Akkoord over barema’s landbouw en varkenshouderij

Uiteenlopende tendensen in landbouw, met fors herstel voor varkens

De drie landbouworganisaties – Boerenbond, ABS en FWA – bereikten een akkoord met de fiscale administratie over de barema’s voor de sectoren akkerbouw, melk, vlees en varkens. 

Het jaar 2023 zal de geschiedenisboeken ingaan als een economisch matig en klimatologisch heel nat boerenjaar. Moeilijke veldomstandigheden met de opeenvolging van een nat en moeilijk voorjaar en veel niet-geoogste gewassen in het najaar leidde tot wisselende teeltopbrengsten. Ondanks de aanslepende oorlog in Oekraïne daalden de energie-, voeder- en bemestingskosten terug tot het normale niveau. Maar ook de graan- en melkprijzen maakten een duik naar beneden. 

Voor het akkerbouwbarema werd een akkoord bereikt over een daling van 11,54%. Voor de melkveehouderij liep de daling van de SBW zelfs op tot 35%! De krapte op de rundvleesmarkt zorgde voor stijgende verkoopprijzen, die gecombineerd met een daling van de kosten resulteren in een beperkte stijging van het rundvleesbarema van 6,29%. 

Een sterke opleving van de varkensprijzen in combinatie met een daling van de voederkosten zorgt voor een historisch herstel in de varkenssector. Voor de zeugen werd het hoogste barema van de laatste 20 jaar genoteerd op 485 euro/zeug. Voor vleesvarkens werd een akkoord afgeklopt op 20 euro/vleesvarken. Door de stijging van de loonkosten en de moeilijke oogstomstandigheden voor heel veel teelten werd het maximaal aftrekbaar bedrag voor loonwerken verhoogd met 10% tot 640 euro per ha. Als gevolg van de afspraken die gemaakt werden met de fiscus, om in de barema’s meer rekening te houden met de toenemende specialisatie en diversiteit binnen de sectoren, moet er voor melk, varkens en aardappelen een progressietoeslag worden toegevoegd aan het basisbarema. De uiterste indieningsdatum voor de dossiers werd vastgelegd op 15 januari 2025.

Akkerbouw

Voor de akkerbouwteelten wordt gekeken naar de samenstelling van het specifieke teeltplan in de Leemstreek. In de besprekingen wordt rekening gehouden met de evolutie van opbrengsten, verkoopprijzen en kosten van granen, suikerbieten, aardappelen, vlas, peulvruchten en koolzaad. Granen zijn met bijna 60% van de oppervlakte de grootste teelt, gevolgd door aardappelen (16,7%) en suikerbieten (14,8%). Voor de granen was het een matig jaar, met veel kwaliteitsproblemen bij de late oogst. De gemiddelde opbrengst daalde met ruim 5%, prijsnotering gingen vanaf het najaar onderuit en noteerden tot eind februari ruim 25% lager ten opzichte van de door de Oekraïne-oorlog historisch hoge graanprijzen van 2022. 

Aardappelen en suikerbieten zorgden voor een tegengewicht in de dalende akkerbouwrentabiliteit, dankzij betere prijsnoteringen. Vooral voor suiker was er na jaren van prijsterugval een flinke remonte. In de opbrengsten van de suikerbieten werd ook rekening gehouden met de verliezen door de vroege vorst in de eerste week van december en de uitgekeerde compensaties. Voor de aardappelen werd rekening gehouden met hogere bewaringsverliezen en niet gerooide kopakkers en natte hoeken op percelen. Volledige percelen die niet gerooid geraakten, kunnen op basis van vastgestelde verliezen individueel in mindering gebracht worden op de berekende SBW. De gemiddelde vrije marktprijs voor het afgelopen seizoen werd vastgesteld op 202,5 euro/ton tijdens het afgelopen verkoopseizoen, wat betekent dat er een toeslag van 750 euro/ha wordt toegevoegd aan het basisbarema op het aardappelareaal boven de 5 ha (zie ook voorbeeld). Voor de teelten was er een forse daling van de bemestingskosten (-34,5%) en energiekosten (-20%). Bij de berekening van de SBW werd bovendien rekening gehouden met een stijging van alle andere kosten met minimaal de waarde van de indexstijging. 

