Meer serreloof naar professionele compostering

18 januari 2023

In dit project zoeken Boerenbond en partners ruimere duurzame verwerkingsopties van  serreloofstromen.

OVAM, Vlaco, Boerenbond en de praktijkcentra PSKW en PCH voeren samen de Cmartlife-actie C12.1 ‘Extractie/recycling van kunststoffen uit land- en tuinbouwpraktijken' (2021-2023) uit.

In dit project gaan we op zoek naar ruimere duurzame verwerkingsopties van  serreloofstromen van vruchtgroenten zoals tomaat, paprika en komkommer. Vandaag wordt deze stroom hoofdzakelijk verbrand of buiten Vlaanderen verwerkt.

Concreet bekijkt het consortium professionele compostering in Vlaanderen als een manier om de kringloop op een lokale, kwaliteitsvolle en economisch verantwoorde manier te sluiten. Cmartlife C12.1 (LIFE) is daarmee complementair met andere initiatieven rond de valorisatie van kasafval zoals EIP OG Selova en LA-project Zero-Waste.

In de beginfase van Cmartlife C12.1 werd een gedetailleerd overzicht vastgelegd voor vijf verschillende vruchtgroenten van zowel de huidige als potentiële alternatieve scenario’s inzake teeltwijze, teeltmaterialen, prijzen, verwerking, en verwerkingskost.

Zo synthetiseerde Vlaco de verschillende conventionele en alternatieve scenario’s in deze tabel: dit overzicht houdt impliciet rekening met moeilijkheden inzake scheidingstechnieken die doorheen het project opgetekend werden (loof versus touw & clips). Met deze data uit het eerste werkpakket, legde het consortium de basis voor enkele technische proeven, een juridische optimalisatie-oefening en een kosten-/batenanalyse in het vervolg van Cmartlife-actie C12.1.

Teelt- en composteerproeven

Er werden teeltproeven opgestart (2022-2023) in de serres van Proefcentrum Hoogstraten (PCH) en Proefstation groententeelt (PSKW) en anderzijds composteerproeven (2021-2023) met serreloof bij diverse groencomposteerders. 

Het PCH focust op de vergelijking (trostomaat Marinice, plantdatum  september 2022, belichte teelt) inzake de arbeidsefficiëntie van het werken met standaard nylon- versus viscosetouwen en met metalen versus plastic clips. In een tussentijdse evaluatie gaf PCH reeds aan dat het aanbrengen van metalen clips (Tom-systeem) met tang vlotter verliep dan het manueel aanbrengen van plastic clips. De arbeidsefficiëntie van het clipsen kon zo met ongeveer 13-17% toenemen (Tom-systeem). Bij dit systeem werden ook de mogelijkheden getest van het gebruik van viscose touw, gemaakt van cellulose vezel en bijgevolg volledig biologisch afbreekbaar. Deze biologisch afbreekbare variant wordt vergeleken met de conventionele touwen voor breuk en elasticiteit.

dfd
d

Het PSKW vergeleek in een paprikateeltproef (Rode blokpaprika Mavera, plantdatum december 2021) het gebruik van cordenka (viscose) met PLA touw in combinatie met metalen clips (Tom-systeem) versus indraaien (cliploze teelt). Clipsen in paprika zou tijdsbesparend kunnen zijn, het kan ook wenselijk zijn in het begin van de teelt om de planten meer vegetatief  te houden. Daarbij keek PSKW voor de touwen naar parameters zoals breuk, elasticiteit, vastheid in knopen en compatibiliteit van de dikte met clips.

De bindmethoden werden geëvalueerd op arbeidsefficiëntie, gewasschade en duurzaamheid. Bij afronding van de proef (12/2022) werd geconcludeerd:  Het viscosetouw leek elastischer, waardoor de paprikaplanten uitzakten. Het viscosetouw is ook gladder, wat betekent dat er meer moet worden gewikkeld bij het knopen om dezelfde mate van stevigheid te bereiken, wat een grotere arbeidsinspanning betekent. De verhoogde arbeid buiten beschouwing gelaten, voldoet het viscosetouw wel: er waren geen beduidende gebreken (slijtage, breken, niet-corrigeerbaar lossen).

