Menu

Terug naar Persberichten >Jaarresultaten land- en tuinbouw 2018: herstel in omzet houdt niet aan en marges staan onder druk

Jaarresultaten land- en tuinbouw 2018: herstel in omzet houdt niet aan en marges staan onder drukTerug naar Persberichten >

Alle sectoren
Alle regio's

In 2018 bedraagt de geraamde omzet van de Vlaamse land- en tuinbouw 5,2 miljard euro, wat een daling van 5% betekent op het vijfjarige gemiddelde (2013-2017). De prijs die de boer voor zijn producten ontvangt is te laag en onderhevig aan sterke schommelingen. Boeren hebben recht op een eerlijke prijs en dit is een gemeenschappelijke opdracht, vindt Boerenbond.

In een vandaag verschenen ‘Jaarresultaten land- en tuinbouw 2018’ evalueert Boerenbond na de zomer het productiejaar en maakt het een raming van de jaarresultaten. Voor veel teelten zijn de opbrengsten en prijsevoluties in mindere of meerdere mate gekend of in te schatten.

Omzet omlaag, kosten omhoog

Boerenbond raamt de omzet van de Vlaamse land- en tuinbouw in 2018 op 5,2 miljard euro, wat zo’n 5% lager is dan het gemiddelde van de voorbije 5 jaar (2013-2017) en 6% lager dan in 2017. Het voorzichtige herstel in omzet dat in 2017 opgetekend werd, heeft zich niet doorgezet.

Deze negatieve trend wordt verklaard door een omzetdaling in zowel de plantaardige (- 5,8%) als in de dierlijke sectoren (- 5,7%). Voor beide sectoren is er een gelijke omzetterugloop. De oorzaak voor de omzetdaling in de plantaardige sectoren ligt in de dalende productievolumes (vooral door de droogte), terwijl in de dierlijke sectoren de omzetdaling vooral gedreven wordt door de zwakke prijsvorming voor varkensvlees en melk.

De directe kosten voor de boeren stijgen met 2% in 2018. De grootste kostenposten voor de boer zijn veevoeders (+9%) en energie (+3,5%).

Rentabiliteitsbarometer op negatief

In ‘Jaarresultaten land- en tuinbouw 2018’ werkt Boerenbond ook rentabiliteitsbarometers per sector uit. Opvallend is dat de rentabiliteit in nagenoeg alle sectoren krimpt, met bijzonder afgetekende verslechtering voor de vleesveesector. Het gestaag dalen van het verbruik van vers rundsvlees speelt de sector parten. Het thuisverbruik van rundsvlees is de voorbije 8 jaar met meer dan 20% gedaald.

Collectieve verantwoordelijkheid als garantie voor duurzame sector

Uit de jaarresultaten van 2018 blijkt eens te meer dat de prijzen die Vlaamse land- en tuinbouwer krijgt voor zijn producten en diensten systematisch te laag en onvoorspelbaar zijn. Vanuit het perspectief van de boer is voeding te goedkoop. Dit hoeft niet noodzakelijk te betekenen dat de prijs die de consument betaalt omhoog moet. De grote uitdaging ligt in de eerlijke verdeling van de marge tussen de prijs die de boer krijgt en de prijs die de consument uiteindelijk voor zijn product betaalt.

“Uitgerekend in de Week van de Fair Trade willen we onderstrepen dat er actie en beleid nodig zijn om een strategische markt als voedsel te corrigeren en om faire prijzen voor boer en consument te hebben”, zegt Sonja De Becker, voorzitter van Boerenbond. “Dit is niet iets wat de boer alleen kan oplossen, maar het is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van beleid, aankopers en retailers, consumenten en boer en tuinders zelf.”

Specifieke maatregelen zoals een betere marktbescherming, marktcorrectie en marktversterkende maatregelen zijn broodnodig om faire prijzen voor voedsel te vrijwaren. Beter loon naar werk voor de boer is ook een garantie op de verdere verduurzaming van de sector. Tegenwoordig werken boeren en tuinders in een steeds meer verstedelijkte context en zijn er steeds meer bijkomende verwachtingen op vlak van bijvoorbeeld milieu, natuur en landschap. Dit is zowel een uitdaging als een opportuniteit.

De land- en tuinbouwsector in Vlaanderen legde de voorbije decennia al een heel traject af om de duurzaamheid van landbouw te verbeteren. De Vlaamse land- en tuinbouwproducten hebben zelfs per eenheid product een milieu-impact die tot de laagste in de wereld behoort. Dit is wat boer en burger willen. “Maar we kunnen alleen blijvend vooruitgang boeken op voorwaarde dat de land- en tuinbouwers een correcte vergoeding krijgen voor de producten en diensten die ze leveren”, concludeert voorzitter De Becker.

Het volledige rapport kan je hier raadplegen.