Maatregelen voor het klimaat én voor onze boeren

De Europese Unie zal haar zelf opgelegde uitstootvermindering van 55% in 2030 net niet halen. Voorspellingen gaan uit van 54%. En Europa kijkt hiervoor in het bijzonder naar een aantal landen, waaronder België, dat nog geen energie- en klimaatplan heeft ingediend. Overigens hebben ook Polen en Estland er zo nog geen. Feit blijft dat Europa met strenge blik naar ons kijkt. Onze politici verstaan: Vlaanderen moet dringend met een geactualiseerd Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) komen. Het huidige loopt van 2021 tot 2030 en de Vlaamse regering wil de Vlaamse emissies van boeikassen tegen 2030 reduceren met 40 tot 47% in vergelijking met 2005. 

We hebben het al meermaals gezegd: de boeren worden als een van de eerste sectoren geconfronteerd met de gevolgen van de klimaatverandering. Ze staan dan ook op de eerste rij wanneer er initiatieven moeten worden genomen om die tegen te gaan. 

De inspanningen die Europa vraagt zijn momenteel echter onmogelijk te behalen in de voorziene timing en met de voorziene maatregelen. Als je de Vlaamse land- en tuinbouwer steeds meer inspanningen blijft vragen totdat hij er tenslotte de brui aan moet geven, is het klimaat sowieso slechter af. Land- en tuinbouwproductie zal zich dan immers verplaatsen naar regio’s waar minder klimaatvriendelijk geproduceerd wordt dan bij ons. Wij vragen dat er een plan komt dat de land- en tuinbouwsector niet doodknijpt , maar net versterkt.

Wij vragen daarom toegang tot de instrumenten en middelen die nodig zijn om nog klimaatvriendelijker te boeren. Ten eerste zijn dat vergunningen. Een vergunningsbeleid dat het bouwen van bijvoorbeeld een pocketvergister of kleine windmolen vereenvoudigt, betekent een wereld van verschil voor onze land- en tuinbouwer. Ten tweede moet innovatie meer kansen krijgen. Hierbij denken we aan het erkennen van bijkomende emissiereducerende technieken, maar ook aan het inzetten van Renure. Het is toch onvoorstelbaar dat op het moment dat Russisch kunstmest extra belast wordt en iedereen de mond vol heeft over circulariteit, onze boeren nog steeds verplicht worden om kunstmest te kopen in plaats van een gelijkwaardig product op basis van dierlijk mest te kunnen gebruiken. Ten derde is er ook nood aan budget en een haalbare timing. Enkel zo kan de landbouw nog meer doen dan wat de sector nu al presteert. Aan goodwill is er bij onze boeren en tuinders zeker geen gebrek. Maar ook zij kunnen enkel werken binnen een realistisch en haalbaar kader, vormgegeven door een beleid dat samen met de sector tot oplossingen wil komen.

Ten slotte moeten er ook vereenvoudigingen komen op administratief vlak. Vorige week installeerden landbouwers in Sint-Gillis-Waas tientallen stuwen om het waterniveau op hun gronden beter te kunnen beheersen. De ingrepen zijn relatief eenvoudig en de oplossingen betekenen een wereld van verschil. Deze boeren hebben doorgebeten, ondanks de 392 (!) documenten die zij moesten voorleggen om hun klimaatbestendige oplossing te implementeren. Wil de overheid tonen dat ze de goodwill van de boeren waardeert, moet dit in de toekomst makkelijker worden.

De investeringen in innovaties kosten geld, soms gaat dat over eenmalige investeringen in nieuwe technieken maar evengoed gaat het over hogere uitgaven die zich niet laten afschrijven of terugverdienen zoals voor voederadditieven. Deze financiële uitdagingen kan de sector niet alleen aan.

Een beter vergunningenbeleid, administratieve vereenvoudiging en financiële steun, het is niet of-of maar én-én als we onze landbouwers over de lat van de klimaatdoelstellingen willen tillen. Komt de overheid hier niet aan tegemoet, dan brengt ze zelf haar doelstelling in het gedrang en rest er niets anders dan de grootteorde van de doelstelling te verleggen of de timing te verschuiven. Het klimaatbeleid is een gedeelde verantwoordelijkheid en het is aan de Vlaamse overheid om te bekijken hoe de beoogde doelstellingen worden bereikt. Aan de goodwill van de landbouwsector zal het niet gelegen hebben. 

Wij vragen toegang tot de middelen die nodig zijn om nog klimaatvriendelijker te boeren.

Lode Ceyssens

-

Voorzitter Boerenbond