Algemeen

Deze bezwarentool helpt je om een gepersonaliseerd bezwaarschrift op te maken dat je kan inbrengen in het openbaar onderzoek over de Vlaamse PAS (programmatische aanpak stikstof). Op www.boerenbond.be/dossiers/alles-over-stikstof vind je een instructiefilm. Je kan bezwaren formuleren op alle onderdelen van het ontwerp-PAS. Voor onderdelen die voor jou niet relevant zijn hoef je dit niet te doen, maar het kan wel. We voorzien per onderdeel een aantal voorstellen van bezwaren en insteken die je kan gebruiken, maar je kan ook zelf  telkens eigen argumenten formuleren. Het is zeer waardevol om ook je eigen verhaal te doen  en op die manier de overheid te laten zien welke gevolgen het ontwerp-PAS op jouw bedrijf  kan hebben! Na het ingeven van je input gaat de bezwarentool voor jou aan de slag om een afgewerkt bezwaarschrift samen te stellen dat jij kan inbrengen in het openbaar onderzoek.

Deze tool is voor iedereen toegankelijk. Boerenbondleden melden zich best op voorhand aan. Hierdoor zullen een aantal zaken al ingevuld worden voor jou en kan je rekenen op bijkomende ondersteuning bij vragen.

Het is ook van belang om de impactscore van jouw bedrijf te kennen. Deze impactscore geeft aan hoeveel de emissies van jouw bedrijf bedragen aan de stikstofdepositie op de gevoelige Europese natuur (SBZ-H gebieden). Je kan deze zelf berekenen via www.impactscore.omgeving.vlaanderen.be. Voor leden hebben we ook een instructiefilmpje ter beschikking dat je hier kan terugvinden.

Succes!

Korte voorstelling

Begin het bezwaar met een korte voorstelling van jezelf en je bedrijf. Het is verplicht om dit te doen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan volgende elementen:

  • Mijn naam is…
  • Ik ben actief in deze deelsector, ik heb zoveel dieren,…
  • Ik heb het bedrijf net overgenomen, ik boer al X jaar, ik ben zoveelste generatie
  • Ik heb op tijdstip X een nieuwe vergunning gekregen
  • Ik kreeg in 2014 een brief van de overheid waarin staat dat mijn impactscore X% is op actueel habitat en X% is op zoekzones. 
  • Ik deed in tussentijd zelf herberekeningen waardoor mijn impactscore correcter is berekend. De huidige impactscore van mijn bedrijf is... 
  • ...

Wat zegt het ontwerp-PAS?

Bedrijven die door de overheid als ‘piekbelaster’ worden aangeduid (bedrijven met een impactscore groter dan 50% in 2015) moeten ten laatste in 2025 hun veeteeltactiviteiten (die zorgen voor ammoniakemissie) stoppen, ook al hebben ze voor deze activiteiten nog een geldige vergunning.

Voor bedrijven van wie de vergunning nog niet vervallen is, wordt flankerend beleid voorzien. Ze kunnen een vergoeding krijgen voor de stopzetting van het volledige bedrijf, voor het stopzetten van hun veeteelttakken en voor het omvormen van het bedrijf (reconversie, maar alle emissies moeten tot nul herleid worden). Bedrijfsverplaatsingen en het verminderen van emissies om onder de impactscore van 50% te duiken, is niet meer mogelijk. Piekbelasters die vroeger stoppen dan 2025, ontvangen een hogere vergoeding (20% indien stopzetting in 2023, 10% in 2024).

