Waar is de lente, waar is de zon?

Doorgaans begint het bij veel land- en tuinbouwers te kriebelen, wanneer ze het eerste voorjaarsweer zien opduiken. In sommige jaren worden er begin maart al suikerbieten gezaaid en is men enkele weken later ook al de eerste vroege aardappelen aan het poten. Dit jaar lukt dat niet. We luisterden links en rechts naar de stand van zaken.

De grote boosdoener is de regen. Door het KMI werd in Ukkel van 1 tot 25 maart 67,7 mm neerslag gemeten, wat iets boven de normaalwaarde van 59,3 mm ligt. Maar de reden van de problemen ligt eerder in februari (126,5 mm tegenover 65,1 normaal), en dat in 23 neerslagdagen. Ook januari liet met 82 mm al iets meer neerslag optekenen dan normaal (75,5 mm). En uiteraard mogen we het extreem natte najaar niet vergeten, dat de bodems op de meeste plaatsen al totaal verzadigde.

We peilden links en rechts naar de stand van zaken. Voor alle duidelijkheid: de gesprekken vonden plaats in het begin van week 13 (25 tot 31 maart). Die week noemen we in dit artikel ‘deze week’, terwijl jullie dit ten vroegste een week later lezen. Een verwijzing naar ‘vorige week’ duidt op week 12.

Suikerbieten

André Wauters, die bij het Bieteninstituut (KBIVB) verantwoordelijk is voor onder meer zaadkwaliteit en de rassenproeven vertelt dat er nog geen proefvelden zijn ingezaaid. “En het zit er ook niet in voor de rest van deze week. Er wordt geregeld regen voorspeld.” Wauters weet wel dat er op de zandige bodems aan de Maaskant, in het noorden van Limburg, zowat 50 ha is ingezaaid. “Maar dat zouden de enige al gezaaide bieten zijn.” Hij wees op het KBIVB-bericht van 25 maart, met tips hoe om te gaan met niet gerooide of niet geleverde suikerbieten.

Dat bericht stelt dat bieten afkomstig van het afschrapen van bietenhopen, niet geleverde hopen en vooral bieten die nog in de grond zitten een belangrijke bron van infectie kunnen worden van vergelingsziekte of cercospora voor de nieuw uitgezaaide bieten. “Onze eerste waarnemingen tonen dat er reeds groene bladluizen op niet geoogste bieten aanwezig zijn. Het is daarom absoluut noodzakelijk snel de nodige maatregelen te nemen om deze bieten te vernietigen.” Voor bieten die nog in de grond zitten raadt het KBIVB aan om die diep in de grond te malen met bijvoorbeeld een hakselaar, grondfrees of schijveneg. Daarna laat men de stukken best drogen aan de oppervlakte. Dit mag alleen gebeuren als de grond goed berijdbaar is. Vervolgens kunnen de koppen en de stukken bietenwortel volledig ingeploegd worden. Indien het perceel niet geploegd wordt of niet berijdbaar is, moeten de bieten eerst met glyfosaat vernietigd worden (tijdelijk onbeteelde landbouwgrond). Gerooide maar niet-geleverde bieten moet men bij voorkeur ter plaatse mechanisch vermalen tot zo klein mogelijke stukjes, en ook die stukken onderploegen op een perceel. Vervolgens moet men die percelen regelmatig controleren op hergroei en schieters (in het bijzonder voor Smart Conviso-bieten) en de opslag verwijderen. Het is ook nodig om bij het bemesten rekening te houden met de kalium, die de bieten zullen vrijstellen voor de volgteelt. Ook voor de stikstof moet men een veertigtal eenheden per ha rekenen.

