Cartoon_zuivel

Zuivelsector ziet ongeziene onzekerheid

22 juni 2022

Het is het gevolg van corona, de Oekraïne-oorlog en de inflatie. Die drievuldige verklaring wordt bijna voor alle economische en maatschappelijke evoluties gegeven. Ook in de huidige evoluties op de zuivelmarkt spelen deze drie factoren een rol. Maar de veranderingen lijken structureler. Is een nieuw tijdperk aangebroken?

Het is een bekend economisch mantra: ‘De beste remedie tegen hoge prijzen zijn nog hogere prijzen.’ De achterliggende logica is simpel: hoge prijzen zorgen ervoor dat producenten meer produceren, waardoor het aanbod stijgt en de prijzen dus dalen. Alleen lijkt de wortel van hogere prijzen melkveehouders weinig te prikkelen.

Belgische productie status quo

De Belgische zuivelindustrie blies op 10 juni verzamelen voor de jaarvergadering in het Waals-Brabantse Court-Saint-Etienne. Tijdens de jaarvergadering werden de cijfers van de Belgische zuivelindustrie in 2021 gepresenteerd. Met een totale opgehaalde hoeveelheid van 4,2 miljard liter en een totale verwerkte hoeveelheid van 4,7 miljard liter ligt de productie in lijn met voorgaande jaren, zelfs een kleine daling. België is echter maar een kleine speler op de internationale zuivelmarkt. Volgens cijfers van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) stijgt de wereldwijde melkproductie wel nog, maar daalt de snelheid waarmee gegroeid wordt. In een wereld waarin de vraag naar zuivel stijgt, zorgt dat voor schaarste.

Exporteurs exporteren minder

’s Werelds grootste exporteurs laten het daarbij afweten en zijn zelfs minder gaan produceren. Het gaat om de EU, Nieuw-Zeeland, de VS, Australië en Argentinië. Het is al zeven maanden op rij dat deze spelers als geheel minder produceren. Vanaf september 2021 is er sprake van een daling; een daling die ook de eerste maanden van 2022 bevestigd wordt. Zoals altijd vallen er een aantal redenen te bedenken die deze daling kunnen verklaren: het minder gunstige klimaat in Oceanië, minder kwalitatief ruwvoeder en wettelijke restricties in het kader van natuur of dierenwelzijn. Ook het ontbreken van opvolging kan wegen op de cijfers. Van een kentering lijkt er voorlopig geen sprake. “Zelfs met de huidige hoge melkprijzen zien we hiervan geen effect op de geproduceerde melkhoeveelheid”, aldus Renaat Debergh, afgevaardigd bestuurder bij BCZ.

Structurele daling

Merk op dat de daling al was ingezet vóór de inval van Rusland in Oekraïne van start ging, eind februari. Voor Europa gaat de slabakkende trend zelfs verder terug. Zowel Duitsland, Frankrijk als Nederland laten een neerwaartse trend zien sinds 2018. Duitsland en Frankrijk zijn met voorsprong de grootste producenten binnen Europa. Ter vergelijking: ons land haalde vorig jaar 4,2 miljard liter op; Duitsland bijna 32 miljard liter en Frankrijk 23,5 miljard liter. Noorderbuur Nederland haalde in 2021 13,6 miljard liter melk op; 360 miljoen liter melk minder dan in 2020. De wervingscampagne van FrieslandCampina in ons land en de dito campagne en overname van Olympia en de Hollebeekhoeve door A-ware kan niet anders dan in dit licht worden gezien. Boeren bieden minder melk aan, maar de verwerkers willen niet minder verwerken.

De huidige melkprijzen zijn hoog, maar melkveehouders hebben ook hogere kosten.

China is grote slokop

Dat zuivelverwerkers evenveel of meer melk wensen te verwerken dan voorheen heeft alles met de vraagzijde op de melkmarkt te maken. Opnieuw speelt de Belgische markt hier maar een kleine rol. Het thuisverbruik in België daalde vorig jaar zelfs iets ten opzichte van 2020, al gaat het tegenover 2019 nog altijd over een kleine stijging. Op wereldniveau is China de grote bepaler aan de vraagzijde. Wat kaasimport betreft, moet China nog Japan en het Verenigd Koninkrijk laten voorgaan in volumes. Maar voor boter, boterolie, mageremelk- en vollemelkpoeder importeert China meer dan de rest van de top vijf samen. Het land importeerde in 2021 meer dan 2 miljoen ton zuivel met vollemelkpoeder en weipoeder als belangrijkste producten. De hoeveelheid mageremelkpoeder die het land importeerde steeg op één jaar tijd met een kwart, vollemelkpoeder met een derde en kaas met 36%.

Gestage groei

Die sterke groei van importcijfers geeft sommigen een déjà-vu naar 2014. De toen ogenschijnlijk onstilbare Chinese melkpoederhonger kreeg in 2015 plots een lelijke knauw. De Chinese melkvraag kromp door opgebouwde voorraden drastisch, en in combinatie met het einde van het melkquotum en de Russische importban zorgde dit voor een forse verstoring van de vraagmarkt die de melkprijzen wereldwijd onderuit lieten gaan. Twee jaar later was de Chinese terugval alweer goedgemaakt. Sindsdien groeide de Chinese import enkel gestaag verder. Of die vraag op een dergelijk hoog niveau blijft is de vraag. Afgelopen maart daalde voor het eerst sinds lang de invoer van mageremelkpoeder en vollemelkpoeder onder de importcijfers van dezelfde maand in 2021. Is dit een gevolg van enkele harde Chinese lockdowns in miljoenensteden eerder dit jaar of is er meer aan de hand? Vooralsnog wijst niets erop dat er een nieuwe terugval zit aan te komen.

