Cartoon_bio-economie

Bio-economie wint verder aan belang

5 december 2023

Volgens een studie, die VITO en ILVO eind vorige maand uitbrachten, versnelt de bio-economie in Vlaanderen. De land- en tuinbouwsector is een belangrijke leverancier van grondstoffen voor deze groeiende tak van onze economie.

Deze studie is een actualisering van een gelijkaardige studie uit 2022, maar nu met volledige cijfers voor 2019 en 2020 voor onder meer organische stromen, economische sectoren en infrastructuur.

Bio-economie

De Europese Commissie definieert bio-economie als “alle sectoren en systemen die gebruikmaken van biologische hulpbronnen (dieren, planten, micro-organismen en afgeleide biomassa, waaronder organisch afval), hun functies en hun principes.” Ze omschrijft de bio-economie als de verzameling van alle land- en mariene ecosystemen en de diensten die zij verlenen, en ook van alle primaire productiesectoren die biologische hulpbronnen gebruiken en produceren (landbouw, bosbouw, visserij en aquacultuur) en van alle economische en industriesectoren die biologische hulpbronnen en processen gebruiken voor de productie van levensmiddelen, diervoeder, biogebaseerde producten, energie en diensten.

De studie neemt enkel de fysieke sectoren in beschouwing. Een uitzondering is het landschapsbeheer, omdat deze dienstensector wel biomassa zoals hout en maaisel produceert als nevenproduct. Er worden drie soorten van producten onderscheiden: hoofdstromen (het primaire objectief van de productie), nevenstromen (andere stromen met economische waarde) en productieresiduen (een stroom zonder economische waarde).

De land- en tuinbouwsector is nagenoeg volledig biogebaseerd, net als visserij, aquacultuur en de productie van voeding, voeder, drank, tabak, hout en papier. Daarnaast maken heel wat ‘hybride sectoren’ slechts deels gebruik van biologische hulpbronnen. Voorbeelden zijn: textiel, kleding, leder, meubelen, chemie en de farmaceutische sector. Die laatste had in 2020 het hoogste biogebaseerd aandeel (48%), gevolgd door leder (41%), textiel (35%), kleding (35%) en meubelen (31%).

De bio-economie in Vlaanderen

In 2019 was de voedingssector (inclusief voeder) de grootste sector in de Vlaamse bio-economie, met de hoogste toegevoegde waarde en omzet, en ook het grootste aantal werknemers. Daarna volgden op basis van hun toegevoegde waarde de biofarmaceutische sector, de landbouw en de drankensector. Volgens de studie zorgde de Vlaamse bio-economie in 2019 voor een totale toegevoegde waarde van 15,7 miljard euro, een omzet van 60,8 miljard euro en een tewerkstelling van 153.419 werknemers. De gemiddelde arbeidsproductiviteit van de Vlaamse bio-economie was 133.238 euro per werknemer, wat meer dan 50% hoger is dan de gemiddelde arbeidsproductiviteit van de totale Vlaamse economie (85.930 euro per werknemer in 2019). Tussen 2016 en 2020 steeg haar toegevoegde waarde met 21%, wat meer dan drie keer zo groot is als die van de totale fysieke economie.

De totale productie van plantaardige hoofdstromen door de landbouwsector bedroeg in 2019 16,6 miljoen ton, wat een stijging met ruim 2 miljoen ton was ten opzichte van 2018. De productie van plantaardige nevenstromen en productieresiduen bleef ongeveer gelijk. Ook de productie van dierlijke hoofd- en nevenstromen lag in lijn met het jaar ervoor. Binnen de Vlaamse voedingsindustrie bleven de diervoedersector, de maalderij- en deegwarensector en de aardappelverwerking de grootste omvang hebben qua output. Volgens schattingen produceert onze voedingsindustrie zowat 2 miljoen ton voedselreststromen, die nagenoeg allemaal gevaloriseerd worden. De belangrijkste bestemmingen van deze reststromen zijn diervoeder, dierlijke afvalverwerking en vergisting.

Het valt de onderzoekers op dat de hoofdstromen plantaardige biomassaproductie in de landbouwsector voor meer dan de ruime helft wordt gebruikt voor dierlijke productie. Denk aan voedergewassen, maar ook bijvoorbeeld aan granen voor de korrel. In absolute cijfers zijn de gewassen met de grootste productie voedermais (4.974.000 ton), gras/hooi (3.871.000 ton), aardappelen (2.315.000 ton) en suikerbieten (1.579.000 ton). Er worden heel wat landbouwproducten geïmporteerd en geëxporteerd. De grootste hoeveelheden zijn granen, aardappelen, oliehoudende gewassen zoals koolzaad en sojabonen. De hoofdstromen in de dierlijke biomassaproductie (in totaal 6.515.000 ton) bestaan vooral uit melk (66%), gevolgd door varkens (17%) en gevogelte (10%). De nevenstromen en productieresiduen (in totaal 23.250.000 ton) bestaan vooral uit runder- (64%) en varkensmest (31%).

Volgens gegevens verzameld door het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (Veka) wordt het grootste deel van de bio-energie (13 PJ, Petajoule of 1015 joule) gebruikt voor elektriciteit en warmte voor gezinnen, gevolgd door biobrandstoffen voor transport (12 PJ) en industrie (9 PJ). Het grootste aandeel is afkomstig van de inzet van vaste biomassa, die vooral uit hout bestaat.

Het klimaatprobleem wordt al te vaak herleid tot een energieprobleem.

