Op de eerst rij: 6 oktober 2022

3 oktober 2022
Uit de toespraak tijdens de Nazomerontmoeting op 4 oktober

Naar goede gewoonte maken we het bilan op van het voorbije productiejaar met de bekendmaking van de jaarresultaten van 2022. De bevindingen tonen dit jaar een ronduit alarmerend beeld met een bruto-inkomen van de boer dat op een absoluut dieptepunt staat. De werkingskosten binnen de Vlaamse land- en tuinbouw gingen volledig door het dak en stegen met maar liefst 25%. Deze spectaculair gestegen kosten deden de omzet binnen de sector (7,2 miljard), die nochtans met 19% toenam, volledig verdampen. Ik hoef daar geen tekening bij te maken: met dit gegeven blijft er nog nauwelijks ruimte voor een leefbaar inkomen voor de boer, laat staan dat er ruimte is voor broodnodige investeringen in duurzaamheid bij onze ondernemers.

De cijfers die we vandaag zien, weliswaar allesbehalve positief, tonen nog maar het topje van de ijsberg. Men zou nog kunnen geloven dat er voorlopig nog geen grote problemen zijn, maar schijn bedriegt: de impact van de gestegen kosten en de oorlog in Oekraïne zullen pas goed volgende winter/voorjaar en verder in 2023 te voelen zijn. We zijn in een uitzonderlijke situatie terechtgekomen, die om uitzonderlijke maatregelen vraagt. Maatregelen om het strategische kapitaal van onze voedselproductie te vrijwaren. Maar in plaats daarvan lijkt ons huidige beleid zich op stikstof en het MAP te fixeren.

We willen hiermee geenszins ontkennen dat er niet nog heel wat uitdagingen zijn voor de sector. Uitdagingen waar we wel degelijk onze verantwoordelijkheid voor moeten en kunnen opnemen. Maar we mogen de boer en de haalbaarheid op de bedrijven daarbij niet uit het oog verliezen. We hebben een productieve en snel verduurzamende landbouwsector. Maar als we blijven pushen op verduurzaming op speed zal het de landbouwsector vooral doodknijpen. We gaan toch niet dezelfde fout maken met onze strategische landbouw als met onze energiesector? Ook op Europees vlak gaan we vaak achteloos om met het belangrijk kapitaal van onze voedselproductie. Ik vind het verbijsterend dat Europa – op het moment dat de graanschuur van Europa in brand staat en exploderende energieprijzen doorsijpelen in voedingsprijzen – een ultra-ambitieus plan voor de landbouw op tafel legt met minimalistische middelen. In plaats daarvan zou Europa beter moeten nadenken hoe ze haar landbouwsector kan versterken en de kringlopen nog beter kan doen sluiten.

Uit de talloze gesprekken die ik in de eerste maanden als voorzitter van Boerenbond had met onze leden, kwam één zaak steeds naar boven: de druk op de land- en tuinbouwers is vandaag enorm. Dag en nacht werken om topproducten te produceren waarvoor boeren vandaag helaas een lage en erg schommelende prijs krijgen; de druk van grote investeringen om te kunnen voldoen aan de vele vereisten waaraan landbouwers vandaag moeten voldoen. Investeringen en kosten die onze boeren vaak niet kunnen doorrekenen in hun prijzen. En last but not least: de gigantische rechtsonzekerheid waarin het huidige stikstofakkoord – maar ook andere dossiers – een hele generatie boeren en hun gezinnen gestort heeft. Dit is nefast voor het inkomen en het welbevinden van onze sector op korte termijn en een bedreiging voor onze voedselzekerheid op lange termijn – Wie zal zo nog willen boeren?

En wat dan? Willen we het Singapore aan de Noordzee worden? Duwen we onze lokale landbouwers naar de uitgang, net zoals we gedaan hebben met onze eigen energie en textiel? Of laten we ons inspireren door ons buurland Frankrijk waar onlangs president Macron zich nog uitdrukkelijk uitsprak voor het behoud van een lokale voedselproductie ‘om niet met een kater wakker te worden’?

Vandaag is de uitdaging om zowel economisch als ecologisch efficiënt te produceren groter dan ooit. Op sommige vlakken botsen we op grenzen (milieu, oppervlakte ...) en moeten we zoeken naar oplossingen, maar voor het bouwen aan oplossingen, om te optimaliseren hebben boeren een correct inkomen nodig. Alles staat of valt met economische duurzaamheid. Naast een fair inkomen hebben onze landbouwers een beleid nodig dat hen naar waarde schat en investeert in een performante land- en tuinbouw in Vlaanderen. Een beleid dat hen om te beginnen de tijd en het vertrouwen gunt om de transitie naar de toekomst te maken.

Onze boeren, die maken het beter. Onze boeren, zijn partners in oplossingen. Maar we kunnen dit niet alleen. We gaan meer dan ooit moeten samenwerken als we – net zoals in het verleden – ook voor de volgende generaties willen blijven zorgen voor ons voedsel, onze mensen, onze planeet en onze welvaart.