen
> 200 en < 500 stuks: toeslag van 0,5 euro/zeug
Vleesvarkens
> 5000 en < 11000 stuks: toeslag van 0,002 euro/vleesvarken
Merk op dat in alle gevallen voor de eerste 200 zeugen en 5000 vleesvarkens steeds de basis SBW van toepassing is. Voor een bedrijf met 420 zeugen, geldt volgende berekening: de eerste 200 zeugen aan het basisbarema van 420 euro. Voor de volgende 220 zeugen moeten er gerekend worden met een supplement van 110 euro/zeug, wat voor die groep neerkomt op een SBW per zeug van 530 euro. Dezelfde redenering volgt voor vleesvarkens, met een toeslag van 0,002 euro per afgeleverd vleesvarken boven de 5000.
Wat zijn de barema’s voor de tuinbouw?
De tuinbouwconsulenten van Boerenbond onderhandelen samen met SBB en een aantal afgevaardigde telers de barema’s tuinbouw. Je kan de volledige tekst en de onderhandelde cijfers terug vinden op fisconet: https://www.minfin.fgov.be/myminfin-web/pages/public/fisconet/navigation/098e3428-66e6-4607-8053-41220fad356f,aa198ee9-44e7-45f6-bb27-2666adc3641f,1b44ef5e-debb-45a2-8761-c01c99f6e21d,f56073dd-c132-4799-ae15-ff550b4026a1