Grondstofverklaring aardappeloverschotten
Boerenbond vroeg een gezamenlijke grondstofverklaring aan voor aardappeloverschotten
Land- en tuinbouwers kunnen deze grondstofverklaring individueel gebruiken door zich hieronder aan te melden. Je verklaart dat je individueel zal voldoen aan de voorwaarden gesteld binnen deze grondstofverklaring en je ontvangt dan ook een afschrift van deze grondstofverklaring.
Neem deze webpagina en grondstofverklaring goed door. Deze grondstofverklaring is belangrijk bij het transport van de grondstof naar de akkers en is nodig om de gebruiker te wijzen op de gebruiksvoorwaarden. Geef deze grondstofverklaring dus ook af aan de transporteur van de grondstof.
Voor afzet van onverkoopbare aardappelen wordt het cascade-principe gehanteerd. Hierbij wordt steeds gestreefd naar de maximaal mogelijke valorisatie van aardappelen.
- Maximaal aanwenden van aardappelen voor menselijke voeding
- Gebruik van aardappelen in de veevoeding
- Vergisting
- Gebruik als bodemverbeterend middel op het land (met grondstoffenverklaring)
Welke overwegingen maakt OVAM?
De OVAM verleent een grondstofverklaring aan Boerenbond op basis van de aanvraag met dossiernummer 38235, ingediend op 24 maart 2026 en administratief volledig verklaard op 25 maart 2026. De OVAM baseerde zich voor haar uitspraak op onderafdeling 2.4.2. van het VLAREMA.
De OVAM heeft daarbij de volgende overwegingen gemaakt:
- De aanvraag is ingediend op 24 maart 2026 en administratief volledig verklaard op 25 maart 2026.
- Het betreft een generieke grondstofverklaring, ingediend door Boerenbond, voor diverse aardappelproducenten.
- De grondstofverklaring werd aangevraagd voor een hoeveelheid van 300 000 ton aardappelen, voor het gebruik als meststof/bodemverbeterend middel op landbouwgrond.
- Het materiaal betreft aardappeloverschotten die niet kunnen worden gevaloriseerd als voeding, voeder of andere materiaaltoepassingen. Deze overschotten zullen op 2 momenten kunnen worden ondergewerkt op landbouwgrond (voor inzaaien voorjaarsteelt, of op graanstoppel na zomeroogst).
- De aardappelen zijn geschikt voor humane consumptie en veevoeder; deze toepassingen hebben de voorkeur boven het onderwerken op landbouwgrond. Landbouwers die gebruik willen maken van deze grondstofverklaring moeten aantonen dat zij voldoende inspanningen hebben geleverd om de overschotten af te zetten in hoogwaardigere toepassingen (voeding, voeder, vergisting).
- Langdurige opslag op de akker kan aanleiding geven tot verhoogde fytosanitaire risico’s en hinder voor de omgeving en moet daarom zoveel mogelijk worden beperkt.
- Om overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen te vermijden moet bij het aanbrengen op de akker de kiemkracht van de aardappelen worden gereduceerd door mechanische verkleining en onderploegen.
- De nutriënteninhoud van aardappelen is vergelijkbaar met deze van zeugendrijfmest; de gebruikers moeten hiermee rekening houden in het kader het Mestdecreet. De verwerking van aardappeloverschotten mag in geen geval leiden tot een overschrijding van het nitraatresidu in het najaar.
- Materialen die niet zijn vermeld in bijlage 2.2, afdeling 1 van VLAREMA kan men beschouwen als grondstof als alle toepasselijke criteria, vermeld in afdeling 2.3, zijn vervuld en als de OVAM een toelating heeft gegeven in de vorm van een grondstofverklaring.
- Op basis van de aard van het materiaal zijn geen analyses vereist om de conformiteit met de samenstellingsvoorwaarden van bijlage 2.3.1. aan te tonen.
- Uit het bovenstaande blijkt dat de aardappeloverschotten voldoen aan de voorwaarden van het VLAREMA voor het gebruik als bodemverbeteraar/meststof.
De grondstofverklaring beperkt zich tot een evaluatie van de milieuhygiënische karakteristieken van het materiaal. Ze doet geen uitspraak over de fytosanitaire risico’s, afzetmarkt en de technische voorschriften, wetgeving en normen relevant voor het gebruik.
Wat is de beoogde toepassing en welke voorwaarden zijn er voor het gebruik?
De grondstof mag gebruikt worden bodemverbeteraar/meststof op landbouwgrond, die actief in gebruik is overeenkomstig de jaarlijkse landbouwaangifte van de gebruiker.
