Menu

Op de eerste rij, 8 juni 2018

Terug naar Opinie

Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Distels en ander onkruid in de 1 meterteeltvrije strook

Distels blijven voor beroering zorgen. Als er één onkruid is dat nagenoeg iedereen kent, is het wel deze distel. Land- en tuinbouwers voeren al eeuwen strijd om een verdere verspreiding van dit venijn in hun percelen tegen te gaan. Vroeger gebeurde het frequent dat de plaatselijke champetter op het erf langskwam om de boer te verwittigen dat er distels in zaad stonden en dat deze moesten worden bestreden, of er zou een boete volgen. Het is boeren als het ware met de paplepel ingegoten om distels te bestrijden. Zelfs de randvoorwaarden van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) maken gewag van verplichte bestrijding. Bij de uitbreiding van controlebevoegdheden met betrekking tot 1 meterteeltvrije stroken heeft de onduidelijke communicatie door de diverse administraties, praktijkcentra en voorlichters rond de distelbestrijding en bestrijding van ander onkruid in deze eenmeterzone voor heel wat commotie en frustratie gezorgd. En de vraag is nu: hoe moeten en kunnen boeren dit praktisch aanpakken?

Hoe moeten boeren distels in de 1 meterteeltvrije zone aanpakken?

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

We beseffen zeer goed dat we koste wat het kost moeten vermijden dat fytoproducten in het oppervlakte- en grondwater terechtkomen. Daarvoor is water een te kostbaar goed. Anderzijds worstelen we met onze hardnekkige distels. We vragen dus dringend hulp bij de zoektocht naar haalbare en uitvoerbare alternatieven die zowel onze waterlopen beschermen tegen instroom van fytoproducten, maar ook praktisch inpasbaar zijn in een moderne bedrijfsvoering. Hoog tijd dat overheid en praktijkcentra de handen uit de mouwen steken en de handschoen aantrekken (distels kan pijnlijke bedoening zijn) en meehelpen bij de distelbestrijding. Randen waar distels en ander onkruid welig bloeien, leiden onvermijdelijk naar gebruik van meer fyto op overige delen van het perceel. En dat kan ook geenszins de bedoeling zijn.

Modernisering vennootschapsvormen

Vorige week heeft de federale ministerraad op voorstel van minister van Justitie Koen Geens de hervorming van het vennootschapsrecht goedgekeurd. Hierdoor worden de zeventien bestaande vennootschapsvormen herleid naar vier basisvormen. Enkel de besloten vennootschap (bv), de naamloze vennootschap (nv), de coöperatieve vennootschap (cv) en de personenvennootschap (de maatschap) blijven overeind. Daarbij zullen zowel de nv als de bv (besloten vennootschap) voortaan door één persoon kunnen worden opgericht en wordt ook de minimumkapitaalvereiste afgeschaft. Er komt ook meer statutaire vrijheid. Men kan dus meer onderling afspreken. Deze vereenvoudiging – die we alleen maar kunnen toejuichen – heeft ook gevolgen voor onze sector. Sinds de jaren 70 bestaat er immers een specifieke vennootschapsvorm die op de leest van de sector is geschoeid, namelijk de landbouwvennootschap (lv). Deze vennootschapsvorm heeft in vergelijking met de andere bestaande vennootschapsvormen ook belangrijke voordelen op het vlak van fiscaliteit en de pachtwet. Vooral de laatste 10 jaar zijn er toch – rekening houdend met de groei in omvang en risico op onze bedrijven – behoorlijk wat landbouwvennootschappen opgericht. Deze vorm zal nu als dusdanig dus niet langer blijven bestaan.

Voor Boerenbond was het essentieel dat in de hervormingsoefening de voordelen die op het vlak van fiscaliteit en pacht verbonden zijn aan de lv overeind bleven en gegarandeerd werden. We hebben daarvoor het engagement van minister Geens. En we stellen vast dat in de goedgekeurde teksten die voordelen effectief behouden blijven. Dat gebeurt via een specifieke erkenning. Zo zal een land- of tuinbouwbedrijf de vorm kunnen aannemen van een bv, cv, comm. V en vof en kunnen worden erkend, waarna het als erkende landbouwonderneming door het leven zal gaan. Zo’n erkende landbouwonderneming is erg vergelijkbaar met de huidige lv, en zal in de praktijk kunnen functioneren zoals een lv. De specifieke voordelen die bestonden voor een landbouwvennootschap blijven ook behouden voor de ‘erkende landbouwonderneming’. Daarover is er een akkoord. De specifieke teksten en aanpassingen van wetgeving, bijvoorbeeld op het vlak van terminologie, moeten wel nog verder worden uitgewerkt. Maar het principe is verworven en dat is belangrijk. Ook de verdere uitwerking van de erkenningsvoorwaarden voor de ‘erkende landbouwonderneming’ staat nog op het agenda. Maar ook daar is het engagement om dat op de meest eenvoudige wijze te regelen, zowel voor bestaande landbouwvennootschappen als voor de nieuwe ‘erkende landbouwonderneming’. Rest nog te zeggen dat het nieuwe vennootschapswetboek meer dan waarschijnlijk per 1 januari 2019 in werking zal treden. Bestaande lv’s krijgen 5 jaar de tijd om zich om te vormen naar één van de vier overblijvende vennootschapsvormen. Dit zal dus uiterlijk tegen 1 januari 2024 moeten gebeuren. Tijd genoeg dus om in alle rust de nodige aanpassingen te doen.

Met de garanties op zak op het vlak van fiscaliteit en pacht voor de erkende landbouwonderneming, biedt de hervorming van het vennootschapsrecht ook extra opportuniteiten voor bedrijfsstructuren in land- en tuinbouw die meer aangepast zijn aan het verhoogde ondernemingsrisico. En daar kunnen we enkel maar positief op reageren. Zodra alle verdere details uitgewerkt zijn en ook het parlement zijn definitieve goedkeuring heeft gegeven, zullen we onze leden via info- en vormingsmomenten verder informeren.