Menu

Terug naar Persberichten >Belangrijke stap in aanpak oneerlijke handelspraktijken

Belangrijke stap in aanpak oneerlijke handelspraktijkenTerug naar Persberichten >

Alle sectoren
Alle regio's

Boeren en tuinders worden geregeld geconfronteerd met handelspraktijken die ze als onevenwichtig en oneerlijk ervaren. Het voorstel van de Europese Commissie rond de aanpak van oneerlijke handelspraktijken, dat vandaag voorgesteld werd, is een eerste aanzet uit die hoek om hierop een antwoord te bieden. Het is een bescheiden stap, maar symbolisch belangrijk.

Boerenbond vindt het belangrijk dat er in de eengemaakte Europese markt een basisregeling rond oneerlijke handelspraktijken komt. Bijvoorbeeld de eenzijdige wijziging van contracten, soms zelfs met terugwerkende kracht, is een stuitende praktijk die gereguleerd moest worden.

De focus op verse en bederfelijke producten in het voorstel is terecht. De noodzaak om te verkopen kan tegen de verkoper gebruikt worden om tot een onevenwichtige overeenkomst te komen.

Wij stellen wel vast dat er vandaag al bilaterale en interprofessionele afspraken zijn die verder gaan dan wat nu voorgesteld wordt. Met name de betaaltermijn van maximaal 30 dagen staat vaak scherper. Het is belangrijk dat deze afspraken verder gerespecteerd worden en dat de wetgeving niet de nieuwe standaard wordt.

Vaststelling is ook dat het voorstel beperkt blijft tot slechts vier strikt verboden praktijken, en bijkomend vier praktijken die verboden zijn tenzij de partijen hierover bij het sluiten van de leveringsovereenkomst duidelijke en ondubbelzinnige afspraken gemaakt hebben.

Aan het gegeven dat oneerlijke handelspraktijken vooral hun oorsprong vinden in onvoldoende uitgewerkte overeenkomsten, onevenwicht in onderhandelingsmacht tussen partijen en dat ze daarenboven sectorspecifiek en contextgebonden zijn, wordt met dit voorstel geen oplossing geboden. Daarom blijft bijkomend vrijwillig initiatief zoals het Ketenoverleg en brancheorganisaties belangrijk om naast dit zeer beperkte Europese initiatief verder zelfregulerend te kunnen optreden.

Hoewel het Europese initiatief voorziet in overheidstoezicht, afdwingbaarheid en sanctionering, blijft ook dit beperkt tot de beperkte lijst oneerlijke handelspraktijken. Daarmee wordt geen antwoord geboden op de verwachting rond een ‘stok achter de deur’. Wanneer zelfregulering niet opgevolgd wordt en klachten hierover op basis van bemiddeling via vrijwillige initiatieven onvoldoende aangepakt worden, is het cruciaal dat een toezichthouder van overheidswege ultiem kan tussenkomen in een geschil. Al blijft overleg binnen de keten wat ons betreft steeds de eerste optie.

Meer info

Pieter Verhelst, lid van het Hoofdbestuur (0476 65 16 13)