Op de eerste rij: 20 oktober 2022

18 oktober 2022
Uitkoop varkenshouders

De vrijwillige uitkoopregeling van varkensboeren die de Vlaamse regering in juni aankondigde, loopt vertraging op. Voor deze regeling werd 200 miljoen euro uitgetrokken, waarmee naar schatting 900 boeren kunnen worden uitgekocht. Een eerste oproep ‘vrijwillige (gedeeltelijke) stopzetting’ zou dit najaar volgen. Maar die loopt dus vertraging op en er is geen zicht op een verdere timing. Wij hebben dit voorstel al op tafel gelegd in februari. Dit is onbegrijpelijk! Onze sector wordt gegijzeld door een onhaalbaar stikstofplan omdat “er dringend stikstof uit het bad moet”, maar als de sector zelf voorstellen doet, is er 10 maanden later zelfs nog geen enkele duidelijkheid over bedragen of voorwaarden. Onze landbouwers moeten dringend duidelijkheid krijgen over de voorwaarden en de bijbehorende vergoedingen in deze opkoopregeling. Voor een aantal mensen die geen toekomst zien voor hun bedrijf kan dit de mogelijkheid zijn om op een sociaal aanvaardbare manier uit de sector te stappen. We herhalen ook onze vraag dat de gerealiseerde verlaging van de stikstofemissies in de opkoopregeling verrekend moet worden in de toekomstige taakstelling van de varkenssector. Hierdoor wordt de te realiseren reductie voor de blijvers in de varkenssector haalbaar gemaakt.

MAP

Vorige week werd duidelijk dat er onderhandeld wordt met Europa over een nieuw MAP, zonder dat hierover overlegd werd met de landbouworganisaties. Uiteraard zijn wij hierover zéér bezorgd. Die bezorgdheid wordt alleen groter als ik de adviezen lees waarop de minister zich baseert. De aanbeveling van de academici om “een andere productiewijze te overwegen waarbij varkens terug gevoederd worden met gemaaid/ingekuild gras; gehakselde mais, voederbonen … kan ervoor zorgen dat er minder externe N en P wordt aangevoerd en de N/P-balans in de mest gunstiger wordt. Het kan ook de prijs van de varkensproductie drukken …” zal bij velen van ons toch de wenkbrauwen doen fronsen. Zeker als eraan toegevoegd wordt dat de Vlaamse voedingsindustrie zijn hoogwaardige reststromen maar moet exporteren voor veevoeding in het buitenland. Ik dacht dat een duurzame toekomst best lokaal en circulair zou zijn.

Een andere aanbeveling die ons zorgen baart: “om het stikstofnitraatresidu in de bodem in het najaar te gebruiken als beoordeling van de bemestings- en beheerstrategie van een landbouwperceel en de suggestie om via beboeting van overschrijdingen sturend te werken”. Iedereen weet toch dat de stikstofrest na de oogst niet volledig kan verklaard worden door bemesting van teelten. Enkel afrekenen omwille van te hoge reststikstof is dan op zijn minst gezegd kort door de bocht. Gelukkig zitten er ook positieve zaken in de adviezen. Zo is er het advies om de monitoring van de waterkwaliteit deels debietsproportioneel te maken, wat betekent dat een meetpunt in een kleine beek minder zwaar weegt in de statistische verwerking. Aanvullend wordt gesteld dat de huidige normen voor N en P in oppervlaktewater niet haalbaar zijn. Er wordt ook een pleidooi gevoerd om met innovatie en technologie de uitdagingen waar de landbouw voor staat te tackelen. Op het moment dat ik deze tekst schrijf, beschikken we nog niet over tekstvoorstellen van MAP 7. Wij rekenen erop dat in deze onzekere tijden, waarin men voedselzekerheid belangrijk vindt, de inspanningen van onze land- en tuinbouwers ook naar waarde geschat worden.

De sector deed voorstellen om de stikstofemissie te beperken, maar 10 maanden later is er nog geen duidelijkheid.

COPA

Afgelopen week sprak ik met de voorzitter van de Commissie Landbouw in het Europees Parlement, Norbert Lins. “Boeren kunnen oplossingen bieden, maar dan moet dat ook erkend worden”, stuurde hij nadien de wereld in. Lins verwees daarbij naar het potentieel van onder andere Renure en verwees een aantal recente Europese voorstellen terug naar de tekentafel. Hij onderscheidt zich van sommige andere politici door over oplossingen te praten, niet alleen over doelstellingen. Het zoeken naar oplossingen en de inzet ervan is de juiste weg naar het bijdragen aan de aanpak van bepaalde uitdagingen. Vanuit de Europese landbouwsector kiezen we er dan ook voor om de ambities in perspectief te plaatsen maar ook de weg ernaar toe binnenste buiten te keren. En productiviteit en inkomen mogen en moeten daar niet onder lijden … “We leven in een tijd van meerdere crisissen, maar de nood aan brood op onze tafel blijft”, aldus Lins.