De verplichte vroegtijdige stopzetting van bedrijven mét een geldige vergunning is “contractbreuk” vanwege de overheid.
De aanwijzing als ‘piekbelaster’ gebeurt enkel op basis van een impactscoreberekening. Er wordt ook ten onrechte abstractie gemaakt van de concrete context (werkelijke natuurwaarde, oppervlakte van het geïmpacteerde gebied, statuut van het getroffen gebied, impact op actuele habitat of op zoekzone (die nog kan wegvallen),...).
Door in het flankerend beleid de optie ‘bedrijfsverplaatsing’ en ‘reconversie met vermindering van stalemissies’ te schrappen, biedt het flankerend beleid onvoldoende mogelijkheden.
Het voorkooprecht dat VLM krijgt op de gronden van ‘piekbelasters’ zowel binnen als buiten SBZ-H gebied draagt niet bij aan de doelstelling die de PAS nastreeft.
Het is onaanvaardbaar dat bedrijven die inspanningen gedaan hebben om hun impactscore onder de 50% te laten zakken, en bedrijven die eerder niet als ‘rood’ bestempeld werden nu toch als ‘piekbelasters’ aangeduid worden
Extra bezwaren

Zal jij zelf impact ondervinden van deze maatregel?

Alle ‘piekbelasters’ kregen begin april een brief van de overheid en/of werden gecontacteerd door de transitiemanager met de melding dat zij tot de groep van 40 bedrijven behoren die als ‘piekbelaster’ worden bestempeld.

Beschrijf de specifieke gevolgen van deze maatregel op jouw bedrijf.

Deze maatregel kan op bedrijfsniveau op verschillende manieren impact hebben. Enkele voorbeelden:

  • Deze beslissing weegt niet alleen financieel, maar ook emotioneel erg zwaar. Dit weegt op de hele familie
  • Je had of bent een opvolger die nu het bedrijf niet meer kan verderzetten 
  • Je had nog investeringen gedaan met het idee nog voldoende tijd te hebben om deze af te schrijven, maar dit lukt nu niet meer
  • Je impactscore op actueel habitat is lager dan 50% dus de impactscore op zoekzone is doorslaggevend. Je zal dus vervroegd moeten sluiten zonder dat het zeker is dat er op die plaats natuur zal komen
  • Je bent in de laatste jaren van je carrière, te vroeg om al te stoppen, maar ‘laat’ om nog iets totaal anders te doen
  • Je hebt een hoevewinkel en kan nu ook die tak niet verderzetten omdat je eigen productie wegvalt
  • Door het vroegtijdig sluiten voldoe je niet meer aan de voorwaarden die het VLIF stelt en dreig je alle subsidies te moeten terugbetalen
  • Door het gedwongen sluiten van de veetakken of het hele bedrijf wordt niet alleen je beroep, maar ook je passie van je afgenomen

Wat zegt het ontwerp-PAS?

De generieke maatregelen zouden in bepaalde gebieden onvoldoende zijn om de stikstofdoelstelling voor 2030 te halen. Daarom wil de Vlaamse regering in bepaalde gebieden, de ‘maatwerkgebieden’, bijkomende maatregelen nemen. Het gaat om vijf gebieden: De Maten, de Mechelse Heide en de Voerstreek in Limburg, en het Turnhouts Vennengebied en de Kalmthoutse heide in Antwerpen.

De impact op de landbouwsector in het Turnhouts Vennengebied is het grootst. Een ontwikkelingsplan zou daar moeten bepalen welke bijkomende inspanningen er in en rond het gebied moeten gebeuren. Het plan moet onder andere leiden tot heel wat bijkomende emissiereducties, aangepaste bemesting binnen én buiten de SBZ-gebieden, beperkingen op grondwaterwinning en hydrologisch herstel. Een intendant, Piet Vanthemsche, krijgt twee jaar de tijd om dat plan vorm te geven. In afwachting van dit plan wordt een bewarend vergunningenbeleid gevoerd.

Ook in de vier andere gebieden zou maatwerk vereist zijn. In deze gebieden zouden geen bijkomende emissiereducties vereist zijn, maar zou men inzetten op andere maatregelen zoals lokale vernatting, omvormingsbeheer en soms zelfs verbod op bemesting, bestrijdingsmiddelen of grondbewerking bij agrarisch gebruik. Hier worden de maatregelen binnen de grenzen van de SBZ-H gebieden genomen, waarbij het niet uitgesloten is dat er effecten kunnen optreden op landbouwpercelen buiten deze gebieden.

