Inspiratietour biozachtfruit - 4 juni

19 juni 2019

De inspiratietour biozachtfruit bracht ons naar 2 bedrijven.

Op 4 juni trokken we naar het bedrijf van Wim Vandeberghe en de zelfpluktuin van Bart Vanparijs. Een inspirerende dag! We vertellen je graag wat wij meenamen uit deze 2 bedrijfsbezoeken. 

Frambiosa y Besos

Wim Vandenberghe begon 10 jaar geleden met het telen van biologische kleinfruit. Omdat hij startte op een gehuurd bioperceel moest hij geen omschakelperiode doorlopen en kon hij de opbrengst van zijn frambozen-, bessen- en cassisstruiken meteen biologisch verkopen. Wim wou verkopen via de korte keten.

Wim: ‘Ik begon met thuisverkoop aan het stukje grond dat ik huurde. Ook de verkoop op lokale markten en aan bakkers en restaurants werd toen mee opgestart. De bioboer van wie ik de grond huurde leverde aan Bioplanet. Ik had het geluk dat de 1e keus frambozen die over waren mee afgenomen werden.’ Niet veel later meldde Wim een stuk grond van zijn ouders aan en werd de thuisverkoop naar ginds verplaatst. Die locatie was gelegen naast een toeristisch dorp met bovendien enkele trouwlocaties. Geschikter voor thuisverkoop dus, waarop Wim er geleidelijk aan uitbreidde. 

1,5 ha & verkoop via korte keten

‘Momenteel werken we op 1,5 ha en verkopen we alles in de korte keten. We zijn 6 dagen op 7 geopend en ontvangen per week zo’n 300 klanten in de winkel hier, goed voor 50% van de verkoop. 30% wordt verkocht aan bakkers en restaurants, het overige fruit wordt verwerkt tot sappen en confituren’, aldus Wim. 

80% van het cliënteel is vast

De bakkers en restaurants worden 1x per week beleverd, velen komen er ook zelf om. Ze geven de bestelling soms enkele dagen op voorhand door, maar meestal wordt in de loop van de voormiddag besteld voor levering ’s avonds. Ongeveer 80% van het cliënteel is vast, de overige 20% zijn toeristen. Hij hanteert al 10 jaar dezelfde prijs, enkel de investering in netten tegen Drosophila suzuki resulteerde in een eenmalige prijsverhoging.

Wanneer Wim een nieuwe aanplant plaatst wordt er een stukje weide gescheurd. Eerst worden er 4 à 5 jaren frambozen geteeld. Omdat het bedrijf gelegen is op zwaardere grond, steken na die periode wortelziektes de kop op en moeten de frambozen verschuiven naar een andere plek. Na de frambozen worden er dan ook bessen aangeplant. In het aanbod zitten o.a. stekelbes, rode bes en cassis. ’,

 

De frambozen zijn echt onze nummer 1 teelt, ze brengen meer op dan de bessen

 

De bessen worden meestal niet onder kappen geplant. Alle frambozen en bramen zijn daarentegen overkapt met een tunnel. De eerste jaren werden wat verschillende soorten kappen gebruikt, maar nu wordt er vast gewerkt met een soort regenkap van 5 meter die over 2 rijen staat, met de poten in de rij. De zijkanten van de kappen zijn tot 1,5m open voor voldoende verluchting in het gewas en zo worden problemen met onder andere Botrytis vermeden.

‘De frambozen zijn echt onze nummer 1 teelt, ze brengen meer op dan de bessen’, aldus Wim. ‘Daarom kiezen we er toch voor de planten zo lang mogelijk te laten staan. Eens er bodemziektes in het perceel zitten moeten we ongeveer 10 jaar wachten voor we er opnieuw frambozen of bramen telen’. Om wortelziektes uit te stellen werd er geplant in bermen, maar in natte jaren krijgen we hierin ook al eens problemen met bodemziektes. In eerste instantie Phytophtora, op de verzwakte wortels volgt dan ook Phytium en Verticillium’.

Weinig ziektes en plagen

Wim teelt gele frambozen, herfst- en zomerframbozen. ‘Binnen de herfstframbozen teel ik de variëteiten Imara, Kweli, Paris en Versailles. De belangrijkste zomerframboos is Glen Ample (maar voor restaurants telen we ook Tulameen), de gele frambozen zijn Valentina en Fallgold. Wim wijst erop dat de bladeren wat geel zien: ‘Pcfruit wees me op een Magnesium-gebrek, waarop ik wat bitterzout als bladvoeding heb toegediend. Deze meststof bevindt zich op de lijst met toegelaten meststoffen in de biologische productie, maar toch moet je aan je controle-instelling steeds kunnen bewijzen dat dergelijke behandeling nodig was’. Van ziektes en plagen heeft Wim niet veel last omdat er natuurlijke evenwichten ontstaan. Wim: ‘Tegen suzuki hangen we netten rond de overkappingen vanaf juli. Verder worden er nuttigen uitgezet: Chrysopa tegen bladluizen en Amblyseius en Phytoseiulus tegen spint’.

Nieuwe kippenstal: een experiment!

Onze rondleiding eindigt bij de nieuwe kippenstal. ‘Dit is een experiment voor ons. Deze kippen gaan we op einde van het seizoen door de plantage laten lopen, ze gaan een groot deel van de onkruiden en afgevallen vruchten opeten. We kozen voor Brakels, deze lopen redelijk ver weg maar keren steeds terug naar de stal. Of dat hebben ze ons toch beloofd’ besluit Wim lachend.