Aardappelen

Ilse Eeckhout, coördinator van het PCA vertelt dat op het einde van week 12 hier en daar voorzichtig en dus op kleine schaal geprobeerd is om aardappelen te planten. “Maar we hebben geen idee over hoeveel ha het in totaal gaat.” Ze vertelt dat de meldingen kwamen uit regio’s die wat meer aan de buien ontsnapten, onder meer de Eeklose polders. “Verder laat het tekort aan pootgoed zich voelen.” Ilse verwijst naar het bericht dat PCA op het einde van week 12 uitbracht over het tekort aan pootgoed. “De pootgoedopbrengsten in Nederland waren vorig jaar lager. Om de mindere kilo’s te compenseren liet men de pootaardappelen wat langer groeien, wat resulteert in grover pootgoed en dus ook de problematiek rond snijden van pootgoed met zich meebrengt. Het ziet ernaar uit dat men zal kunnen voldoen aan de grootste vraag, maar het zal nipt zijn. Uitbreiding van areaal zal er niet inzitten voor de aardappelverwerkers. We merken ook dat men om op de vraag in te spelen hier rassen te koop aanbiedt, die normaal geëxporteerd worden. Sommige zijn meer geschikt om te groeien in een mediterraan klimaat. De vraag is of ze bij de oogst aan een voldoende onderwatergewicht zullen geraken.”

Het PCA kreeg op het einde van week 12 ook melding dat er aan de Maaskant aardappelen gerooid werden. “Die zijn al aan het kiemen. Maar dat is niet echt een probleem, omdat ze gebruikt worden voor aardappelvlokkenproductie. We raden sowieso aan om te rooien van zodra er 1 knol per struik aanwezig is. Dat is ter preventie van aardappelopslag, dat als waardplant kan dienen voor phytophtora en coloradokevers en ook de aaltjes in stand houdt. We vrezen wel dat veel werk zal samenkomen, eens het weer verbetert. Het gevaar bestaat dat er daardoor geen tijd zal zijn om die aardappelen te rooien.”

Een beeld uit regio’s en sectoren

Poperinge. Vorig najaar had de Westhoek heel sterk te lijden onder de najaarsregens. Dat maakt volgens Stefaan Vandromme dat zowat 30% van de aardappelen niet gerooid werd. Stefaan is voorzitter van de sectorvakgroep Akkerbouw. Toen we hem belden was hij zelf voorzichtig wat chloorpotas aan het strooien op percelen voor aardappelen en uien. “Dat is een werkje dat we normaal al eind februari, begin maart doen, wanneer de omstandigheden goed zijn. Als er al wat mest gevoerd is, dan is dat op grasland, maar verder is hier nog niets gedaan. Iedereen wacht op een langere periode van droog weer. Want als je de grond optrekt en je krijgt daar regen op, dan ben je nog verder weg van huis.” Van de niet gerooide aardappelen is bij zijn weten nog niets gerooid na de winter. Sommige percelen zijn volledig verloren. Hij weet wel dat sommige telers hopen nog iets te kunnen rooien, om zo toch nog iets te kunnen leveren in samenspraak met de fabriek waar ze een contract mee hebben.

Deurle (Sint-Martens-Latem). Dirk Boeren reageert dat de situatie dramatisch is. Dirk is voorzitter van de sectorvakgroep Groenten. “Het werk stapelt zich op en we kunnen niets doen. Zelf hebben we hier een partij slaplantjes staan, die de grond niet in geraakt wegens de weersomstandigheden. Ik hoor soortgelijke verhalen bij collega’s. Een collega, hier in de buurt, die heel droge gronden heeft, vertelde dat er ook bij hem water op het land staat. Ik hoor ook dat er hier en daar al wat aardappelen geplant zijn, maar niet op de beste gronden. Het risico is groot dat de groei daar zal stilvallen, wanneer het droger wordt. We moeten geduld oefenen. Het heeft geen zin om nu al iets te doen. Ik vrees wel dat al het werk bij elkaar komt, eens het begint te drogen. En het risico is groot dat er nadien een tijdelijke overproductie komt, omdat alles gelijk oogstklaar zal zijn.”