Men streeft naar het behalen van een ongelofelijk lage stikstofdepositie in deze gebieden terwijl dit niet de doelstelling is die de habitatrichtlijn stelt.
Het viseren van lokale landbouw kan onmogelijk een oplossing zijn voor een problematiek die voornamelijk veroorzaakt wordt door emissies afkomstig van het buitenland.
Het is onduidelijk welke gevolgen de maatregelen hebben op de landbouwpercelen binnen maar ook buiten de grenzen van SBZ-H. Ook of en hoe de effecten (bv. ernstige vernatting) ingeschat worden, maximaal vermeden worden en ,indien onvermijdbaar, vergoed worden is onduidelijk.
De maatregelen die men naar voor schuift zouden bijdragen aan het behalen van te bereiken doelstellingen maar elke ecologische onderbouwing hiertoe ontbreekt.
De maatregelen die men naar voor schuift hebben een enorme impact op landbouwbedrijven in en rond de maatwerkgebieden. De socio-economische impact van deze maatregelen werd niet in kaart gebracht.
Het flankerend beleid is onduidelijk, de voorziene middelen zijn onbekend.
Het ontwerp-PAS geeft geen inzicht in de perspectieven voor de landbouw en landbouwbedrijven na 2030, al zeker niet in deze gebieden.
Extra bezwaren

Welke bezwaren wil je aantekenen tegen de maatregel ‘maatwerk’ specifiek voor het Turnhouts Vennengebied?

Het ontwikkelingsplan voor het Turnhouts Vennengebied viseert de lokale landbouw. Het plan zal ertoe leiden dat een dynamische landbouwregio volledig ontmanteld wordt.
Er wordt geen ecologische onderbouwing gegeven voor de voorgestelde perimeter rond het Turnhouts Vennengebied. Nochtans heeft deze enorme socio-economische impact op heel wat bedrijven en gezinnen.
Het ontwikkelingsplan veroordeelt bedrijven in en rond het Turnhouts Vennengebied tot twee jaar bijkomende onzekerheid.
Het bewarend vergunningenbeleid legt elke vorm van bedrijfsontwikkeling in en rond het Turnhouts Vennengebied voor minstens twee jaar stil.
Extra bezwaren

Zal jij zelf impact ondervinden van deze maatregel?

We hebben op een kaartje de maatwerkgebieden aangeduid (enkel beschikbaar voor leden). Rond het Turnhouts Vennengebied tekende de overheid een contour van 2 km die ook meegenomen wordt in het ontwikkelingsplan. De exacte contourgrenzen zijn voorlopig onbekend, de perimeter die getekend werd op deze kaart is een inschatting. De kaartjes vind je hier.

Beschrijf de specifieke gevolgen van deze maatregel op jouw bedrijf.

Deze maatregel kan op bedrijfsniveau op verschillende manieren impact hebben. Enkele voorbeelden:

  • Door lokale vernatting of beperkte bemestingsmogelijkheden zijn de gronden waarop je boert niet meer bruikbaar (en dalen in waarde)
  • Door de beperkte bemestingsmogelijkheden kan je je eigen mest niet meer kwijt op je eigen gronden
  • Je gronden werden aangeduid als HAG, maar het gebruik ervan is door de voorgestelde PAS niet meer haalbaar.
  • Je stond op het punt om het bedrijf over te nemen/laten wat door de onzekere toekomst nu op losse schroeven staat
  • Je had of bent een opvolger die nu het bedrijf niet meer kan verderzetten
  • Je bent jonge landbouwer en zit nu in enorme onzekerheid, ook over hoe je ook ná 2030 nog verder zal kunnen boeren aangezien er tegen 2045 nog zwaardere inspanningen nodig zijn
  • Je hebt het bedrijf recent overgenomen, in een geheel andere context waardoor jouw ontwikkelingsplan nu onmogelijk wordt.
  • Je had nog investeringen gedaan met het idee nog voldoende tijd te hebben om deze af te schrijven, maar dit lukt nu niet meer
  • Je bent loonwerker, toeleverancier of afnemer in het gebied en vreest niet langer voldoende klanten te hebben om rendabel te zijn
  • Je bent afhankelijk van grondwaterwinning voor het beregenen van je akkers of velden, een verbod op waterwinning heeft verregaande gevolgen op je opbrengsten en rendabiliteit van je bedrijf
  • De bijkomende eisen vragen mogelijks grote investeringen of het omgooien van jouw verdienmodel zonder te weten of dit zoden aan de dijk brengt voor natuur en zonder te weten welke taakstelling 2030 zal brengen
  • Rond het Turnhouts Vennengebied wordt het korte keten-verdienmodel naar voor geschoven, maar dat is voor ons absoluut niet haalbaar (met buren in concurrentie, slechte ligging, niet jouw talenten,…)

Wat zegt het ontwerp-PAS?

