Menu

Op de eerste rij, 6 juli 2017

Terug naar Opinie

Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

 

Droogte niet erkend?

Vorige week stonden we perplex door het resultaat van het onderzoek van het KMI naar de droogtesituatie. Hoewel het KMI eerder zelf in de media de alarmbel had geluid en aangaf dat we in de voorbije maanden te maken hadden met een uitzonderlijke periode van extreme droogte – wat bevestigd werd in het droogterapport van de VMM – bleek uit de KMI-analyse van de periode van 1 mei tot 15 juni dat het in die periode niet uitzonderlijk droog was. ‘Uitzonderlijk’ in de volksmond en de kranten is dus niet hetzelfde als ‘uitzonderlijk’ zoals gedefinieerd in het kader van het Landbouwrampenfonds. Voor dat laatste is een weersfenomeen enkel uitzonderlijk als het maar één keer in de 20 jaar voorkomt, en blijkbaar was het in 2001 en 2011 nog droger in dezelfde periode … Voor onze getroffen land- en tuinbouwers is dit onbegrijpelijk … Als dan in eenzelfde beweging gemeld wordt dat het sproeiverbod voor particulieren opgeheven wordt omdat het geregend heeft terwijl in bepaalde delen van het land op dat moment de enkele druppels opgedroogd waren voor ze de grond raakten, dan is het zeer begrijpelijk dat onze mensen boos en vol onbegrip reageren. En dat ook de gouverneur van West-Vlaanderen, nuchter redenerend, deze beslissing naast zich neerlegt en voor zijn provincie het verbod nog steeds handhaaft.

Ik heb vorige week dan ook onmiddellijk bij minister Schauvliege aangedrongen om een nieuw advies aan het KMI te vragen op basis van een veel langere periode. Het uitzonderlijke karakter moet immers bekeken worden over een veel langere periode – want de droogte is eigenlijk al begonnen in de winter, doet zich al een heel voorjaar voor en houdt vooral in het westen van het land ook nu nog aan. De paar regenbuien van het voorbije weekend waren zeer welkom maar blijven ruimschoots onvoldoende om het ontstane tekort op te vullen. Het KMI is daar nu mee bezig. Het is nu wachten op het resultaat. Ik begrijp dat de minister wacht op een nieuw (overigens niet-bindend) advies van het KMI, maar zij en de voltallige Vlaamse regering zullen hier toch hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Het feit dat de gouverneurs van West- en Oost-Vlaanderen een captatieverbod hebben uitgevaardigd – dat tot op vandaag gehandhaafd blijft en waarbij zelfs nog een verstrenging overwogen wordt – en dat de minister zelf een sproeiverbod afkondigde ... het zijn allemaal maatregelen die ten overvloede bewijzen hoe extreem en uitzonderlijk de situatie is. Ook deze elementen moeten, naast het KMI-advies, meegenomen worden in de beslissing tot erkenning als landbouwramp. Men kan niet uitzonderlijke maatregelen afkondigen en dan stellen dat de situatie niet uitzonderlijk is! Minstens in die regio's die het zwaarst getroffen zijn door de droogte moet een erkenning volgen. Ik reken erop dat ook de andere ministers in de Vlaamse regering die hierover moeten beslissen, dit inzien. De meerderheid van de Vlaamse ministers ziet het probleem trouwens dagelijks aan haar achterdeur …

Men kan niet uitzonderlijke maatregelen afkondigen en dan stellen dat de situatie niet uitzonderlijk is!

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Intussen heeft minister Schauvliege een watercoördinator voor land- en tuinbouw aangeduid en is een eerste overleg doorgegaan. Het is de bedoeling te komen tot een aantal afspraken en acties en anderzijds een structureel overleg rond de problematiek van te veel/te weinig water op te starten om onze sector weerbaarder te maken tegen extreme weersomstandigheden. Daarmee gaat de minister in op onze vraag om een breed overleg te organiseren en een meersporenbeleid uit te tekenen. De Boerenbondinsteek werd goedgekeurd op het Hoofdbestuur van deze week. En zoals ik eerder al schreef, mikken wij hierbij op drie grote sporen: efficiënter watergebruik en watervoorraadbeheer, een betaalbare private weersverzekering met Vlaamse ondersteuning en het blijvend inzetten van het Rampenfonds. Het bewandelen van meerdere sporen tegelijk en samenwerking met alle betrokken partijen, overheden en instanties is nodig om de gevolgen van extreme weerssituaties op onze Vlaamse land- en tuinbouw aan te pakken. Ik verwacht dat dit ‘droogte-overleg’, dat toevertrouwd werd aan het departement Landbouw en Visserij, zeer concrete voorstellen formuleert die dan door het beleid ook actief worden ondersteund en uitgerold. Dit mag geen praatbarak worden die enkel wakker schiet op het moment dat het te droog of te nat is.  Er moeten nu en hier stappen vooruit gezet worden!

Een ander spoor dat naadloos én noodzakelijk aansluit bij de genoemde drie sporen om landbouw weersbestendiger te maken, is innovatie en het onderzoek naar nieuwe variëteiten en/of de introductie van totaal nieuwe gewassen die beter bestand zijn tegen droogte, wind … Zo werden vorige week in uitvoering van het project ‘De voedingsketen verduurzaamt’ de eerste resultaten van het project ‘Lokale sojateelt’ voorgesteld. Een mooi voorbeeld van een globale ketenaanpak die voor landbouw perspectief opent naar nieuwe rendabele teelten die dan ook nog eens droogtebestendig zijn, ecologische winst opleveren en bovendien passen in de strategie van de Europees landbouwcommissaris Hogan om de eigen eiwitvoorziening te versterken. Een mooi voorbeeld ook van een privaat-publieke samenwerking van landbouwers, Aveve, Alpro en onderzoeksinstellingen ILVO, KU Leuven en Inagro ondersteund met IWT-onderzoeksmiddelen. Het zijn ook dergelijke projecten die wij vanuit het onderzoeksfonds van Boerenbond en via het investeringsfonds Agri Investment Fund ondersteunen en stimuleren. De ontwikkeling van nieuwe variëteiten en nieuwe rassen, maar ook het ‘bestendiger’ maken van zaden, gewassen, planten, diersoorten via investeringen in nieuwe en meer duurzame technologieën. Ook onze investeringen zeer recent in Aphea.Bio en in AgroSavfe waarbij we met een volledig consortium investeren in de ontwikkeling van biologische gewasbeschermingsmiddelen passen in deze strategie.