Na lange onderhandelingen werd begin oktober een nieuw federaal begrotingsakkoord bereikt. Een deel van het plan is de uitbreiding van het systeem van flexi-jobs naar heel wat nieuwe sectoren, waaronder ook de land- en tuinbouw. Maar kan je hier als land- of tuinbouwer nu meteen mee aan de slag, of loopt het zo’n vaart nog niet? En wat dan met seizoensarbeid? We zetten het even op een rijtje.

Hoewel vooral de tuinbouwsector bekendstaat om zijn nood aan voldoende personeel, is de vraag naar geschikte arbeidskrachten in de hele land- en tuinbouwsector een belangrijk onderwerp. Niet verwonderlijk dus dat heel wat boeren en tuinders blij waren toen de federale regering enkele weken geleden op de proppen kwam met het nieuws dat het systeem van flexi-jobs nu ook toegankelijk is voor de land- en tuinbouwsector. Een extra helpende hand in de melkstal, fruitplukkers of een uitbater voor de hoevewinkel; land- en tuinbouwers staan er om te springen.

Maar de uitbreiding van het flexi-jobsysteem roept meteen ook heel wat vragen op. Is dit meteen toepasbaar? Wat zijn de voor- en nadelen? Wat is het verschil met seizoenarbeid en is het ene beter dan het andere? Gelukkig zijn Chris Botterman, Hoofd Sociale Zaken en Soetkin Crabbe, adviseur Arbeid en tewerkstelling bij Boerenbond, perfect op de hoogte van deze complexe materie en kunnen ze duidelijkheid scheppen in dit verhaal.

Seizoenarbeid in de praktijk

Laten we starten met wat meer uitleg over de seizoenarbeidsregeling. Dit systeem voor flexibele arbeid bestaat al geruime tijd binnen de land- en tuinbouwsector en moest tot voor kort elk jaar opnieuw worden onderhandeld en decretaal verankerd. Die onzekere factor is nu achter de rug, want de overheid legde binnen het nieuwe begrotingsakkoord ook een structurele verankering voor seizoensarbeid vast. Dat wil dus zeggen dat deze goedgekeurd wordt voor onbepaalde duur. Voor tuinbouw komt dat neer op 100 volle dagen, voor landbouw zijn dat er 50 en specifiek voor de melkveehouderij loopt nu de mogelijkheid van 100 halve dagen. “Seizoenarbeid is in de tuinbouwsector een vaak toegepaste methode. Liefst 70.000 seizoenarbeiders zijn jaarlijks binnen dit systeem aan de slag. Hoewel de regeling ook voor andere landbouwsectoren beschikbaar is, zien we dat er hier maar een 1000-tal mensen in actief zijn, waarvan bijna de helft in de paardenhouderij”, vertelt Chris Botterman. “Ondanks het feit dat de vraag naar flexibele arbeid ook in de dierlijke sectoren en akkerbouw groot is, is het systeem van seizoenarbeid hier nog onbekend en dus ook onbemind.”

Lang leve de plukkaart

Wat komt daar allemaal bij kijken, een seizoenarbeider in dienst nemen? Het systeem is vrij eenvoudig en flexibel te gebruiken. Bij dit systeem werk je met dagcontracten. Het aantal dagen kan de werknemer bijhouden via het systeem van de plukkaart. Dit document is een kaart van de werknemer, zodat hij of zij ook goed het aantal gewerkte dagen kan opvolgen. Elke begonnen dag geldt als een gewerkte dag (tenzij een halve dag in de landbouw). Voorafgaand aan elke werkdag meld je de werknemer aan via Dimona. Het is trouwens een misvatting dat enkel buitenlandse werknemers via dit systeem kunnen werken. Iedereen, of je nu voltijds werkt, student bent of gepensioneerd, kan een plukkaart aanvragen en via dit systeem aan de slag gaan. De enige vereiste is dat je nog geen 100 dagen in seizoenarbeid gewerkt hebt.

Welkom flexi-job

Maar nu staat de deur dus ook open voor een ander systeem van flexibele arbeid: de flexi-jobs. Er zijn momenteel al zo’n 125.000 flexi-jobbers aan de slag in ons land, vooral in de horeca. Iedereen die minstens vier vijfde werkt of met pensioen is, komt hiervoor in aanmerking. Hoewel de flexi-jobber zelf geen belastingen betaalt op zijn of haar loon indien dit onder 12.000 euro blijft (voor gepensioneerden komt er geen plafond), moet de werkgever wel rekening houden met heel wat kosten. Het voordeel blijft wel dat je hem of haar flexibel kan inzetten. Flexwerk mag minimaal 3 uur en maximaal 9 uur op een dag. Het is ook niet mogelijk om als flexi-jobber aan de slag te gaan in een bedrijf dat verbonden is aan het bedrijf waar je minstens voor vier vijfde werknemer bent.

Het een of het ander?