In het ontwerp-PAS wordt gesteld dat (bijna) alle bedrijven emissiereducerende maatregelen moeten nemen. Men noemt deze maatregelen de ‘generieke maatregelen’.

Zo zouden élke niet-ammoniakemissiearme (niet-AEA) pluimvee- en varkensstallen ten laatste tegen 2030 (of al eerder bij de uitvoering van een nieuwe vergunning van onbepaalde duur) een reductie van 60% op stalniveau moeten realiseren. De mogelijkheid om een landbouwbedrijf een tijdelijke vergunning tot 2030 te geven wanneer het bedrijf niet aan de eisen voldoet zou wel worden voorzien.

Voor de melk- en vleesveehouderij zou de doelstelling op sectorniveau op 15% liggen ten opzichte van 2015, voor de kalverhouderij op 20%. Op bedrijfsniveau wordt bij melk- en vleesvee slechts een reductie van 5% verplicht tegen 2025, voor vleeskalveren moet op bedrijfsniveau een reductie van 20% tegen 2030 worden gerealiseerd. De sectoren dienen in 2026 echter halfweg de doelstelling te zijn, zo niet wordt er ingegrepen op de actieve NERs van bedrijven die dan nog geen emissiereductie van 15 of 20% gedaan hebben. Voor deze sectoren is geen mogelijkheid tot tijdelijke vergunning tot 2030 geformuleerd.

Voor bedrijven die andere diercategorieën hebben werden voorlopig geen doelstellingen geformuleerd. Voor deze categorieën wordt een PAS-lijst opgesteld, die dan wel als standaardpraktijk bij managementkeuzes en/of bouw toegepast dienen te worden. Voor biologische bedrijven met een impactscore van meer dan 1% gelden eveneens de ‘generieke maatregelen’.

Met deze maatregelen wil de Vlaamse overheid alle landbouwbedrijven in hetzelfde carcan duwen. Ze treft daarmee alle familiale landbouwbedrijven en de gezinnen die erachter staan.
Door de doelstelling voor pluimvee en varkens op stalniveau te zetten, helpen de inspanningen van de stoppers (bijvoorbeeld in de opkoopregelingen) niet om de taakstelling van de blijvers te verlagen.
Door de doelstelling voor pluimvee en varkens op stalniveau te leggen heeft de veehouder te weinig opties op bedrijfsniveau om aan de taakstelling te voldoen.
De reductie van 60% op bestaande niet-AEA-stallen is praktisch vaak bijna niet haalbaar.
De evaluatie in de rundveehouderij komt te snel (in 2026) waardoor de sector bijna geen gebruik kan maken van innovatieve technieken en maatregelen aangezien de overheid de voorbije jaren emissie-innovatie in landbouw onmogelijk gemaakt heeft.
De evaluatie in de rundveehouderij in 2026 zorgt voor enorme onzekerheid de sector. Het verdienmodel van vele (jonge) landbouwers kan van de ene dag op de andere in duigen vallen
De evaluatie in de rundveehouderij gaat uit van een lineair verloop, wat niet noodzakelijk is om de doelstellingen in 2030 te halen.
Ook voor de rundveehouderij moet een tijdelijke vergunning tot 2030 mogelijk zijn indien (nog) niet aan de generieke eisen voldaan kan worden.
Voor sommige diercategorieën bestaan er weinig tot zelfs geen (bv beren, stiertjes,…) erkende maatregelen waardoor de doelstellingen enkel met een daling van de veestapel behaald kunnen worden.
Voor biologische bedrijven zijn er bijna geen maatregelen en technieken die matchen met het lastenboek bio waardoor daling van de veestapel de enige optie is.
Er wordt geen flankerend beleid voorzien voor bedrijven die niet kunnen voldoen aan de 60% maatregelen tegen 2030. Dit dient voorzien te worden.
Extra bezwaren

Zal jij zelf impact ondervinden van deze maatregel?

