EU-begroting en GLB voorgesteld
Aangemaakt op
Woensdag presenteerde de Europese Commissie haar voorstel voor een nieuwe meerjarenbegroting én gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Gezien de uitdagingen van deze tijd is een werkbaar GLB met de nodige financiële slagkracht een onmisbaar onderdeel van de lange termijn voedselvoorziening. Toch besliste de Europese Commissie de GLB-financiering met 22% te korten.
De cijfers in de media zullen je ongetwijfeld hebben doen duizelen, toen vorige week voor het eerst werd gesproken over de nieuwe voorstellen. 2 biljoen euro of 2000 miljard is het cijfer waar de nieuwe meerjarige begroting ongeveer op landt, te besteden tussen 2028 en 2034. In vergelijking met de huidige begroting van 1200 miljard euro is dat een serieuze stijging, al zal al bijna 200 miljard euro moeten terugbetaald worden aan de lening die de EU in 2022 aanging om zijn budget aan te vullen met een slordige 800 miljard euro aan investeringsmiddelen na de coronacrisis. De terugbetaling zorgt samen met nieuwe domeinen zoals defensie en uitbreiding en competitiviteit in andere domeinen voor druk op de begroting, wat uiteindelijke leidde tot een korting van verschillende fondsen. Voor het GLB-budget gaat het over een verlies van 80 miljard euro, wat op een huidige budget van 387 miljard euro 22% verlies betekent.
Europese meerjarenbegroting: het MFK
De voorgestelde reductie van 22% van het landbouwbudget is onaanvaardbaar – de eigenheid en specifieke bijdrage van de sector aan voedselzekerheid, voedselkwaliteit, onderhoud van het landschap en zelfs veiligheid, energievoorziening en strategische autonomie wordt hiermee onvoldoende ondersteund. De Commissie verwijst voor deze laatste elementen naar de andere budgetten die een kans kunnen bieden in het bredere nationale plan dat elke lidstaat zal moeten indienen. Landbouw zou daarvan niet uitgesloten worden. “300 miljard euro is een minimum, geen maximum”, aldus commissaris Hansen. Problematisch is echter dat hiermee de kans om te investeren in landbouw wordt erkend, maar niet bevestigd. Elke lidstaat zal namelijk kunnen beslissen meer of minder te investeren in onze sector, wat het gelijk speelveld niet ten goede komt. We hebben dus geen enkele zekerheid dat de 80 miljard euro die we verliezen, ook maar gedeeltelijk zal terugvloeien naar de sector. Nochtans is dit de enige manier om in de domeinen die de EU belangrijk vindt – zoals energie-afhankelijkheid, circulariteit, bio-economie – stappen vooruit te zetten op een economische en duurzame manier. Het is Europees werk om dit te verzekeren in het verdere wetgevingsproces, maar volgens de huidige voorstellen nationaal en regionaal werk om dit te implementeren.
De vaak gehoorde kritiek dat de landbouwsector ‘overgesubsidieerd’ zou zijn, houdt geen steek. Waar vandaag nog amper 0,3%, van het EU BNI naar landbouw gaat, daalt dat aandeel de komende jaren zelfs tot amper 0,2%. Ter vergelijking: voor defensie gaan de lidstaten richting 3,5% van hun BNI in het kader van NAVO-doelstellingen. Toch levert elke euro die via het GLB bij een Europese landbouwer terechtkomt, maar liefst vier euro op voor het Europese BNI. En dat is zelfs zonder het multiplicatoreffect van de Europese voedingsindustrie mee te rekenen – een sector die we via het landbouwbeleid verankeren en versterken. Met dit beleid wordt bovendien kwaliteitsvolle voeding aan een betaalbare prijs gegarandeerd voor Europese consumenten: gemiddeld slechts 12% van het huishoudbudget gaat naar voeding. Dit is een stille maar krachtige hefboom op de koopkracht van Europese gezinnen – een effect dat we niet mogen laten verdwijnen.
Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid: GLB
Het nieuwe GLB-voorstel kent geen enorme revolutie zoals bij de vorige herziening. Alle interventies die we vandaag kennen blijven min of meer overeind, zoals hectaresteun, gekoppelde steun, sectorale betalingen (GMO) en investeringssteun. Toch zal het GLB deel uitmaken van een groter ‘Nationaal en regionaal plan’ dat elke lidstaat en regio moet afleveren en financiering voor kan krijgen. De Commissie zorgde echter voor een bescherming van het landbouwbudget in dat plan – de 300 miljard euro op Europees niveau zal aan GLB-interventies moeten besteedt worden. Zoals Boerenbond ook steeds bepleit, heeft de EU ook sterkere focus van de middelen op actieve boeren voorgesteld. Er komt daarnaast ook een grotere focus op de ondersteuning van verduurzaming, ten opzichte van verplichtingen. De randvoorwaarden zoals we ze nu kunnen worden vervangen door nieuwe ‘beschermende maatregelen’ in domeinen als de bescherming van natte gebieden en veengebieden, waardevolle graslanden in N2000, bodembedekking, gewasrotatie en diversificatie, erosie. De afbouw van verplichtingen is een stap in de goede richting maar voorlopig onvoldoende. Toch is er ook een positief punt, gezien er vrijstellingen van deze verplichting kan komen indien je als landbouwer vrijwillige en vergoede equivalente maatregelen neemt. Dit moet doorgedreven worden naar een werkbare en rendabele situatie voor de boer, met een absolute focus op incentives en het verder afbouwen van verplichtingen.
Deze twee voorstellen zullen nu een apart wetgevend proces moeten volgen, waarbij respectievelijk zowel het Europees parlement, de Europese Raad van landbouwministers als de Europese top van staatshoofden hun zeg zullen moeten doen. Zulk een proces duurt meestal meerdere jaren. 2028 lijkt meteen niet zo heel ver weg …