Brandpreventie op land- en tuinbouwbedrijven: tips Prevent Agri

Brandpreventie, ofwel het voorkomen van het ontstaan, de ontwikkeling en de voortplanting van brand, blijft een “hot topic”. De vele (bedrijfs)branden die de afgelopen maanden in de pers verschenen zijn daar een jammere getuige van.

Welke maatregelen kan ik in de praktijk nemen om het risico op een brand op mijn bedrijf zo klein mogelijk te houden en wat zijn mijn wettelijke verplichtingen? Op deze en meer vragen werd een antwoord geboden tijdens de recent gehouden infoavond “brandpreventie op land- en tuinbouwbedrijven”, in samenwerking met Boeren op een Kruispunt.

Een cruciaal punt dat die vanavond naar voren kwam, is dat het belangrijk  is om niet uitsluitend te focussen op wat er wettelijk is vastgelegd. Het is een én-én-verhaal: niet enkel dient de infrastructuur te voldoen aan de wettelijk minimale eisen qua brandveiligheid, ook en vooral kan het menselijk handelen het grote verschil maken.

Wat is er nodig om van een brand of een verbranding te kunnen spreken?

De combinatie van zuurstof, brandstof en een ontstekingsbron is essentieel voor het ontstaan van vuur.

We zien al snel dat in een stal deze drie componenten, beter bekend als de vuurdriehoek, in overvloed aanwezig zijn. Voorbeelden van brandstof zijn brandbare materialen zoals hooi, stro, isolatie, papier, stof maar ook (mest)gassen en brandbare vloeistoffen. Ontstekingsbronnen gaan van lassen over slijpen, roken, hittestraling door bijvoorbeeld de zon, vonken van de elektrische installatie…

Met de kennis van deze factoren, kunnen we doelgerichter te werk gaan om te voorkomen dat de verhouding van deze drie componenten, namelijk zuurstof, brandstof en ontstekingsbron, zorgen voor die brandbare cocktail.

Elektrische installaties

Elektrische problemen zijn oorzaak nummer één bij het ontstaan van stalbranden. Vermoedelijk zal dit aandeel in de toekomst nog toenemen. Steeds meer vindt elektronica immers zijn intrede in de stal. Hoe lager de spanning, hoe hoger de kans is op brand. Dit komt onder meer doordat tranformatoren (nodig voor de omzetting) opwarmen. In combinatie met stof kan dit de oorzaak van brand worden.

Het is van fundamenteel belang én wettelijk verplicht om de laagspanningsinstallatie 5-jaarlijks te laten keuren door een externe dienst voor technische controle. Zorg er ook voor dat de elektrische installaties conform zijn aan de voorschriften en laat werkzaamheden (installatie en/ of uitbreiding) steeds uitvoeren door een erkend vakman. Controleer de elektrische installaties regelmatig visueel; loszittende aansluitingen in de zekeringkast, aangevreten kabels door knaagdieren en de relatie met kortsluiting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Niet alleen de elektrische installatie op het landbouwbedrijf is onderhevig aan een verplichte controle, ook de landbouwmachines zelf dienen periodiek (jaarlijks) intern gecontroleerd te worden. 

Andere zaken die de aandacht verdienen zijn de volgende:

  • Vermijd overbelasting van het elektrische net: grote installaties of toestellen moeten een aparte stroomkring hebben. Per stroomkring mogen er maximaal 8 stopcontacten aanwezig zijn.
  • Zorg voor de installatie van een verliesstroom- of differentieelschakelaar.
  • Sluit de elektrische kasten af, zodat er geen toegang is voor onbevoegden en voorzie deze kasten van pictogrammen die de gebruiker wijzen op de elektrische risico’s.
  • Label de elektrische zekeringen.
  • Bescherm de elektrische installatie tegen invloeden van buitenaf, zoals beregening of regen.
  • Hang geen materialen op aan elektrische leidingen.
  • Controleer regelmatig de staat van de elektriciteitsleidingen.
  • Geef voldoende aandacht aan knaagdierbestrijding en de opvolging daarvan.
Organisatie van het erf

Het is af te raden om brandbare materialen, landbouwmachines, batterijen e.d. gezamenlijk op te slaan. Zorg dat deze steeds gescheiden of op voldoende afstand van mekaar opgeslagen worden.

