Op de eerste rij: 11 juli 2024

Afspraken maken over planologische ruil

Vorige week was het 1 juli. Voor veel schoolgaande kinderen en jongeren het begin van de zomervakantie. Ik wens hen een mooie zomer (veel zon, maar voor onze boeren ook regelmatig een mals buitje voor de gewassen die sowieso al veel te laat in het veld staan) en heel veel plezier (voor velen die met de jeugdvereniging kamperen op één van de vele terreinen die onze boeren ter beschikking stellen). 

1 juli 2024 was echter ook het moment waarop de werkgroep grond van de Vlaamse regering een eerste rapport moest opleveren. 

Op 15 februari legde de Vlaamse regering immers een maatregelenpakket op tafel voor onze land- en tuinbouwers, waar deze werkgroep en rapport onderdeel van uitmaakten. Intussen zijn een aantal van die maatregelen gerealiseerd. Zo werd onder meer het boetesysteem in het bestaande MAP genormaliseerd, werd er voor MAP7 teruggegrepen naar een MER zonder nulbemesting in VEN, werden een aantal versoepelingen in de GLB-maatregelen doorgevoerd, werd het kunstmestregister aanzienlijk vereenvoudigd en werd het overleg met Europa opgestart over de haalbaarheid van de Habitatrichtlijn in bepaalde gebieden, in het bijzonder in het Turnhouts Vennengebied. De Vlaamse overheid besliste ook om zelf onmiddellijk te stoppen met aankopen van landbouwgronden in herbevestigd agrarisch gebied en om minstens te stoppen met aankoop van gronden in agrarisch gebied tot 1 oktober, behoudens enkele uitzonderingen.

Voor wat betreft aankopen door terreinbeherende verenigingen werd er dus afgesproken dat er een werkgroep werd opgericht, die een eerste rapport moest opleveren tegen 1 juli over hoe we in de toekomst het landgebruik invullen en hoe we de bestemming en het gebruik maximaal in overeenstemming brengen met de beoogde taakstellingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Bij aanvang van de werkgroep zouden gezamenlijke afspraken over het aankoopbeleid tijdens de voortgang van de werkzaamheden worden gemaakt. De afspraken waren duidelijk, maar daar bleef het helaas ook bij. Tot op vandaag zijn er geen afspraken met terreinbeherende verenigingen!

Wij gaan er dan ook vanuit dat de nieuwe Vlaamse regering hier werk van maakt. Als Boerenbond wilden, willen én zullen we altijd aan tafel willen blijven komen om afspraken te maken. Maar de zaken kunnen niet verder blijven lopen zoals de voorbije vijf jaar. Op dit moment is er weliswaar nog 783.000 ha ingekleurd als agrarische bestemming, maar in de feiten is hiervan meer dan 40.000 ha in gebruik voor natuur of bos. Het tegenargument dat altijd wordt opgeworpen dat er ook 40.000 ha landbouwgebruik in groene bestemming is, gaat niet op. Landbouw in groene bestemming zit in de huidige regelgeving immers in een uitdoofscenario.

Bovendien wordt er vandaag nog altijd landbouwgrond aangekocht door terreinbeherende verenigingen om die op termijn om te zetten naar bos en natuur. Intussen zit al meer dan 27.000 ha landbouwgrond in de globale kaders van de natuurbeheerplannen en is deze dus bedreigd. In de AGNAS-procedures wordt nog altijd vooral landbouwgrond groen ingekleurd. Zo werd er bijvoorbeeld in het GRUP “Vallei van de Kleine Nete en Aa” nog maar eens 1200 ha landbouwgrond omgezet naar groene bestemmingen. 

Dit kan zo niet verder. We willen graag aan tafel komen om, zoals bepaald in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, elke sector zijn ruimte te geven. Ongetwijfeld is er landbouwgrond die minder waarde heeft voor de landbouw en meer potentie heeft voor natuur of bos. Net zoals er landbouwgrond in groene bestemmingen is die minder potentie heeft voor natuur en bos en dus best in landbouwgebruik zou blijven. Planologische ruil kan hier de oplossing bieden.

We maken hier best samen afspraken over, in plaats van verder ongebreideld in te breken in het landbouwgebied. Onze land- en tuinbouwers hebben elke hectare nodig voor al het lekkere en duurzame voedsel dat zij produceren.