Flexi-jobs in de land- en tuinbouw zijn, in tegenstelling tot seizoenarbeid, nog niet toepasbaar. De regering biedt sectoren immers de mogelijkheid om niet voor het systeem te kiezen als men denkt dat het nadelig is voor de sector. Het sociaal overleg hierrond is momenteel bezig en ook Boerenbond zit mee aan tafel. Zowel het systeem van seizoenarbeid als dat van flexi-jobs mogelijk maken in de land- en tuinbouw is een moeilijke oefening, omdat dit de toekomstmogelijkheden van de seizoenarbeidsregeling in het gevaar zou kunnen brengen. Of beide systemen kunnen worden toegepast in de land- en tuinbouw is dus nog niet zeker, maar de voor- en nadelen worden momenteel goed tegenover elkaar afgewogen. Wat ook een optie zou kunnen zijn, is om flexijobs niet te gebruiken in de land- en tuinbouw in het algemeen, maar het wel toe te laten in specifieke deelsectoren, zoals bij verbredingsactiviteiten als hoevetoerisme. Inzet van de onderhandelingen is ook het verbeteren van de bestaande arbeidsvoorwaarden, door bijvoorbeeld het in de hand betalen van leefgeld aan seizoenarbeiders mogelijk te maken en de 100 halve dagen seizoenarbeid die nu gelden voor de melkveehouderij open te stellen voor alle dierlijke sectoren.

Hoe dan ook is het een goed idee om de mogelijkheden van beide systemen beter te leren kennen en te onderzoeken of dit ook voor jouw bedrijf een meerwaarde kan betekenen.

flexi-jobs overzicht
Financieel plaatje

Ook het financiële aspect is uiteraard belangrijk als je de afweging maakt tussen seizoenarbeid en flexi-jobs. Daarom is het handig om een paar mogelijke cases te bekijken en in te zoomen op de loonkost voor de werkgever en het nettoloon van de werknemer. In de fictieve voorbeelden die volgen werd rekening gehouden met het minimumloon in de respectievelijke sectoren. Hou er wel rekening mee dat het minimumloon en alle voorwaarden binnen het seizoenarbeidssysteem onderhevig zijn aan het overleg tussen de sociale partners (waaronder Boerenbond), maar dat de voorwaarden rond flexi-jobs volledig door de overheid worden bepaald.

Drie voorbeelden loonkost werkgever en nettoloon werknemer

Melkveehouder Paul zoekt iemand die drie keer per week ’s ochtends wil helpen melken. Hij wil deze persoon graag een brutoloon van 11,53 euro per uur geven. Voor een flexi-jobber komt dat neer op een nettoloon van 12,41 euro, vermits vakantiegeld, ecocheques eindejaarspremie en forfaitaire premie hier nog bijkomen. De loonkost voor Paul is 17,32 euro per uur, rekening houdend met de patronale bijdrage (RSZ). Kiest hij ervoor om een seizoenarbeider in dienst te nemen aan hetzelfde bruto uurloon, dan houdt die werknemer daar 8,65 euro aan over, rekening houdend met de belastingen en premies. Maar de loonkost voor Paul ligt op 12,01 euro per uur, lager dus dan bij het flexi-jobsysteem. In het systeem van seizoenarbeid worden de premies immers betaald vanuit het Waarborg en Sociaal Fonds.

Fruitteler Annemie heeft tijdens de perenoogst vijftien plukkers in dienst. Ze twijfelt of het systeem van seizoenarbeid nog wel de beste keuze is. In dit systeem houdt de plukker van zijn brutoloon van 12,41 euro na aftrek van belastingen en toevoeging van premies nog 9,31 euro netto over. De loonkost voor Annemie ligt op 12,89 euro. Hetzelfde brutoloon levert de plukker, indien hij is ingeschreven als flexi-jobber, 13,36 euro op en kost Annemie 18,64 euro per uur. Ze vindt echter dat het nettoloon best wat hoger mag zijn en legt dit op 13,36 euro. In een systeem van seizoenarbeid betekent dat een loonkost van 17,81 euro per uur, bij een flexi-jobber is dat 18,64 euro per uur.

Groenteteler Maarten heeft in de oogstperiode nood aan wat helpende handen. Hij wil die flexibel kunnen inzetten en twijfelt welk systeem het meest interessant is. Hij kiest voor een brutoloon van 11,98 euro per uur. Een seizoenarbeider houdt daar na aftrek van belastingen en toevoeging van alle premies 8,99 euro aan over. Maarten zit in dat geval aan een loonkost van 12,46 euro per uur. Hetzelfde scenario in de flexi-jobs zou neerkomen op een merkelijk hoger nettoloon voor de werknemer, namelijk 12,90 euro. Merk wel op dat in dit geval de loonkost heel wat hoger komt te liggen, namelijk op 18 euro per uur.

De verruimde seizoenregeling voor 2023 is structureel verankerd vanaf 2024.

Chris Botterman

hoofd Sociale Zaken

Seizoenregeling in land- en tuinbouw is uniek

De seizoenregeling in de land- en tuinbouw is uniek in België en ook in de EU. Geen enkele andere sector beschikt over een dergelijke regeling. Dit is ook nodig om de grote behoefte aan arbeidskrachten te kunnen opvangen in de piekperioden. De verruimde seizoenregeling die van toepassing is in 2023, is nu structureel verankerd vanaf 2024. Ook de compensatie door de overheid van de verhoging van loon van het seizoenpersoneel geldt voor onbepaalde duur. We hebben daarnaast ook een vrij ruime flexibiliteit in de organisatie van het werk: er kan tot 11 uur/dag en tot 50 uur/week worden gewerkt zonder toeslag. Dit zijn allemaal zeer waardevolle regelingen. Het is niet mogelijk die onbeperkt te combineren met flexijobs. We moeten er in het sociaal overleg over waken dat de verworvenheden van al dit overleg nu niet in vraag worden gesteld. We proberen ook bepaalde zaken op het terrein nog te verbeteren, zoals de loonbetaling.