Land- en tuinbouwers zijn de eersten die de gevolgen van de klimaatverandering ondervinden. Bovendien verwacht de maatschappij dat onze productieprocessen klimaatvriendelijker worden. Dat sijpelt bijvoorbeeld al door naar lastenboeken van voedingsbedrijven. Daarom zet Boerenbond in op klimaatrobuustheid. Een belangrijk initiatief, de komende weken, is de Klimaatroadshow. Over het wat en waarom spraken we met Stijn Bossin, lid van het team Klimaat & Technologie van Boerenbond, en met Hanne Leirs, adviseur Milieubeleid.

“Onze bedrijven moeten klimaatrobuuster worden”, vertelt Stijn Bossin. “Een robuust bedrijf is bestand tegen schokken. De ervaringen van de laatste maanden geven duidelijk aan dat we onze land- en tuinbouwbedrijven beter bestand moeten maken tegen dergelijke schokken. Denk bijvoorbeeld in dit geval aan keuze van de gewassen, het voorzien van schaduw, isoleren, wateropvang …” Hanne voegt eraan toe dat dit meer algemeen geldt voor alle vormen van productie. “We horen de burger die verwachtingen uitspreken. Denk bijvoorbeeld aan de klimaatmarsen en aan de interesse in allerlei aan het klimaat gerelateerde labels. Maar het probleem is dat diezelfde burger daar als consument niet altijd naar handelt. Toch zien we dat er in de winkels steeds meer voor duurzame producten gekozen wordt, dat mensen daar belang aan hechten.” Stijn wijst ook op wat in de keten gebeurt. “Kijk bijvoorbeeld naar de zuivelsector. Zuivelverwerkers beginnen best wel wat eisen te stellen rond de klimaatimpact van hun melkleveranciers. Ze doen dat omdat hun afnemers dat eisen. En de retail doet dat dan weer omdat de consument dat vraagt, of met het oog op hun imago. In Klimrek, een project samen met de federatie van zuivelverwerkers BCZ, voeren we een klimaatscan uit op een aantal melkveebedrijven. Zo leren wij de klimaatimpact van een dergelijk bedrijf kennen. Het belangrijkste voor ons is dat we die bedrijven dan meenemen in een verbetertraject om die klimaatimpact te verminderen.”

Klimrek

Eerst werd gestart met Klimrek, nadien kwam Klimrek plus. De medewerkers van het team Klimaat & Technologie komen voor een dergelijke klimaatscan ter plaatse op het bedrijf, om vast te stellen op welke vlakken het goed en minder goed scoort. Die resultaten kunnen ze benchmarken met de resultaten van andere bedrijven. Om daar één cijfer op te kleven, kunnen ze daarmee ook hun CO2-voetafdruk per liter meetmelk berekenen. “Door de scores van verschillende bedrijven te vergelijken kunnen we vaststellen waar een specifiek bedrijf minder goed op scoort en waar dus de verbetermogelijkheden zitten. We zijn nu volop bezig om soortgelijke zaken te gaan doen voor akkerbouw en varkens.”

Hanne legt uit dat elke stap van het productieproces mee wordt gewogen: “Energieproductie en -consumptie, de voederstromen, de langleefbaarheid van de koeien en het vervangingspercentage, hun melkproductie, mestopslag, input voor de teelten, koolstofopslag bij het bewerken van de gronden ... Elke stap in het productieproces wordt bekeken. Dat is een heel intensieve operatie.” Stijn vertelt dat ze daarom inzetten op digitalisering, om de instroom van data te versnellen. “We zetten daartoe een samenwerking op met het dataplatform DjustConnect. Via die weg kan veel informatie gedeeld worden, zodat de berekeningen een stuk automatischer kunnen gebeuren. Het voeder dat je aankoopt zit bijvoorbeeld al ergens in de computer bij de fabrikant.” Hanne vult aan dat de begeleiding door de consulent nog steeds nodig is voor het klimaattraject. “Er komen bijvoorbeeld ook vragen aan bod over een mogelijke opvolger. Als die er niet is, dan zijn sommige keuzes voor verbetermogelijkheden niet zo relevant. Er spelen heel wat randvoorwaarden mee. Als je bijvoorbeeld net een nieuwe stal gebouwd hebt, die jammer genoeg niet helemaal opgezet is volgens de huidige klimaatinzichten, dan zal de consulent misschien voorstellen om eerst op voeder te werken.”

