Jaarresultaten van de Vlaamse boerderij
Aangemaakt op
Toegevoegde waarde stijgt licht in 2024
In 2024 zag ‘de Vlaamse boerderij’ haar omzet licht dalen tegenover 2023. Ook de werkingskosten daalden licht. De daling van de omzet (-1,7%), gecombineerd met een verdere daling van de kosten (-3,0%) leidde tot een beperkte verbetering van de toegevoegde waarde (+4,0%).
Daling in globale omzet
Voor de akkerbouw is 2024 een jaar om snel te vergeten. De omzetdaling in de plantaardige sectoren wordt voornamelijk veroorzaakt door een lagere omzet in de akkerbouwsectoren (-26%) in het bijzonder de graansector (-56,0%). Daardoor belandt de Vlaamse omzet van graan op een ongekend dieptepunt. Ook bij de aardappelen en bieten daalde de omzet met respectievelijk 22,0% en 2,05%.
De groentesector kende een stijging van 7,2%, voornamelijk gedreven door industrie- en glasgroenten. Voor witloof was er een prijsherstel met 35%. In de fruitsector steeg de omzet met 24,4% op basis van de veilingomzetten van de oude oogst van appelen en peren in de eerste acht maanden van 2024 en de veilingomzet van aardbeien van de oogst 2024.
In de dierlijke sectoren daalde de omzet met 2,2%. De verklaring daarvoor is de prijsdaling in alle deelsectoren, met uitzondering van de rundveeprijzen en de melkprijzen die stabiel bleven. De sterkste prijsdalingen deden zich voor in de eiersector (-22,2% na sterke prijsstijgingen in 2022-2023) en de varkenssector (-6,7%). In 2024 wordt 37% van de totale omzet gerealiseerd in de plantaardige sectoren tegenover 63% in de dierlijke sectoren.
Lagere teeltopbrengsten
De opbrengsten voor de granen vielen sterk tegen door de vele regenval. De hectare-opbrengsten lagen gemiddeld 42% lager dan in 2023. Er werd ook ingeboet op het vlak van kwaliteit. Vlas kende daarentegen betere opbrengsten dan in 2023 door een late inhaalbeweging.
De globale suikerproductie in Vlaanderen zou 13,0% lager uitvallen tegenover 2023. Verklaring is de zeer late uitzaai en de door het natte voorjaar zeer moeilijke groeiomstandigheden. Ook de opgelopen structuurschade wordt aangehaald als factor voor de lage suikerproducties.
Hoewel het er aanvankelijk naar uitzag dat de aardappeloogst omwille van het late en zeer natte voorjaarsseizoen het echt ging laten afweten, zorgde de omslag naar beter en zonniger weer voor een sterke groei van het gewas. Ondanks de slechte weersomstandigheden daalden de opbrengsten gemiddeld slechts met 3,3%. Wel moet opgemerkt worden dat we te maken hebben met een zeer laat groeiseizoen. Het rooien zal wellicht pas vanaf half oktober op kruissnelheid komen, waardoor het risico bestaat dat bij slecht weer niet alles tijdig van het veld geraakt.
Grotere gecommercialiseerde hoeveelheden groenten en fruit (oude oogst)
Bij de diepvriesgroenten vielen de opbrengsten nog mee en voor een aantal verse groenten daalden de opbrengsten in beperktere mate dan aanvankelijk werd gevreesd. Door het groeizame weer in de zomerperiode vond een inhaalbeweging plaats. Ook de sierteeltsector ondervond de gevolgen van het slechte weer, zij het eveneens in beperkte mate. De via de veilingen gecommercialiseerde hoeveelheden groenten en fruit (van de oude oogst) stegen in 2024 tegenover 2023. Dit jaar zullen de fruittelers daarentegen minder appelen produceren. De lagere productie is toe te schrijven aan een verdere afbouw van het areaal, maar ook door het slechte weer in het voorjaar. Ook voor peren valt de oogst lager uit door het natte en gure voorjaar.
