PSKW-directeur, -voorzitter en -ondervoorzitters

Proefstation voor de Groenteteelt blaast 60 kaarsjes uit

18 oktober 2023

Op 14 december bestaat het Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver – kortweg PSKW – exact 60 jaar. In die 60 jaar drukte het een duidelijke stempel op het praktijkonderzoek in de tuinbouw en zette het dat onderzoek om naar praktische toepassingen waar tuinders nog steeds de vruchten van plukken. We spraken met directeur Els Berckmoes en ondervoorzitters Kris Glorie en Johan Van Bulck.

Els Berckmoes werkt sinds 2006 voor het PSKW. Ze doorliep diverse onderzoekstopics in de serreteelt (tomaat, hydroteelt sla, gewasbeschermingsmiddelen, MAP glastuinbouw en water). Op 1 februari 2021 volgde ze Raf De Vis op als PSKW-directeur. Kris Glorie heeft in Duffel een openluchtgroentebedrijf waar hij vroege Mechelse bloemkool, courgettes (in de zomer) en alternatieve slasoorten (eikenbladsla, lollo bionda en lollo rossa, in het najaar) teelt. Hij werkte tien jaar voor het PSKW (van 1978 tot 1988) en is al jaren ondervoorzitter van het Proefstation en voorzitter van het Technisch comité vollegrond. De Technische comités ontstonden in de jaren 80 uit de Prei- en bloemkoolcommissie. Johan Van Bulck teelt in Putte vleestomaten, volledig met hybridebelichting. De energiecrisis die twee jaar geleden uitbrak, was voor hem een serieuze uitdaging. Johan is al 30 jaar lid van het PSKW.

Realisaties

Wat vonden jullie in de voorbije 60 jaar PSKW-onderzoek de belangrijkste realisaties/innovaties voor de telers?
Els: “Doorheen de jaren bouwden we heel veel kennis rond gewasbescherming op, die evolueerde van louter chemische naar geïntegreerde bescherming. We hebben heel wat experten met bijzonder veel ervaringskennis, die met hun twee voeten in de praktijk staan en weten wanneer een middel bijvoorbeeld al dan niet toepasbaar is. De ontwikkeling van het vaccin tegen het pepinomozaïekvirus (PepMV) is zeker een belangrijke realisatie. Meer recent werkten we mee aan de uitwerking van een natuurlijke vijand voor de tomatengalmijt. In de openluchtteelten hebben we bakken aan ervaring rond bemesting, wat heel belangrijk is voor onze telers.”
Johan: “Naast de ontwikkeling van het vaccin tegen PepMV was voor glasgroentetelers zeker het onderzoek rond belichting, rassen en energie-efficiëntie (klimaatneutraal maar tegelijk ook economisch rendabel telen) heel belangrijk.”
Kris: “In de vollegrondsteelt denk ik vooral aan de gewasafdekking in het voorjaar en nu ook in de zomer tegen onder meer koolvliegen. Verder is de mechanisatie de voorbije 60 jaar enorm veranderd. Onder meer dankzij het gps-verhaal zal het telen nog nauwkeuriger en juister moeten gebeuren; hiervoor zullen ook steeds meer data beschikbaar worden. Qua gewasbescherming kijken we uit naar nieuwe middelen en oplossingen. Probleem hierbij is dat het onderzoek over heel wat jaren loopt, maar wij helaas geen jaren meer kunnen wachten op die producten, omdat het dan niet meer economisch rendabel is om te telen …”
 

Toekomstige resultaten

Naar welke resultaten van het lopend PSKW-onderzoek kijken jullie uit?
Els: “Cruciaal voor de toekomst lijken me de projecten Opti-energie en Energlik, waarin we onderzoeken hoe we met minder energie-input kunnen telen. De focus ligt hier bij schermen en je klimaat in de serre zo sturen dat er minder energiebehoefte is. Energie is duur, maar we zullen ook de klimaatdoelstellingen van de Europese Unie moeten behalen. De tuinbouwbedrijven bekijken de verschillende opties, maar het moet wel werkbaar blijven. Qua openluchtteelten kijk ik vooral uit naar de resultaten rond waterbeschik- en -inzetbaarheid; denk maar aan druppelirrigatie en het gebruik van praktisch gerichte modellen met weinig sensorinput. Die modellen moeten telers in staat stellen hun irrigatiebehoeften vlotter in te vullen. Verder wordt arbeid steeds duurder, dus moeten we in het gps-verhaal via mechanisatie met zo weinig mogelijk arbeidsinput op een betaalbare manier meer geautomatiseerde oplossingen aanbieden.”
Johan: “Ontvochtigen is in het energieverhaal het grootste probleem. Het is goed dat het PSKW dit onderzoekt, zodat de tuinders dat niet moeten doen.”
Kris: “Ik kijk uit naar wat nuttige insecten kunnen realiseren in openluchtteelten, zeker met bloemenranden en teeltvrije zones. Zal dit een effect hebben nu er steeds meer gewasbeschermingsmiddelen verdwijnen? Dat is ook weer iets van jaren. Wat bemesting betreft zal er ook nog veel moeten gebeuren. Hoe gaan we de Europese richtlijn bodemkwaliteit halen als we steeds minder organische mest mogen gebruiken? Door het wegvallen van gewasbeschermingsmiddelen zullen we de consument moeten overtuigen dat we de ‘zichtbare topkwaliteit’ niet meer kunnen garanderen. Denk bijvoorbeeld aan prei, die dan misschien niet meer mooi groen en wit zal zien, maar door de tripsenplaag ook wat bruine stippen zal hebben. Die stippen doen niets af aan de voedingswaarde van de prei, maar leg dat maar eens uit aan de consument. De bikkelharde concurrentie tussen de retailers, die enkel het allerbeste – lees: allermooiste – in hun rekken willen hebben, helpt daar niet bij.”

