Menu

Terug naar Stages >“Het is een schone stiel, maar het vraagt wel wat van de mensen”


Deze week mocht Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege in Boekhoute stage lopen op het melkvee- en akkerbouwbedrijf van Hilde en Tom Gillis. De minister nam de tijd om zich in te leven in de bedrijfssituatie van Hilde en Tom en ging duidelijk geen uitdaging uit de weg om nieuwe ervaringen op te doen.

Tom en Hilde melken zowat 120 koeien. Ze zijn de laatste jaren uitgebreid in die tak, wegens onvoldoende rentabiliteit in de vleesveehouderij. In 2015 namen ze een nieuwe melkstal in gebruik, waarin de koeien gemolken worden door 2 robots. Op het moment van het ministerieel bezoek was er niet veel werk in de akkerbouw. “Het werk beperkt zich momenteel tot enkele bespuitingen tegen de aardappelplaag en tegen bladziekten in de suikerbieten”, wist Tom te vertellen. Het teeltplan bestaat behalve uit 40 ha maïs voor het vee ook nog uit wintertarwe, suikerbieten, aardappelen en graszaad. Tom vermeerdert al enkele jaren graszaad van Italiaans raaigras in opdracht van het ILVO. Er lagen ook al enkele keren proeven aan met graszaad. Ze nemen ook deel in het Partridge-project, dat meer kansen wil creëren voor akkervogels, met de patrijs als uithangbord. Hij herinnert de minister aan haar bezoek vorig jaar aan een veld dat hij inzaaide met allerlei bloemen, die beschutting en voedsel moeten bieden voor akkervogels. Hij vertelt dat vogelaars melden dat er opnieuw meer patrijzen voorkomen in de bewuste polder, dus het project is op de goeie weg.

Tijdens een verkennende wandeling op het bedrijf wordt geregeld gestopt om een of andere problematiek uit te diepen. Zo komt onder meer de vergunningen problematiek ter sprake. Bij de melkveestal verliep dat vlot, maar de plannen om een loods bij te bouwen tegenaan een bestaande loods stuitten op onhaalbare eisen van de brandweer. Het omgevingsloket blijkt niet vlot te functioneren. Het afhandelen van de bouwaanvraag voor een betonverharding voor het stockeren van stalmest loopt daardoor vertraging op. De droogteproblematiek komt ook ter sprake. Door de droogte misten ze 2 grassneden. Gelukkig hadden Tom en Hilde dit jaar 10 extra ha maïs voorzien. De bedoeling was om wat reserve in voeder op te bouwen, maar Tom zal tevreden zijn wanneer hij voldoende productie haalt om het volgende jaar door te komen.

Ondertussen is de veerarts gearriveerd. Veearts Rik werkt vanuit Oosteeklo in een groepspraktijk met 2 andere collega’s. Hij dient bij een drachtige witblauwe koe haar uitgestulpte endeldarm op zijn plaats te krijgen en op te naaien. Minister Schauvliege kan niet heel veel assistentie bieden, maar wanneer de gsm van Rik rinkelt neemt ze op en vraagt of de veearts later terug kan bellen. Het grappige is dat de bellende boer niet kon vermoeden dat hij de minister aan de lijn had.

Veearts Rik moet een drachtige koe met uitgestulpte endeldarm behandelen. Bereidwillig handelt de minister een telefoontje af voor hem.

Vervolgens is het tijd om biest te geven aan een pasgeboren kalfje. Op het moment dat we toekwamen waren Hilde en Tom bezig om dat in een box onder te brengen. Biest haal je best vers bij de moeder. Die moet daartoe gemolken worden. De jonge moeder laat zich niet graag benaderen door ministeriële handen. Ze probeert enkele keren na elkaar weg te draaien en wordt pas rustig wanneer Hilde haar het melkstel weet aan te hangen en de kleine machine draait. Werd ze rustig omdat ze gewoon is om gemolken te worden, en dan normaal gezien voeder krijgt?

