Op 13 oktober keurde de Vlaamse regering negen parken goed, waaronder vier nationale en vijf landschapsparken. Een van de parken die een erkenning kreeg is Landschapspark Zwinstreek. Dit park bevindt zich voornamelijk in West-Vlaanderen en Nederland, maar strekt zich voor een klein deel ook uit tot in Oost-Vlaanderen. De Zwinstreek typeert zich door verzichten over het uitgestrekte polderlandschap waarbij grondgebonden landbouw en veehouderij centraal staan. Bomenrijen, waterlopen, grachten en greppels verdelen het landschap als lange lijnelementen. De peilen in deze waterelementen worden beheerd door de polders, waarbij de hoogte van het peil vaak een discussiepunt is voor betrokken watergebruikers in het gebied. 

Een erkenning als nationaal park staat gelijk met een erkenning voor de specifieke natuur en de biodiversiteit binnen het gebied. Voor landschapsparken is dit anders. Hier wordt de nadruk specifieker gelegd op de diverse functies van het gebied. Dit zijn gebieden waar een eeuwenlange wisselwerking tussen mens en natuur het landschap hebben gevormd. 

Geen bindende engagementen

Volgens de erkenning van de Zwinstreek zou er dus met alles rekening moeten gehouden worden in het gebied. Zo kan toerisme extra in de picture worden geplaatst en kan er ingezet worden op streekeigen producten. Het behoud van het landschap zoals het zich gevormd heeft is hierbij belangrijk. We kunnen de eigenheid van de Zwinstreek niet ontkennen. Toch roept de erkenning bij heel wat bedrijfsleiders in het nieuwe landschapspark veel vragen op. De regering heeft gesteld dat er geen bindende engagementen of verplichtingen zullen zijn voor landbouwers in het gebied. We hopen dan ook dat er zich aan deze belofte wordt gehouden, en dat er geen extra maatregelen worden opgelegd aan de landbouwers. Een delegatie van bedrijfsleiders die zetelen in het parkcomité is dan ook een must.