MAP7 in detail

Aangemaakt op

Exclusief voor leden
Krijg toegang tot diepgaande analyses, historieken en seizoensinvloeden voor jouw sector. Deze informatie is enkel beschikbaar voor ingelogde leden van Boerenbond.

Gebiedsgericht beleid 

  • De opdeling in de 4 gebiedstypes blijft bestaan en in de gebiedstypes waar de doelafstand nog niet is gehaald (GT1, 2 en 3) blijven er extra maatregelen gelden. In plaats van de verplichting om in GT2 en 3 vanggewassen in te zaaien volgens een vastgelegd doelareaal, wordt er nu een keuze aan de landbouwers gelaten. Er geldt een korting op de bemestingsnormen die groter is voor de gebiedstypes...

Gebiedsgericht beleid 

  • De opdeling in de 4 gebiedstypes blijft bestaan en in de gebiedstypes waar de doelafstand nog niet is gehaald (GT1, 2 en 3) blijven er extra maatregelen gelden. In plaats van de verplichting om in GT2 en 3 vanggewassen in te zaaien volgens een vastgelegd doelareaal, wordt er nu een keuze aan de landbouwers gelaten. Er geldt een korting op de bemestingsnormen die groter is voor de gebiedstypes met een slechtere waterkwaliteit en die ook hoger is voor nitraatgevoelige teelten tegenover niet-nitraatgevoelige teelten. Deze korting op de bemestingsnormen kan wel helemaal of deels teruggewonnen worden, door als landbouwer een duurzame teelt-, bemestings-, of bodemtechniek toe te passen. Per duurzame techniek wordt een terugverdienpercentage toegekend. 
  • Momenteel is in het decreet enkel de duurzame techniek “inzaaien van vanggewassen” opgenomen maar het decreet voorziet dat deze lijst voor 15 februari 2025 wordt aangevuld. Hiervoor is al een wetenschappelijke studie beschikbaar die heel wat duurzame technieken oplijst, zoals het inzaaien van een wintergraan, afvoer van oogstresten, stikstofbemestingsadviezen, aanhouden van bepaalde teeltrotaties. 
  • Daarnaast blijft ook de mogelijkheid om een vrijstelling te behalen, op basis van een positieve bedrijfsevaluatie van nitraatresidu, behouden. Hierdoor moet een landbouwer zich niet meer aan bovenstaande strengere maatregelen houden want hij heeft dan al aangetoond dat hij individueel geen negatief effect heeft op de waterkwaliteit. 

Nitraatresidumetingen 

  • Het instrument van nitraatresidu blijft bestaan maar er wordt ingeschreven dat er in de toekomst ook rekening zal gehouden worden met de hoeveelheid koolstof in de bodem. Landbouwers die werken aan een hoger koolstofgehalte in hun bodem worden vandaag namelijk afgestraft omdat de kans op een hoger nitraatresidu dan veel groter is. 
  • Op basis van wetenschappelijk onderzoek wordt ook een nieuwe meetprocedure voor het nitraatresidu opgesteld waardoor de veldvariatie daalt en de tweede drempelwaarden zullen zakken. Omdat ook de weersomstandigheden een sterke impact hebben op de nitraatresidumetingen wordt een systeem ingeschreven om hier ook mee rekening te houden. 
  • Boerenbond is bezorgd dat deze nieuwe staalnamemethode voor het nitraatresidu wel toepasbaar is in de praktijk en niet zal zorgen voor extra kosten voor de landbouwers. We vragen dan ook dat deze nieuwe staalnamemethode kan uitgerold worden wanneer de staalnemers hiervoor volledig klaar voor zijn. 

Uitrijregeling 

  • Vanuit het stikstofakkoord was al ingevoerd dat de sleepslangen op grasland vanaf 1 januari 2028 worden uitgefaseerd. Dit was volgens Boerenbond echter niet volgens het gemaakte akkoord tussen landbouw en milieu. Sleepslangen zijn een goede techniek om bodemcompactie te vermijden. Er is nu ingeschreven dat wordt onderzocht in welke mate er alternatieve technieken kunnen zijn, die minstens een even grote emissiebeperking realiseren op niveau van de landbouwsector. 
  • Kunstmest moet verplicht met een kantenstrooier of een alternatieve techniek worden uitgereden. 
  • Het uitrijden van alle vloeibare mesttransporten naar derden moet met de AGR-GPS app gebeuren. Eigen mest op eigen grond blijft mogelijk zonder AGR-GPS app tot 30 juni.  
  • De start van de uitrijperiode voor maïs en late aardappelen zonder voorteelt wordt verlaat naar 15/03. 
  • Verder geldt er ook een verkorting voor de uitrijperiode van effluent vanaf 2026 tot 31/08, in 2025 gelden wel in tussentijd al verstrengde maatregelen. 