Innovatie

Een aantal actuele trends zorgt ervoor dat duurzaamheid en circulariteit in de agrovoedingsketen hoog op de agenda staan. Niet alleen optimaal gebruik van grond, water en meststoffen, maar ook het optimaal benutten van geproduceerde biomassa leidt tot meer en meer innovaties richting biogebaseerde toepassingen met maximale toegevoegde waarde. Een van die trends is de eiwittransitie. Daardoor komen reststromen van oliehoudende gewassen, in de vorm van eiwitrijke perspulp of meel ook meer in beeld, zowel voor gebruik als veevoeder als voor humane voeding. Daarnaast is de lokale teelt en verwerking van eiwitrijke gewassen (soja, erwt, bonen, veldbonen, linzen, kikkererwten …) een actueel doel om de afhankelijkheid van geïmporteerde eiwitbronnen te beperken, en dit zowel voor voeder als voor voedsel. Verder worden in allerlei projecten ook algen, insecten en micro-organismen geëvalueerd op hun bruikbaarheid als eiwitbron. Om de Vlaamse eiwitstrategie te kunnen realiseren, trok de Vlaamse overheid heel wat middelen uit voor dergelijke projecten.

Het beleid

In haar ‘Actieplan voor een Circulaire Economie’ (2015 en 2020) stelt de Europese Commissie dat circulariteit een voorwaarde is om tot klimaatneutraliteit te komen. Synergiën tussen de circulariteit en de vermindering van broeikasgasemissies moeten daarom worden versterkt. Ook OVAM stelt terecht vast dat het klimaatprobleem al te vaak herleid wordt tot een energieprobleem. Vandaag weten we dat de hoge energievraag voor een groot deel verscholen zit in de manier waarop we met materialen omspringen. Het kaderen van de klimaatproblematiek als een materialenproblematiek opent perspectieven voor het aanreiken van nieuwe oplossingsrichtingen.

Koolstof kan verwijderd worden uit de atmosfeer door het bijvoorbeeld voor langere tijd in biomassa op te slaan. De verplichte koolstofboekhouding om dit soort opslag te monitoren ontbreekt echter nog. Die zou ook meer perspectieven openen voor een verdienmodel voor landbouwers, die via een gericht teeltplan koolstof vastleggen in de bodem. De studie stelt dat de chemische sector niet zonder koolstof kan (‘zero-carbon’). “Koolstofgebaseerde producten hebben fantastische eigenschappen, die we nodig hebben, en waarvan we er in de toekomst zelfs hoogstwaarschijnlijk nog meer zullen gebruiken”, luidt het. Een mogelijke alternatieve weg is ‘defossilisation’, waarbij steeds meer van de gebruikte koolstof afkomstig is uit hernieuwbare bronnen.

Het Vlaams beleidsplan Bio-economie van januari 2021 groepeert acties rond vier thema’s:

  • Innovatieve biomassaproductie: het zoeken naar nieuwe teelten en verhogen van opbrengsten. Als voorbeeld noemt men het planten van rubberpaardenbloem als alternatieve grondstof voor rubber.
  • Synthetische biologie en biologische prospectie, bijvoorbeeld het gebruik van schaal- en schelpdieren voor de productie van chitine, dat toepassingen kent in de medische sector.
  • Technologische transformatie van biomassa en reststromen, bijvoorbeeld het gebruik van biomassa om bio-afbreekbare bekers te maken.
  • Technologie voor nieuwe waardeketens: bestaande afvalstromen beter zuiveren om er nog meer bruikbare stoffen uit te halen.

Het beleidsplan ziet de ontwikkeling van de bio-economie ook als een belangrijke schakel in de transitie naar een koolstofneutrale Vlaamse economie, door nieuwe waardeketens op te bouwen die zorgen voor een gesloten koolstofcyclus. Tevens wordt verwacht dat zo de afhankelijkheid van internationale grondstoffenketens kan verminderen.

En de landbouwsector?

Volgens de studie ligt de opdracht voor onze sector in het efficiënter omgaan met natuurlijke hulpbronnen. Dat behelst onder meer het efficiënt gebruik van organische en kunstmeststoffen, gericht op het in balans houden van de nutriëntencyclus. Kunstmeststoffen geproduceerd op basis van minerale grondstoffen die elders worden gewonnen, moeten in dit verband kritisch worden bekeken. Verder bevelen ze ook nog aan om zorgzaam om te gaan met de bodem en het gebruik van gevaarlijke stoffen substantieel te verminderen, bijvoorbeeld door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te vermijden die op langere termijn een schadelijke impact hebben op het milieu. Verder moet men afvalproductie zo veel mogelijk voorkomen of verminderen. Voor de tuinbouwsector zien ze een extra opdracht in het vermijden van kunststoffolies en andere verpakkingsmaterialen op basis van kunststoffen.

Lees de volledige studie op www.ilvo.vlaanderen.be, zoekterm ‘biogebaseerde economie’.

Landbouw vervult cruciale rol

De agrarische sector vervult een cruciale rol binnen de circulaire economie. Daarom neemt Boerenbond deel aan ambitieuze projecten om de duurzaamheid van onze bedrijven te bevorderen. Zo stimuleren we compostering door tuinbouwers te informeren over het gebruik van bio-afbreekbare clips en touwen om afval te verminderen. Voor reststromen uit de groente- en fruitsector ontwikkelden we in Waste2Func en Zerow valorisatiepistes richting respectievelijk chemie en humane voeding en ontwikkelen we aantrekkelijke verdienmodellen. Voor de dierlijke sector zochten we in het project HappyClimi naar reststromen die bruikbaar zijn als veevoeder en een methaanreducerend effect hebben.

Profiteer mee van de groeiende interesse voor circulaire economie, laat je inspireren door pioniers en draag bij aan een biogebaseerde circulaire landbouw.

Profiteer mee van de groeiende interesse voor circulaire economie.