Voorbeeld. Aardappelen
Voorbeeld. Aardappelen

Vleesvee

In tegenstelling tot de zuivelnoteringen hielden de verkoopprijzen voor rundvee wel stand in 2023. Voor de verschillende categorieën van kwaliteitsvee werd een beperkte prijsstijging genoteerd wegens een krapte op de markt. Bij de verkochte kalveren daalde de gemiddelde verkoopprijs met 16 euro/stuk, voor jaarlingen loopt de daling op tot 25 euro/stuk. Met een stabiel niveau aan de opbrengstenzijde en dalende kosten resulteert dit onderaan de streep in een stijging van het rundvleesbarema van 6,33%. Om het effect van de dalende voederkosten te temperen werd er dit jaar ook een bijsturing voorgesteld van de veebezetting per ha. Die bleef al jaren onveranderd, maar door een aanhoudende daling van de rundveestapel en de verplichting tot het behoud van het areaal grasland leek een verlaging van de rundveebezetting per ha aangewezen om rekening te houden met de trend tot extensivering. 

Voorbeeld. Varkens
Voorbeeld. Varkens
Melkvee

Met 43,66 euro/100 liter noteerde de melkprijs in 2023 fors lager (-20,33%) ten opzichte van 2022. Aangezien de melkprijs > 35 euro noteert, blijft de toe te passen progressiecoëfficiënt behouden op 5. De verhoging van het basisbarema moet worden toegepast voor een oppervlakte melk vanaf 35 ha en loopt tot 115 ha. Voor melkvee werd rekening gehouden met een beperkte productiviteitsstijging van de koeien van 1,4%. Bij de vleesopbrengsten (+1,36%) werd de lagere notering van de reforme koeien gecompenseerd door betere kalverprijzen. Aan de kostenzijden daalden de krachtvoederkosten (-10%). De daling van de ruwvoederkosten bleef beperkt, aangezien de opbrengst van de kuilmais en de kwaliteit van veel graskuilen tegenviel. Onder de streep resulteert dit in een daling van het melkveebarema met 35%, zodat hetzelfde niveau bereikt wordt als in het inkomstenjaar 2021.

Voorbeeld. Melkvee
Voorbeeld. Melkvee

Varkens

In de varkenssector kwam eindelijk de lang verwachte en broodnodige kentering. Een forse stijging van de verkoopprijzen van biggen van 36 euro naar 63 euro/stuk werd vastgesteld. In combinatie met een daling van de voederkosten (-10% voor zeugenmeel) werd een semibrutowinst vastgesteld van 485 euro/zeug. In de afmestbedrijven werden de duurdere opzetprijzen voor biggen, ruimschoots gecompenseerd door de hogere varkensprijsnoteringen (+25,25%). Door een dalend aanbod is de Europese varkensmarkt beter in evenwicht met betere prijzen en bijkomend zorgen dalende voederkosten voor grotere marges op de afmestbedrijven. Het basisaantal biggen per zeug werd behouden op 26 stuks. Er moet geen rekening gehouden worden met fictieve zeugen in geval van hogere productiviteit. Bij de vleesvarkens werd een SBW vastgesteld van 20 euro per verkocht vleesvarken. Per vetgemest varken onder contract werd de SBW verhoogd tot 9 euro (+2 euro) per afgeleverd varken. Hou er rekening mee dat naast de verliezen van 2023 ook de verliezen uit sterfte met betrekking tot de varkensstapel die zich voordeden in de jaren 2021 en 2022 nog kunnen worden ingebracht, voor zover dit voorgaande jaren nog niet gebeurde. Naar analogie met de andere sectoren wordt er ook in de varkenssector een hogere SBW toegepast bij grotere bedrijven door toevoeging van een progressie. In de voorbeelden hiernaast vind je hierover alle details.