Verder is het verplicht om de brander voor de verwarming te voorzien van een automatisch blusapparaat of -systeem en in een aparte ruimte (stooklokaal) te plaatsen, afgesloten door een branddeur. De opslag van brandbare materialen in dezelfde ruimte als de brander is verboden.

Enkele essentiële tips:

  • Maak de elektrische installaties en verlichtingsarmaturen regelmatig stofvrij.
  • Zorg ervoor dat de nooduitgangen en brandblusapparaten duidelijk aangegeven zijn en ook zichtbaar blijven in geval van een stroompanne. Controleer periodiek de noodverlichting en de brandblusmiddelen.
  • De nooduitgangen moeten steeds vrij toegankelijk zijn. Nooddeuren moeten steeds naar buiten opendraaien en mogen nooit op slot zijn (plaats eventueel een nooddeursluiting zodanig dat er niemand van buiten naar binnen kan).
  • Zorg voor voldoende en duidelijke signalisatie van de vluchtwegen en zorg dat deze vrij zijn van obstakels.
  • Plaats een bliksemafleider.
  • Maak een inventaris van de locaties/ installaties waar er explosieve atmosferen kunnen zijn en welke voorzieningen aanwezig zijn inzake explosieveiligheid.
  • Stel een rookverbod in dat geldt in alle bedrijfsruimtes en zie hier op toe.
  • Zorg dat het terrein en de stallen goed bereikbaar zijn voor de hulpdiensten.
Werkzaamheden op het erf

Zoals we eerder gezien hebben in de vuurdriehoek brengt de combinatie van werkzaamheden die vonken of gensters (slijpen, lassen…) produceren en de aanwezigheid van brandbaar materiaal (opslag van hout, stro, hooi, isolatie, plastiek…) een stevig risico op brand met zich mee. Bij werkzaamheden naast of aan de mestkelder bijvoorbeeld kunnen de gegenereerde vonken in de mestput belanden. Door de aanwezige mestgassen kan dit op zijn beurt leiden tot een explosie of brand.

Men kan volgende preventiemaatregelen nemen:

  • Voer de werkzaamheden die vonken of gensters genereren bij voorkeur uit in open lucht. Indien dit niet mogelijk is, gebruik dan een brandwerende doek als afscherming en ventileer de ruimte maximaal. Bij werkzaamheden in de buurt van de mestkelder is het plaatsen van een afdekking over de roosters absoluut noodzakelijk om te verhinderen dat gensters in de put terechtkomen.
  • Laat gereedschap en materiaal (zoals ijzer) afkoelen.
  • Verwijder brandbare materialen zoals karton, hooi en stro uit de omgeving.
  • Hou brandblusmiddelen bij de hand.
  • Blijf na de werkzaamheden nog even aanwezig in de werkplaats om smeulend vuur tijdig op te merken.
  • Kuis gemorste olievlekken onmiddellijk op.
  • Zorg voor algemene orde en netheid.
  • Gebruik metalen vuilnisbakken met een automatisch sluitend deksel, zodat een beginnende brand minder snel kan uitbreiden owv zuurstofgebrek.

Het sporadisch gebruik van verplaatsbare verwarmingstoestellen tijdens koude-periodes vormt eveneens een hoog risico voor brand. Zorg voor voldoende afstand tussen het toestel en eventueel brandbaar materiaal en/ of personen. Ook het gebruik van een warmtelamp (bv. in de kraamstal) is niet zonder gevaar. Een correcte ophanging aan een stevige ketting waarbij het stroomsnoer onbereikbaar is voor de dieren, is van cruciaal belang. De minimale ophanghoogte van de lamp is 60 cm en de lamp moet zich ver genoeg bevinden van de dieren en brandbare materialen.

