Menu

Terug naar Opinie >Op de eerste rij, 5 oktober 2018

Op de eerste rij, 5 oktober 2018Terug naar Opinie >

Alle sectoren
Alle regio's

Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Een faire prijs voor een fair product is een gemeenschappelijke opdracht

We hebben deze week de jaarresultaten van het productiejaar 2018 van onze Vlaamse land- en tuinbouw naar buiten gebracht. Voor veel teelten zijn de opbrengsten en prijsevoluties op dit moment immers in mindere of meerdere mate gekend of in te schatten.

We brengen de jaarresultaten jaarlijks naar aanleiding van onze Nazomerontmoeting waarop Boerenbond en Landelijke Gilden hun stakeholders uit politiek, administraties, sociaal overleg en de keten uitnodigt om het voorbije jaar te overschouwen, maar vooral ook om hen een aantal belangrijke boodschappen mee te geven.

Rentabiliteit verslechtert

We ramen de omzet van de Vlaamse land- en tuinbouw in 2018 op 5,2 miljard euro, wat zo’n 5% lager is dan het gemiddelde van de voorbije vijf jaar en 6% lager dan in 2017. Het voorzichtige herstel in omzet dat in 2017 opgetekend werd, heeft zich dus niet doorgezet.

Die negatieve trend komt door een omzetdaling in zowel de plantaardige als in de dierlijke sectoren. De oorzaak voor de omzetdaling in de plantaardige sectoren ligt in de dalende productievolumes (vooral door de droogte), terwijl in de dierlijke sectoren de omzetdaling vooral gedreven wordt door de zwakke prijsvorming voor varkensvlees en melk. De directe kosten stijgen in 2018 met 2%.

De rentabiliteit verslechtert in nagenoeg alle sectoren. De vleesveesector spant hier jammer genoeg de kroon. Het gestaag dalen van verbruik van vers rundvlees speelt de sector parten. Het thuisverbruik van rundvlees is de voorbije 8 jaar met meer dan 20% gedaald.

Uit de jaarresultaten van 2018 blijkt eens te meer dat de prijzen die onze boeren krijgen voor hun producten en diensten systematisch te laag en onvoorspelbaar zijn.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Collectieve verantwoordelijkheid als garantie voor duurzame sector

Uit de jaarresultaten van 2018 blijkt eens te meer dat de prijzen die onze boeren krijgen voor hun producten en diensten systematisch te laag en onvoorspelbaar zijn. Vanuit het perspectief van de boer is voeding dus te goedkoop. Dit hoeft niet noodzakelijk te betekenen dat de prijs die de consument betaalt omhoog moet. Hét pijnpunt is de eerlijke verdeling van de marge tussen de prijs die de boer krijgt en de prijs die de consument betaalt.

Uitgerekend in de ‘week van de fair trade’ onderstrepen wij nog maar eens vanuit Boerenbond dat er actie en beleid nodig is om een strategische markt als voedsel te corrigeren en om faire prijzen voor boer én consument te krijgen. En dat is niet iets wat de boer alleen kan oplossen, maar het is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van beleid, aankopers en retailers, consumenten en boeren en tuinders zelf.

Beter loon naar werk voor de boer is ook een garantie op de verdere verduurzaming van de sector. Onze Vlaamse boeren en tuinders legden de voorbije decennia al een heel traject in verdere verduurzaming af. Onze producten hebben zelfs per eenheid product een milieu-impact die tot de laagste in de wereld behoort. Dit is wat boer en burger willen. Maar blijven vooruitgaan is enkel mogelijk als onze boeren en tuinders een correcte vergoeding krijgen voor de producten en diensten die ze leveren. Een faire prijs voor een fair product en loon naar werk – dat is de opdracht van de hele keten – van boer tot consument. Het is dé basisboodschap die we deze week meegaven aan al onze partners in de keten.

Kleur landelijk, voor een ondernemend platteland

Het is ook een van de drie kernboodschappen van onze inspiratiefiches ‘Kleur landelijk, voor een ondernemend platteland’. Ook al moeten we eerst nog naar het stemhokje voor de lokale verkiezingen, toch hebben wij ook al onze verwachtingen voor de Vlaamse, federale en Europese verkiezingen van mei volgend jaar geformuleerd. Wetende dat politici van vandaag hapklare zaken verkiezen boven lijvige verkiezingsmemoranda van tientallen bladzijden tekst, hebben wij onze boodschappen verpakt in handige inspiratiefiches. We deden dat ook al voor de lokale verkiezingen onder het motto ‘Gemeend landelijk, inspiratie voor het platteland’. Voor de verkiezingen van volgend jaar zijn er 31 fiches gebundeld onder de noemer ‘Kleur landelijk, voor een ondernemend platteland’. Voor land- en tuinbouw zitten er drie grote rode draden in: onze boeren vragen loon naar werk, ze zoeken meer zekerheid en ze hebben letterlijk en figuurlijk nood aan ruimte.

De eerste rode draad ‘Loon naar werk’ hoeft geen verdere uitleg. De cijfers hierboven spreken voor zich. Onze boeren vragen ook meer zekerheid. De natuurlijke omgeving waarin we werken brengt al genoeg onzekerheid met zich mee. Plagen en ziekten zijn in onze sector nooit ver weg. Van het beleid verwachten wij goede instrumenten die de weerbaarheid en veerkracht van het boerenbedrijf versterken.

Ook een vlottere vergunningverlening biedt zekerheid. Boeren en tuinders investeren op lange termijn. En het productieproces kan niet zomaar bijgestuurd of stopgezet worden, want we werken nu eenmaal met levend materiaal. De sector moet dus voldoende tijd krijgen om zich aan te passen aan nieuw beleid. Principes van best beschikbare technieken en een gelijk speelveld zijn daarbij essentieel.

Als ik met boeren praat over hun toekomst, dan komt naast de prijsvorming en vergunningverlening ook de toegang tot grond altijd op tafel. Het herbevestigde Beleidsplan Ruimte Vlaanderen zet de juiste accenten: een betere bescherming van de open ruimte, inzetten op een verhoogd ruimtelijk rendement en het vrijwaren van het landbouwgebied voor de beroepslandbouw. De vraag is echter wanneer er ook echt instrumenten komen om deze principes om te zetten in de praktijk. En dat betekent heus niet dat elke boom, elk paard of elke B&B uit het landbouwgebied moet verdwijnen. Alleen is het maar fair dat een multifunctionele invulling van het landbouwgebied leidt tot een versterking van de hoofdfunctie landbouw, en niet zoals vandaag dikwijls het geval is dat de zonevreemde activiteit of de natuur die door landbouw ontwikkeld werd het voortbestaan van landbouw in het landbouwgebied bedreigt.