Geen meerderheid in EU over nieuwe verordening SUR

24 november 2023

De voorbije maanden werd in de Europese commissies Landbouw (AGRI) en Leefmilieu (ENVI) intensief onderhandeld over het voorstel van Europese verordening over het duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (SUR) van 22 juni 2022 van de Europese Commissie.

Naast onderhandelingen in de commissies van het Europees parlement lopen er nog altijd gesprekken verder op de Europese raad. In het Europees Parlement is het voorstel van SUR, zelfs na heel wat aanpassingen, toch verworpen.

Waarom stelt de Europese Commissie een nieuwe verordening voor over het duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen?

Sinds 2009 is er een Europese Richtlijn betreffende het duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. In deze richtlijn werd gespecifieerd dat ze enkel van toepassing was voor GBM (gewasbeschermingsmiddelen) en niet voor biociden. In het voorstel van de EC blijft men enkel nog focussen op gewasbeschermingsmiddelen.

Na een Europese evaluatie van de implementatie van de Richtlijn duurzaam gebruik bleek dat de toepassing ervan in heel wat lidstaten te wensen overliet en ook dat er grote verschillen waren tussen de lidstaten. Een grote leemte volgens de EC is het ontbreken van kwantitatieve doelstellingen voor de vermindering van het gebruik en voor het risico in de meeste lidstaten. Een tweede reden voor de EC om de SUR voor te stellen is de Green Deal en de Farm2Fork-strategie. In haar overwegingen bevestigt de EC wel dat er nood is om vlug en voldoende alternatieve middelen ter beschikking te stellen van de land- en tuinbouwers om te kunnen voldoen aan de beoogde reductievereisten.

Bijzonder veel vragen uit Europees parlement tot bijsturing

In de honderden amendementen, die Europese parlementsleden ingediend hebben op de SUR zoals de EC voorgesteld heeft, blijkt dat er twee heel grote gevoelige doelstellingen zijn opgenomen die er finaal voor gezorgd hebben dat een compromis niet mogelijk bleek.

Zo zijn er ettelijke pogingen geweest om de definitie bij te sturen van gevoelige gebieden. Bijsturingen werden gevraagd in beide richtingen, enerzijds om ze nog strenger te maken en anderzijds om ze te versoepelen. Boerenbond is vragende partij voor een verstandige versoepeling omdat te grote delen van Vlaanderen (met nitraatgevoelige gebieden, in de definitie zelfs volledig Vlaanderen) uitgesloten zouden worden van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Tweede grote struikelblok op Europees niveau blijft het ambitieniveau om de 50% reductie van het gebruik en het risico van gewasbeschermingsmiddelen te halen tegen 2030. Om deze doelstelling te halen worden heel complexe berekeningen gebruikt omdat niet ieder gewasbeschermingsmiddel eenzelfde wegingsfactor krijgt toegewezen.

Ook hier werden bijsturingen gevraagd in de twee richtingen. Dit ging over een verstrenging van het voorstel van de EC maar evenzeer over een zoektocht om de doelstelling eventueel te houden maar te spreiden over een langere periode. Los van deze doelstelling in de SUR blijft natuurlijk de Europese verordening voor het op de markt brengen van GBM steeds van kracht.

Een derde opvallend knelpunt was de verplichte digitale registratie van alle IPM-maatregelen. In Vlaanderen staan alle landbouwers achter IPM. IPM is in Vlaanderen/België heel ruim uitgewerkt en met de verplichte controles één van de strengste van de EU. Maar natuurlijk zijn er ook hier vragen aan de grenzen van wat een landbouwer allemaal kan digitaal registreren, wat door de controles ook geen meerwaarde biedt.

Ambities in de ontwerp SUR waar minder discussie over was

De Europese Commissie legt op dat lidstaten moeten voorzien in een nationaal actieplan voor pesticidenreductie (NAPAN). In het EP waren nog voorstellen tot aanpassing over de verplichte inhoud van een NAPAN. Ook de verplichte keuring van spuittoestellen, het hebben van een fytolicentie, het gebruiken van Agrirecover zijn allemaal thema’s die opgenomen zijn in de ontwerp SUR maar waar het aantal amendementen eigenlijk goed meevielen ten opzichte van de eerder genoemde grotere gevoeligheden.

Ook het jaarlijks verplicht laten adviseren door een onafhankelijke adviseur is opgenomen in de ontwerp SUR. Ook hier waren amendementen die het meer haalbaar zouden maken door dit bijvoorbeeld om de drie jaar te verplichten in plaats van jaarlijks tenzij er een ruimere definitie komt van wie er als onafhankelijk adviseur kan gezien worden.

Wat doet Boerenbond?

Nadat Boerenbond een standpunt over de SUR had ingenomen hebben we dit kenbaar gemaakt bij Vlaamse, Federale en Europese vertegenwoordigers. Ook via onze Europese koepelorganisatie COPA hebben we als Boerenbond onze stempel kunnen drukken op de evolutie in dit Europese dossier. Boerenbond volgt momenteel op wat de uitkomst zal zijn in de Europese raad. Onze verwachting is dat dit dossier sowieso terug op tafel komt, alleen is het momenteel niet duidelijk of het nog voor deze Europese Commissie zal zijn dan wel voor de volgende Europese Commissie.

Boerenbond benadrukt het belang van een gelijk speelveld op vlak van gewasbeschermingsmiddelen binnen de EU. In onze analyse vragen we ook om er rekening met te houden dat we hier aan landbouw doen in een sterk verstedelijkt gebied en dat we bovendien heel wat intensieve teelten hebben op een kleine oppervlakte. Onze doelstellingen zijn om door de IPM-principes toe te passen zo weinig mogelijk gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, zonder in te boeten op kwaliteit en opbrengst van gewassen.

Bron: Boerenbond.