Wie is Jan Banckaert?
Aangemaakt op
“Wij, Vlaamse boeren, doen écht ons best”
Jan Banckaert is een goedlachse melkveehouder uit Waarschoot die zijn hart verloor aan het verzorgen en fokken van roodbonte koeien. Hij is altijd positief ingesteld, maar kan er met zijn hoofd niet bij dat landbouwwetten worden opgesteld door mensen die amper in aanraking komen met de praktijk. Ook de afstand tot de consument baart hem zorgen.
Jan is een gezellige spraakwaterval met het hart op de tong. Hij is zeer trots op de Vlaamse landbouwsector, maar maakt zich zorgen over de toekomst ervan. “Wij krijgen regels opgelegd die berekend zijn met een computerprogramma,” zegt Jan, “maar geen enkel jaar is voorspelbaar in onze sector. Dat maakt dat die regels vaak onhoudbaar en heel frustrerend zijn. Want wij doen echt ons best.”
Wat is volgens jou de grootste uitdaging binnen de landbouwsector?
“De consument zou meer betrokken moeten zijn bij de landbouw. Zij hebben geen idee van hoeveel regels wij opgelegd krijgen, en hoe hard wij werken om aan die regels te voldoen. De Vlaamse landbouw is één van de duurzaamste ter wereld, en toch lijken onze inspanningen nooit genoeg.
Het is zo jammer dat vruchtbare landbouwgrond, waar onze voorouders heel hard voor gewerkt hebben, plaats moet maken voor bos en heide. Te weinig mensen beseffen dat lokale boeren zorgen voor ons duurzaam eten, en dat ontmoedigt denk ik velen van ons. Van waar moet het eten in de toekomst dan komen? Waar doet men beter?”
Onze inspanningen lijken nooit genoeg.
Wat maakt jou zo trots om boer te zijn?
“Het mooiste aan boer zijn vind ik dat we alleskunners zijn, dat we prachtige producten afleveren, en dat geen enkele dag hetzelfde is. We onderhouden onze machines, we selecteren stieren voor fokkerij, we insemineren onze koeien, we melken ze, we bewerken het land, we produceren eten voor mens en dier, en we hebben een serieuze boekhouding. Dat allemaal zelf kunnen doen, geeft mij heel veel voldoening.
Mijn ouders hadden geen landbouwbedrijf, maar mijn grootouders wel. Toen ik 12 jaar oud was, wist ik al zeker dat ik boer wilde worden. Ik ging op ieder vrij moment met mijn fiets naar de boerderij. Die band met de dieren, de natuur, het land en de open ruimte zat bij mij altijd heel diep. Ik word gelukkig van alles te zien groeien en bloeien.
Ik kan mezelf ook helemaal verliezen in fokkerij. Ik heb alle vakbladen van roodbonte koeien uit Zwitserland, Nederland en Duitsland. Ik volg dat allemaal op, en ik ken alle stieren van buiten.”
Hoe zie jij de toekomst van de Vlaamse landbouw?
“Ik ben er gerust in dat er een moment gaat komen waarop iedereen zal beseffen dat voedsel van eigen bodem toch wel belangrijk is. Niet alleen hier kenden we een nat jaar met kleinere oogstopbrengsten, ook in andere delen van Europa staat alles onder water, of is het veel te droog. Met de oorlog in Oekraïne ervaarden we wat het is om afhankelijk te zijn van andere landen. Er komt een moment waarop onze boeren terug het respect gaan krijgen dat ze verdienen, en hopelijk is het dan nog niet te laat.”
Je loopt tegen je pensioen aan, hoe ziet de toekomst van je bedrijf eruit?
“Het is moeilijk om te voorspellen wat er met ons bedrijf zal gebeuren, want wij hebben voorlopig geen overnemer. Soms is het wel hard om te beseffen dat het hier kan stoppen, want dit bedrijf is echt ons levenswerk. Ik zeg altijd dat starten niet zo moeilijk is als stoppen, en dat is bij veel collega’s zo. Er zullen veel mooie landbouwbedrijven verdwijnen in de komende 10 jaar. Een groot deel van de landbouwers zal op pensioen gaan, en de nieuwe generatie durft niet starten omwille van grote onzekerheid.”
Wie?
Jan Banckaert is een melkveehouder met een hart voor roodbonte koeien. Hij maakt zich zorgen over de toekomst van zijn mooie sector, want net als de burger, komen ook de mensen die de wetten opstellen te weinig in aanraking met de landbouw.
Waarom lid?
Jan is lid van Boerenbond omdat hij het belangrijk vind dat de belangen van de sector met de nodige kennis verdedigd worden.
Toekomstdromen?
Jan zijn pensioen komt dichterbij, en zonder opvolger weet hij voorlopig niet hoe de toekomst van zijn bedrijf eruit zal zijn. Toch is hij nog steeds bezig met het optimaliseren van de veestapel en de gebouwen op het bedrijf.