Beroep bij de rechter
Wie niet akkoord gaat met een definitieve vergunningsbeslissing in laatste administratieve aanleg, kan onder bepaalde voorwaarden beroep instellen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) tegen dat besluit. De vergunningverlenende overheid is per definitie de verwerende partij. Heeft iemand anders een beroep ingesteld tegen jouw vergunning als aanvrager, ben je ook automatisch betrokken als tussenkomende partij.
Deze Raad voor Vergunningsbetwistingen onderzoekt niet nog een keer of een project wenselijk is, maar controleert of de vergunningverlenende overheid de regelgeving correct heeft toegepast en haar beslissing voldoende heeft gemotiveerd.
Een beroep bij de RvVb wordt ingesteld via een verzoekschrift. Dat moet worden ingediend binnen een vervaltermijn van 45 dagen, te rekenen vanaf de eerste dag van de aanplakking van de vergunningsbeslissing. Wordt deze termijn niet gerespecteerd, dan is het beroep onontvankelijk.
De Raad kan een vergunningsbeslissing vernietigen wanneer zij strijdig is met de wet of met algemene rechtsbeginselen. Daarnaast kan ook een schorsingsprocedure worden opgestart. Een schorsing heeft tot doel de uitvoering van een vergunning voorlopig stop te zetten in afwachting van een uitspraak ten gronde. In uitzonderlijke gevallen kan zelfs een procedure wegens uiterst dringende noodzakelijkheid (UDN) worden ingesteld.
De procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen is juridisch en technisch van aard. Het verzoekschrift moet nauwkeurig aangeven welke rechtsregels volgens de verzoeker zijn geschonden en waarom de beslissing onwettig zou zijn. Hoewel bijstand door een advocaat niet wettelijk verplicht is, is zij in de praktijk vaak aangewezen om de slaagkansen van het beroep correct te kunnen beoordelen en de procedure zorgvuldig te voeren. Naast het rolrecht (vergelijkbaar met de dossiertaks in administratief beroep), dat altijd verschuldigd is (tenzij een leidend ambtenaar beroep heeft ingesteld), kan de uiteindelijk in het gelijk gestelde partij die een advocaat heeft benut een rechtsplegingsvergoeding toegekend krijgen. Dat is een forfaitaire vergoeding die in de praktijk de advocatenkost niet dekt.
Tegen een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen staat in bepaalde gevallen nog een cassatieberoep bij de Raad van State open. De Raad van State behandelt de vergunningsaanvraag niet opnieuw inhoudelijk, maar onderzoekt of de Raad voor Vergunningsbetwistingen zelf het recht correct heeft toegepast en de procedureregels heeft nageleefd.
Er staat echter een belangrijke hervorming op stapel:
In het kader van de voorgenomen modulaire omgevingsvergunningsprocedure wordt onderzocht om vóór een beroep bij de RvVb eerst een verplicht verzoek tot herziening bij de vergunningverlenende overheid te laten verlopen. Deze regeling is momenteel nog niet in werking getreden.
En wat met de burgerlijke rechter?
Los van de procedures bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen kunnen vergunningsgeschillen in bepaalde gevallen feitelijk ook aan de burgerlijke rechter worden voorgelegd. Daarbij kan die rechter op grond van artikel 159 van de Grondwet oordelen dat de vergunning onwettig was en ze buiten toepassing laten (de zogenaamde exceptie van onwettigheid), zonder de vergunning zelf te vernietigen. De rechter doet dan alsof de vergunning niet bestaat.