Door de zondvloed van de voorbije dagen en weken is het op vele plaatsen in Vlaanderen pompen of verzuipen. En dat mag je letterlijk nemen. Zeker in de Westhoek, waar het kolkende water akkers en stallen doet overstromen. Oogsten zijn haast volledig verloren of kunnen niet worden binnengehaald. Het wassende water staat vele land- en tuinbouwers ‘boven’ de lippen. “De ene dag gaat het al beter dan de andere. De natuur geeft en neemt, zo blijkt eens te meer”, getuigt varkenshouder en akkerbouwer Chris Derycke (34). “We laten echter ons hoofd niet hangen.” Die veerkracht, het zit in de genen van onze land- en tuinbouwers.

Onder de gitzwarte regengordijnen transformeert het landschap in de Westhoek in een aquatisch toneel. De akkers, in normale omstandigheden een veelkleurig schilderij van lekkere en smaakvolle overvloed, worden nu overstemd door het gefluister van overstroomde rivieren en beken. Een trieste en aanhoudende cadans van verdriet. Ook vorig weekend bleven de hemelsluizen wagenwijd openstaan en werd de streek niet gespaard van nog meer onheil.

Dat gaat een boer zijn

Hier, diep in West-Vlaanderen, wordt meer gewerkt dan gepraat. Maar in apocalyptische omstandigheden delen bezorgde land- en tuinbouwers toch hun verhaal. De roep naar hulp klinkt luid. Levenswerken staan op het punt abrupt afgebroken te worden. Het zijn vaak echo’s van grote bezorgdheid, die tussen de regenvlagen sijpelen. Woorden vallen als regendruppels neer, verzwaard door de last van onzekerheid, terwijl ze vertellen over verloren oogsten en toekomstdromen die letterlijk wegspoelen.

Ondanks het donkere regengordijn klinkt vaak ook veerkracht. Het zijn zonnestraaltjes van hoop en geloof in een betere (en vooral drogere) toekomst. Of hoe ook hier na regen weer zonneschijn komt. En toch. Het lijkt eerder dat het luchtruim nu wordt gesluierd met een regenboog van ongeziene twijfel en grote ontreddering.

“De natuur geeft en neemt”, opent Chris Derycke. De zoon van Johan Derycke en Lena Deweerdt uit Watou (Poperinge) was voorbestemd om boer (en opvolger) te worden. “Ik liep van kindsbeen af op de akkers en de velden. Toen ik 7 jaar was, riep iedereen: ‘Dat gaat onzen boer zijn.’” Een voorspelling die uitkwam. Broer Pascal had minder oog voor de landbouwstiel en beproeft zijn professionele bezigheid in een andere sector.

Bloemkolen en aardappelen

Vrouwlief Anne-Laure De Tavernier heeft ook een passie voor de landbouw. Op het ouderlijk bedrijf staan de varkenshouderij (gesloten bedrijf met 200 zeugen) en akkerbouw centraal (hopteelt 10 ha, aardappelen 35 ha, uien 35 ha, bonen 8 ha en bloemkolen 20 ha). “Zoals iedereen weet ging het enkele jaren terug ook heel slecht in de varkenshouderij. En nu krijgen we deze tegenslag te slikken. Dat is bijzonder zwaar om dragen, maar het houdt ons niet tegen om toch met positivisme achter de zwarte wolken te kijken”, zegt Chris Derycke.

Door de eerder abnormale weersomstandigheden (te nat) konden de aardappelen pas laat worden geplant en waren de bloemkolen (door het zonnige weer) vroeger dan vele andere jaren klaar om gesneden te worden. “In ongeveer 95 dagen, in normale omstandigheden is dat vele weken later. Dat verplichtte ons wel om de hectares bloemkolen vlugger binnen te halen, anders dreigden we in een lagere kwaliteitscategorie te vallen.”

Zo kregen de laat geplante aardappelen wel meer tijd om te volgroeien. Maar plots was die regen daar. “In de voorbije drie weken viel meer dan 280 liter per m². Dat kunnen rivieren, beken, akkers en velden uiteraard niet slikken.” Met de bekende gevolgen. “Vele boeren in de buurt hebben nog maar weinig of geen aardappelen gerooid, bij hen is de situatie nog vele keren slechter.” Bij Chris moet nog een derde worden gerooid. “Ik hoop nog de helft te kunnen recupereren. Maar dan moet het minstens twee à drie weken veel beter weer worden.”

Weegt op gezinsleven

Een financiële kater, zoveel is zeker. Een verlies dat bij veel aardappeltelers tot in honderdduizend(en) euro’s loopt. “Het is simpel: je kapitaal zit in de grond. De natuur geeft en neemt, zo blijkt eens te meer. Niemand zal ontkennen dat deze financiële domper ook weegt op het gezinsleven. Dat heeft niets te maken met wie je samenleeft, maar je bent bijvoorbeeld al eens korter van stof aan de keukentafel. We zijn ook nog dertigers én houden zo van onze stiel. En zulke tegenslagen doen je uiteraard nadenken over de toekomst. Er is niet alleen het zware verlies, je hebt ook veel minder om weer op te starten.”

Ondanks de kommer en kwel laat Chris de moed niet zakken. “Ondanks deze ramp laten we ons hoofd niet hangen. Nee, zeker niet. Hoe moeilijk het ook is, we zullen onze rug weer rechten. De ene dag gaat dat gemakkelijker dan de andere. Als je de zon even ziet stralen, krijg je weer hoop.”

Crisissituaties zijn aanleiding tot enige reflectie. “Mijn ouders zijn ook zwaar onder de indruk. We zijn hier echter allemaal gedreven boeren. Toch sta je er even bij stil: moeten we eventueel een teelt afbouwen of schrappen, zelf nog ander landbouwmaterieel kopen … Als het goed gaat en alles loopt vlot, sta je daar minder of nooit bij stil. Nu denk je eens meer na. Je kan veel en hard werken, maar aan zulke tegenslagen kan je niets doen.”

Erkennen als ramp

De komst van onder meer de ministers Jo Brouns en Hilde Crevits en Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens was een hart onder de riem. “Ze zagen met eigen ogen de grote ravage en stonden met de voeten letterlijk in het water. Zeker voor jonge boeren is het heel fijn om wat extra steun te krijgen. Dat kunnen we nu, meer dan ooit, gebruiken. We hebben er goede hoop op dat deze catastrofe als ramp zal worden erkend. Maar we kijken ook verder uit naar nog andere maatregelen om de eerste nood te lenigen en alles werkbaar te houden. Maar nogmaals, we hebben nog veel, heel veel, courage”, besluit Chris Derycke. Hoop doet leven, zoals Will Tura zingt. Ook een man uit de Westhoek.