Een belangrijk punt is volgens Stijn dat we wanneer we vooruitgang boeken op klimaatvlak ook rekening moeten houden met het economische aspect. “Alle maatregelen worden ook economisch doorgerekend, zodat de landbouwer een gefundeerde keuze kan maken. Zo combineren we de ecologische en economische effecten en creëren we meer inzicht in de bedrijfsprocessen.”

Zo willen we voorkomen dat we - zoals bij de PAS - voor een berg komen te staan, waar we niet meer over kunnen.

Klimaatscan op je bedrijf

Hanne legt uit dat een klimaatscan minstens twee bezoeken vergt. “De eerste keer moeten we alle data verzamelen die we nog niet automatisch kunnen binnenkrijgen. Nadien doen we heel wat rekenwerk en bekijken we welke klimaatmaatregelen we kunnen voorstellen voor dat bedrijf. Bij het tweede bezoek gaan we in overleg met de landbouwer om die mogelijkheden tot verbetering te bekijken. Het jaar nadien komen we terug om samen te evalueren wat de gekozen maatregelen hebben bijgebracht. Eigenlijk is het de bedoeling dat die klimaatscan op regelmatige basis herhaald wordt, om de vooruitgang op het gebied van klimaatimpact in beeld te krijgen. Voor ons is het absolute ecologische getal dat uit de klimaatscan komt niet zo belangrijk. Het is wel belangrijk dat er vooruitgang geboekt wordt. Want er kunnen heel wat redenen aan de basis liggen voor bepaalde keuzes. Een bedrijf dat ook aan groene zorg doet kan bijvoorbeeld een klassieke melkstal verkiezen boven een melkrobot, omdat dit een zinvolle activiteit is voor hun zorggasten. Het is vooral belangrijk dat er goed onderbouwde duurzame keuzes gemaakt worden op meerdere vlakken.”

“Dankzij het Klimrekproject zijn de scans nog steeds gratis”, vertelt Stijn. “Klimrek plus wordt rechtstreeks gefinancierd vanuit het Departement Landbouw en Visserij, in samenwerking met BCZ. Die bieden die scans aan op 180 melkveebedrijven. We weten wel dat er in de toekomst een verdienmodel moet gevonden worden, om die scans te kunnen blijven uitvoeren. Dat betekent dat ze een meerwaarde moeten opleveren voor de landbouwer of iemand anders. We kijken daarvoor naar het Kratos-adviessysteem, dat ondersteund wordt vanuit het GLB. Klimrek is ooit gestart met melkvee, omdat daarvoor al veel gegevens beschikbaar waren, maar ondertussen is dat ook mogelijk voor varkens en akkerbouw.” Hanne vertelt dat het zeker niet moeilijk is om bedrijven te vinden. We krijgen ook heel wat vragen vanuit andere sectoren, wanneer we hen kunnen doorlichten. We vinden dat goed. Er is op dit moment nog niet heel veel dwingend beleid rond klimaat. We hebben bijvoorbeeld wel het Convenant Enterische Emissies, dat we vanuit de sector zelf hebben geïnduceerd. Maar we vinden het belangrijk om hier proactief op in te zetten. We willen zelf aan het stuur zitten en bekijken wat mogelijk is, hoe en met welke technieken we vooruitgang kunnen boeken. Dat inzicht zijn we nu aan het creëren met Klimrek, en dankzij dat project kunnen we meteen een aantal stappen vooruit zetten.” Stijn vult aan dat Boerenbond daartoe – behalve met ILVO en VITO – ook samenwerkt met heel wat andere organisaties uit het bedrijfsleven. “We willen zo samen innovaties ontwikkelen die de klimaatimpact kunnen verlagen. Zo willen we voorkomen dat we – zoals bij de PAS – voor een berg komen te staan, waar we niet meer over kunnen. Het Convenant Enterische Emissies is een mooie eerste stap. Een volgende is bedrijven motiveren om in de door (pre-)ecoregelingen ondersteunde voedermaatregelen te stappen.”