Het aanbrengen van de clips (Tom-systeem) van de planten vraagt meer tijd dan het indraaien door een geroutineerd medewerker (..). Omwille van de complexiteit van indraaien en het grotere risico op plantschade bij onervaren medewerkers is ‘clipsen’ met metalen ringen daarentegen efficiënter wanneer tijdelijke/onervaren medewerkers de planten moeten opbinden: minder kans op plantschade en vermoedelijk sneller.

De metalen clips waren compatibel met beide types touwen. ‘Clipsen’ rond de bloemen/vruchtbeginsels heeft een negatieve invloed op de ontwikkeling van de vruchten: de sapstroom naar de vrucht wordt deels geblokkeerd waardoor de vruchten slecht uitgroeien. Dit nadeel is echter ook gekend bij het werken met plastic clips.

Onderstaande tabel schetst de composteerproeven met serreloof op verschillende professionele composteringssites.

Tabel hiernaast. Cmartlife C12.1 composteringsproef (2021-2023)

dfd

Uitgebreide synthese-pistes

Eind 2021 zetten Vlaco-leden drie proeven op, telkens met loof van verschillende vruchtgroenten en biologisch afbreekbare touwen (geen clips), op drie verschillende composteringssites (IGEAN, De Kruisberg en Sabgro). De belangrijkste conclusie was dat met de toevoeging van 10 tot 30% serreloof de compostbatch moeiteloos de vereiste hygiënisatietemperatuur/tijdsduur bereikte en daarmee potentiële plantpathogenen doodde. Niettemin bleek dat proefbatchen (in de open lucht) die kleiner zijn dan de gebruikelijke hopen gevoeliger zijn voor overvloedige regenval.

Dit had een negatieve invloed op de temperatuurontwikkeling, het afbraakproces en de afzeving van de compost aan het einde van de compostering - zonder dat dit evenwel de uiteindelijke compostkwaliteit in gevaar bracht. Zeven na de compostering bleek nuttig voor het uitzeven van resten van het biotouw: vooral het jutetouw (na ongeveer twaalf weken) en het katoen/viscosetouw (na ongeveer zestien weken).

gb

Het PLA-touw in de IGEAN-composteerproef was na zes maanden volledig afgebroken. Het uitgezeefde eindresultaat - de compost - scoorde in de drie proefbatchen zeer goed qua onzuiverheden (norm is < 0,5 gew% op droge stof). In geen enkele proef was sprake van geurhinder in of rond de site.

Eind 2022 startte het Cmartlife C12.1 consortium 2 additionele composteerproeven bij Loonwerken Renders en bij Sabgro. Ditmaal met het oog op het testen van de composteerbaarheid van bioplastics en metalen ringen. Alhoewel bioclips wegens de meerkost weinig gebruikt worden in de Vlaamse serreteelt, achtte het consortium de composteerproef met clips toch relevant. Aangezien geen serreloofstroom met dergelijke clips kon betrokken worden, werden ongebruikte bioclips van Paskal (zie foto hiernaast) vermengd in de proefbatch met serreloof.

Ook een batch serreloof met metalen clips, momenteel in opkomst (Hortiware - Tom-Systeem), werd meegenomen in een composteerproef. Uit EIP OG Selova-project (11/2022) blijkt dat metalen clips moeizaam magnetisch verwijderd kunnen worden uit verhakseld serreloof. Tegen half 2023 zijn de resultaten van de laatste twee composteerproeven gekend.

Aanpassing juridisch kader?

We stellen tot doel om de hoger geschetste alternatieve scenario’s –in concreto de compostering van geschikte serreloofstromen op een groencompostering – te faciliteren. Serreloof – indien vrij van niet-composteerbare touwen en clips– leunt qua type organisch afval vrij goed aan bij groenafval. Groencompostering sluit met de geldende minimale composteertermijnen overigens aan bij de vereiste termijnen voor de desintegratie en afbraak van biogebaseerde touwen of clips met het ‘OK Compost’-label. Op het juridische vlak onderzoeken Vlaco en OVAM dan ook welke aanpassingen wenselijk en haalbaar zijn in functie van lokale valorisatie in groencomposteringen. Deze oefening dient in een gedragen beleidsvoorstel uit te monden in 2023.

