Selectief behandelen niet-ernstige klinische mastitis

Aangemaakt op

Resultaten veldproef

Mastitis wordt traditioneel behandeld met antibiotica. Maar in een tijd waarin een verantwoord medicijngebruik steeds belangrijker wordt, rijst de vraag of elke infectie wel een antibioticabehandeling nodig heeft. Een grootschalige Vlaamse veldproef, uitgevoerd door M-team UGent, DGZ, ILVO en Hooibeekhoeve, onderzocht of selectieve behandeling van niet-ernstige klinische mastitis mogelijk is.

Niet-ernstige klinische mastitis wordt gekenmerkt door zichtbare afwijkingen in de melk (bijvoorbeeld vlokjes of een waterige consistentie) of een lichte zwelling van de uier, zonder dat de koe zelf ziek oogt. In de traditionele aanpak worden dergelijke gevallen vaak automatisch met antibiotica behandeld, maar dat leidt tot onnodig medicijngebruik en verhoogt het risico op antibioticaresistentie.
Sneltesten inzetten
Om een gerichtere behandelingsstrategie te ontwikkelen, namen 10 dierenartspraktijken en 31 melkveebedrijven actief deel aan een grootschalige veldstudie. De kern van de aanpak? Als melkveehouder in samenwerking met de dierenarts sneltesten inzetten om het type bacteriële infectie bij te bepalen. 
Deze testen geven na 18 tot 24 uur een resultaat, waarna beslist wordt of antibiotica nodig is. Als de test aantoont dat de mastitis veroorzaakt wordt door een gramnegatieve bacterie, zoals Escherichia coli of klebsiella, of als er geen bacteriegroei zichtbaar is (bijvoorbeeld bij gisten, schimmels of wanneer er effectief geen kiemen aanwezig zijn), wordt ervoor gekozen de koe zonder antibiotica te behandelen.
Dit betekent dat melkveehouders niet langer blindelings antibiotica moesten toedienen, maar een wetenschappelijk onderbouwde keuze kunnen maken. Dit komt niet alleen de individuele koe ten goede, maar draagt ook bij aan een duurzamer antibioticabeleid.
Belangrijke inzichten uit de studie
De studie bevestigt dat selectieve behandeling een haalbare en efficiënte methode is om antibioticagebruik in de melkveehouderij te verminderen. De resultaten toonden aan dat niet elke mastitisbehandeling antibiotica vereist. Door sneltesten te gebruiken, konden veehouders en dierenartsen beter inschatten welke infecties vanzelf zouden genezen en welke wel medische behandeling nodig hadden. Daarnaast bleek dat het selectief behandelen van mastitis geen negatieve gevolgen had voor de diergezondheid, de melkproductie en het celgetal. Koeien die geen antibiotica kregen, herstelden bacteriologisch even snel als koeien die wel werden behandeld. Ook economisch is selectief behandelen voordeliger, want er wordt minder antibiotica aangekocht én de melk kan een pak sneller terug in de tank. 
Samenwerking met dierenarts
Voor dierenartsen is de aankoop van sneltestmateriaal interessant, maar voor individuele melkveehouders minder. De sneltesten zijn doorgaans beperkt houdbaar. Correct aflezen vergt kennis en ervaring, waardoor best de dierenarts de sneltesten kan uitvoeren aangezien die meerdere klanten heeft. Daarnaast is nauwe samenwerking met een dierenarts van belang om de juiste koeien te selecteren, een goede bemonsteringtechniek te bewerkstelligen en uiteraard een behandeling op maat van de koe in te stellen.
Toch moeten veel dierenartsen nog overtuigd worden om in sneltesttechnologie te investeren. Melkveehouders moeten daarom zelf het gesprek aangaan en hun dierenarts aanmoedigen om deze stap te zetten.