Het PSKW voert vooral ‘reactief onderzoek’ (rond MAP, gewasbeschermingsmiddelen …) uit. Welk ‘proactief onderzoek’ willen jullie over 10 jaar van hen gerealiseerd zien?
Johan: “Waterbeschikbaarheid wordt steeds belangrijker. Het zou fijn zijn als het PSKW vruchtgroenterassen kan testen die minder water nodig hebben. Alle rassen die we kunnen telen met pakweg een liter minder water is een meerwaarde. Nu hebben we het vooral over energie, maar over 10 jaar is kwaliteitsvol water misschien wel het ‘nieuwe goud’ … Restafvalwater wordt in sommige lidstaten al gezuiverd en hergebruikt, maar als teler wil je wel 100% zeker zijn dat je kwaliteitsvol water ter beschikking krijgt.”
Els: “We weten dat dit laatste perfect mogelijk is, want er bestaat een Europees kader om stedelijk afvalwater als irrigatiewater in te zetten. Het huidige beleid laat het nog niet toe vermits er nog geen kader is uitgewerkt. Dat heeft onder meer te maken met de strenge Vlaamse wetgeving en het PFAS-verhaal.”
 

Panelgesprek tijdens viering 60 jaar PSKW
Meerwaarde van PSKW

Wat is de meerwaarde van PSKW rond …
… bemestingsadviezen?

Kris: “Het bemestingsonderzoek van PSKW staat goed op punt. Door de hoge kostprijzen van meststoffen weten telers dat ze er doordacht mee moeten omgaan. We moeten sowieso een richtlijn halen, denk maar aan de nitraatresiduen. Onze coöperatie verwacht dat we topkwaliteitsproducten leveren, dus kunnen we in principe geen risico nemen. Het PSKW kan ‘tot op de grens’ telen, wat heel interessant is, maar voor de telers is dat economisch gezien niet verantwoord. De overheid houdt helaas veel te weinig rekening met de ervaringskennis van de telers en onderzoekers. Denk maar aan de vele extra regels, aan het ‘kalenderboeren’, wat vollegrondsgroentetelers vaak voor haast onhaalbare uitdagingen plaatst …”
Els: “Vergeet ook de impact van de weersomstandigheden niet. Die waren de laatste jaren soms extreem. Zo was de voorbije zomer enorm nat, terwijl de vorige zomers heel droog waren. Het klimaat is slechts een van de vele invloedfactoren binnen het bemestingsonderzoek. Het blijft een zeer grote uitdaging om de onderzoeksresultaten te vertalen naar de specifieke bedrijfssituaties van onze telers. Eén afwijkende factor kan behoorlijk wat impact hebben binnen het bemestingsverhaal. Hierdoor is het een hele uitdaging om snel genoeg bij te blijven om de telers te helpen.”
… gewasbeschermingsmiddelen?
Kris: “Dat onderzoek op het vlak van de werkzaamheid – lees: efficiëntie – en de veiligheid naar het gewas van die middelen blijft heel belangrijk.”
… kleine teelten?
Els: “We doen ook proeven om de toelating van middelen die erkend zijn in bepaalde teelten ook in kleinere teelten mogelijk te maken. Als die activiteiten er niet zijn, zouden die kleine teelten volledig uit de boot vallen. Met ons rassenonderzoek rond kleine teelten (vooral in openlucht) kunnen we die teelten blijven ondersteunen. Daarvoor komen de telers ook naar ons. Heel vaak start het hele verhaal voor hen bij rassenonderzoek. De Vlaamse overheid en BelOrta zetten hier veel middelen voor opzij. Maar voor ons is het een moeilijke evenwichtsoefening om al die teelten voldoende mee in ons onderzoek te nemen. Zo is het rassenonderzoek veel complexer geworden, want we moeten nu ook kijken hoe gevoelig de rassen zijn voor ziekten en plagen, hoe ze reageren onder extreme klimaatomstandigheden … Op budgettair vlak staat dat onderzoek dus wel wat onder druk.”
… energie-efficiëntie:
Johan: “Met de belichtingsproeven heeft het PSKW al grote stappen gezet; dat is nog wat finetunen. Nu wordt er meer ledbelichting gebruikt, waardoor je meer vochtproblemen hebt. Dat ontvochtigen zal wel in een stroomversnelling geraken. Ook in het rassenonderzoek zijn hier al stappen gezet, denk maar aan de meerwaarde van ToBRFV resistente rassen. Binnen dit en drie jaar zouden we ook duidelijke conclusies moeten kunnen trekken in het onderzoek naar ledbelichting en schermdoeken.”