Als varkens- of pluimveehouder voel je enkel de gevolgen van deze maatregel als je nog niet-ammoniakemissiearme stallen hebt. Je moet de emissies van deze stallen doen dalen met 60% met behulp van een techniek op de AEA-lijst of PAS-lijst, door het aantal dieren te doen dalen of door een combinatie.

Alle rundveehouders zijn gevat door deze maatregel. Voor melkveebedrijven is de uitdaging om in 2026 halfweg de opgave te zijn is erg groot. Als melkveebedrijf ben je dus bijna verplicht om tegen 2025 een reductie van 15% te doen als je niet gekort wil worden in NERs. Vleesveebedrijven zullen met een daling van 5% tegen 2025 het tussendoel halen. Voor mestkalverbedrijven is de uitdaging om 20% te dalen op sectorniveau én bedrijfsniveau ook ontzettend groot omdat er slechts één techniek erkend is, namelijk de luchtwasser, en deze niet op alle bestaande stallen kan geïmplementeerd worden. Ook rundveehouders kunnen hun daling doen met maatregelen en technieken op de PAS-lijst, door het aantal dieren te doen dalen of door een combinatie.

Veehouders met dieren uit andere diercategorieën worden voorlopig niet gevat door deze maatregel maar er is onzekerheid over welke standaardpraktijken men zal verplichten.

Beschrijf de specifieke gevolgen van deze maatregel op jouw bedrijf.

Deze maatregel kan op bedrijfsniveau op verschillende manieren impact hebben. Enkele voorbeelden:

  • De stress die dit continu wijzigend beleid met zich meebrengt weegt op de hele familie
  • Je hebt in het bedrijf net zwaar geïnvesteerd (bv overgenomen) en hebt geen financiële middelen meer om in de bestaande stallen te investeren.
  • Je oude stallen aanpassen is onmogelijk, er zullen dus volledig nieuwe stallen gebouwd moeten worden.
  • Je boert biologisch. Doordat je minder dieren moet houden, beschik je ook over te weinig biologische mest om je gronden te bemesten.
  • Door de generieke maatregelen is het financieel niet haalbaar om als koppel in het bedrijf te blijven en moet één van beide noodgedwongen buitenshuis gaan werken. Dit heeft gevolgen voor de arbeidsdruk, er wordt niet meer voldoen aan VLIF voorwaarden wanneer dat inkomen buitenshuis een bepaalde drempel overschrijdt, het heeft implicaties op vlak van statuut en deelname aan de bedrijfsvoering, ...
  • Doordat je je aantal dieren moet verminderen zakt het inkomen uit het landbouwbedrijf onder het inkomen dat je haalt uit je hoevewinkel waardoor je in de problemen komt met VLIF-steun.

Wat zegt het ontwerp-PAS?

Naast de veehouderij treffen de plannen van de Vlaamse regering ook de plantaardige landbouwproductie. Volgens het ontwerp-PAS zal vanaf 2028 nulbemesting moeten worden toegepast op alle percelen met groene bestemming gelegen in SBZ-H gebieden en VEN-gebieden. Alleen de huiskavels worden hiervan vrijgesteld, verder worden alle ontheffingen opgeheven. In totaal zou zo’n 5000 ha getroffen worden.

Er zal een compensatievergoeding toegekend worden van 12.000 euro per ha voor wie stopt op 01/01/2024. Deze vergoeding wordt geleidelijk afgebouwd tot 10.000 euro per ha voor wie stopt vanaf 01/01/2028.

Bedrijven die meer dan 20% van hun gebruiksareaal onder nulbemesting zien gaan en waar de leefbaarheid van het bedrijf in het gedrang komt kunnen gebruik maken van een zwaarder flankerend beleid (gelijkaardig aan dat van de ‘piekbelasters’).

