Vergunningsaanvragen
Wil je bouwen, verbouwen, een bedrijf starten of uitbreiden, of andere werken uitvoeren die invloed hebben op je omgeving? Ga dan eerst na of je daarvoor een omgevingsvergunning nodig hebt. Voor sommige kleinere ingrepen volstaat een melding via een eenvoudigere procedure.
Stedenbouwkundige handelingen
Voor stedenbouwkundige werken is artikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) het uitgangspunt. Dit artikel legt uit voor welke ingrepen je meestal een vergunning nodig hebt. Denk bijvoorbeeld aan het bouwen van een loods of stal, een wijziging van de bestemming van een gebouw, het aanleggen van verharding of het opsplitsen van een perceel.
Om te weten welke regels in jouw situatie gelden, volg je best telkens dezelfde stappen:
- Eerst bekijk je of je een vergunning nodig hebt.
In artikel 4.2.1 van de VCRO staat welke werken en handelingen vergunningsplichtig zijn. - Is een vergunning normaal verplicht? Dan kan het toch zijn dat er een vrijstelling is.
Sommige beperkte werken mogen zonder vergunning worden uitgevoerd. Dat staat in artikel 4.2.3 VCRO en in de regels over vrijstellingen. - Geldt er geen vrijstelling? Dan kan je nagaan of een melding volstaat.
Voor bepaalde werken is geen volledige vergunning nodig, maar moet je wel een melding indienen via het Omgevingsloket. Een melding verloopt eenvoudiger dan een vergunningsaanvraag: - Er is geen openbaar onderzoek;
- De overheid geeft geen vergunning, maar neemt akte van de melding;
- De overheid heeft daarbij weinig ruimte om zelf te beoordelen. Ze controleert vooral of de melding aan de voorwaarden voldoet, namelijk of de werken meldingsplichtig en niet verboden zijn. Meer uitleg vind je ook via het luik over meldingen in het Omgevingsvergunningsdecreet.
- Is er geen vrijstelling en volstaat een melding niet? Dan moet je een omgevingsvergunning aanvragen.
- Tot slot bekijk je of de aanvraag inhoudelijk kan worden goedgekeurd.
Het is niet genoeg dat je een vergunning aanvraagt. De geplande werken moeten ook verenigbaar zijn met de geldende regels, zoals ruimtelijke plannen, stedenbouwkundige voorschriften en eventuele voorwaarden voor de omgeving.
Dat laatste betekent dat de overheid onder meer zal toetsen aan de bestemming van het perceel, stedenbouwkundige voorschriften, de goede ruimtelijke ordening, milieuregels, waterbeleid, natuurwetgeving en eventuele sectorale regelgeving. Het gros van de criteria en regels waaraan getoetst wordt, is te vinden in artikel 4.3.1 VCRO.
Exploitatie IIOA (= milieu)
Het is belangrijk om niet alleen te kijken naar de stedenbouwkundige aspecten van je project, maar ook naar de milieuvergunningsregels. Heel wat landbouwactiviteiten zijn immers ingedeelde inrichtingen of activiteiten (IIOA) waarvoor een melding of vergunning nodig is. Welke procedure geldt, hangt af van de klasse van de inrichting:
- Klasse 1: vergunningsplichtig, meestal met de provincie als bevoegde overheid
- Klasse 2: vergunningsplichtig, doorgaans behandeld door het college van burgemeester en schepenen
- Klasse 3: meldingsplichtig.
Om na te gaan of een inrichting meldingsplichtig is (klasse 3) dan wel vergunningsplichtig (klasse 1 of 2), moet je kijken naar de zogenaamde indelingslijst (bijlage 1 bij VLAREM II). Die lijst bevat per activiteit drempelwaarden en criteria waarmee wordt bepaald in welke klasse een inrichting of activiteit wordt ingedeeld. Voor landbouwbedrijven gaat het bijvoorbeeld om rubrieken voor dieren (9.4 rundvee, 9.5 varkens, 9.6 pluimvee ...), mestopslag, energie-installaties, waterwinning of opslag van gevaarlijke stoffen.
Bij gemengde projecten worden de verschillende vergunningselementen geïntegreerd behandeld binnen één omgevingsvergunningsprocedure. Zo kan één aanvraag perfect een stedenbouw- en milieuluik bevatten.
Vegetatiewijzigingen
Naast stedenbouwkundige handelingen en ingedeelde inrichtingen kunnen ook vegetatiewijzigingen aan een vergunning onderworpen zijn. Het gaat onder meer om het wijzigen, vernietigen of beschadigen van bepaalde vegetaties of kleine landschapselementen, zoals historisch permanente graslanden, houtkanten, hagen, poelen, graften en andere ecologisch waardevolle elementen. Voor dergelijke ingrepen heb je in bepaalde gebieden een afzonderlijke omgevingsvergunning voor vegetatiewijzigingen nodig. Sommige vegetaties hebben zelfs een bijzonder beschermingsstatuut en mogen in principe niet worden gewijzigd.