Branddetectie

Voor stallen van klasse A met een oppervlakte kleiner dan of gelijk aan 2000m2 volstaat een branddetectiesysteem met handbediende brandmelders. 

In alle andere gevallen moet de stal uitgerust zijn met automatische branddetectie, een alarminstallatie en een rook- en warmteafvoerinstallatie om de verspreiding van brand en rook in het getroffen compartiment te beperken. Rookdetectors zullen in stallen vaak een vals alarm geven vanwege het stalklimaat. Dit kan opgelost worden door de klimaatsturing van de stal te koppelen aan een alarmsysteem. De meeste systemen zijn uitgerust met verschillende sensoren. Het is belangrijk om vooral de CO2 – concentratie op te volgen, en dan vooral de delta ervan (waardeverandering in functie van de tijd). Een plotse stijging kan alleen veroorzaakt worden door een brand. Dit gebeurt ogenblikkelijk. Een stijging van de temperatuur volgt pas minuten nadien… Ga gerust met de leverancier van de installatie in gesprek, meestal is het weergeven van de CO2 – concentratie een kwestie van instellingen.

Evacuatie

Het ontwerp, de ligging van het gebouw en het aantal ontruimingswegen en uitgangen moet van die aard zijn dat iedereen zich vanop elke locatie in veiligheid kan brengen. Concreet betekent dit dat de afstand tot de (nood)uitgang maximaal 60 meter bedraagt en dat deze vluchtdeur minimaal 80 cm breed is en naar buiten opendraait (schuifdeuren of rolpoorten worden niet aanzien als nooduitgang, tenzij er een deur in de rolpoort aanwezig is die naar buiten opendraait).

De uitgangen, ontruimingswegen en brandbeveiligingsmiddelen moeten worden aangeduid met goed waarneembare en herkenbare signalisatie die voldoet aan de wettelijke bepalingen. Rust hen uit met een veiligheidsverlichting.

Serres – een geval apart

Tuinbouwkassen of serres dienen net als alle andere industriegebouwen brandveilig te zijn. Toch is de brandbelasting vaak lager, waardoor er voor het kweekgedeelte gemakkelijker een afwijking op bijlage 6 kan aangevraagd worden. Dit betekent dat indien een serre niet kan voldoen aan bepaalde voorschriften, er een gelijkwaardige oplossing kan aangevraagd worden via een afwijkingsdossier.

Bekijk de afwijking op bijlage 6 via onze website www.preventagri.vlaanderen - Type-oplossing voor serres en bijhorende loodsen

Dit neemt niet weg dat ook in een serre een brand zich snel kan verspreiden door middel van de schermdoeken die opgehangen worden om de gewassen te beschermen tegen de felle zonne-instraling en om de warmte binnen te houden. Mogelijke oplossingen hier zijn het gebruik van brandvertragende en vlam-dovende schermdoeken en deze op geregelde afstanden te onderbreken.

 

Besluit

Basisbrandpreventie vereist niet altijd een grote financiële investering, tal van zaken kunnen eenvoudig op organisatorisch niveau worden aangepakt om het bedrijf veiliger te maken tegen brand. Denk hierbij aan vragen als: waar en hoe berg ik mijn brandbare materialen op, en welke afstand moet ik aanhouden bij stockage of werkzaamheden ten opzichte van mijn machines/ brandbare materialen?

Wil je meer weten over brandpreventie? Op 23 januari wordt in samenwerking met Boeren op een Kruispunt een webinar uitgezonden met Mieke sevenans (Prevent Agri) & Geert Blancke (brandweerofficier) rond brandpreventie op land- en tuinbouwbedrijven. Er is dan ook een mogelijkheid tot vraagstelling. Inschrijven kan via de websites van Prevent Agri en Boeren op een Kruispunt of via: https://bit.ly/3GUEnMv

Bron: Prevent Agri.