De Vlaamse overheid komt met het opheffen van de ontheffing van nulbemesting terug op gemaakte afspraken.
De bijdrage van deze maatregel aan de totale ammoniakemissiereductie is verwaarloosbaar. Dit staat dan ook niet in verhouding tot de economische impact er van.
Het flankerend beleid dat hiervoor voorzien wordt is ontoereikend.
Extra bezwaren

Zal jij zelf impact ondervinden van deze maatregel?

Je kan hier lezen hoe je kan zien of jouw percelen getroffen zijn door deze maatregel. Deze percelen zullen dus vanaf 2028 niet meer bemest mogen worden.

Beschrijf de specifieke gevolgen van deze maatregel op jouw bedrijf.

Deze maatregel kan op bedrijfsniveau op verschillende manieren impact hebben. Enkele voorbeelden:

  • De waarde van je percelen daalt
  • Door de maatregel beschik je over onvoldoende gronden om je eigen mest kwijt te geraken. Hierdoor moet je mest gaan verwerken wat enorm veel geld kost
  • De percelen kunnen niet meer gebruikt worden om dieren op te laten grazen (max. 2 GVE)
  • Als jonge boer wordt je extra hard geraakt omdat je nog lang op de grond zou kunnen teren en het flankerend beleid dus alles behalve toereikend is
  • In de buurt is de grondenmarkt al krap, nieuwe gronden aankopen zal dus erg moeilijk worden (ook specifieke problematiek toegang tot grond en jongeren)

Wat zegt het ontwerp-PAS?

Aflopende vergunningen
Vergunningen die aflopen in 2022 (of afliepen in 2021 en waarvoor tijdig een hernieuwing werd aangevraagd) worden decretaal met anderhalf jaar verlengd.

Loutere hervergunning
Bedrijven die hun huidige activiteiten willen hervergunnen, kunnen dit van zodra ze de generieke maatregelen (hierboven beschreven) toepassen. Er is geen passende beoordeling nodig.

(Her)vergunning zonder stijging van emissies
Bedrijven die hun huidige activiteiten willen aanpassen en vergunnen, kunnen dit zonder een passende beoordeling te moeten voorleggen, zolang ze de generieke maatregelen per deelsector (hierboven beschreven) toepassen én hun emissies en deposities niet stijgen. Hiervoor kan intern gesaldeerd worden en kan men beroep doen op AEA- en PAS-maatregelen.

(Her)vergunning met stijging van emissies
Bij een (her)vergunning met stijging van emissies zal de vergunning beoordeeld worden op basis van een voortoets en een significantiekader.

De voortoetsdrempel voor landbouw is 0.025%. Bedrijven met een impactscore van minder dan 0.025% hoeven geen passende beoordeling te doen, bedrijven met een grotere impactscore moeten dit wel doen.

Bedrijven met een impactscore groter dan 0.025% komen in het significantiekader terecht. Hierin wordt gewerkt met een variabele beoordelingsdrempel. Ligt je impactscore onder deze drempel dan moet je vergunning passend beoordeeld worden, ligt ze erboven dan is je project onvergunbaar. Deze drempel is variabel in de tijd. Ze wordt eerst op 0.025% gelegd. De variabele drempel zal stijgen naargelang de inspanningen van de sector gerealiseerd worden (hoe meer reducties de sector kan realiseren hoe hoger de drempel en hoe meer ruimte we krijgen op vergunningsvlak). De drempel wordt tweejaarlijks geëvalueerd en kan maximum op 0,8% komen te liggen. Dat wil zeggen dat bedrijven met een impactscore van meer dan 0.8% in principe nooit meer kunnen stijgen in emissies en dat ook nieuwe inplantingen met een impactscore van meer dan 0.8% nooit meer mogelijk zullen zijn.

Industrie
Het beoordelingskader voor industrie is soepeler dan dat voor landbouw. Zo ligt de voortoetsdrempel hier op 1% (in plaats van 0.025% voor landbouw), een stijging van emissies is toegelaten (ongeacht de impactscore) en zelfs een stijging van depositie is geen probleem, de impactscore mag met 1% stijgen.