Voor landbouwers verdient dit bijzondere aandacht bij het scheuren van graslanden, het verwijderen van kleine landschapselementen of het herinrichten van percelen. Of je een vergunning nodig hebt, hangt af van de aard van de vegetatie en de ligging van het perceel. Daarom is het raadzaam vooraf na te gaan of beschermingsregels van toepassing zijn, bijvoorbeeld voor historisch permanente graslanden, Natura 2000-gebieden of landschappelijk waardevolle elementen.
Bevoegde overheid
Ook de bevoegde overheid verschilt naargelang het dossier. Voor de meeste projecten is het college van burgemeester en schepenen bevoegd. In bepaalde gevallen, bijvoorbeeld voor sommige klasse 1-inrichtingen of voor projecten van bovenlokaal belang, is de deputatie of de Vlaamse regering bevoegd.
Hoe dien je een aanvraag in?
Een vergunningsaanvraag wordt digitaal ingediend via het Omgevingsloket (zie de blauwe knop rechtsboven op deze webpagina).
Complexe dossiers vragen heel wat voorbereiding. Een zorgvuldige voorbereiding van een project kan veel tijd besparen. Daarom ga je best vóór de indiening na of je project past binnen de geldende bestemmings- en vergunningenregels en of bijkomende onderzoeken of adviezen vereist zijn. Het is vaak verstandig om vooraf met de vergunningverlenende overheid te overleggen. Houd er wel rekening mee dat alleen een officieel antwoord op een ingediende aanvraag echt zekerheid biedt.
Wordt je project in eerste instantie afgewezen? Dan is dat niet altijd het einde van het verhaal. In beroep kan een andere vergunningverlenende overheid het dossier anders beoordelen.
Verplichte bijstand van een architect?
Als je voor de geplande werken een melding of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen nodig hebt, geldt in principe ook de plicht een architect onder de arm te nemen (afhankelijk van het type werken). Er zijn wel enkele wettelijk voorziene uitzonderingen.
De procedure ziet er op vandaag (2026) nog als volgt uit:
Na de eerste controle bekijkt de overheid of je dossier volledig is en of het behandeld kan worden. Die controle duurt maximaal 30 dagen. Als er nog documenten of informatie ontbreken, kun je tijdens die periode de kans krijgen om je dossier aan te vullen, bijvoorbeeld binnen 14 dagen.
Daarna start de inhoudelijke beoordeling van je aanvraag. Welke procedure gevolgd wordt, hangt af van het soort dossier.
Bij de gewone procedure is er meestal een openbaar onderzoek van 30 dagen. Buurtbewoners en andere geïnteresseerden kunnen dan opmerkingen of bezwaren indienen. Je herkent zo’n openbaar onderzoek aan een geel aanplakbiljet op de locatie. De informatie is ook online terug te vinden via het Inzageloket, op basis van het adres of OMV-referentienummer. In principe neemt de overheid binnen 105 dagen een beslissing, al kan die termijn in sommige gevallen worden verlengd.
De vereenvoudigde procedure geldt alleen voor bepaalde, duidelijk omschreven projecten met een beperkte impact, zoals een kleine wijziging aan een bestaande vergunning of een beperkte stedenbouwkundige ingreep. Hierbij is er geen openbaar onderzoek. De overheid beslist normaal gezien binnen 60 dagen.
Tijdens de behandelingsduur is ook plaats voor adviezen en milieueffectbeoordeling.
Je kiest niet zelf welke procedure je volgt. De regels in het Omgevingsvergunningsdecreet en het Omgevingsvergunningenbesluit bepalen welke procedure voor uw aanvraag geldt.
Er staat evenwel een belangrijke hervorming op stapel:
Met de decreet van 17 mei 2024 heeft Vlaanderen de invoering van een modulaire omgevingsvergunning goedgekeurd. Daarbij wordt afgestapt van het huidige onderscheid tussen de gewone en de vereenvoudigde procedure. In de plaats komt één basisprocedure, die afhankelijk van de aard en complexiteit van het project kan worden aangevuld met modules, zoals bijvoorbeeld een openbaar onderzoek of de mogelijkheid om je dossier nog te wijzigen. Er wordt ook afgestapt van de beslissing over ontvankelijkheid en volledigheid, zoals die vandaag bestaat. De Vlaamse overheid beschouwt dit als een meer flexibele en oplossingsgerichte aanpak. De inwerkingtreding hangt echter nog af van verdere uitvoeringsregelgeving en aanpassingen aan het Omgevingsloket.
Beslissing
Na afloop van de procedure neemt de bevoegde overheid een beslissing. De omgevingsvergunning kan geheel of gedeeltelijk worden verleend, worden verleend onder voorwaarden of geweigerd.
De inhoud van aanvragen tot omgevingsvergunning wordt op het Inzageloket gepubliceerd gedurende de beroepsperiode na het nemen van de beslissing, net als tijdens een openbaar onderzoek.
Tegen een beslissing genomen in eerste (soms: enige) of in laatste aanleg, of dat nu een vergunning of een weigering is, kan onder bepaalde voorwaarden beroep worden ingesteld. Daarover meer op de volgende pagina’s.