Derogatie en Renure 

Boerenbond blijft aandringen op een snelle bespreking van derogatie en Renure met Europa, zoals ook in het regeerakkoord is opgenomen. In het voorstel van Decreet is opgenomen dat het gesprek met Europa wordt aangegaan en dat het ingevoerd wordt mits de doelafstand hierdoor niet vergroot. 

Bufferstroken 

  • Een andere maatregel voor de landbouwsector is het invoeren van bufferstroken langs VHA-waterlopen. In het eerste plan was een teeltvrije strook van 6 meter voorzien, in plaats van een teeltvrije strook van 1 meter, een pesticidenvrije strook van 3 meter én een bemestingsvrije strook van 5 meter vanaf de talud. Nu is voorzien dat de bufferstrook als basis 3 meter breed is. Voor nitraatgevoelige teelten in gebiedstypes 2 en 3 en in natuurgebieden, moet 5 meter aangehouden worden. 
  • Het was voor Boerenbond ontzettend belangrijk dat hiervoor een financiële compensatie kwam. In plaats van volledige teeltvrije zones is het nu mogelijk om hier een buffergewas op te telen, zoals gras, luzerne of een houtig gewas. Er kan ook gekozen worden om de strook braak te laten liggen of te gebruiken als wendakker. Een landbouwer kan echter ook kiezen om een ecoregeling af te sluiten op deze bufferstroken waardoor hij een financiële compensatie krijgt omdat hij de biodiversiteit verhoogt. 
  • Er wordt volgend jaar nog een regeling uitgewerkt om de bufferstroken te verkleinen voor percelen waar de bufferstroken meer dan 4% van het oppervlakte innemen. 
  • In 2025 zullen enkel de 5 meter bufferstroken moeten worden aangelegd daar waar ze normaal moeten liggen. Pas vanaf 2026 zullen ook de andere bufferstroken van 3 meter aangelegd moeten worden omdat die stroken vaak nu al ingezaaid zijn. 

Mestafzet en bedrijfsbenadering 

  • De bedrijfsbenadering wordt aangepast zodat er een opdeling komt per meststoftype. Voor werkzame stikstof kan tot 125% op perceelsniveau gewerkt worden, voor drijfmest is dit 150% en voor stalmest 200%. Zo kan optimaal gebruik gemaakt worden van de circulaire nutriënten in mest en moet er minder kunstmest gebruikt worden. 
  • De werkingscoëfficiënt van boerderijcompost wordt gelijkgeschakeld met gft- en groencompost en er wordt momenteel een faciliterend kader voor boerderijcompostering uitgewerkt. 
  • Op basis van een wetenschappelijke studie van ILVO worden de uitscheidingscijfers van zoogkoeien en hoogproductieve melkkoeien aangepast. De excretiefactoren voor extensieve vleesveerassen zullen wel verder onderzocht worden.      

Autocontrolesysteem mestverwerkers 

  • Vanaf 31 december 2026 moeten mestverwerkers een autocontrolesysteem hebben ingevoerd. VCM heeft zo een systeem opgesteld en ondertussen ook uitgetest en geëvalueerd op verschillende bedrijven. Op basis hiervan is de autocontrolegids quasi klaar voor gebruik. 

Tuinbouwactieplan 

  • Voor de tuinbouwsector werd een tuinbouwactieplan opgesteld. De grote kapstokken hiervan zijn opgenomen in het voorstel van decreet maar veel van deze maatregelen moeten nog verder via het uitvoeringsbesluit worden ingevoerd. 

Versterkt gebiedsgericht beleid 

  • In het akkoord tussen de landbouw- en milieuorganisaties was ook een stuk opgenomen over maatregelen in gebieden die extra bescherming vragen. Hiervoor is het instrument van gebiedscoalities ingeschreven.  Dit is een lokaal samenwerkingsverband, waarin een intensieve samenwerking wordt opgestart met alle in het betreffende gebied actieve actoren, met het oog op onder meer het onderzoeken van nieuwe maatregelen en het maken van afspraken over de synchronisatie van maatregelen die de realisatie van de doelstellingen van dit decreet kunnen verbeteren. 
  • Wat de veelbesproken nulbemesting in VEN-gebied betreft, heeft Boerenbond bekomen dat er geen algemene nulbemesting in VEN-gebied komt. Maar landbouwers die vrijwillig niet bemesten in die gebieden, kunnen een vergoeding krijgen hiervoor.