Pur Fruit

Ook Bart en Nele van zelfpluktuin Pur Fruit zitten niet stil. Ze wilden starten met een biologische kalkoenhouderij, maar een vos gooide roet in het eten. Daarom besloten ze het over een andere boeg te gooien en te starten met een blauwe bessenplantage. Eentje met mooie grote, rechthoekige blokken, met rijen tot wel 165 meter lang, en allemaal dezelfde soort. Wat hen snel bijleerde dat je een gangbaar concept niet zomaar biologisch kan overnemen.

Bart probeerde de blauwe bessen te verkopen in de lange keten maar deze manier van werken zinde hem niet. Bart: ‘De organisator van een lokaal festivalletje vroeg ons toen of we het niet zagen zitten om in de rand van dit evenement een zelfpluk te organiseren. Het werd een enorm succes, en er kwam bovendien geen plukarbeid aan te pas. En dus besloten we van onze plantage een zelfpluktuin te maken’. Om deze interessanter te maken voor de plukkers breidden ze hun assortiment uit. En niet een beetje: momenteel telen ze 50 verschillende soorten en variëteiten kleinfruit op een oppervlakte van 10 ha. En zelfs nu blijven ze nog experimenteren, met o.a. de teelt van kastanje, hazelnoot en moerbei.

Bart: ‘Het mag geen routine worden, het werk moet uitdagend blijven. Momenteel moeten we starten met het borstelen van de zwartstroken. Ik werk met een borstel van Herbanet, een machine met een 15-tal reeksen draden met verschillende lengtes. Met deze machine kunnen we tot 30 cm wegborstelen en dit dicht tot op de stam. Eens de stroken geborsteld zijn dekken we ze af met antiworteldoek. De zelfplukklanten willen immers een propere plantage. Daarna leggen we de netten, en het is tijd want de duiven komen eraan. Half juni start de pluk, tot en met 30 september.

Meer dan zelfpulktuin

Pur fruit doet ook aan andere vormen van verbreding. Zo hebben ze een gezellige schuur op het bedrijf die ze openstellen voor meetings en feesten. Bart: ‘Hier is enorm veel vraag naar, we verhuren deze soms tot 30 keer per jaar. Mensen, zeker in stedelijke gebieden, willen steeds meer tijd doorbrengen in het groen. We krijgen zelfs aanvragen voor trouwfeesten in onze machineloods ’.

Pluktuinen voor collega’s 

De laatste 5 jaar werden bovendien ook al heel wat pluktuinen voor collega’s aangelegd. Daarvoor werken ze met een Nederlandse firma , alles wordt op gps geplant. Bart: ‘Het kost wel wat, reken op min. 2500€ per ha werkkost, maar toch zou ik alle starters aanraden je perceel met gps aan te planten. Maar maak vooral je rijen niet te lang! 50m lengte volstaat voor een zelfpluktuin, verder willen de zelfplukkers toch niet gaan. En nog een tip: alle materialen zijn te verkrijgen in veelvouden van 100, denk o.a. aan antiworteldoek en netten , standaardiseer je plantage hiernaar’.

Doorheen de plantage

Bart neemt ons vervolgens mee doorheen de plantage. Eerst toont hij ons de zomer- en herfstframbozen. ‘Elke rij bestaat uit een andere variëteit, hoe diverser je aanbod hoe blijer je plukkers. Op de kop van de herfstframbozen plantte ik daarom pruimenbomen, ook deze zijn zeer geliefd bij de plukkers’. We lopen verder langs de kruis- en stekelbes, cassis (echt een fijn product voor verwerking) en de rode bes (absoluut niet goed voor verwerking, die steeltjes!). Verwerking van biologisch kleinfruit is sowieso een moeilijk verhaal aldus Bart. ‘Qua prijs kunnen we niet concurreren met Oost-Europa, waar het aanbod ook groeit. En supermarkten geven jammer genoeg niet altijd voorkeur aan Belgisch product’. Vervolgens komen we aan de rabarber. Uiteraard geen kleinfruit, maar fijn om samen met het fruit te verwerken in sappen en confituren.

Kiwibes: te vroeg gepromoot

In het aanbod van Bart en Nele vinden we ook kiwibes terug. Bart: ‘Volgens mij is dit product te vroeg gepromoot in België, er was nog onvoldoende ervaring met variëteiten en de bewaring. Dit heeft geleid tot vruchten in de supermarkten die niet altijd optimaal waren qua smaak. Jammer, hopelijk kan er een doorstart gemaakt worden’. We passeren langs de vlierbes, waar men momenteel de bloesems van plukt. Deze worden verwerkt tot siropen en dranken. Bart heeft ook een aantal bijenkasten staan. En hij werkt met solitaire bijen. ‘In de winter bewaren we de cocons in de koelkast. Zo kunnen we ze in het voorjaar uitzetten wanneer we zelf willen’. Als we dit niet doen vliegen ze tegenwoordig te vroeg, vaak zijn er al warme periodes in februari en te weinig bloeiers’. Afsluiten doen we bij de druiven.

Bart: ‘In het gangbaar is dit één van de meest bespoten fruitsoorten. Ik snap het niet. Ik behandel deze ranken al 16 jaar nooit. En toch haal ik er mooie opbrengsten af. Het is geen plantenschoonheidswedstrijd hé, het gaat vooral om kwalitatief lekker fruit. En dat is soms een moeilijke mindset’.