Prijsdaling voor graan en aardappelen
Als gevolg van de oorlog in Oekraïne stegen de graanprijzen in 2022 gevoelig, maar in 2023 daalden de prijzen tot op het niveau van voor de Russische invasie. Ondanks de slechtere graanoogst in de Europese Unie, veerden de prijzen niet op als gevolg van aanzienlijk betere oogsten in de VS en Canada, maar ook in China en India.
Ook de aardappelprijzen konden tot nu toe niet plussen, ondanks de lagere opbrengsten. Verklaring hiervoor is de beperkte vraag naar vrije aardappelen. In Vlaanderen wordt de laatste jaren ongeveer 25% van de aardappelen op de vrije markt verhandeld. De overige 75% van de productie wordt onder contract verbouwd. In 2024 stegen de contractprijzen met gemiddeld 5%, maar omwille van de beperkte vraag (verwerkende bedrijven nemen in eerste instantie hoofdzakelijk gecontracteerde aardappelen af) daalden de prijzen op de vrije markt althans in de eerste maanden van het seizoen met ruim 50% tegenover 2023. Vrije en contractprijzen gecombineerd resulteren in een te verwachten prijsdaling met zo’n 20%. Globaal wordt een omzet verwacht die 22,0% lager zal uitvallen tegenover 2023.
Voor vlas kwam er in 2023 en 2024 veel beterschap op het vlak van prijsvorming door het hernemen van de export naar China. In tegenstelling tot de meeste glasgroenten, daalden de prijzen van een aantal openluchtgroenten waaronder prei. Witloof kende reeds in 2023 een betere prijsvorming, die in 2024 verder doorgezet werd.
Daling van de werkingskosten ligt aan de basis van verbetering toegevoegde waarde
Stijgende producties maar omzetdaling
In de dierlijke sectoren stegen de producties over de gehele lijn, zij het wel in beperkte mate (+2%). Daartegenover stonden prijsdalingen voor varkens, gevogelte en eieren. Beperkte prijsverbeteringen waren er voor rundvee, terwijl de melkprijs stabiel bleef. Weliswaar is het afwachten wat het concrete effect is van de blauwtonguitbraken dit najaar. Sinds augustus heeft het blauwtongvirus zich immers razendsnel verspreid over Vlaanderen en België met onder meer een verminderde melkproductie en oversterfte van runderen en schapen tot gevolg. Voor de schapensector schatten de eerste gegevens de financiële verliezen door directe sterfte op 1,9 miljoen euro tot eind augustus. Aangezien het aantal blauwtongbesmettingen sindsdien gestegen is, is het duidelijk dat deze cijfers nog geen volledig beeld geven van de huidige situatie en waarschijnlijk verder zullen blijven stijgen. In de melkveehouderij is het vandaag onduidelijk wat het effect op de melkleveringen zal zijn.
Werkingskosten dalen verder in 2024
Na een forse stijging van de werkingskosten in 2022 (+19%), daalden in 2023 de kosten met 5,6%. In 2024 volgde een verdere kostendaling met 3,0%. Toch moet gesteld worden dat de globale kostendaling in 2024 uitsluitend moet worden toegewezen aan kostendalingen voor plantenvoeding en veevoeders. Alle andere kosten zoals loonkosten en allerlei diensten waarop de sector een beroep doet, stegen. De meeste weliswaar in beperkte mate. De voornaamste kostenstijging deed zich voor bij plantenbeschermingsmiddelen omwille van de hoge ziektedruk in 2024 veroorzaakt door de natte weersomstandigheden, waardoor de schimmelziekten de vrije loop kregen.
De gedaalde veevoederkosten (-10,8%), gedreven door een daling van de prijzen van de granen en de eiwithoudende gewassen, gaven een stimulans aan de moeilijke prijsvorming in dierlijke sectoren.
We stellen vast dat in 2024 zo’n 80% van de gerealiseerde omzet opging in werkingskosten. Met 1,566 miljard euro bruto toegevoegde waarde steeg de toegevoegde waarde licht (+4,0%) tegenover 2023. Het is echter wel de vraag of dit al dan niet gaat om een structureel dan wel om een tijdelijk effect.