Verlammende onzekerheid

De huidige melkprijzen voor gangbare melk zijn hoog, maar melkveehouders hebben ook hogere kosten voor bijvoorbeeld kunstmest, energie en krachtvoer. De hele PAS-problematiek creëert een verlammende onzekerheid op het boerenerf. Het zorgde er alvast in 2021 voor dat de melkproductie niet steeg. Eind vorig jaar leek dan toch een productiestijging ingezet, althans aan Vlaamse kant. De Waalse melkproductie zakte nog wat dieper eer een voorzichtig herstel aan te vatten. “Melkveehouders worden direct geconfronteerd met hogere kosten, maar zien het hogere saldo pas veel later. Die hogere kosten gecombineerd met de onzekerheid rond het PAS-akkoord zorgen voor aarzeling bij de boeren”, zocht Renaat Debergh naar verklaringen.  

Zuivelindustrie investeert maar vreest

De zuivelverwerkende industrie bleef vorig jaar op een constant niveau presteren. Zowel import (+12%) als export (+7%) lieten een positieve evolutie zien. Vooral het investeringsniveau nam nog toe tot een niveau van 169 miljoen euro vorig jaar. Dat is een nieuw record. “Eén op de 11 euro die vorig jaar geïnvesteerd werd in de voedselindustrie, ging naar de zuivelverwerking. Dat is toch een mooi gegeven”, benadrukte Debergh het belang van de zuivelindustrie voor de Belgische economie. Niettemin halveerde het handelsoverschot van 311 miljoen euro voor 2020 naar 160 miljoen in 2021.

BCZ berekende dat het huidige voorstel van PAS-maatregelen zou kunnen leiden tot een daling van de melkproductie in Vlaanderen met 20%. Hiermee zou de zelfvoorziening aan zuivel onder de 100% uitkomen, met een aanzienlijke herstructurering van de zuivelindustrie met verlies aan tewerkstelling. Ook BCZ diende bezwaar in tegen het PAS-akkoord en ziet onder andere meer heil in innovatie en technologische maatregelen om de stikstofuitstoot te reduceren.

Melkprijzen kunnen doorrekenen

Hoe kijkt men nu vanuit de zuivelindustrie naar de huidige melkprijzen? De huidige melkprijzen zijn ongezien. “Na de liberalisering hield iedereen rekening met een melkprijs die zou schommelen tussen 25 en 40 euro. Een melkprijs van 50 euro viel volledig buiten dat verwachtingspatroon. De melkprijs breekt met historische wetten”, constateerde Debergh. Vooral de steile stijging van de afgelopen maanden is uitzonderlijk. “Gematigde prijsontwikkelingen die langduriger van aard zijn, zijn toch te verkiezen boven steile bokkensprongen”, vond hij.

Ook Catherine Pycke, BCZ-voorzitter en Inex-topvrouw, gunde melkveehouders hun hogere melkprijzen. “Hogere melkprijzen geven zuivel meer waarde. We mogen onszelf echter niet uit de markt prijzen. Onze melkprijs is hoger dan de ons omringende landen. Dat geeft ons een concurrentieel nadeel op exportvlak.” Voor de zuivelindustrie staat of valt alles bij het kunnen doorrekenen van de gestegen melkprijzen. Zelf hebben ze ook te maken met stijgende prijzen voor onder andere energie, verpakkingen en lonen.

Voor de zuivelverwerkers die inzetten op b2b-producten zoals boter en melkpoeder lijkt dat doorrekenen goed te lukken. Anders is het voor de producenten van consumptiemelkproducten. De retail wil de gestegen prijzen en kosten niet of slechts gedeeltelijk doorrekenen. Het is de vraag of de nieuwe, hogere contracten vanaf juli wel volledig doorgerekend worden.

Welk scenario haalt het?

Hoe de zuivelmarkten verder zullen informeren is elk jaar koffiedik kijken, maar net zoals de melkprijzen bevindt de onzekerheid zich dit jaar op een ongekend hoog niveau. “Zonder toekomst voor de melkveehouders is er geen toekomst voor de zuivelindustrie”, was Catherine Pycke duidelijk. “Vorig jaar vertelde ik over 2020 dat wat we de 12 maanden voordien meegemaakt hadden geen enkele scenarioschrijver had kunnen bedenken. Dit jaar geldt dit nog meer.” Benieuwd wat de scenarioschrijvers voor de komende twaalf maanden in gedachten hebben.

Extreme piek of een definitieve kentering?

De zuivelmarkten en melkprijzen pieken momenteel naar ongeziene hoogten. Dit was ook de boodschap op de jaarvergadering van BCZ. Een melkprijs van boven 50 cent/liter durfde niemand enkele jaren geleden te voorspellen. De vraag is of dit een hoge piek is in een fluctuerende zuivelmarkt of een definitieve kentering ten opzichte van het verleden. De markten en melkprijzen kunnen ook terug kenteren, ook al zijn er momenteel nog niet direct grote signalen. Feit is dat het niet te voorspellen valt met de huidige onzekerheden (oorlog Oekraïne, corona-evolutie, economische evolutie en weersomstandigheden).

Maar de kosten voor de melkveehouders zijn de voorbije periode ook exponentieel gestegen. Ze zullen zeker niet op korte termijn terug dalen. Dan zullen de huidige melkprijzen toch het nieuwe normaal moeten worden om een rendabele melkveehouderij te garanderen in de toekomst. Maar alleszins is het nu als melkveehouders ook belangrijk om aandacht te hebben voor buffering en fiscaal te anticiperen met voorafbetalingen.