Hanne stelt dat ze zich met Klimrek niet willen laten meeslepen richting greenwashing. “We hebben altijd naar een levenscyclusanalyse gekeken. Die neemt alles van impact mee, om het even of die hier of in Brazilië is en of het effect heeft op klimaat, water, milieu ... We hadden ons ook kunnen beperken tot de impact in Vlaanderen, met het oog op de Vlaamse klimaatboekhouding. Want strikt genomen heeft de Vlaamse overheid, die ons ondersteunt, alleen daar baat bij. Maar daar doen we niet aan mee.”

Andere klimaataspecten

Stijn brengt ook nog enkele andere projecten ter sprake. “Een ander klimaatgerelateerd thema is water. Als we tijdens een klimaatscan vaststellen dat een bedrijf problemen heeft met water, kunnen we Gemma Willems sturen, onze consulent Water. Zij doet dan een waterscan. Daarvoor brengt ze het waterverbruik in kaart en bekijkt mogelijkheden om te besparen, water op te slaan en samen te werken. Zo hebben we een project waarin er water van een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) via een netwerk bij landbouwers gebracht wordt. Ondanks het huidige verbod op gebruik van dergelijk water voor teelten wegens PFAS, denken we dat dit wel kan in dit proefproject.”

Hanne wijst op verbetermogelijkheden door aan een gezonde bodem te werken. “Een gezonde bodem met een hoog koolstofgehalte kan beter water vasthouden en heeft een betere structuur en meer bodemleven. Daar zijn verschillende technieken voor. Het hoeft niet noodzakelijk te gaan over het inwerken van houtsnippers. Dat kan ook compost of mest toedienen zijn, de bodem onder gras laten en zo weinig mogelijk grasland scheuren.” Stijn vult aan dat ze ook manieren zoeken om koolstof te compenseren. “Voor de roadshow, bijvoorbeeld, hebben we eerst gezocht naar een bus die op methaan rijdt. Die hebben we niet gevonden, maar we gaan de koolstof compenseren, die de bus uitstoot om alle boeren ter plaatse te brengen. We werken samen met de Bodemkundige Dienst aan een platform, Claire, dat vraag en aanbod voor koolstofcompensatie bij elkaar brengt. Dat moet bedrijven toelaten om de koolstof die ze te veel uitstoten lokaal te compenseren. Nu moeten bedrijven daarvoor vaak naar het buitenland, om daar projecten te ondersteunen. Het lijkt ons interessant om lokale landbouwers financieel te stimuleren om aan koolstofopslag in de bodem te doen.”

Meer info

www.klimrekproject.be

We redden de wereld niet met minder, minder, minder

Dat is de titel van een boek van Thomas Rotthier en Jan Deschoolmeester. De klassieke stelling is dat we minder moeten consumeren, minder ingrijpen in de natuur en kleinschaliger moeten denken, om de klimaatopwarming tegen te gaan. Maar de auteurs zijn ervan overtuigd dat we het daarmee niet zullen redden. Ze pleiten voor het inzetten op economische groei en vooral op technologie zoals precisielandbouw, geothermie, het uit de lucht halen van CO2 … In onze sector kan dat ook met kleine maatregelen, zoals bijvoorbeeld met aangepast voeder de methaanuitstoot beperken. Een klimaatscan maakt zichtbaar voor jou wat de som van veel kleine ingrepen kan doen. Met onze Klimaatroadshow willen we boeren inspireren en informeren door op bezoek te gaan bij bedrijven waar ze al een of andere klimaatinspanning leverden. Je kan met hen en met de leveranciers spreken over hun ervaringen, maar ook over de moeilijkheden die ze overwonnen hebben om dat te realiseren.

www.boerenbond.be/klimaatroadshow