Crevits

Met doordacht stikstofbeleid vrijwaart de overheid 20.000 jobs

16 februari 2022

Het uitblijven van een beslissing rond het PAS maakt dat er niet alleen onzekerheid over de toekomst is op onze land- en tuinbouwbedrijven, maar ook op bedrijven in de hele Vlaamse agrovoedingsketen. We namen daarom het initiatief om alle ketenpartners in de agrovoedingssector te verenigen rond een duidelijk signaal richting Vlaamse regering. Boerenbond samen met Groene Kring, Ferm voor agravrouwen, BCZ, BFA, ABS, Febev, Fevia, Fedagrim en Fenavian schreef een open brief, die deze week werd overhandigd aan een aantal ministers. We formuleren 5 concrete punten die nodig zijn voor een degelijk en socio-economisch verantwoord stikstofbeleid, dat 20.000 jobs in de keten vrijwaart. Hierbij de integrale inhoud van ons signaal.

Sonja De Becker, voorzitter

Onze Vlaamse agrovoedingsketen vormt de basis van onze voedingsindustrie, de grootste industriële sector van Vlaanderen. De dierlijke productieketen bestaat uit de primaire sector en haar toeleveranciers en afnemers, stelt zo’n 60.000 mensen tewerk en staat garant voor een omzet van zo’n 38,5 miljard euro. Geen klein bier dus. Maar ondertussen hangt de definitieve PAS al bijna een jaar als een gigantisch zwaard van Damocles boven het hoofd van elk van de bedrijven uit deze agrovoedingsketen … Een ondoordachte definitieve PAS kan immers tot 30% van de banen bedreigen en eenzelfde percentage voor wat de bijdrage aan het bruto binnenlands product van de dierlijke agrovoedingsketen betreft. Dit zorgt op veel landbouwbedrijven én binnen de hele voedingsketen voor onzekerheid en onrust. Met een goed uitgedachte PAS, geflankeerd door een gepast budget, kan de Vlaamse regering heel wat jobs vrijwaren en zo de socio-economische impact van dit beleid tot een minimum beperken.

De dierlijke primaire sector en haar toeleveranciers en afnemers vragen bijgevolg dat Vlaanderen zeer dringend werk maakt van een degelijk PAS-beleid. Dit houdt een beleid in dat:

  • rechtszekerheid biedt;
  • afgestemd is op de diversiteit aan bedrijven die onze Vlaamse agrovoedingsketen rijk is;
  • innovatie hoog in het vaandel draagt;
  • gebiedsgericht is op basis van grondig onderzoek;
  • voldoende middelen ter beschikking stelt voor de tenuitvoerbrenging van de vooropgestelde doelen. 

1. De agrovoedingsketen vraagt de Vlaamse regering om een rechtszeker beleid

  • Zeer dringend is een decretale verlenging van de vergunningsduur voor bedrijven waarvan de vergunning op korte termijn afloopt. Alleen zo kan men op zijn minst voor deze gezinnen de meest verscheurende, acute onzekerheid opheffen.
  • Zorg voor een vergunningenbeleid dat bedrijven toelaat te blijven bestaan en zich te ontwikkelen. Dat nu een beleid wordt ontwikkeld dat beperkingen voorziet op de groei van de veestapel is in de huidige omstandigheden begrijpelijk. Dat dit bewustzijn er is binnen de sector wordt weerspiegeld in het crisisplan voor de varkenshouderij waarin een uitkoopregeling voor varkenshouderijen voorgesteld wordt. Het vergunningenbeleid moet evenwel ruimte blijven bieden voor individueel ondernemerschap. Bedrijven moeten kunnen evolueren, inspelen op wijzigende verwachtingen van zowel de markt als de maatschappij. Een sector zonder perspectief kan noch innoveren, noch evolueren.
  • Als de Vlaamse regering met één decreet de vergunning van piekbelasters vervroegd zou beëindigen, dan kiest ze voor een beleidsmatige aanpak die elke vorm van rechtszekerheid fnuikt. Welke zekerheid biedt een vergunning immers nog in Vlaanderen als men met één pennentrek een vergunning vervroegd kan beëindigen? Als men deze bedrijven zo graag vervroegd ziet sluiten, vragen we de Vlaamse overheid om niet te kiezen voor de stok maar voor de wortel en een vervroegde stopzetting te stimuleren met een genereuze top-up.
  • Daarnaast heeft men klaarblijkelijk de intentie om de ontheffing van nulbemesting in groene bestemmingen te beëindigen, evenwel zonder hierbij momenteel zicht te hebben op de socio-economische impact, noch op de concrete bijdrage in functie van het behalen van de Europese natuurdoelen. Ook hier vragen we de Vlaamse regering om de gemaakte akkoorden na te komen.