Als de gebruiksvoorwaarden in deze grondstofverklaring niet worden gerespecteerd of als de grondstoffen niet worden gebruikt voor de hierboven vermelde toepassing(en), dan worden de betreffende materialen overeenkomstig artikel 5.3.1.2. van het VLAREMA beschouwd als afvalstoffen. Overschotten die worden afgezet in humane voeding of veevoeding zijn nooit afvalstoffen.
Voorwaarden voor de producent van de grondstof
De grondstoffenproducent verstrekt een bewijs van de grondstofverklaring aan de vervoerder.
De grondstoffenproducent deelt de voorwaarden voor het gebruik van grondstoffen mee aan de gebruiker, zoals opgenomen in onderafdeling 5.3.2 van het VLAREMA en de voorwaarden opgenomen in deze grondstofverklaring.
Deze grondstoffenproducent draagt ook zorg voor de naleving ervan. Als deze voorwaarden niet worden gerespecteerd of als de grondstoffen niet worden gebruikt voor de in de grondstofverklaring opgenomen toepassing, worden de betreffende materialen beschouwd als afvalstoffen.
Het is de verantwoordelijkheid van de grondstoffenproducent of de persoon die in zijn naam optreedt, om de toezichthouder de eerstvolgende werkdag op de hoogte te brengen, als hij over informatie beschikt waaruit kan worden besloten dat een partij materialen niet meer aan de bepalingen, vermeld in dit hoofdstuk, voldoet. In dat geval wordt die partij materialen beschouwd als afvalstof (artikel 2.3.1.3./2 §1 Vlarema).
Je hier registreren is verplicht
De producenten die gebruik maken van deze grondstofverklaring, registreren zich voorafgaand bij de aanvrager (= Boerenbond) van deze grondstofverklaring. Daarbij worden minstens de volgende gegevens geregistreerd:
- identificatiegegevens van de producent (naam, adres, contactgegevens);
- raming van de hoeveelheid aardappelenoverschotten per bestemming (humane voeding, veevoeding, vergisting/compostering, gebruik als bodemverbeteraar, andere toepassing).
De aanvrager (Boerenbond) van de grondstofverklaring houdt deze gegevens ter beschikking van de OVAM.
Welke gebruiksvoorwaarden moet je respecteren?
De bepalingen van het Mestdecreet zijn onverminderd van toepassing.
De grondstof wordt na aanvoer op de akker zo snel mogelijk ondergewerkt (onderploegen, al dan niet in combinatie met verkleining van de aardappelen).
Wanneer opslag buiten de bewaarloods noodzakelijk is, gebeurt dit op het perceel waar het gebruik is voorzien of op een aangrenzend perceel. Wanneer de opslag op het (aangrenzend) perceel langer dan 7 kalenderdagen duurt, wordt de opslaghoop afgedekt met een luchtdoorlatend en waterdicht zeil.
De gebruiker controleert wekelijks de toestand van de opgeslagen grondstof op het (aangrenzend) perceel. Wanneer de gebruiker hinder vaststelt (onder meer ongedierte, sapverliezen, geurhinder) worden onmiddellijk de nodige maatregelen genomen om deze hinder weg te nemen.
Elke individuele landbouwer die gebruik maakt van deze grondstofverklaring, houdt een register bij van de geproduceerde grondstoffen. Het uitgaande materialenregister (art. 7.2.2.2. Vlarema) bevat de volgende gegevens over de geproduceerde grondstoffen:
- de hoeveelheid grondstoffen in ton;
- de datum van de afvoer;
- de aard en de samenstelling van de grondstoffen, met vermelding van de materiaalcode, vermeld in artikel 7.2.2.1 (materiaalcode = M.00.00);
- een omschrijving van de materialen of een aanduiding van de kwaliteit van de materialen;
- de beoogde toepassingswijze van de grondstoffen (= gebruik als bodemverbeterend middel/meststof);
- de naam en het identificatienummer van de onderneming van de gebruiker.
Het materialenregister wordt ten minste elke dag aangevuld met de meest recente gegevens.
De geregistreerde gegevens worden gedurende 5 jaar ter plaatse ter beschikking gehouden van de toezichthouders.
Geldigheidstermijn
De grondstofverklaring is geldig tot 15 oktober 2026.
De grondstofverklaring is geldig vanaf 2 april 2026.
Deze grondstofverklaring geldt als het Vlaamse standpunt. Bij grensoverschrijdende overbrenging behoudt elke lokale autoriteit het recht hierover een afwijkend standpunt in te nemen. In dat geval geldt het strengste standpunt.