Overslaan en naar de inhoud gaan
Boerenbond
Home
  • Verhalen
  • Tech
  • Eten en drinken
  • Klimaat
  • Ondernemen
  • Follow us on Facebook
  • Follow us on Instagram
  • Follow us on Youtube

Voedsel komt toch gewoon uit de winkel? 

Eten en drinken
11 mei 2026
Voedselvoorziening

Slechts één land ter wereld kan zichzelf volledig voeden. Vlaanderen doet het beter dan je denkt.

Wetenschappers onderzochten 187 landen op één vraag: kunnen ze hun eigen bevolking voeden met wat ze zelf produceren? Het antwoord is ontnuchterend. Slechts één land slaagt daar volledig in: Guyana, een klein land in Zuid-Amerika. Alle andere landen: 186 in totaal, waaronder Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten vallen ergens te kort. Dat concludeert onderzoek gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Food, dat zeven essentiële voedselgroepen onder de loep nam. 

Waar het wereldwijd knelt

Het grootste probleem zijn groenten en vis. Meer dan 60% van alle landen kan niet eens de helft van hun visnoden zelf dekken. Voor groenten is minder dan één op vier landen zelfvoorzienend ook rijke, ontwikkelde landen niet.

Vlees doet het beter: 65% van de landen produceert genoeg of meer dan genoeg voor de eigen bevolking. Denemarken produceert bijvoorbeeld genoeg vlees om 16,5 keer de eigen bevolking te voeden. Aan het andere uiterste staan kleine eilandstaten zoals Tuvalu en de Marshalleilanden, die nauwelijks iets produceren.

Voor fruit doen Zuid-Amerika en het Caribisch gebied het goed, terwijl landen in het noordelijk halfrond structureel tekort komen. Zuivel is dan weer een zwakke plek voor Afrika en Oceanië ongeveer 80% van de landen in die regio's kunnen hun eigen zuivelbehoefte niet invullen.

De verborgen kwetsbaarheid: kunstmest

Maar ook landen die theoretisch zelfvoorzienend zijn, hebben een gemeenschappelijke kwetsbare plek: kunstmest. Een derde van de wereldwijde kunstmestproductie en -handel passeert via de Straat van Hormuz , een zeestraat tussen Iran en Oman, amper 33 kilometer breed op het smalste punt.

Wanneer die route verstoord raakt, stijgen de kunstmestprijzen wereldwijd. En stijgende kunstmestprijzen betekenen minder bemesting, kleinere oogsten en duurdere voeding. Brazilië en China gelden als relatief zelfvoorzienende landen maar ook zij zijn sterk afhankelijk van ingevoerde kunstmest via diezelfde route.

Hoe kwetsbaar dat is, toonde Sri Lanka in 2021. Het land verbood synthetische kunstmest in één klap met de beste bedoelingen, maar zonder alternatief klaar te hebben. Binnen zes maanden viel de rijstproductie met 20% terug. Voedselprijzen schoten omhoog. Het beleid werd snel teruggedraaid.

En Vlaanderen?

Vlaanderen beslaat 13.522 km², een kleine regio op de wereldkaart. Maar wat het produceert, reikt ver voorbij de eigen grenzen.

Neem groenten: Vlaanderen oogst jaarlijks 1,2 miljoen ton witlof, tomaten, paprika, prei, selder en nog veel meer. Een groot deel daarvan gaat rechtstreeks naar Europese markten. Of suiker: suikerbieten geteeld op Vlaamse akkers voeden de Belgische suikerindustrie die exporteert naar heel Europa. En granen: 1 miljoen ton per jaar, voor brood, veevoeder en de verwerkingsindustrie.

Vlaanderen produceert structureel meer dan de eigen bevolking opeet; het overschot gaat naar de rest van Europa en de wereldmarkt. Dat maakt Vlaamse boeren niet alleen leveranciers voor eigen gebruik, maar een essentiële schakel in de voedselzekerheid van onze buren. 

Wat dit betekent voor de toekomst

Het onderzoek berekende ook het potentieel: 86 landen, goed voor iets meer dan de helft van de wereldbevolking, zouden theoretisch een volledig lokaal dieet kunnen produceren als ze hun landbouwgrond optimaal benutten. Nog eens 113 landen zouden er geraken met aanpassingen aan eetgewoonten, landbouwpraktijken en minder voedselverspilling.