Hilde brengt de biest naar de bereidingsruimte, waar ze een fles vult en van een speen voorziet. Die mag de minister daarna aan het kalfje geven. Dat weet de fles al snel leeg te slobberen. Ieder kalf moet 2 oormerken krijgen. Dat is dus het volgende karwei. Joke Schauvliege moet zichzelf overwinnen om die handeling te stellen, maar weet uiteindelijk de klus te klaren met hulp van Hilde. Daarna mag ze met de kruiwagen stro bijhalen en verdelen bij de kalfjes. De vaarskalveren zitten buiten in iglo’s. Hen krachtvoer geven is de volgende opdracht. Vervolgens moet de pasgekalfde koe nog worden gecontroleerd. Nadat Hilde haar de handeling demonstreerde, kan ook de minister voelen dat de baarmoederhals zich reeds aan het sluiten is.

Tom en Hilde beschikken over een mestdrooginstallatie. Vroeger werden de ligplaatsen van de koeien ingestrooid met een mengsel van stro en kalk, maar dat was arbeidsintensief. Gedroogde mest voldoet perfect als strooisel, en deze optie vergt veel minder arbeid. De stal is ingericht met extra hekwerk en automatische deuren voor gestuurd koeverkeer. Volgens Tom hebben ze hierdoor minder ophaalkoeien. Dit zijn koeien die zich nog niet lieten melken. Iedere koe beslist autonoom wanneer ze zich laat melken door een van de 2 robots. Gemiddeld komen ze aan 2,8 tot 2,9 melkbeurten per koe en per dag. “Het voordeel van melkrobots is vooral de gemakkelijkere arbeidsorganisatie”, vertelt Tom. “We dienen geen 2 keer per dag op een vast tijdstip enkele uren in de melkput door te brengen, maar er blijft heel wat arbeid nodig voor de koeien.” We volgen een melkbeurt. Eerst wordt elk van de uiers gewassen. Nadien spoort de machine die op, om er de melkbekers aan te bevestigen. Ze onthoudt de plaatsing van de uiers bij iedere koe. Hilde geeft mee dat de vorm kan veranderen bij een volgende lactatie. Terwijl het melken bezig is kunnen we zien dat de machine op basis van eerdere melkbeurten 14,6 liter melk verwacht. Het uiteindelijke resultaat ligt nog iets hoger. Vervolgens nemen Hilde en Elise de minister mee tussen de koeien, om de ligplaatsen te reinigen. In elk van de 2 gangen zorgt een mestschuif voor het afvoeren van de mest, maar mest dient wel verwijderd te worden uit de ligplaatsen.

Voor de minister was de dag toen nog niet halfweg. Wij hadden al (beeld)materiaal genoeg voor ons verhaal. Naderhand informeerden we nog naar een reactie. Tom en Hilde vonden het een positieve ervaring. Ze appreciëren het dat iemand van hogerop de inspanning doet om te ondervinden hoe de dingen er aan toe gaan op de werkvloer. Ze ondervonden ook dat de minister zich betrokken voelt. Positief was ook dat ze tijdens het middageten wat tijd hadden om het met de minister te hebben over enkele dossiers die hen aanbelangen, zoals de werking van het VLIF en de erkenning van de droogte als ramp.

Ook de minister uitte zich naderhand heel positief over haar ervaring. “Op een dergelijk gemengd bedrijf is er heel veel werk, dat wel afwisselend is. Er komt heel veel bij kijken om dat te bolwerken met 2 mensen. En het is ook duidelijk dat het niet alleen over handenarbeid gaat, maar dat ook de papierwinkel blijft draaien.” Het viel de minister op dat Hilde en Tom hun werk met heel veel passie beleven. “Wel kwam ook naar boven dat het ook een eenzaam beroep kan zijn. Hilde gaf te kennen dat zij en Tom steeds op elkaar aangewezen zijn. Er is niemand anders om eens een babbeltje mee te doen of samen koffie te drinken, zoals dat in andere jobs het geval is. Een engagement in het verenigingsleven helpt die behoefte ook invullen.” Voor minister Schauvliege was het niet de eerste keer dat ze meewerkte op een boerderij, maar ze vindt het zeker voor herhaling vatbaar. “Het is een schone stiel, maar het vraagt wel wat van de mensen”, besloot ze haar evaluatie.

Meer stages

Stage Politici
De Meyer blikt tevreden terug: "Je moet een sterke ondernemer zijn om vandaag nog een landbouwbedrijf over te nemen."
Stage Politici
"Als jonge kerel ging ik elke zaterdag ‘de boer op’. Hooien, met de hand melken … dat hoorde er allemaal bij.”
Stage Politici
Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen werkte een midddag mee op het bedrijf Lowet-Strauven in Heers.