 

Dit beoordelingskader voor landbouw is absoluut te strikt. De sector zal hierdoor stilstaan en achteruitgaan waardoor de Vlaamse landbouw niet langer aan de wereldtop zal staan.
Er is bijna geen ontwikkelruimte voor de blijvers, jonge boeren, starters, ,… Zelfs kleine bedrijfsoptimalisaties zijn niet mogelijk. Een variabele drempel van maximaal 0,8% biedt onvoldoende perspectief voor heel veel bedrijven. Dit zorgt voor een ontwikkelingsstop voor de hele sector.
Enkel vergunningen die aflopen in 2021 en 2022, én die tijdig aangevraagd werden, worden decretaal verlengd terwijl dit ook voor deze die aflopen in 2023 het geval zou moeten zijn.
Een ongelijke behandeling van landbouw- en industriële projecten met eenzelfde impact is niet wetenschappelijk, noch juridisch te verantwoorden.
Extra bezwaren

Zal jij zelf impact ondervinden van deze maatregel?

Je ondervindt impact van deze maatregel als je een nieuwe vergunning moet bekomen. Hoe groot die impact is, hangt af van welke impactscore samenhangt met je nieuwe plannen. Je kan deze impactscore zelf berekenen op deze website. Boerenbondleden kunnen beroep doen op dit instructiefilmpje voor meer uitleg over hoe je je impactscore berekent en kunnen aan de hand van deze beslissingsboom zien welke gevolgen deze score heeft voor hun plannen.

Beschrijf de specifieke gevolgen van deze maatregel op jouw bedrijf.

Deze maatregel kan op bedrijfsniveau op verschillende manieren impact hebben. Enkele voorbeelden:

  • Dit strenge beoordelingskader schrikt jou als (jonge) nieuwkomer af om in de sector te stappen. Het familiebedrijf dreigt hierdoor te moeten stoppen
  • Bij de aanvraag van de nieuwe vergunning moet je al voldoen aan de generieke maatregelen. Hierdoor moet je onvoorziene kosten maken op korte termijn
  • Je hebt een impactscore van meer dan 0.8% en zal dus nooit nog aan bedrijfsontwikkeling kunnen doen die gepaard gaat met een stijging van emissies
  • Je was van plan om aan bedrijfsontwikkeling te doen, maar je impactscore ligt tussen 0.025% en 0.8% dus moet nu wachten tot de variabele drempel stijgt
  • Je was van plan om een nieuw bedrijf op te starten en dat is niet meer mogelijk aangezien je impactscore hoger dan 0,0.25% (dan moet je wachten) of zelfs 0.8% (dan kan het nooit meer) zou zijn
  • Je had plannen om je bedrijfsvoering aan te passen met een kleine stijging van emissies. Je impactscore is groter dan 0.8%. Je hebt geen mogelijkheid voor deze beperkte groei zonder bijkomende investeringen in emissiereductie
  • Je was van plan om als echtgeno(o)t(e) of zoon/dochter mee in het bedrijf te stappen, maar de noodzakelijke kleine uitbreiding om dit te kunnen doen is door dit significantiekader niet mogelijk

Wat zegt het ontwerp-PAS?

Er wordt ook op verschillende manieren ingegrepen via het systeem van de NERs.

Om te beginnen wordt het systeem van groei mits mestverwerking stopgezet. Je zal geen NERmvw meer kunnen aanvragen. De in het verleden verkregen NERmvw blijven bestaan én blijven gebonden aan de mestverwerkingsplicht.

Daarnaast wordt een groot deel van de slapende NERs afgeroomd. Elk bedrijf mag het gemiddeld aantal actieve NERs van de 3 laatste jaren en een marge van 10% houden. De rest van de NERs wordt als slapend gezien en wordt afgeroomd. NERs waarvoor betaald werd zullen vergoed worden aan 1 euro per NER. Beschik je over betaalde en niet betaalde NERs dan zal een evenredig deel van beide afgeroomd (en vergoed) worden. Er zijn twee uitzonderingen waarin niet wordt afgeroomd: NER’s die zich binnen een vergunning bevinden waarvoor geïnvesteerd is in stallen (dierplaatsen) sinds 2017, en overmacht (brand, ziekte-uitbraak, …) in de laatste 3 jaar (berekening op basis van situatie voor calamiteit).

