Wegwijzer: Groenestroomcertificaten

25 januari 2023

Het is tegenwoordig niet meer zo evident om te weten op hoeveel groenestroomcertificaten jouw PV-installatie recht heeft. Om alles wat te plaatsen is het handig om te weten hoe het allemaal begonnen is.

2006: subsidiesysteem groenestroomcertificaten
Het jaar 2006 is zowat het startpunt van zonnepanelen in Vlaanderen. Er werd toen een subsidiesysteem bedacht met groenestroomcertificaten. Je kreeg zo’n certificaat als je installatie 1.000 kWh had geproduceerd, en elk certificaat was 450 euro waard. De installatie had 20 jaar recht op deze steunregeling vanaf de keuringsdatum.

Bij een installatie uit 2006 van 11 kWpiek die jaarlijks 10.000 kWh produceert kan je er dus vanuit gaan dat je 20 jaar later €90.000 (10 certificaten * € 450 *20 jaar) aan certificaten ging ontvangen.

2010: afbouw systeem
Tussen 2010 en 2012 werd de steun per certificaat geleidelijk aan afgebouwd, maar de benodigde energie voor een certificaat bleef een constante.

2013: nieuwe regeling
Sinds 2013 is er een nieuwe regeling uitgewerkt, waarbij het aantal certificaten dat je ontvangt veranderd in de loop der jaren. Een groenestroomcertificaat is ondertussen nog €97 waard, maar het benodigd aantal kWh is een variabel gegeven geworden dat elk jaar opnieuw berekend wordt door het Vlaams Energie Agentschap (VEA). De steunperiode is verlaagd naar 10 jaar.

Berekeningsmethodiek
De berekeningsmethodiek is die van de ‘onrendabele toppen’ en bijhorende ‘bandingfactoren’. Heel simpel gezegd gaan ze steeds op zoek naar de specifieke steun die nodig is om een project rendabel te maken. Ze berekenen eerst de rendabiliteit zonder steun. Hiervoor gaan ze kijken naar parameters zoals de investeringskost, de gemiddelde kost van elektriciteit, onderhoud voor zo’n installatie, inflatie, ….

Als de berekening uitwijst dat de installatie dat de installatie na bv. 5 jaar terugverdiend is, dan is er eigenlijk geen extra steun nodig. Als het resultaat 15 jaar zou zijn, dan is er wel steun nodig om op het project rendabel te maken. Bij 12 jaar is er ook nog steun nodig, maar minder dan bij 15 jaar. Zo wordt er voor elke technologie in een bepaalde vermogensklasse en specifieke steun berekend. Zodanig willen ze over en onder subsidiëring beperken. Zo werd in 2013 bijvoorbeeld duidelijk dat kleine installaties met terugdraaiende teller eigenlijk geen extra steun met certificaten meer nodig hadden om rendabel te zijn.

Bandingfactor
De bandingfactor bepaalt hoeveel groenestroomcertificaten een hoeveelheid groenestroom productie oplevert. Bij de minst rendabele cases geven ze nog steeds 1 certificaat (van €97) per 1.000 kWh. Er is dan een bandingfactor van 1. Bij projecten die minder steun nodig hebben, geven ze bijvoorbeeld pas 1 certificaat bij een productie van 2.000 kWh. Er is dan een bandingfactor van 0.5. Of anders gezegd, je krijgt maar een half certificaat per 1.000 kWh. Deze aanpassing gebeuren automatisch en zonder verwittiging. Vooral bij een bandingfactor van 0 zoals in augustus 2022 is dat even schrikken.

Meerdere malen per jaar herrekent het VEA de bandingfactoren voor bestaande installaties (actualisatie). Wijkt de herberekening meer dan 2% af van de geldende bandingfactor, dan kan de bandingfactor aangepast worden. Als de stroomprijs bijvoorbeeld sterk gestegen is het afgelopen jaar, dan betekent dat eigenlijk dat jouw eigen zonne-energie ook meer geld waard is, en dat er dus eigenlijk minder steun nodig is voor jouw installatie. Als de stroom goedkoper wordt, is er meer steun nodig om dezelfde rendabiliteit te realiseren.

Overzicht voor elk installatiejaar
Een volledig overzicht voor elk installatiejaar vind je via deze link. Daar wordt ook meteen de complexiteit van dit systeem duidelijk. Per startdatum van installatie moet er onrendabele toppen en bandingactoren berekend worden, per technologie en per vermogenscategorie. Je moet dus al een paar keer doorklikken en goed zoeken om de waardes van jouw installatie te vinden.

Concluderend is het vooral belangrijk dat je onthoudt dat de groenestroomcertifcaten geen vast bedrag meer zijn over de ganse steunperiode, en dat het VEA er wel zal voor zorgen dat er een eerlijke rendabiliteit voor elke installatie kan behaald worden.