Samen met Boerenbond en het Departement Landbouw en Visserij (Dept L&V) werd in de loop van 2022 ook gekeken naar een meer ondersteunende rol van het GMO-instrument. Los van een ruimere inzet op duurzame telersacties binnen het nieuwe GMO (2023-2030), worden in het algemeen de telersacties vanaf 2023 ruimer ondersteund door de EU/Dept L&V: met name aan 5% in plaats van 4,1% van de omzet en aan een 80% financiering in plaats van ‘een euro voor een euro’. Optimalisaties, bijvoorbeeld het stopzetten van GMO-steun voor verbranding van serreloof, kunnen in het laatste jaar (2023) van Cmartlife C12.1 nog bekeken worden. De GMO-steun kan een belangrijk sluitstuk zijn in de financiële afwegingen volgend uit Cmartlife’s kosten-batenanalyse.

Kosten en baten van verschillende opties voor de serretelers

Doorheen Cmartlife-actie C12.1 (2021-2023) bouwde en actualiseerde het Innovatiesteunpunt in samenwerking met Vlaco een kosten-batenanalyse om de financiële uitdagingen en kansen te schetsen die verbonden zijn aan overschakeling van een conventioneel naar een alternatief scenario. In deze scenario’s werd gerekend met o.a. verwerkingskost-ranges 70 à 150 euro/ton (compostering klassiek loof), 198 euro/ton (verbranding) en 45 à 85 euro/ton ((groen)compostering van serreloof zonder nylon touw en plastic clips).

Op basis van een eerste algemene oefening (2021-2022) werd vastgesteld dat er een sterke meerkost is voor de tomaat- en paprikateelt indien de klassieke touwen en vooral plastic clips en beugels worden vervangen door PLA- of (katoen-/)viscosetouw en bioclips. Deze meerkost wordt niet (volledig) gecounterd door lagere verwerkingskosten en zou met andere woorden een eerder ruime GMO-steun vergen om break-even te draaien. Nog interessanter is het als deze telers zouden overschakelen op hetzij bioafbreekbare touwen en indraaien of clipsen (Tom-systeem) , hetzij het touw-/cliploze  Qlipr-systeem. Voor deze alternatieve pistes is voor gelijke of lagere kosten namelijk géén GMO-steun vereist voor de alternatieve teelt of verwerking.

Voor aubergines zijn de totale kosten van het klassieke scenario (cliploze teelt in nylondraad en OBA-compostering) meestal iets goedkoper, maar met een beperkte GMO-subsidie kan het alternatieve scenario (loof van stengels ingedraaid in bioafbreekbaar touw) goedkoper uitkomen.

Inzake courgette wordt vandaag meestal reeds geteeld door de stengel in touw te draaien zonder clip in een 3-draads of 4-draads jutetouw. Dit is een biobased materiaal dat biologisch afbreekbaar is en dus zou courgetteloof naar professionele compostering kunnen (blijven) gaan.

Betreffende komkommers luidde de kosten-batenanalyse:

  • Indien teelt door indraaien (geen clips) in een jute touw: idem conclusies als courgette,
  • Indien via ‘hoge draad’-systeem:  door hoge aantal clips per plant is een conventioneel scenario véél goedkoper en is de meerkost van het alternatieve scenario (PLA of katoen-/viscosetouw en PLA clips) moeilijk te compenseren met GMO-steun,
  • In vergelijking met het’ hoge draad’-systeem is het Qlipr-systeem rendabeler (zonder GMO).

Begin 2023 staat een update van bovenstaande analyse gepland aan de hand van nieuwe materiaalprijzen en verwerkingskosten. Arbeidskostverschillen van conventionele versus alternatieve teeltscenario’s zijn op basis van ervaringen en tests tot nu toe niet voldoende noemenswaardig gebleken om mee te verwerken in de financiële simulaties.

fv

Sinds maart 2023 staat een kosten-batenanalyse alsook een handige simulatie (in Excel, onderaan) ter beschikking, zodat telers zelf hun kosten-batenplaatje kunnen berekenen. Zie volledig onderaan ook een filmpje waarin het gebruik wordt gedemonstreerd, alsook de link naar de simulatie.

Bron: Boerenbond.

 

vbv