Ook komt er een vaste afroming van 25% van alle actieve NERDs die verhandeld worden. De meeste uitzonderingen op de korting bij verhandeling van NERDs verdwijnen. De uitzonderingen voor specifieke overdrachten tussen eerstegraads familieleden en overgang bedrijfsvorm binnen dezelfde capaciteit (= vervennootschappelijking) worden behouden.

Tenslotte zullen NERs worden gekoppeld aan exploitatienummer of landbouwer.

Door de NERs te gebruiken als sturend systeem, stuurt de overheid op aantal dieren, niet op de doelstelling van de PAS nl. de hoeveelheid depositie en emissie verlagen.
Het afromen van de slapende NERs is een kapitaalsverlaging voor de landbouwer.
De vergoeding die staat tegenover het afromen van de slapende NERs is te beperkt.
Het afromen van de slapende NERs beperkt de landbouwer in bufferruimte. De marge van 10% is te beperkt.
Door bij het afromen van de slapende NERs het gemiddelde te nemen van de laatste drie jaar, komen bedrijven die de laatste jaren aan uitbreiding deden in de problemen.
Het koppelen van NERs aan exploitatienummer beknopt de landbouwer in zijn flexibiliteit zonder bij te dragen aan de doelstelling van de PAS.
Extra bezwaren

Zal jij zelf impact ondervinden van deze maatregel?

Als je beschikt over slapende NERs, van plan was om NERmvw aan te vragen of om NERs te verhandelen zal je mogelijks impact ondervinden van deze maatregel

Beschrijf de specifieke gevolgen van deze maatregel op jouw bedrijf.

Deze maatregel kan op bedrijfsniveau op verschillende manieren impact hebben. Enkele voorbeelden:

  • Door het stoppen van het systeem NERmvw moet ik NERs op de markt gaan kopen. Door het wegvallen van alle slapende NERs zullen de prijzen erg stijgen
  • Ik wilde NERs kopen waarvoor vroeger een uitzondering bestond op de afromingsregel. Nu moet ik veel meer NERs kopen dan waarvoor ik budget voorzien had
  • Door het koppelen van NERs aan exploitatie verlies ik heel wat flexibiliteit op mijn bedrijf
  • Ik had al geïnvesteerd in NERs met de bedoeling binnenkort uit te breiden (en had hier zelfs al een vergunning voor). Deze investering wordt nu teniet gedaan en amper vergoed. Ik word nu gestraft terwijl het een goede praktijk is om je als landbouwers op de lange termijn voor te bereiden op meer dieren.

Wat zegt het ontwerp-PAS?

We hebben geprobeerd om in deze tool de voor jou meest relevante onderdelen en bezwaren op te nemen. In het bezwaarschrift van het Hoofdbestuur zullen er ook bezwaren geformuleerd worden op fundamentelere aspecten (denk aan het nastreven van de KDW in plaats van de natuurkwaliteit, de impact van het buitenland, het ontbreken van ecologische onderbouwing, het streven naar onrealistische doelen, het ontbreken van een socio-economische impactanalyse, het niet verkleinen van de zoekezones, de modellen die als basis gebruikt worden…).

Mogelijks wil je zelf ook nog andere bezwaren aanhalen, die niet onder bovenstaande categorieën gerangschikt kunnen worden. Dit kan gaan over technische zaken, maar even goed over hoe je jezelf voelt bij dit beleid en hoe men met de sector omgaat. Ook algemene opmerkingen op dit PAS-beleid (bv. de impact op voedselvoorziening, de dreiging voor familiale landbouw,…) zijn mogelijk.

Al deze bezwaren en gevoelens kan je hier nog kwijt.

Zo, je hebt nu al je bezwaren opgelijst. Druk op ‘verzenden’ zodat onze bezwarentool jouw gepersonaliseerd bezwaarschrift kan afwerken.