2. De agrovoedingsketen vraagt de Vlaamse regering om een beleid op maat van de verschillende bedrijven

Van groot tot klein, van bio tot klassiek, van korte keten over eigen markt tot exportgericht, van oud tot jong … en alles daartussenin. Onze Vlaamse landbouwbedrijven zijn zeer divers. Elk van deze bedrijven heeft een eigen plaats en meerwaarde in de toegevoegde waardecreatie van onze voedingsindustrie. Die diversiteit betekent impliciet dat een ‘one fits all’-aanpak voor het stikstofprobleem nooit tot bevredigende resultaten kan leiden. Waar de sector nood aan heeft, zijn sectorale doelstellingen. Deze doelstellingen moeten vervolgens leiden tot brede maatregelenpakketten zodat elke landbouwer – maar zeker ook de jonge landbouwer -, ongeacht bedrijfsgrootte, vorm of verdienmodel, de mogelijkheid krijgt oplossingen te kiezen die passen binnen zijn bedrijfsvoering, bedrijfsmodel en toekomstvisie. Door een toekomstperspectief te bieden aan diverse landbouwmodellen, kan ook de diversiteit in toeleveranciers en afnemers behouden blijven.

3. De agrovoedingsketen vraagt de Vlaamse regering om een innovatief beleid

Allerlei nieuwe technieken en maatregelen maken het mogelijk om de ammoniakuitstoot in de veehouderij terug te dringen. Waar innovatie in de industrie, binnen en buiten de agrovoedingssector, met open armen wordt onthaald, wordt het in de emissieproblematiek van de veehouderijen bijna onmogelijk gemaakt om te innoveren. Het ontbreken van een proefstalregeling en het wetenschappelijk comité dat innovatieve technieken moet evalueren, maakt het onmogelijk om nieuwe technieken te laten goedkeuren. Hierdoor ontbreekt vandaag jammer genoeg elke stimulans en kans om te innoveren.

4. De agrovoedingsketen vraagt de Vlaamse regering om een gebiedsgericht beleid op basis van grondig onderzoek

Om in bepaalde gebieden de natuurdoelen te halen, zijn bijkomende maatregelen nodig. Dat gebiedsgericht beleid – op basis van grondig onderzoek – nodig zal zijn, lijkt vanzelfsprekend. In Nederland trekt men reeds jaren tijd uit voor onderzoek terwijl men dit in Vlaanderen blijkbaar beslist via een desktopanalyse. We pleiten ook hier om het beleid te ondersteunen door essentieel en gedegen onderzoek te voeren.

5. De agrovoedingsketen vraagt de Vlaamse regering om voldoende middelen om dit beleid te kunnen voeren

Investeringen zijn enkel mogelijk op voorwaarde dat de Vlaamse overheid deze bedrijven een duurzaam toekomstperspectief geeft en ook substantieel bijdraagt aan een transformatiefonds dat de bedrijven daadwerkelijk moet ondersteunen.

Er zal meer nodig zijn dan de beperkte middelen die men voorlopig in Vlaanderen voorzien heeft teneinde het stikstofprobleem op te lossen. Als we over de grens kijken, leren we dat men bij de noorderburen 25 miljard euro veil heeft voor hun stikstofplan. En de vraag is ook daar of dit zal volstaan. Een pijnlijke waarheid, maar het stikstofbeleid is gedoemd om te mislukken, tenzij de Vlaamse regering zich engageert om deze transitie ten volle te onderschrijven en financieel te ondersteunen.

Met de hulp van de Vlaamse regering naar duurzame verankering van de Vlaamse agrovoedingsketen

Als keten beseffen we zeer goed dat we momenteel in Vlaanderen tegen milieugrenzen aanbotsen. We erkennen, nogmaals, dat een verdere en versnelde daling van stikstofemissies zich opdringt, óók binnen de landbouwsector. Alle partners binnen de keten zetten al jarenlang in op verduurzaming en willen hun verantwoordelijkheid blijven opnemen. We engageren ons daarom om bijkomende inspanningen te leveren om de stikstofemissies versneld verder te doen dalen en om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken, die de diversiteit binnen de landbouwsector behouden.

Dit engagement heeft echter enkel zin wanneer we kunnen rekenen op een realistisch en stabiel stikstofbeleid dat een duurzame veehouderij in Vlaanderen kansen geeft. De agrovoedingsketen vraagt de Vlaamse regering daarom om samen werk te maken van degelijk PAS-kader dat de sector de mogelijkheid biedt om haar engagement na te komen en zo de socio-economische impact op duizenden gezinnen en bedrijven tot een minimum te beperken.

Campagne