Maar potentieel is niet hetzelfde als realiteit. De sleutel ligt in kennisoverdracht, investering in lokale landbouw en een slim gebruik van wat de bodem kan geven. Vlaanderen heeft die kennis. De vraag is hoe we ze bewaken en doorgeven aan de volgende generatie.

De gemiddelde leeftijd van een Vlaamse landbouwer is 56 jaar. Opvolging is een reëel vraagstuk. Elke boerderij die stopt, is een stuk lokale voedselproductie dat verdwijnt en een stap verder van voedselzekerheid.

Eén land ter wereld kan zichzelf volledig voeden. Vlaanderen zorgt mee dat de rest van Europa het ook kan. Dat begint bij de boer om de hoek.

Kan België zichzelf voeden?

België en Vlaanderen in het bijzonder produceert meer dan genoeg voor de eigen bevolking voor een groot aantal producten: groenten, granen, melk, varkensvlees en kippenvlees. Voor fruit en sommige andere categorieën is er een tekort. Het overschot in andere sectoren gaat naar de Europese en wereldmarkt, waardoor Vlaanderen ook bijdraagt aan de voedselzekerheid van andere landen.

Waarom kan bijna geen enkel land zichzelf volledig voeden?

Voedselproductie is mondiaal verweven. Landen specialiseren zich in wat ze goed kunnen produceren en importeren de rest. Daardoor zijn zelfs theoretisch zelfvoorzienende landen afhankelijk van internationale toeleveringsketens voor kunstmest, energie of specifieke voedingsgroepen. Het voorbeeld van Sri Lanka toont hoe snel die afhankelijkheid pijnlijk zichtbaar kan worden.

Wat is het belang van lokale voedselproductie?

Lokale productie verkort de keten, vermindert transportuitstoot en maakt een regio minder kwetsbaar voor mondiale verstoringen. Vlaamse boeren spelen daarin een cruciale rol niet alleen voor de eigen markt, maar als leverancier van kwaliteitsvol voedsel voor heel Europa.

Wat heeft kunstmest te maken met voedselzekerheid?

Kunstmest is essentieel voor de wereldwijde voedselproductie. Een groot deel van de productie en het transport passeert via geopolitiek gevoelige routes zoals de Straat van Hormuz. Verstoringen doen prijzen stijgen en kunnen oogsten verkleinen. Dat toont hoe kwetsbaar het mondiale voedselsysteem is en waarom lokale productie en slimmer mestbeheer zo belangrijk zijn.

Hoe draagt Vlaanderen bij aan Europese voedselzekerheid?

Vlaanderen produceert structureel meer dan de eigen bevolking opeet voor groenten, granen, melk en vlees. Dat overschot gaat naar de rest van Europa en de wereldmarkt. Vlaamse boeren zijn daarmee een essentiële schakel in de bredere Europese voedselketen.

Wat is de grootste bedreiging voor de Vlaamse voedselproductie?

Opvolging is een van de grootste uitdagingen. De gemiddelde leeftijd van een Vlaamse landbouwer is 56 jaar. Elke boerderij die stopt zonder opvolger, is een stuk lokale voedselproductie dat verdwijnt. Kennis, investeringen en een aantrekkelijk ondernemersklimaat zijn essentieel om die productiecapaciteit te bewaren.

Meer verhalen

Aardbeienweetjes

Aardbeien: 5 verrassende weetjes over deze zomerse favoriet

Ontdek 5 verrassende weetjes over aardbeien: van hun bijzondere pitjes tot hun hoge gehalte vitamine C.

Eten en drinken
Lees meer over Aardbeien: 5 verrassende weetjes over deze zomerse favoriet
5 weetjes over deze Vlaamse seizoenstopper

Aspergetijd! 5 (h)eerlijke weetjes over deze Vlaamse topper

Asperges groeien meer dan 10 cm per dag. Ontdek 5 verrassende weetjes over de teelt van Vlaamse asperges.

Eten en drinken
Lees meer over Aspergetijd! 5 (h)eerlijke weetjes over deze Vlaamse topper

Deel deze pagina

  • Share via Facebook
  • Share via LinkedIn
  • Share via E-mail
Home
Een initiatief van Boerenbond

Volg ons

  • Follow us on Facebook
  • Follow us on Instagram
  • Follow us on Youtube
© 2026 Boerenbond vzw. Alle rechten voorbehouden.
  • Privacy
  • Voorwaarden
  • Contact
  • Website Boerenbond