Specialisatie

Hoe evalueren jullie het PSKW ten opzichte van de andere groenteproefcentra qua specialisatiegraad? Hebben jullie daar een evolutie in gezien?
Johan: “Het onderzoek rond het mobielegotensysteem (MGS) is hier in de regio gestart, dus is het logisch dat het PSKW daar heel wat kennis in heeft opgebouwd. Dat systeem moet heel secuur werken en zal in de toekomst zeker nog veel aandacht krijgen, denk maar aan de verdere automatisering ervan. Het rassenonderzoek gebeurt in duplo bij PSKW en PCH. Het is goed om een ‘dubbele proef’ te hebben. Toen er in 2021 op het PSKW een besmetting met het tomatenvirus ToBRFV werd vastgesteld, konden ze hier zo goed als een kruis maken over hun proeven. Daardoor schoof dat onderzoek een jaar op. Dan is het niet slecht dat er op een ander proefcentrum een vergelijkbare proef aanligt, waardoor je ook een back-up hebt en daaruit conclusies kan trekken.”
Kris: “In openluchtteelten verschilt de teeltmethode hier rond Mechelen met die van in West-Vlaanderen. Op dat vlak kan je de proefcentra moeilijk met elkaar vergelijken; het hangt ook af van het topic waarover je het hebt.”
Els: “Er wordt wel eens de vraag gesteld of de proefcentra niet meer moeten specialiseren. Maar de telers staan tegen 2030 voor gigantische uitdagingen, dus het is alle hens aan dek. Willen we onze telers tegen dan werkbare en praktisch haalbare oplossingen bieden, dan moeten we zeker kunnen samenwerken. En die samenwerking is er.”
 

Sponsoring door Boerenbond

Slotvraag: Hoe evalueren jullie de samenwerking tussen de sector en de proefcentra, met Boerenbond als financiële partner van de proefcentra?
Kris: “Die ‘sponsoring’ door Boerenbond is heel belangrijk, want onderzoek kost geld. Het ministerie van Landbouw bepaalt hoeveel geld er uit de sector moet komen voor onderzoek. Dan is het essentieel dat we een belangenorganisatie zoals Boerenbond hebben die de proefcentra financieel kan ondersteunen.”
Els: “De financiering door Boerenbond is binnen onze jaarwerking – de proeven waarmee we kort op de bal kunnen spelen als er een probleem opduikt – doorslaggevend. Anders kunnen we die proeven niet doen. Onze onderzoeksgelden zijn gestegen, en voldoende sectorbijdrage hebben is daarin cruciaal. 
Johan: “Onderzoek op een proefcentrum is helemaal anders dan het werk op een productiebedrijf. Daar kruipen veel meer manuren en tijd in. Je weet ook niet wat de uitkomst zal zijn, want het gaat om proeven. Maar proeven die mislukken bieden ook een meerwaarde, want dan weten telers dat ze het zo niet moeten aanpakken.”
Els: “Er wordt heel vaak gekeken naar wat telers van ons onderzoek vinden. Maar omgekeerd hebben wij als praktijkcentrum enorm veel aan de praktische kennis en ervaringsdeskundigheid die telers mee naar ons brengen. Soms maken heel kleine nuances het verschil in ons onderzoek. Ik doe een warme oproep naar de – zeker ook jonge – telers om zich niet geremd te voelen om input te geven rond een proef of onderzoek. We geraken alleen maar vooruit als iedereen mee zijn ideeën kenbaar maakt. Dat waarderen we heel erg; het onderscheidt ons ook van bijvoorbeeld een universiteit, waar waardevol wetenschappelijk onderzoek wordt gevoerd. Het is onze taak om ervoor te zorgen dat ons onderzoek zo goed mogelijk ‘vertaald’ wordt naar de telers. Een evenement zoals de viering van ons 60-jarig bestaan is heel belangrijk, omdat het ons helpt om de telers dicht bij ons te houden. We moeten dus met onze twee voeten in de praktijk blijven staan.”

‘MET DE VOETEN IN DE PRAKTIJK BLIJVEN WE BETROUWBARE OPLOSSINGEN VOOR TELERS BIEDEN”
 

5 onderzoeksthema’s

Tijdens de viering werd ingezoomd op de 5 onderzoeksthema’s van het PSKW, die inspelen op toekomstige uitdagingen:
1. Teelten met toekomst
2. Grondstoffen met toekomst
3. Telen in harmonie met de omgeving
4. Digitalisatie en automatisatie
5. Gezonde en duurzame bedrijfsvoering