Meigem (Deinze). Jonas Cocquyt heeft een fruitbedrijf in Meigem (Deinze). Hij benadrukt dat het nu al aan het regenen is sinds half oktober, en dat zijn percelen vorig jaar 1000 liter neerslag te verwerken kregen. De natte bodem bemoeilijkt de zorg voor zijn fruitbomen. Dus neemt hij zo veel mogelijk voorzorgen. “Ik moest al drie keer behandelen tegen schurft en reed daarbij afwisselend door de pare of onpare rijen, om de grasmat te sparen. Verder kies ik momenten dat het windstil is, desnoods ’s morgens vroeg of ’s zondags. Ik heb een vat van 2000 liter en zou om de druk op de bodem te verminderen slechts 1000 liter kunnen meenemen, of zelfs maar 500 op de natste percelen. Ik moet ook de voortractie inschakelen, want anders is het gevaar groot dat ik me vastrij. Dat is nog niet gebeurd, maar ik heb al enkele keren mijn hart vastgehouden. Ik hoorde dat collega’s met hellende percelen een tweede trekker moesten inschakelen om boven te geraken. We hebben geen keuze, we moeten erdoor!”

Riemst. Akkerbouwer Karel Kersten bevestigt dat er ook al in Riemst enige hectaren suikerbieten gezaaid zijn. “Maar het is zeker nog geen invasie op het veld. We hebben zelf ook nog niet gezaaid. We hebben in week 12 wel kunnen werken van maandag tot vrijdag, waardoor de eerste stikstofgift en ook de onkruidbestrijding in het graan konden gebeuren. In het weekend is 22 mm neerslag gevallen.” In Riemst worden vooral halflate en late aardappelrassen geteeld, maar Karel weet dat enkele collega’s wat vroege aardappelen gepoot hebben voor hun thuisverkoop. “Diepe grondbewerkingen zijn nog steeds niet mogelijk. Het is nu opnieuw wachten op beter weer.”

Dilsen-Stokkem. “Er is amper iets gebeurd”, reageert Wim Truyen. Wim combineert akkerbouw met grove groenten. “Hier in de regio is het graan wel bemest en ook de onkruidbestrijding is gebeurd. Verder zijn er wat bieten gezaaid op de lichtere zandgrond en er zijn ook al wat aardappelen geplant, maar alles minder dan 5%. Wat de groenten betreft zijn er wat erwten gezaaid, maar ook nog bitter weinig.” Wim vindt dat het op het veld veel natter is dan vorig jaar. “Toen was het een droge winter, en is het pas beginnen regenen in maart. De ervaring van vorig jaar stelt me wel enigszins gerust dat het ook na laat zaaien nog lukt om een behoorlijke opbrengst te realiseren. Met de regen die ze deze week nog in het vooruitzicht stellen, denk ik niet dat er in maart nog iets zal kunnen gebeuren.”

De dag voordien had Wim nog eens zijn ronde gedaan langs wat velden. “Op veel percelen zou je op een deel wel al kunnen zaaien, maar altijd is er wel een plek waar het nog te nat is. Je zou kunnen overwegen om de goede delen wel al in te zaaien en dan later terug te keren voor de rest, maar daar vind ik het persoonlijk toch te vroeg voor. Knoeien kunnen we altijd nog.”

Geduldig wachten op piek voorjaarswerkzaamheden

Adviseur Plantaardige Productie Pieter Van Oost: “Nu de lente al twee weken officieel bezig is, kriebelt het bij iedere landbouwer om te kunnen starten met voorjaarswerkzaamheden. De eerste dosis bemesting moet in de grond, de onkruidbestrijding moet opstarten, percelen moeten zaai- en plantklaar gelegd worden. Alleen zijn de voorwaarden nog niet vervuld om dit in optimale omstandigheden te kunnen doen. De boodschap is om vooral goed te kijken naar je grond en pas te starten als de omstandigheden ideaal worden. Zo vermijd je schade of minder gunstige omstandigheden verderop in het teeltseizoen.

Fruittelers worden geconfronteerd met een vroege bloei, wat een risico is met nog een lange periode met kans op nachtvorst. De aardappelen en bieten uit het vorige seizoen zijn nog niet allemaal gerooid, heb hierbij vooral aandacht voor fytosanitaire maatregelen. Groentetelers hebben vaak al jonge planten maar kunnen ze niet opplanten in de natte akkers. Een goede spreiding van de voorjaarswerkzaamheden is natuurlijk beter, alleen hebben we de laatste jaren geleerd om ook veel werk te kunnen verzetten op korte tijd.”